Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Cubaanse regime probeert greep op media te houden

Niet-gecontroleerde informatie steeds belangrijker

Datum : 16/11/2015
Auteur : Kees van Kortenhof
Land : Cuba

Cubaanse regime probeert greep op media te houden

Al snel na de Cubaanse revolutie van begin 1959 stelden de nieuwe machthebbers de media streng onder controle. Ondanks de recent verbeterde betrekkingen met de Verenigde Staten en de grotere openheid naar buiten, is dat nog weinig veranderd. Maar technologische ontwikkelingen maken die controle steeds minder effectief. Blogster Yoani Sánchez: “Internet controleren is bij voorbaat een verloren zaak.”

In juni 1961 had Fidel Castro een ontmoeting met Cubaanse intellectuelen. Nadat hij zijn 9mm Browning had afgegespt, sprak hij de beroemd geworden woorden: “Binnen de Revolutie alles, tegen de Revolutie niets.” Dat was de vrijheid voor kunstenaars in het nieuwe Cuba, het begin van een cultuurpolitiek van onderdrukking en censuur. Castro had in februari 1959 al het satirische tijdschrift ZigZag verboden wegens een cartoon over hemzelf.

Ruim 55 jaar later bestaat deze controle van staat en partij nog steeds, maar technologische ontwikkelingen maken die veel minder effectief. De controlezucht is echter gebleven. Amnesty International constateerde bij het begin van het bezoek van paus Franciscus half september dat “we de afgelopen maanden getuige zijn geweest van onvoorziene openheid bij de internationale betrekkingen van Cuba, maar dat het land nog steeds vooruitgang moet boeken bij het de bevolking toestaan vreedzame meningen te uiten zonder de angst om te worden vervolgd, gevangengezet of aangevallen.”

Begin jaren zestig verdwenen 58 Cubaanse dagbladen. Ze werden vervangen door de partijkrant Granma, de jongerenkrant Juventud Rebelde en de vakbondskrant Trabajadores. Staatscontrole van de nieuwsvoorziening was toen vrij gemakkelijk. De landing van de eerste mens op de maan in 1969 kon twee dagen voor de Cubanen verborgen worden gehouden omdat de politieke leiders ontstemd waren dat niet een Rus, maar een Amerikaan deze wedren won.

Nieuwe communicatieapparatuur werd omzichtig benaderd. Cubanen mochten niet meer internationaal telefoneren. Kopieerapparaten waren voor de meesten onbereikbaar en stonden achter slot en grendel. Slechts met dollars kon vanuit toeristenhotels, waar Cubaanse burgers nog niet welkom waren, worden gefaxt. Een oppositioneel pamflet stencillen was een gigantische klus. Toen mensenrechtenactivist Oswaldo Payá eind jaren negentig 25.000 handtekeningen verzamelde om - op basis van een grondwetsartikel - een referendum aan te vragen, kon zijn beweging de handtekeningenlijsten niet in Cuba zelf produceren. Met behulp van Nederlandse organisaties als CNV, FNV-Bouw en Pax Christi bereikten duizenden formulieren uiteindelijk toch Cuba.

 

Cybermisdadiger

In december 2000 werd een onafhankelijk vakbondsleider de eerste Cubaanse cybermisdadiger vanwege een publicatie op een website uit Miami. Hij kreeg tien maanden cel in volledig isolement voor “verspreiding van valse berichten die het prestige van de Cubaanse Staat schaden”. Voor de meeste Cubanen was internet toen onbereikbaar. Havana telde slechts twee internetcafés. Eén daarvan was in handen van de officiële kunstenaarsbond UNEAC, waar trouwe leden mails konden verzenden en een soort gecontroleerd internet gebruikten. In 2001 kregen Cubanen toegang tot een nationale mailservice, maar het wereldwijde web bleef onbereikbaar. Een ticket voor 4 uur kostte 5 euro, terwijl een gemiddeld maandloon toen 16 euro was. Verkoop van computers, printers, schotelantennes, fotokopieerapparaten en faxen bleef verboden.

 

‘Oorlog van de e-mails’

E-mailgebruik was ook beperkt, maar belangrijke functionarissen, zakenlieden, wetenschappers en kunstenaars kregen soms toestemming voor e-mailgebruik thuis. In januari 2007 ontstond de zogeheten ‘oorlog van de e-mails’, naar aanleiding van de plotselinge verschijning van de beruchte gepensioneerde staatscensor Luis Pavón Tamayo in een televisiedocumentaire. Veel intellectuelen vreesden een terugkeer naar de periode van vervolging en censuur uit de jaren zeventig. Daarbij speelde Pavón een hoofdrol. Hun vrees voor herhaling van deze zwarte, stalinistische periode bespraken ze onderling in kritische e-mails. Ook werd ingegaan op ‘de tekortkomingen van de Revolutie’ en het verbod op popmuziek, lang haar, vervolging van homo’s, strafkampen en censuur in de kunst. Kunstenaarsbond UNEAC probeerde de onrust te sussen door onder andere Cubaanse kunstenaars in het buitenland te beschuldigen die “duidelijk in dienst van de vijand staan, de ontstane situatie willen manipuleren en er voordeel uit trekken”.

Toen Raúl Castro in 2008 zijn broer Fidel opvolgde, gaf hij de verkoop van mobiele telefoons vrij, waarna president Bush het verbod op versturen van mobieltjes naar Cuba ophief. In maart 2014 werd het ook makkelijker om goedkoop te mailen via je telefoon. Er stonden dagen achtereen lange rijen voor de kantoren van telefoonmaatschappij ETECSA, met mensen die via de server Nauta wereldwijd e-mailberichten wilden versturen en ontvangen. Dat de controle bleef, bleek toen tijdens het bezoek van paus Franciscus mobiele telefoons van tientallen mensenrechtenactivisten werden afgesloten.

 

Glasvezelkabel

De Cubaan heeft geen internetaansluiting thuis. Volgens de Internationale Unie van Telecommunicatie is Cuba het land met de minste aansluitingen ter wereld, Volgens partijkrant Granma zouden echter 3 miljoen inwoners toegang tot het net hebben. De officiële cijfers (april 2015) van het Cubaanse Bureau voor de Statistiek spreken dit tegen. Dat bureau meldt dat 1.014.400 computers zijn geregistreerd, waarvan de helft met internet verbonden. 2.923.000 mensen komen op een andere manier op het internet, maar de meerderheid niet op het wereldwijde internet, maar op het gecontroleerde Cubaanse intranet. Staatsbedrijf ETECSA zegt dat het geen internet kan aanbieden - ook niet aan mensen die het kunnen betalen - door de beperkte financiële mogelijkheden als gevolg van het embargo van Washington. Volgens onafhankelijk journalist Osmar Laffita Rojas is de Cubaanse achterstand echter niet van technologische, maar van politieke aard. De VS hebben in het kader van de versoepeling van de betrekkingen aangeboden de kwaliteit van het internet in het land te verbeteren, maar Havana liet eind september weten dat een connectie met een onderzeese glasvezelkabel met Florida “niet tot de prioriteiten” behoort.

 

Paard van Troje

Sommigen verdedigen de beperkingen die het Cubaanse regime internet oplegt, zoals Israel Rojas, voorman van de popgroep Buena Fe. In een interview op de officiële website Cubasi wijst hij op de noodzaak “de soevereiniteit” van het land niet te vergeten, want “met machtige vijanden zoals Cuba heeft” kan internet gemakkelijk veranderen “in een Paard van Troje. Vice-president Ramiro Váldez, een Held van de Revolutie die ooit uitriep “het wilde veulen van de nieuwe technologieën” te willen temmen, benadrukte dat de VS “deze technologieën gebruiken op het slagveld van internet als een element van subversie.”

De zorgen van de Cubaanse autoriteiten over internet werden in augustus duidelijk tijdens een conferentie in Havana over ‘politieke communicatie en de digitale wereld van 2015’. Iroel Sánchez, blogger in staatsdienst, constateerde dat “de sociale netwerken zich hebben onderworpen aan de neoliberale wetten van de jungle” en drong erop aan hier een einde aan te maken.

Zulke reacties kunnen nieuwe ontwikkelingen misschien enigszins afremmen, maar niet stoppen. Zo was Facebook lang onbereikbaar voor Cubanen, maar feisbugueros zoals Facebook-adepten in Cuba worden genoemd, beschikken nu over illegale software waardoor de informatie anoniem wordt en versleuteld.

Recent heeft de overheid op 35 openbare plaatsen wifi beschikbaar gemaakt. Aan bijvoorbeeld de boulevard Malecón, in twee parken en rond de bioscoop Yara in Havana kunnen Cubanen nu de websites van de Miami Herald of de Spaanse krant El País lezen of skypen met neven en nichten in de VS. De tarieven zijn gehalveerd, al blijft internettoegang voor 2,5 dollar per uur voor de meeste Cubanen onbetaalbaar.

 

Wekelijks pakket

Om te ontkomen aan de slaapverwekkende programma’s van de staatsmedia en de internetcensuur bedachten enkele vindingrijke Cubanen El Paquete Semanal, één terabyte op een usb-stick met films, amusement en tv-series. Onzichtbaar, clandestien, maar overal aanwezig en waar iedere week reikhalzend naar wordt uitgekeken. En …….veel goedkoper dan het bekijken van films in de jongerenclub van de partij bij je in de buurt. Paquete Semanal biedt films, honkbal- en voetbalwedstrijden, taalcursussen, shows, politieseries, een Cubaanse Marktplaats, advertenties en pdf’s van bladen als Cosmopolitan, maar ook oudere populaire Cubaanse televisieseries. Hoe het Pakket precies is georganiseerd is onduidelijk, maar elke week is in stad en dorp bij de plaatselijke verspreider die terabyte beschikbaar voor 1 dollar. Het Pakket is ondertussen de grootste en belangrijkste particuliere werkgever van Cuba, met een omzet van naar schatting 2 tot 4 miljoen dollar.

Het regime lanceerde als alternatief Mi Mochila (Mijn Rugzak), een usb-stick vol keurige informatie en amusement zoals de partij dat graag ziet. Maar Mi Mochila komt niet van de grond. Juist bij de traditionele media, zoals dagbladen en de gevestigde televisiekanalen, blijven veranderingen uit. De website van partijkrant Granma heeft een moderne lay-out, maar de toon en de ideologische zelfverzekerdheid zijn gebleven. Een uitzondering vormt de rubriek Cartas a la Dirección (Brieven aan de Redactie), hoewel de daar behandelde thema’s weinig verder gaan dan geluidsoverlast in stadsbussen en vervuiling van een rivier door een bouwbedrijf.

Andere overheidssites hebben geleidelijk ruimte gemaakt voor kritischer reacties. Op de site van de Juventud Rebelde, de jongerenbeweging van de partij, reageren bezoekers met kritiek op de officiële webpublicatie. Opvallend zijn de activiteiten van Paquito op zijn blog El de Cuba, die ook werkzaam is als journalist bij de officiële vakbondskrant Trabajadores. Paquito noemt zich “aanhanger van José Martí, journalist, communist en homo, overtuigd atheïst en soms bijgelovig, vader van een zoon die ik aanbid en sinds negen jaar de echtgenoot van een man”. Hij riep de lezers van zijn blog op bij de autoriteiten aan te dringen een boek met homofobe teksten, geschreven door een vooraanstaand universiteitsdocent, uit de handel te nemen. Deze oproep leidde tot een scherpe discussie op zijn blog. Velen wezen een verbod af omdat het Cubaanse regime al een halve eeuw boeken verbiedt en de kritische blogger Yoani Sánchez vroeg zich af: “Wat te doen met de homofobe citaten uit de verzamelde Toespraken van El Comandante Fidel Castro zelf?”

 

“Verloren zaak”

Yoani Sánchez begon in 2007 met haar blog Generación Y als een reactie op de eerder vermelde ‘e-mailoorlog’. In 2010 ontving ze voor haar blog de Prins Clausprijs en zei toen: “Internet controleren is bij voorbaat een verloren zaak.” Inmiddels is ze eindredacteur van de internetkrant 14ymedio, goed gelezen in het buitenland en geleidelijk ook toegankelijker en betaalbaarder voor Cubanen. Een student aan de officiële computeropleiding UCI kan echter nog steeds van de opleiding worden gestuurd voor het bezoeken van deze site. Sánchez noemt zich een gewone Cubaan die net als veel anderen “van mening verschilt met de regering en dat zegt. Niet meer en niet minder.”

De auteur is oprichter van de stichting Glasnost in Cuba (1989) en eindredacteur van de Cubaweblog: https://informatiecuba.wordpress.com

Andere links: 14ymedio en Paquito, el de Cuba

Lees ook ons artikel over Geweld, vooroordelen en sociale media in Rio de Janeiro.

 

Graffitikunstenaar ‘El Sexto’ na 10 maanden cel vrij

“Je mening uiten is geen misdaad”

Op 24 oktober werd de Cubaanse kunstenaar Danilo Maldonado Machado ('El Sexto') vrijgelaten. Hij zat zonder proces 10 maanden gevangen na een politiek getinte kunstperformance in het centrum van Havana. Publiciste en Latijns Amerika-kenner Pamela Kalkman constateert naar aanleiding van de vervolging van deze graffitikunstenaar dat “de repressie tegen onafhankelijke en eigenzinnige kunstenaars in Cuba is toegenomen.” Maldonado vertelde na zijn vrijlating aan persbureau AP dat hij zonder officiële aanklacht werd vastgehouden, “gewoon omdat ik de spot dreef met de hoogste leiders van de revolutie”. De eerste zondag na zijn vrijlating sloot de graffitikunstenaar zich aan bij het wekelijkse protest vaan de mensenrechtengroep Damas de Blanco in het Ghandipark in Havana.

Mensenrechtenorganisaties zien in de detentie van de kunstenaar het bewijs hoe de verregaande inperking van de vrije meningsuiting in Cuba gehandhaafd blijft, ondanks de economische opening en de toenadering tot de VS. Amnesty International noemde de vrijlating van gewetensgevangene Danilo Maldonado een goed bericht, maar “hij had nooit gevangen mogen worden. Vreedzaam je mening uiting is geen misdaad”, aldus Erica Guevara-Rosas, directeur van Amnesty International in Latijns Amerika.

Meer informatie: Pamela Kalkman over The art of resistance in Cuba, website Open Democracy

 

Bookmark and Share


Terug