Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Chili ontwaakt

Achtergronden en dynamiek van de sociaal-politieke crisis

Datum : 14/11/2019
Auteur : Jan de Kievid
Land : Chili

Chili ontwaakt

Met al vier weken aanhoudende hevige protesten beleeft Chili de hevigste maatschappelijke en politieke crisis sinds het einde van de dictatuur in 1990. Hoe valt dat te verklaren in zo’n relatief rijk en al decennia stabiel land en welke politieke dynamiek heeft het in gang gezet? Ongelijkheid is een belangrijke factor, maar cruciaal is de forse scheefgroei van het Chileense ontwikkelingsmodel. “Chili is ontwaakt!”, roepen de demonstranten.

Ruim twintig jaar geleden, in 1997, interviewde ik voor Alerta, de voorganger van La Chispa, de socialistische burgemeester van een arme deelgemeente van de Chileense hoofdstad Santiago. Een opmerking is me altijd bijgebleven: “Het grootste succes van Pinochet is dat hij de Chileense mentaliteit zo individualistisch heeft weten te maken”. Ik moest er weer aan denken bij de massale protesten die op 17 oktober begonnen en die geleid hebben tot de grootste politiek-maatschappelijke crisis sinds het einde Pinochets dictatuur in 1990. Deze verrassende uitbarsting heeft veel te maken met het grote contrast tussen de neoliberale ideologie en de neoliberale economische werkelijkheid.

Chili gold als hét neoliberale succesland, en de trots van de rechtse president Sebastián Piñera. Hij kon zich niet voorstellen dat er iets mis kon zijn met het weefsel van de Chileense samenleving. Ook uit de jaarlijkse enquête onder inwoners van Latijns-Amerikaanse landen, de Latinobarómetro, zou je dat niet meteen opmaken. Chilenen vonden eind 2018 veel meer dan andere Latijns-Amerikanen dat het met hun land economisch goed ging, de toekomst er goed uitzag en dat ze genoeg verdienden om eten te kopen. Ze waren verhoudingsgewijs weinig bezorgd over misdaad, maar tevreden over de democratie en de regering. Op deze punten stond Chili bijna steeds op de eerste, tweede of derde plaats in de enquêtes.

Dat was niet onbegrijpelijk. Chili heeft sinds de dictatuur drie decennia forse economische groei meegemaakt. In die tijd is het percentage armen gedaald van 40 naar 10 procent. Politiek was het stabiel. Als een van de weinige Zuid-Amerikaanse landen is in Chili het presidentschap al dertig jaar steeds keurig overgedragen aan de nieuw gekozene, zonder fraudebeschuldigingen of geweld. Chili is ook een van de veiligste landen van het continent.

Toch gaf de Latinobarómetro ook aanwijzingen dat er iets scheef zat. Slechts in twee landen vonden de inwoners nog sterker dat de rijkdom onrechtvaardig verdeeld was. Chilenen waren minder tevreden over hun leven dan de gemiddelde Latijns-Amerikanen en ook banger voor werkloosheid. Dat zou je op grond van de positieve andere antwoorden juist niet verwachten.

Scheve inkomensverdeling

Chili kent een scheefgegroeid ontwikkelingsmodel. Het is in 2010 als eerste Zuid-Amerikaans land lid geworden van de OESO, de club van ruim dertig rijke industrielanden. Het inkomen per hoofd van de bevolking is het hoogste van het continent; het ligt dichter bij dat van de armere OESO-landen dan bij het Latijns-Amerikaanse gemiddelde. Verder gaapt er een kloof met de OESO. Zo kent de Chileense economie een nogal koloniaal patroon, sterk gebaseerd op en afhankelijk van uitvoer van grondstoffen, vooral koper. Chili heeft niet de scheefste inkomensverdeling van Latijns Amerika (de helft van de landen doen het nog slechter), maar wel van de OESO. De Chileense ongelijkheid lijkt meer op die van veel armere Latijns-Amerikaanse landen. Net als in sommige daarvan kent Chili een extreme concentratie bij een hele kleine groep. De 1 procent rijksten ontvangen 30 procent van het totale inkomen, de 0,01 procent (één op de tienduizend) zelfs 10 procent. Dat is allemaal nog veel extremer dan in de Verenigde Staten en drie tot vijf keer zoveel als in West-Europa.

Privatiseringen

Chili heft veel minder belasting dan andere OESO-landen: zo’n 20 procent van het BNP tegenover 35-40 procent in Europa. Ruim de helft daarvan komt in Chili uit indirecte belastingen, die de armste groepen het hardste treffen. In West-Europa is dat maar 30 procent. Daar draagt het belastingstelsel bij aan verkleining van de inkomensverschillen, maar in Chili juist niet. Deze extreme ongelijkheid erfden de gekozen regeringen vanaf 1990 van de dictatuur. Die had met geweld een extreem neoliberaal beleid opgelegd, met enorme privatiseringen, ook bij onderwijs, gezondheidszorg en pensioenen. Daarbij hoorden ook sterk geprivatiseerde arbeidswetgeving en beperking van de vakbondsvrijheid.

In drie decennia tijd is onder centrumlinkse regeringen (1990-2010 en 2014-2018) – in een tijd van forse economische groei – daaraan veel te weinig veranderd, terwijl rechtse regeringen (2010-2014 en vanaf 2018) dat ook niet nastreefden. Het lukte af en toe iets een klein beetje bij te stellen, maar bij ingrijpender voorstellen om de winstbelasting en inkomstenbelasting voor de rijken meer op Europees niveau te brengen, toverde rechts het spook van het ‘socialisme’ tevoorschijn. Met de economische groei nam de armoede af, maar de ongelijkheid nauwelijks.

Vooruitgang werd ook belemmerd door een jarenlang nog onvolledige overgang naar democratie. Door het door de dictatuur opgelegde kiesstelsel kregen centrum en links bij een meerderheid onder de kiezers geen meerderheid van de parlementszetels. Bovendien bleef generaal Pinochet – volgens zijn eigen grondwet - tot 1998 onafzetbaar legercommandant. Daardoor durfden de centrumlinkse regeringen het niet hard te spelen. Ze remden ook acties van sociale bewegingen af. Dat zou de prille democratie in gevaar kunnen brengen. Hierbij kwam nog dat de christendemocratische en sociaaldemocratische regeringspartijen ook enigszins in de zegeningen van de vrije markt gingen geloven.

Schulden

Volgens de neoliberale ideologie zou iedereen kansen krijgen om rijk te worden. Succes zou afhangen van ieders individuele inspanningen, niet van je organiseren of overheidsvoorzieningen. Veel mensen waren geneigd zulke permanente propagandaoffensieven via televisie en reclame te geloven. Wie door de economische groei aan de armoede ontsnapte, zag ook graag z’n kinderen doorleren op een goede middelbare school en universiteit. Maar juist voor zulke voorzieningen, waarin een rijker wordend land steeds meer zou moeten en kunnen voorzien, liet het geprivatiseerde Chili het afweten. Chilenen staken zich massaal diep in de schulden voor de school van hun kinderen en voor allerlei aangeprezen consumptiegoederen. Gezondheidzorg en pensioenen sluiten ook niet aan bij de gestegen behoeften van het soort samenleving dat Chili - gedeeltelijk - is geworden. Er kwamen ook steeds minder vaste banen en de vakbeweging mocht alleen mensen in grotere bedrijven organiseren. Chili biedt hoge kansen op sociale stijging, maar nog veel grotere risico’s om weer van de hogere treden van de sociale ladder af te vallen. Veel mensen werden onzeker, ondanks de gemiddeld fors gestegen inkomens. Het neoliberale geloof dat de kansen voor het grijpen lagen, botste met de onzekere neoliberale werkelijkheid.

Vonk

Dit alles ondermijnde het vertrouwen in de politiek, partijen en parlement. Steeds minder mensen voelen zich met een partij verbonden, de helft van de burgers bleef weg bij de verkiezingen. De ‘kloof’ is in veel opzichten te groot. Dat wordt versterkt door de hoge inkomsten van de parlementariërs. In de OESO-landen ontvangt een parlementslid gemiddeld drie keer het inkomen per hoofd van de bevolking, in Chili twaalf keer. In Nederland krijgt een Tweede Kamerlid ongeveer vijf keer het minimumloon, maar in Chili veertig keer.

Deze scheve ontwikkeling bood een voedingsbodem voor diepe onvrede. Of, wanneer, waardoor en hoe die tot een explosie zou leiden, was moeilijk voorspelbaar. Dat een lichte verhoging van de metroprijzen de vonk in het kruitvat werd (zelden las ik het woord chispa zo vaak in de media als afgelopen weken), kan toeval zijn. Misschien hebben ook de afzwakkende economische groei – en dus een groter verschil tussen verwachtingen en werkelijkheid – en het optreden van de rechtse regering daaraan bijgedragen.

Na een start op 17 en 18 oktober met grote vernielingen en branden bij de metro, supermarkten en winkels vinden nu al vier weken massale vreedzame demonstraties plaats. Daarbij zijn wel regelmatig confrontaties met de politie. Ongeveer 10 procent van de Chilenen keurt gewelddadige acties goed, maar twee derde steunt vreedzame protesten en vindt het zonder betalen met de metro gaan een acceptabel actiemiddel. Tot president Piñera drong pas langzaam door hoe diep de onvrede is. Hij kondigde snel voor een deel van het land de noodtoestand en een avondklok af, wat na de dictatuur niet meer was gebeurd. Voor veel mensen die de dictatuur hadden meegemaakt, was het traumatisch om opnieuw militairen met hun gepantserde voertuigen tegen demonstranten te zien optreden. En daarnaast hartverwarmend om mensen massaal de straat zien opgaan.

Traangas

Piñera dacht het met de harde lijn te redden. Op 20 oktober verklaarde hij dat het land in oorlog was met een machtige vijand die bereid was grenzeloos geweld te gebruiken. De met de uitvoering van de noodtoestand belaste generaal sprak deze domme uitspraak echter publiekelijk tegen. In de eerste drie weken werden ruim 5000 mensen gearresteerd, vielen 22 doden en meer dan 2000 gewonden. Onder die gewonden liepen tweehonderd mensen oogletsel op door traangas en vooral rubberpolitiekogels. Dat zijn voor drie weken extreem hoge aantallen, vergeleken met de twee laatste jaren van de dictatuur in 1988 en 1989 met respectievelijk 9000 en 3800 arrestanten en 41 en 35 doden. Er waren toen wel meer martelingen, maar ook nu zijn aanklachten ingediend over martelingen en excessief geweld tegen demonstranten. 

Piñera schrapte snel de verhoging van de metroprijzen om de bevolking weer rustig te krijgen. Pas na de massale vreedzame manifestatie met 1,2 miljoen mensen in Santiago op 25 oktober – de grootste uit de Chileense geschiedenis  – begon hij te beseffen dat er sprake was van diepe onvrede en dat het protest niet vanzelf zou overgaan. Hij hief de noodtoestand en de avondklok weer op. Deze 69-jarige miljardair-zakenman, die eerder van 2010 tot 2014 president was, is geneigd het land als een bedrijf te besturen vanuit de gedachte dat het gedrag van mensen via repressieve en financiële prikkels te sturen valt.  Adviseurs klagen dat hij slecht luistert. Pas na tien dagen en op herhaaldelijk aandringen verving Piñera acht ministers van de harde lijn of die iets doms hadden gezegd. De populariteit van de president daalde tot iets boven de 10 procent, het laagste sinds 1990. Ook de aankondiging dat het minimumloon en de pensioenen verhoogd zouden worden en de gezondheidszorg toegankelijker, bracht de gemoederen niet tot gebaren.

Nieuwe grondwet

Zeer tot zijn spijt en met geknakte trots moest Piñera op 30 oktober twee prestigieuze internationale conferenties in Santiago afblazen: van de APEC, de organisatie van landen uit Azië en rond de Stille Oceaan, en de klimaatconferentie, het vervolg op Parijs-2015. Een paar dagen later besloot de Latijns-Amerikaanse voetbalbond de finale van de Copa Libertadores – de regionale Cup voor clubs – van Santiago naar de Peruaanse hoofdstad Lima te verplaatsen. Op 6 november deed Piñera opnieuw een onhandige zet door de Cosena (Nationale Veiligheidsraad) bijeen te roepen, een berucht relict van de militaire dictatuur.

Terwijl demonstranten en politici van oppositiepartijen luidkeels verkondigden dat er naast een onderzoek naar de mensenrechtenschendingen, minder ongelijkheid en betere sociale voorzieningen ook een nieuwe grondwet moest komen, wilde Piñera van dat laatste aanvankelijk nog niet weten. Hij kwam weer met repressie: een serie wetsvoorstellen om harder op te kunnen treden. Dat was overigens vooral symbolisch, want de president beschikt niet over een meerderheid in het parlement. Daarnaast kwam de regering met nog onuitgewerkte plannen om op veel plaatsen een dialoog met de burgers te beginnen.

De acties van de nieuwe minister van Financiën, Ignacio Briones, zetten meer zoden aan de dijk. Hij sloot een akkoord met senatoren van regeringspartijen én centrumlinkse oppositie over hogere belastingen voor de allerrijksten om de ‘nieuwe sociale agenda’ te betalen. Daarbij haalde Briones voor een minister in een rechtse regering hard uit tegen “de allerrijksten die de diepe overtuiging hebben dat ze tot de middenklasse behoren, en ik geloof dat dit een deel van het probleem is.”

‘Onvergeeflijke blindheid’

Veel Chilenen willen een nieuwe grondwet. De huidige grondwet dateert uit 1980 en is destijds opgelegd door de dictatuur. Ook na bijstellingen in democratische richting blijft de grondwet volgens critici het stempel van de dictatuur dragen en een ontwikkeling naar een democratische staat en een rechtvaardige samenleving belemmeren. Bij de grote demonstraties is een nieuwe grondwet steeds een belangrijk thema. Ook politici van de oppositie en veel burgemeesters dringen er steeds sterker op aan, bijgevallen door woordvoerders van de katholieke kerk en van universiteiten. Ook rechtse partijen beseffen nu dat er iets met de grondwet moet gebeuren. Uiteindelijk heeft ook Piñera zich uitgesproken voor een veranderde of nieuwe grondwet, waarin de sociale verantwoordelijkheden van de staat een grotere plaats moeten krijgen.

Piñera en rechtse partijen willen een nieuwe of gewijzigde grondwet laten bespreken en uiteindelijk goedkeuren door het parlement. Alle oppositiepartijen, demonstranten en veel burgemeesters vinden dat het parlement en de hele politieke klasse te veel krediet hebben verspeeld. Er zullen verkiezingen moeten komen voor een Grondwetgevende Vergadering, die zich alleen op de grondwet richt en in nauw contact staat met de burgers een nieuwe grondwet ontwerpt. Daarna zal die grondwet in een referendum door de bevolking goedgekeurd moeten worden. Volgens de oppositie proberen Piñera en anderen “de deur te sluiten voor burgerparticipatie.” Zij vinden dat een “onvergeeflijke blindheid, die krachtig door de geschiedenis veroordeeld zal worden.” De rechtse partij RN (Nationale Vernieuwing, de partij van Piñera) probeert de verschillende standpunten bijeen te brengen, maar de president zelf heeft nog weinig idee hoe hij de diepe crisis aan moet pakken.

Dynamiek

In een paar weken is een enorme maatschappelijke en politieke dynamiek ontstaan. Het initiatief lag bij protesterende mensen zonder vaste organisatie of duidelijke leiders, terwijl regering en partijen zich door de gebeurtenissen ‘overvallen’ voelden en niet in staat waren het voortouw te nemen. Ze voelden zich daartoe bij zo’n explosie van door hen onvoldoende erkende onvrede ook nauwelijks gerechtigd. Bij de massabijeenkomsten ontbraken spandoeken van politieke partijen. Inmiddels werken ook de regering en partijen aan toekomstplannen, maar het is nog onduidelijk in hoeverre ze daarbij werkelijk aansluiten bij de demonstranten, ook als de doelen hetzelfde lijken: grotere gelijkheid, betere sociale voorzieningen en een nieuwe grondwet.
Opmerkelijk is dat geweld, gevolgd door aanhoudende massaprotesten, een belangrijke rol heeft gespeeld. Onder deze druk lijken de rechtse regering en rechtse partijen af en toe akkoord te gaan met voorstellen die ze drie decennia effectief hebben geblokkeerd. Maar het kan allemaal nog zowel slecht als goed uitpakken. Grofweg zijn drie scenario’s denkbaar.

Drie scenario’s

In het zwarte scenario neemt het geweld van twee kanten toe en versterkt het elkaar. Dat leidt tot meer mensenrechtenschendingen en vernielingen, boze winkeliers en angstige burgers. Dat creëert een klimaat voor door veel mensen gesteund repressiever beleid. Waarschijnlijk zullen militairen daarbij de politieke macht niet overnemen, maar wel zichtbaarder een dreigender aanwezig zijn. Van de hervormingsagenda om Chili een sociaal rechtvaardiger land te maken, komt weinig terecht. Nog meer mensen zullen ontevreden en verbitterd zijn, met een nog diepere kloof tussen burgers en politiek. Van de democratie blijft alleen een formele façade over.

Het is ook denkbaar dat zowel geweld als massamobilisatie afnemen. Het eerste is prima, maar om de druk op de ketel te houden blijft massamobilisatie nodig. Anders kunnen regering en rechtse partijen de uitvoering van de toegezegde veranderingen traineren zodat er uiteindelijk weinig van terechtkomt. De frustratie van veel mensen zal toenemen, iedereen richt zich weer op z’n eigen zaakjes. Het vertrouwen in de politiek is verder afgenomen, en de democratie wordt nog formeler en magerder.

In het derde scenario neemt geweld af, maar gaat massamobilisatie door. Weliswaar niet in de huidige frequentie, maar wel tijdens belangrijke onderhandelingen of voor beslissende stemmingen. Er komen belangrijke veranderingen in het sociaaleconomisch beleid. De scheefgegroeide Chileense samenleving wordt enigszins recht getrokken. Daardoor wordt de kloof tussen burgers en politiek kleiner en de democratie versterkt. Om dit scenario te laten slagen, moet ook de ideologische dominantie van het neoliberalisme, die Chilenen in de woorden van een burgemeester zo individualistisch heeft gemaakt, worden doorbroken.

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug