Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Bert Koenders en de Monroedoctrine

Datum : 12/04/2015
Auteur : Frank Bron

Bert Koenders en de Monroedoctrine

Op 24 maart vermeldde minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders het terloops, tijdens een debat in de Eerste Kamer: een hernieuwd verzoek van de Verenigde Staten aan Nederland om enkele gevangenen uit Guantánamo Bay op te nemen.

Op dit moment zitten er nog 122 mensen vast in de Guantánamo Bay Detention Facility. Van hen worden 56 personen nergens meer van verdacht en zij mogen gaan. Hun thuislanden weigeren echter om hen toe te laten. Ze lopen het risico bij terugkeer gevangengezet en gemarteld te worden of kunnen om andere redenen niet uitgezet worden.

De achtergronden van dit “betreurenswaardige hoofdstuk in de Amerikaanse geschiedenis”, zoals Barack Obama dit zelf noemde tijdens zijn verkiezingscampagne in 2008, mogen bekend zijn wat betreft de gevangenis voor echte of vermeende moslimterroristen. De achtergronden van de Amerikaanse marinebasis zelf zijn dat veel minder, en bovendien tegenstrijdig: wel op Cuba maar niet in Cuba, behorend tot Cuba, maar niet vallend onder het gezag van Havana, beheerd door de Verenigde Staten, maar geen deel daarvan.

Protectoraat

Deze onduidelijke situatie vindt zijn oorsprong in de 19e eeuw, toen de meeste Europese koloniën in de Amerika’s onafhankelijk waren geworden. Om te voorkomen dat de koloniale mogendheden zouden terugkeren, verklaarde de Amerikaanse president James Monroe in 1823 in een speech voor het congres elke Europese politieke interventie taboe. Deze ‘Monroedoctrine’ was vooral bedoeld om het expansieproces van de Verenigde Staten zelf veilig te stellen en om de belangen van de jonge republiek elders in het werelddeel niet te schaden. Het Europese gezag over koloniën die de onafhankelijkheidsgolf hadden doorstaan, waaronder Cuba, erkende hij echter wel.

Die situatie veranderde aan het eind van de eeuw. De VS steunden toen actief Cubaanse opstandelingen tegen de Spaanse overheersing, wat leidde tot de Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898. De VS bezetten Cuba aan het eind van die oorlog, net als onder meer Puerto Rico. Cuba werd in 1902 formeel onafhankelijk, hoewel het tot 1934 een Amerikaans protectoraat bleef. De terugtrekking van de Amerikaanse troepen werd in 1901 tussen beide landen geregeld in de Army Appropriations Bill en uitgewerkt in het Platt Amendment daarvan. 

Een lade vol cheques

In dit amendement stond onder meer dat Cuba land ter beschikking diende te stellen voor steenkolenoverslag of de ontwikkeling van marinebases. In 1903 werd een volgend verdrag getekend. Hiermee stelde Cuba een gebied in het zuidoosten van het land beschikbaar ter grootte van 117 km2 voor de bouw van een Amerikaanse marinebasis, aan weerszijden van de Baai van Guantánamo. Dit gebied van bijna twee keer Terschelling werd echter door Cuba niet afgestaan, maar “voor zolang als nodig” aan de VS verpacht.

Volgens het verdrag hebben de VS ‘volledige jurisdictie en controle’ over Guantánamo, maar erkennen ze de uiteindelijke soevereiniteit van Cuba over het gebied. Voor het gebruik er van zouden de VS jaarlijks 2.000 zogenaamde ‘gouden dollars’ betalen. In 1934 werd een nieuw verdrag ondertekend, waarbij de status van Guantánamo bevestigd werd, net als de hoogte van de pacht: hoewel de tegenwaarde van 2.000 gouden dollars uit 1903 tegenwoordig zo’n 53.000 Amerikaanse dollar zou zijn, sturen de VS nog elk jaar een cheque van ongeveer 4.000 Amerikaanse (de oorspronkelijke tegenwaarde) aan de Cubaanse overheid. Sinds de Cubaanse revolutie van 1959 heeft de regering deze cheques slechts één keer geïnd. Volgens toenmalig president Fidel Castro was dat per ongeluk, in de rumoerige nadagen van de revolutie. Sindsdien worden de cheques in een lade van het presidentiële paleis bewaard, zoals Castro een keer aan een televisieploeg liet zien. 

Krijgers

Een marinebasis van de vijand op het eigen grondgebied, dat zit de Cubanen niet lekker. Helaas verklaart het verdrag ook dat de pachtovereenkomst slechts met wederzijds goedvinden opgezegd kan worden. Vanzelfsprekend hebben de Amerikanen geen behoefte aan het opdoeken van de basis. De Amerikaanse aanwezigheid op Cuba is dus rechtsgeldig, erkent ook de Cubaanse overheid. Ondanks verbaal geweld tussen Havana en Washington speelde de marinebasis zelden een echt grote rol op het wereldtoneel. Dat veranderde na de Al Qaeda-aanslagen in New York en Washington van 11 september 2001. Spoedig daarna kondigde president George Bush Jr. namelijk een ‘oorlog tegen het terrorisme’ aan. Het betrof hier geen traditionele oorlog tegen een land of een regulier leger, en de strijdwijze van de Amerikanen was nogal onconventioneel.

Al gauw bleek dat de berechting van krijgsgevangenen lastig was, omdat velen geen gevangen genomen ‘krijgers’ waren, maar in de wet niet-gedefinieerde terroristen. Of ze kenden misschien terroristen, maar er kon tegen hen niets strafbaars bewezen kon worden. Of ze vielen op andere manieren buiten bestaande wetten en regels. Bovendien hadden president Bush en zijn regering geen behoefte aan pottenkijkers, die met de Amerikaanse wet in de hand vragen stelden bij de vaak vèrgaande ondervraging van mensen die mogelijk informatie hadden over potentieel rampzalige aanslagen.

Juridisch zwart gat

Al snel viel het oog van de beleidsmakers in Washington daarom op het stukje grond vlak bij Florida maar niet in de VS: de marinebasis Guantánamo Bay. Omdat dit formeel geen Amerikaans grondgebied was, gold het Amerikaanse recht hier niet en kon je verdachten dus oneindig lang vasthouden zonder aanklacht, zonder advocaat of zonder andere zaken die het Amerikaanse strafrecht garandeert. Verdachten konden zelfs gemarteld worden zonder dat de wet overtreden werd – en dat gebeurde vanaf 2002 dan ook op grote schaal in een inderhaast uit de grond gestampte gevangenis in het zuidoosten van de basis, duidelijk zichtbaar op Google Earth.

Amerikaanse advocaten en mensenrechtenorganisaties lieten het er echter niet bij zitten en vochten stapje voor stapje de voldongen feiten van Guantánamo als ‘juridisch zwart gat’ aan. In 2004 besliste het Amerikaanse Hooggerechtshof dat de gevangenen in Guantánamo Bay wel degelijk toegang tot reguliere Amerikaanse hoven hebben. Het juridisch argument was dat, zoals hierboven al gesteld, Guantánamo Bay weliswaar niet tot de VS behoort, maar het land hier wel de exclusieve controle over uitoefent.  

Palestijn

Sterker nog, in de pachtovereenkomst van 1903 staat dat het de VS in Guantánamo Bay vrij staan om alles te doen wat ten goede komt aan kolenoverslag of een marinebasis, maar niet voor andere activiteiten. De constructie van een gevangenis om mensen op willekeurige gronden en zonder aanklacht vast te houden lijkt hiermee in tegenspraak. Dit alles is echter geen reden voor de Amerikaanse autoriteiten om de gevangenis te sluiten, al was het alleen maar omdat niemand de overgebleven gevangenen wil opvangen: er is zelfs geen gevangenis in de VS die het handjevol veroordeelde Guantánamo-gevangenen wil huisvesten!

De enige mogelijkheid voor de huidige gevangenen om Guantánamo te verlaten, lijkt de dood te zijn of opvang door een derde land. Nederland is niet bereid om hier een rol in te spelen en ook andere landen hebben slechts mondjesmaat toegegeven aan Amerikaanse druk. Het kleine Uruguay heeft in december 2014 echter aan zes gevangenen asiel verleend. Deze zes, vier Syriërs, een Palestijn en een Tunesiër, zijn nooit aangeklaagd en stonden al sinds 2009 op de nominatie om vrijgelaten te worden maar geen enkel land wilde hen opnemen – totdat de toenmalige president José Mujica de hand over het hart streek. Zijn voorbeeld is niet gevolgd, in Latijns-Amerika of elders, waardoor er nog steeds 122 gevangenen in Guantánamo Bay zitten. Hun aanwezigheid is zelfs verworden tot een extra reden voor de Amerikanen om in Cuba te blijven zitten, ondanks de nieuwe vriendschap tussen de presidenten Castro en Obama sinds de Inter-Amerikaanse Top in Panama op 11 en 12 april.

Voor meer informatie zie bijvoorbeeld het Amnesty-rapport “Cruel. Inhuman. Degrades us all. Stop torture and Ill-treatment in the 'War on terror'”.

Bron : NRC Handelsblad, www.amnesty.org, The Guardian
Bookmark and Share


Terug