Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Kunst & Cultuur

Bloemen en broodpoppetjes

Allerzielen in Ecuador

Datum : 01/11/2018
Auteur : Els Hortensius
Land : Ecuador

Bloemen en broodpoppetjes

Deze maand staan we stil bij de dood, niet direct een feestelijk thema. Dat dit toch samen kan gaan met lekker eten en drinken, veel gezelligheid en saamhorigheid bewijst het volgende verhaal over Allerzielen (2 november) in Ecuador.

Dertig jaar geleden woonde ik in Valdivia, een klein dorpje aan de kust van Ecuador, op bijna tweehonderd kilometer afstand van Guayaquil. De mensen leefden van de visserij, de landbouw en van het maken van schoenen. Meestal ging het om een combinatie van de drie, afhankelijk van de seizoenen.

Seizoenen waren belangrijk, net als de feestdagen. Ze brachten ritme en regelmaat, en natuurlijk vertier. Optochten met het feest van de dorpspatrones, María del Carmen; vuurwerk bij El grito de independencia (de schreeuw van de onafhankelijkheid) op 10 augustus; als duivels en weduwen verklede jongens tijdens de jaarwisseling. En broodpoppetjes en bloemen op 2 november, Allerzielen, de dag na Allerheiligen. Voor de rechtgeaarde protestant die ik was, was het even wennen, al die heiligen en hun feesten. Maar al snel vierde ik alles mee alsof ik niet anders gewend was. Een feest dat bijzondere indruk op mij maakte was 2 november, Allerzielen.

Dodenbrood

De voorbereidingen begonnen al weken tevoren. Iedereen zette zich aan het onderhoud van de graven die een fris wit kleurtje kregen. De bakkers waren drukdoende grote hoeveelheden broodjes te bakken, in de vorm van kransen, duiven en vooral poppetjes, pan de muertos (dodenbrood) genoemd. Veel dorpelingen kneedden hun eigen broodpoppetjes, maar omdat de meeste mensen geen eigen oven hadden zag je in de laatste dagen van oktober veel dorpsbewoners met bakblikken vol deegpoppetjes naar de bakker gaan die de blikken dan in zijn oven schoof. Ieder gezin zorgde voor grote hoeveelheden broodjes en op 1 november, Allerheiligen, was het de beurt aan de kinderen. Zij gingen in groepjes de huizen langs en zongen daarbij een liedje: “Ángeles somos, del cielo venimos y pan pedimos” (Engeltjes zijn we, uit de hemel komen we en brood vragen we).  Een beetje zoals bij ons de kinderen met Sint Maarten langs de deuren gaan.

In huis hadden de vrouwen ondertussen tafels met eten klaargezet, voor iedere dode die te betreuren viel was een plaats gedekt en stond het lievelingseten gereed, samen met grote glazen colada morada, een drank gemaakt van donkere maïs, en op smaak gebracht met onder andere kaneel en kruidnagel. Eerst was het de beurt aan de overledenen om te eten, maar als er de volgende dag nog iets over was werd er gul uitgedeeld aan vrienden en familie. Dertig jaar geleden begon het gebruik om tafels te dekken voor de doden al af te nemen. Daarmee verdween ook de angst dat als je geen eten klaarzette, de dode familieleden je wisten te vinden, met alle gevolgen van dien. Vandaag de dag worden er praktisch geen tafels meer klaargezet. Op internet lees ik dat in plaats daarvan in verschillende dorpen, ook in Valdivia, gemeenschappelijke maaltijden worden georganiseerd, in herinnering aan het vroegere gebruik. Maar de broodpoppetjes zijn populairder dan ooit. Internet wemelt van de foto’s van vrolijk gedecoreerde broodjes, een verschil met vroeger, toen iedere versiering ontbrak. Ze zijn ook veel groter dan dertig jaar geleden: vijfenveertig centimeter, terwijl die in Valdivia de afmeting van een croissant hadden. En de naam: die luidt nu guaguas de pan, broodpoppetjes (guagua betekent baby in het Quichua), en niet langer dodenbrood.

Voedsel voor in het hiernamaals

De traditie gaat ver terug. Lang voor de komst van de Spanjaarden was de inheemse bevolking al gewoon om hun doden voedsel mee te geven voor het leven in het hiernamaals. In prehistorische graven, waarvan Valdivia er ook een aantal telt, zijn potten gevonden waarin eten en drinken bewaard werd. Maar de meningen over de exacte oorsprong lopen uiteen. Carlos Gallado van de Universidad de las Américas legt een verband met het Feest van de Regens, dat de Quitu Cara vierden in de maanden oktober en november. De Quitu Cara leefden in het Andesgebergte rond het huidige Quito en gaven hun doden colada morada mee op de lange reis die hen wachtte. De broodpoppetjes werden volgens Gallado oorspronkelijk van zapallo, een kalebas, gemaakt en symboliseerden de overledenen.

De schrijver Julio Pazos, die onderzoek heeft gedaan naar de eetgewoonten in de hoofdstad Quito, is van mening dat het gebruik een veel recentere oorsprong heeft en pas in de negentiende eeuw is ontstaan, juist omdat meel en graan niet beschikbaar waren voor de gewone bevolking maar alleen door de grootgrondbezitters gegeten werden. Hij denkt dan ook dat de wortels bij de blanke mestiezenbevolking liggen. Weer een andere verklaring gaat wel terug naar de pre-Colombiaanse tijden. De Inca’s waren gewoon om eenmaal per jaar hun doden te bezoeken. Mummies werden dan uit hun graf gehaald en er werd colada morada bij gedronken. De komst van de Spanjaarden bracht een verbod op deze gewoonte mee omdat de katholieke kerk het heiligschennis vond. De broodpoppetjes zouden de mummies symboliseren. Hoe het ook zij, op 1 en 2 november eet nog altijd iedereen in Ecuador guaguas de pan en drinkt daar colada morada bij.

Gezellig kerkhof

Op 2 november trok iedereen naar de begraafplaats om de doden een tijdje gezelschap te houden. Wie het even kon betalen zorgde voor een graf boven de grond, een soort betonnen kist. Familieleden werden vaak naast en boven elkaar begraven en wie er geld voor had zette er een dak overheen. In Valdivia was het eigenlijk best een gezellige bedoening op de begraafplaats. Vrienden en familieleden zochten elkaar op en zaten even naast het graf. Bloemen en kransen gaven een kleurrijk accent naast het stemmige wit en zwart van de kleding. ’s Avonds bezochten we het nabijgelegen dorp Sinchal, waar het kerkhof op de helling van een heuvel lag. Het was een zee van lichtjes, betoverend mooi in een omgeving waar verder geen elektriciteit was.

Het feest van Allerzielen maakte destijds veel indruk op mij. Tegenwoordig zijn protestanten wat scheutiger met lichtjes op begraafplaatsen, maar dat was dertig jaar geleden nog anders. Ook de zichtbare en voelbare aandacht voor de overledenen was een nieuwe ervaring voor mij. Samen herinneringen ophalen aan geliefden die er niet meer zijn, helpt bij het verwerken van het gemis. En broodpoppetjes met colada morada zijn ook nog eens heel lekker!

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug