Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Kunst & Cultuur

Dansen met tekst

Vertaler Maarten Steenmeijer over zijn boek Schrijven als een ander

Datum : 12/07/2015
Auteur : Mark Weenink

Dansen met tekst

Literair vertalen is een ambacht, monnikenwerk. Lezers zijn vaak geneigd om bij het lezen van een vertaalde roman aan de vertaler voorbij te gaan. Onterecht, natuurlijk. De ‘schuld’ ligt echter niet alleen bij het lezerspubliek, vertalers moeten meer op de voorgrond treden, vindt Maarten Steenmeijer (1954), vertaler en Volkskrant-recensent. In Schrijven als een ander. Over het vertalen van literatuur bespreekt Steenmeijer verschillende visies op het vertaalvak, geïllustreerd met concrete vertaalpassages.

“Het boek is goed ontvangen en heeft wat losgemaakt in de vertalerswereld”, aldus Steenmeijer in zijn werkkamer in de Radboud Universiteit Nijmegen, waar hij hoogleraar  Spaanse Taal en Cultuur is. Zijn liefde voor het Spaans ontstond toevallig. “Toen ik als zestienjarige van de HBS kwam, had ik niets met talen. Mijn vader gaf me de keus: ‘studeren of werken’. Toen ben ik ‘maar een jaartje Spaans gaan doen’. Dat is een beetje uit de hand gelopen”, lacht Steenmeijer.

Muzikaliteit

Vertalers moeten uit hun schulp kruipen, vindt hij. “Voor het grote publiek bestaat literair vertalen niet. Waarom zit er nooit een vertaler aan tafel bij programma’s als De Wereld Draait Door? We hebben mensen nodig om het vertalen meer smoel te geven. Om het vak niet te laten zijn wat het een beetje is: iets wat achter gesloten deuren plaatsvindt. Meer publiciteit geeft het vak een betere toekomst, stimuleert de discussie over vertalen en verhoogt de kwaliteit van vertalingen. Het is goed voor de Nederlandse taal als vertalen meer gaat leven. Als je bewust bezig bent met twee talen is dat ook goed voor de taalvaardigheid in je moedertaal.”

Waarin schuilt voor u de schoonheid van de taal? “Muziek. Taal is muziek voor mij. Betekenis is de meest voor de handliggende functie en eigenschap van taal, maar ritme en cadans, klank, dat is taal voor mij. Kun je dansen met zo’n tekst? Waarom vinden we de ene auteur wel goed en de andere niet? Vaak gaat het over inhoudelijke zaken. Maar volgens mij heeft het vooral te maken met stijl, met muzikaliteit van tekst. Die bepalen onze voor- en afkeuren.”

Tomaten

Stijlvastheid is essentieel bij vertalen, meent Steenmeijer. “Je maakt je een voorstelling van de stijl die de schrijver in het Nederlands zou hanteren. Op jouw manier blijf je zo dicht mogelijk bij de schrijver en probeer je consequent te zijn. Er zijn vertalers die de tekst meer naar zich toe trekken. Voor mij is de oorspronkelijke tekst niet heilig, dat is die voor schrijvers zelf vaak ook niet. Het is een romantisch idee dat er geen woord veranderd mag worden aan wat de auteur schrijft, alsof zijn tekst uit de hemel is neergedaald. Als een tekst meer mainstream en makkelijker verteerbaar wordt en de uitgever dat belangrijk vindt, dan heb ik daar geen principiële bezwaren tegen. Dat moet ik niet te hard zeggen in vertalersland, want dan word je met tomaten bekogeld. De opvatting is nog steeds dat je trouw moet blijven aan de schrijver.”

Niet zelden moeten lezers zoeken naar de naam van de vertaler in een roman. “Soms plaatsen ze die niet eens op de titelpagina, maar linksonder bij het copyright. Ik vind dat bij literaire vertalingen de vertaler – in kleinere letters – op de omslag moet komen, zodat je je kunt identificeren met een vertaler. Het maakt echt verschil of Jan of Piet eenzelfde boek vertaalt. Iedere vertaler heeft een eigen stijl.” Maakt het voor lezers echt uit? “Misschien niet. Maar stel dat er op de kaft geen auteursnaam staat: zien mensen meteen het verschil tussen Tommy Wieringa en Arnon Grunberg? Ze kopen ook op naam. Voor vertalers kan hetzelfde gelden.”

Spruitjes

Het gaat niet om naamsbekendheid van de vertaler zelf, maar wel “dat het vertalersvak sexy wordt in Nederland”, benadrukt Steenmeijer. “Het vak raakt steeds meer gemarginaliseerd. We leven in een tijd waarin je niet bestaat als je jezelf niet op de kaart zet. Dertig jaar geleden ging je rustig je zolderkamertje op met een manuscript om er maanden later uit te komen met een vertaling. Die tijd is voorbij. Een vertaler, zeker in geval van ‘dode schrijvers’, is degene die tamtam kan maken rondom de publicatie van een boek. Vertalers moeten net als schrijvers culturele ondernemers zijn en actief acquireren. Dat is moeilijk voor de oudere garde. Jongeren zijn meer gewend om zichzelf te profileren via social media.”

Gezien de situatie in de boekenbranche hebben vertalers het tij niet mee, realiseert Steenmeijer zich. “De oplagecijfers in Nederland zijn niet florissant. Toen ik begon met vertalen, verscheen een vertaalde roman in een oplage van 3000. Dat is nu 1500, waarvan soms maar 400 worden verkocht. Treurig.” Wat dat betreft had Steenmeijer geluk. Toen hij zijn eerste schreden op het vertalerspad zette, beleefde de Latijns-Amerikaanse literatuur haar hoogtijdagen, tijdens de boom in de jaren zeventig en tachtig. “Hun literatuur was vitaal, literair interessant en mooi verhalend. Het leek alles in zich te verenigen en stak enorm af bij de spruitjesachtige geur van de literatuur van Nederland en grote delen van Europa.”

Mozarts, Beethovens

“Eigenlijk drijven de huidige Latijns-Amerikaanse schrijvers nog steeds op de reputatie van boom-auteurs als García Márquez, Vargas Llosa en Carlos Fuentes. Die openden destijds de deur naar het podium van de wereldliteratuur. Gaandeweg worden hedendaagse, jongere schrijvers er minder mee vergeleken en bewandelen ze hun eigen pad. Romans die zich puur in Europa afspelen, met personages die niet uit Latijns Amerika komen, dat is een interessante verschuiving. Ze voelen niet meer zo de behoefte om vanuit de eigen achtergrond of land van herkomst te schrijven. Na een langer verblijf in het buitenland zijn het wereldburgers geworden en dat merk je in hun boeken. Hun literatuur wordt ‘transnationaler’. Vroeger zaten Latijns-Amerikaanse schrijvers een tijdje in Parijs, maar dat was het dan ook wel.”

Van de huidige generatie Latijns-Amerikaanse schrijvers is Steenmeijer niet bijzonder gecharmeerd. “De Chileen Alejandro Zambra is de laatste tien jaar wel een begrip geworden. En in Mexico heb je Yuri Herrera, met Kroniek van een hofzanger, een mooie novelle. De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez vind ik ‘sub-top’. Zijn boek Het geheim van Costaguana is fantastisch, lekker gek en toch beheerst, een mooi verhaal, ook speels en complex, maar Vásquez heeft niet die impact, eigenzinnigheid en constante kwaliteit zoals Vargas Llosa, García Márquez, Cortázar, Onetti, Octavio Paz, Alejo Carpentier die destijds hadden. Dat waren Mozarts, Beethovens, en die zie ik nu niet. Waar zijn de grote gebaren, de ambitieuze projecten? Ik heb Onetti vertaald, een geweldige Uruguayaanse schrijver. Bij hem heb je het gevoel dat je nooit helemaal greep op het verhaal krijgt. Er zijn altijd gaten, maar de sfeer is intimiderend, die gaat meteen in je lijf zitten.”

Plat Amsterdams

“Ik lees behoorlijk veel Spaanstalige literatuur, maar kom zelden een boek tegen waarvan ik opveer en dat ik zou willen vertalen. Ik heb met plezier aan de poëzie van Borges gewerkt, samen met Barber van de Pol. Zo’n project zou ik nog wel een keer willen doen. Maar ik zie niet zoveel schrijvers met wie ik zo lang zou willen verkeren.

Bij het vertalen merkt Steenmeijer geen principieel verschil tussen Latijns-Amerikaanse of Spaanse auteurs. “Ik houd er niet zo van om boeken te vertalen waarin veel woorden uit een specifieke stad of streek in voor komen. Het is lang zoeken naar de betekenis en vervolgens krijg je het nauwelijks in het Nederlands vertaald. Je kunt een dialect dat in Buenos Aires wordt gesproken niet in plat Amsterdams vertalen. Dat werkt niet. Je krijgt dan toch standaard Nederlands of quasi slang. Boeken die ik graag vertaal, hebben niet specifiek de taal van een stad of streek, maar zijn vooral goede literatuur.

Taalkunstwerk

Steenmeijer merkt wel een groot verschil tussen schrijvers. “De Spaanse schrijver Javier Marías bijvoorbeeld maakt lange zinnen. Dat is moeilijk vertalen, want blijf je dicht bij de Spaanse tekst, dan loopt het niet meer. Dan is het ritme eruit, wordt de tekst redundant, krijg je de indruk dat de tekst zich herhaalt. Je moet zorgen dat diezelfde genuanceerdheid erin komt, of die benadert en vooral het ritme van de tekst bewaren. Je moet je soms bedienen van een constructie die hij niet gebruikt, en veranderen om toch die cadans erin te krijgen. Sommigen noemen dat vrij vertalen, maar het is altijd ‘in de geest van’. Als hij in het Nederlands zou schrijven, zou hij dit gedaan hebben? Die gewetensvraag stel ik mezelf. Je wilt dat de tekst in het Nederlands een vergelijkbare impact heeft, juist wat betreft vorm, als het origineel.”

Zijn er ‘onvertaalbare’ Latijns-Amerikaanse romans, zoals Finnigan’s Wake van James Joyce? “Je hebt Paradiso van de Cubaanse schrijver Lezama Lima. Dat is een autonoom taalkunstwerk, onwaarschijnlijk, moeilijk om daar grip op te krijgen. De woorden betekenen  niet wat ze normaal betekenen. Ze vormen een eigen wereld, een eigen metaforiek die niet makkelijk is te herleiden naar de echte wereld. Volgens mij is het vooral leuk om zo’n boek te schrijven, minder leuk om het te lezen en verschrikkelijk om het te vertalen. Het is overigens wel vertaald in het Frans, Engels en Italiaans.”

Doven

Uit Steenmeijers boek klinkt frictie door tussen vertalers en de vertaalwetenschap. “Dat is - gechargeerd - een ‘dialoog van doven’”, reageert Steenmeijer. “Vertalers verwijten vertaalwetenschappers dat ze zich bezig houden met modellen en theorieën die ver af staan van de vertaalpraktijk. Ik denk dat de vertaalwetenschap, zeker in Nederland en België, zijn best doet om dichter bij de vertalers te komen. Vertalen is een ingewikkeld proces, niet te vatten in een model. Vertalers en vertaalwetenschappers moeten samen om de tafel. Wat willen vertalers weten? Zijn er verschillen tussen vertalingen die vanuit het Spaans worden gemaakt, en vanuit het Engels of Duits? Je kunt vermoeden dat er verschillen bestaan, dat de brontaal in de vertaling doorklinkt. Daar kan een vertaler van leren, het is nuttig om te weten waar het ‘m in zit.”

Maarten Steenmeijer, Schrijven als een ander. Over het vertalen van literatuur, Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2015, ISBN 9789028426177, 176 pag., €15,95.

Lees hier ook een recensie van het boek.

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug