Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Corona in Bolivia - Alsof de wereld instortte

Persoonlijk verhaal van Guido Cortéz

Datum : 11/06/2020
Auteur : Els Hortensius
Land : Bolivia

Corona in Bolivia - Alsof de wereld instortte

Net als veel andere Latijns-Amerikaanse landen verkeert Bolivia in lockdown door de coronacrisis. Veel nieuws hierover komt uit hoofdsteden. Maar wat betekent het voor de rurale inheemse bevolking, die vaak al een zwakke gezondheid heeft en woont in een gebied met een gebrekkige gezondheidszorg? Dit artikel is grotendeels gebaseerd op berichten van Guido Cortéz, die woont en werkt in Tarija in het uiterste zuiden van Bolivia.

Cortéz is directeur van de niet-gouvernementele organisatie CERDET (Centrum van Regionale Studies voor de ontwikkeling van Tarija), die sinds 1997 in de Chaco werkt ten behoeve van de inheemse bevolking. De Chaco is een vlakte van ongeveer 650.000 km2 groot (zestien keer Nederland) op het grensgebied van Bolivia, Argentinië en Paraguay. De helft van de dunbevolkte Chaco ligt in Argentinië, 15 procent wordt tot Bolivia gerekend.

Op 10 maart werden in Bolivia de eerste twee gevallen van besmetting met het coronavirus bevestigd. Het betrof twee vrouwen die in Italië werkten en enkele dagen eerder naar Bolivia teruggekeerd waren. Twee dagen later kondigde de overheid een volledige lockdown af. Eind mei is het aantal bevestigde coronabesmettingen opgelopen tot bijna tienduizend en zijn er 313 mensen aan het virus overleden. Dagelijks groeit het aantal besmettingen met tussen de 250 en 450 gevallen. De uitbraak is het hevigst in de lagergelegen gebieden van Beni en Santa Cruz. Toen de Bolivianen in maart eerst de beelden uit China, Italië en Spanje zagen en niet veel later de verslagen hoorden van de doden in de straten van Guayaquil in Ecuador, sloeg de paniek toe. Mensen vreesden ieder moment te kunnen sterven en voor velen voelde het, volgens een lokale analist, of hun hele wereld was ingestort.

Quarantaine op de koude Altiplano

In de eerste dagen van de lockdown zagen de Bolivianen hoe honderden en daarna duizenden landgenoten terugkeerden uit andere landen waar zij werkten, allemaal omdat zij hun baan kwijtgeraakt waren. Ze arriveerden juist op het moment dat de grenzen dicht gingen. Veel van de armsten probeerden via sluiproutes en afgelegen grensovergangen toch het land binnen te komen. Wanneer dat eindelijk was gelukt, moesten ze twee weken in quarantaine, vaak in kampen op de Altiplano, de hoogvlakte waar ’s nachts de temperatuur tot het vriespunt kan zakken.

Net als in de omringende landen werken in Bolivia veel mensen in de informele sector. In 2015 had slechts 28 procent van de werknemers een formeel dienstverband. Dat cijfer stamt nog uit de periode waarin de overheid duizenden arbeiders een vaste baan kon geven bij de gaswinning. Maar die productie is een paar jaar geleden ingestort en de werkloosheid gestegen. Begrijpelijk dat de roep om versoepeling van de quarantainemaatregelen groeit: zonder werk geen eten, maar wel oplopende schulden. De regering geeft iedereen zonder vast werk een eenmalige uitkering van 72 dollar, zodat mensen (even) binnen kunnen blijven. Veel is dat niet, als je het vergelijkt met het minimumloon van driehonderd dollar dat de Bolivianen in vaste dienst krijgen.  Voor de allerarmsten betaalt de overheid gedurende drie maanden elektriciteit en water.

De vloed aan informatie over de snelle verspreiding van het virus in verschillende buurlanden maakt veel Bolivianen onzeker. Daarbovenop is er de stroom van berichten via sociale media, met zin en onzin door elkaar. Het virus zou een straf van God zijn, volgens sommigen. Dat van de winsten uit de gasexport (periode 2005-2015) weinig is geïnvesteerd in de gezondheidszorg, wordt nu pijnlijk zichtbaar. Bolivia heeft maar weinig IC-bedden, waarvan 60 procent in privéklinieken, dus onbereikbaar voor het gros van de bevolking.

Eigen voedsel

CERDET, de organisatie waarvan Guido Cortéz directeur is, zet zich in voor de inheemse bevolking van de Chaco, een kwetsbare groep met al veel gezondheidsklachten. Maar liefst 60 procent van deze bewoners lijdt aan mal de chagas, verwant aan de Afrikaanse slaapziekte en overgebracht door parasieten, en 10 procent heeft tuberculose. De afgelopen jaren hebben ook tropische ziekten als chikungunya (een infectieziekte die veroorzaakt wordt door een virus en overgebracht door muggen) en in mindere mate zika (ook een virus overgebracht door muggen) hun sporen nagelaten. Vrij onlangs kwam CERDET erachter dat veel van de mensen van boven de veertig nooit zijn ingeënt tegen tuberculose en andere ziekten, omdat zij thuis zijn geboren en niet in een ziekenhuis. Pas sinds 1980 zijn vaccinaties verplicht. Door dit alles hebben de inheemse bewoners van de Chaco een gebrekkig immuunsysteem wat hen extra vatbaar maakt voor een virus als Covid-19. “We hopen dat ze niet getroffen zullen worden door de pandemie of dat er over een aantal maanden een vaccin zal zijn,” schrijft Cortéz. Samen met ruim dertig andere maatschappelijke organisaties heeft CERDET begin juni de regering opgeroepen de inheemse gemeenschappen extra gezondheidszorg te bieden in deze crisistijd.

Op dit moment kunnen de reguliere activiteiten van CERDET niet plaats vinden; bezoeken aan de gemeenschappen of trainingen zijn uitgesloten. Maar vanuit huis wordt er doorgewerkt. CERDET volgt het coronanieuws op de voet om de leiders van de inheemse gemeenschappen goed te kunnen informeren en zo te voorkomen dat die zich baseren op geruchten en verkeerde informatie op Whatsapp of Facebook. Het team van CERDET roept de gemeenschappen op om nog meer dan voorheen hun eigen voedsel te verbouwen. Want in tegenstelling tot veel stedelingen heeft de bevolking in de rurale gebieden nog te eten. En er kan altijd wel iets met buren of familie geruild worden.

Ultraviolette straling

In Tarija zijn tot nu toe gelukkig nog maar weinig coronagevallen geconstateerd. In de stad zijn 48 mensen ziek, terwijl het departement Tarija negenhonderd verdachte gevallen telt. Maar Guido Cortéz hoopt (tegen beter weten in?) dat van die verdachte gevallen uiteindelijk maar enkelen echt besmet zullen zijn. Het valt hem op dat in veel van de relatief warme landen van Latijns-Amerika het aantal besmettingen nog laag is, vergeleken met de Verenigde Staten, Italië en Spanje. Verschillende onderzoeken geven aan dat de bewoners van gebieden op meer dan 3000 meter hoogte, en ook de omgeving van Tarija op 1800 meter, een hoge dosis ultraviolette straling ontvangen. Zou dit kunnen verklaren waarom het aantal besmettingen daar veel minder hard groeit dan in het Amazonegebied of op de savannen in het oosten van Santa Cruz, waar het ook een stuk vochtiger is dan in het hooggebergte? In de steden leeft de angst dat, als de arme bevolking door honger wordt gedwongen naar buiten en naar de markt te gaan, de pandemie in alle hevigheid kan losbarsten, ook omdat er weinig afstand gehouden wordt.

Eind mei besloot de regering kerkdiensten en andere religieuze bijeenkomsten weer toe te staan, iets waar ze op 4 juni weer op terug kwam. Kerken blijven nu weer gesloten tot er een einde aan de algehele quarantaine komt. En die lijkt nog niet in zicht, nu Arturo Morillo, minister van Binnenlandse Zaken, heeft voorgesteld het tropische deel van het departement Cochabamba af te grendelen van de rest van het land, om de sterke toename van het aantal besmettingen in de bij Cochabamba horende provincie Chapare een halt toe te roepen. Niet om zijn politieke opponenten dwars te zitten (de Chapare is de bakermat van MAS, de politieke beweging van de afgezette president Evo Morales), verklaart hij tegen de pers. Maar met presidentsverkiezingen in aantocht wordt dit vast niet door iedereen zo gezien.

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug