Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

De Nobelprijs voor de vrede is gemaakt van Colombiaans goud

Over het werk van de Colombiaanse ambassade in Den Haag

Datum : 30/01/2016
Auteur : Frank Bron
Land : Colombia

De Nobelprijs voor de vrede is gemaakt van Colombiaans goud

Bij een bescheiden pand achter het Haagse Vredespaleis wappert een enorme Colombiaanse vlag in de herfstwind. Hier werken tien Colombianen aan het verdedigen van de belangen van hun land, waarmee deze ambassade een van de grootste van hun land in Europa is. Maar waarom staat juist in Nederland zo’n grote ambassade? En waar houden deze medewerkers zich mee bezig? La Chispa toog naar Den Haag voor een informeel gesprek met twee van hen. 

Werkzaamheden van ambassadepersoneel kunnen ‘politiek gevoelig’ liggen. Dit verslag is dan ook geanonimiseerd. Wel spreekt men vol lof over de werkomstandigheden in Den Haag: niet alleen is alles vlak bij en rustig, waardoor er lekker gefietst kan worden, ook is Nederland het enige land waar je vrouwen bij begroetingen maar liefst drie zoenen mag geven – en niet eens luchtzoenen! Daarnaast is de inhoud van het werk enorm uitdagend want, hoe klein ook, het internationale karakter van Den Haag wordt geroemd. Als ambassademedewerker in Den Haag ben je vaak echt met belangrijke zaken bezig, niet alleen op het politieke vlak maar ook op het economische of het culturele. 

Een Haags bakje koffie

Colombia is na Brazilië en Mexico het belangrijkste land voor Nederlandse investeringen in Latijns Amerika. Ook binnen de Europese Unie is Nederland een van de belangrijkste buitenlandse investeerders in het land. Er gaan regelmatig Nederlandse handelsmissies naar Colombia en steeds meer Nederlandse bedrijven doen er zaken. Nederland exporteert vooral medische producten, telecommunicatieapparatuur, machines en transportmiddelen naar Colombia. De ambassade speelt hier een belangrijke, faciliterende rol bij.

Omgekeerd importeert Nederland voornamelijk grondstoffen en landbouwproducten zoals steenkool, ijzererts en fruit uit Colombia waarmee Nederland in Europa Colombia’s één na belangrijkste handelspartner is, vlak na Spanje. Vooral de import van steenkool is belangrijk, want die levert ongeveer 7 procent van de totale Nederlandse energiebehoefte. De waarde van de onderlinge handel was in 2014 ongeveer anderhalf miljard euro, met een overschot voor Colombia. Opvallend genoeg ontbreekt koffie op de lijst van belangrijke importartikelen en zelfs de ambassade serveert een typisch Haags bakje koffie. Maar misschien wordt de beroemde Café de Colombia, net als heel veel andere producten, via de doorvoerhaven van Rotterdam geëxporteerd naar andere Europese landen. 

Zandbanken

De Colombiaanse ambassadeur in Nederland is Juan José Quintana Aranguren, een carrièrediplomaat en deskundige op het gebied van internationaal recht. Dit thema is een andere reden dat Den Haag voor de regering in Bogotá een belangrijke post is, vanwege de aanwezigheid van het Internationaal Strafhof (dat tegen straffeloosheid kan optreden in landen die het Hof erkennen) en het Internationaal Gerechtshof (dat uitspraken doet bij conflicten tussen staten). Het Strafhof volgt al jaren geïnteresseerd de ontwikkelingen rond recht en rechtspraak in Colombia en toont zich regelmatig bezorgd over de aanhoudende straffeloosheid in het land. Het is voor de regering in Bogotá erg belangrijk om een veroordeling door het Strafhof te voorkomen (Colombia erkent het Strafhof sinds 2002 voor oorlogsmisdaden gepleegd vanaf 2009) en tot op heden heeft het Hof geen enkele zaak tegen Colombia geopend. 

Anders ligt de relatie met het Internationaal Gerechtshof. Colombia kan uitspraken van dit Hof gebruiken bij de geweldloze verdediging van haar territoriale integriteit tegen aanspraken van andere landen op haar grondgebied of rond andere bilaterale conflicten. Zo betwisten Nicaragua en Colombia elkaar enkele eilandjes, zandbanken en daarmee zeegebieden in de Caribische Zee en met name de ligging van de 200-mijlsgrens vanaf de kust van beide landen. Het is dus duidelijk dat de ambassade in Den Haag belangrijk is voor Colombia’s handel met Europa als geheel en voor de verdediging van de belangen van het land bij instellingen van de Verenigde Naties in Nederland. Bovendien is Colombia een buurland van ons koninkrijk, omdat Aruba op ongeveer 120 kilometer van de Colombiaanse kust ligt. Het grootste deel van de relaties met Aruba wordt echter afgehandeld door het Colombiaanse consulaat in Oranjestad. 

Máxima

In alle gevallen geldt dat Colombia zich graag aan de wereld wil presenteren als een moderne, democratische rechtsstaat waar het goed investeren is. Het thema ‘mensenrechten’ is daarbij een belangrijk, regelmatig terugkerend thema. Opvallend genoeg werkt dit altijd maar één richting uit: Nederland volgt de mensenrechtensituatie in Colombia en levert regelmatig kritiek, Colombia verdedigt zich. Desondanks zijn de betrekkingen tussen Nederland en Colombia goed. Nederland heeft jarenlang ontwikkelingssteun gegeven aan Colombia voor vredesopbouw, mensenrechten, milieu en de ontwikkeling van de private sector. Deze aid (steun) wordt inmiddels afgebouwd en vervangen door trade (handel) – volgens de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken worden zelfs uit het mensenrechtenfonds van de Nederlandse ambassade in Bogotá “activiteiten in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen” ondersteund. 

Wellicht hèt diplomatieke hoogtepunt in de relatie tussen beide landen, die al bestaat sinds 1829, was het bezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Colombia eind 2013, een duidelijk teken dat Nederland op voet van gelijkheid met Colombia wil optrekken. Natuurlijk zijn de ambassademedewerkers ook blij dat Colombianen vanaf 3 december 2015 zonder visumverplichting dertig Europese landen kunnen bezoeken, maar ze realiseren zich dat ze hiermee niet zozeer voorop lopen in vergelijking met andere Latijns-Amerikaanse landen, maar dat ze nu hetzelfde behandeld werden als de meeste van hun buren.

Rechtstreekse vlucht

Hoewel het imago van het land duidelijk in de lift zit, is dat nog steeds voor een groot deel bepaald door drugshandel. Echter, wordt geconstateerd, niet meer zozeer door drugshandelaars als Pablo Escobar (gedood bij zijn arrestatie in 1993) maar wel door de op Escobar’s verhaal gebaseerde televisieserie Narcos. “Maar de beste manier om Colombia te leren kennen is natuurlijk door het te bezoeken.” Een vredesverdrag tussen de overheid en guerrillabeweging FARC, een van de belangrijkste strijdende partijen zou een behoorlijke stimulans zijn voor het reeds voorzichtig groeiende toerisme. Op de ambassade bestaat redelijk optimisme dat het gewapend conflict tussen het regeringsleger en de FARC in 2016 voorbij zal zijn. Wat minder optimistisch is men over een spoedig einde aan het geweld: na ruim een halve eeuw van interne gewapende conflicten zal het opbouwen van een èchte vrede in het land niet gemakkelijk zijn (zie ook het interview met Yenli Méndez). De KLM heeft in elk geval vertrouwen in de toekomst van Colombia en vliegt sinds vorig jaar weer rechtstreeks op Bogotá en Calí.

Medewerkers van de Colombiaanse ambassade stellen de belangstelling van Nederland voor hun land zeer op prijs. De internationale oriëntatie van Nederland wordt geroemd en hoewel de solidariteitsbeweging wellicht in omvang afneemt, is deze nog steeds groot en professioneel in vergelijking met andere landen. Brieven over, bijvoorbeeld, mensenrechtenschendingen worden dan ook zeer serieus genomen en hebben in Colombia zeker impact. Misschien niet zo snel als  de ambassademedewerkers ook zelf zouden willen, maar wat dat betreft zijn zij  niet meer dan een doorgeefluik, zonder eigen beslissingsbevoegdheid. 

Het hoofd van de tafel

Hoewel medewerkers van een ambassade, net als andere ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken, geacht worden het beleid van een minister kritiekloos uit te voeren, hebben de ambassademedewerkers eigen verantwoordelijkheden die afwijken van hun collega’s op het ministerie. Ze houden zich bezig met bilaterale zaken (dus tussen beide betreffende landen), multilaterale zaken (tussen meerdere landen, bijvoorbeeld met instellingen als het Internationaal Strafhof of de Europese Unie) en met de organisatie van culturele evenementen. Zo faciliteerde de ambassade de aanwezigheid van de Colombiaanse schrijver en journalist Héctor Abad Faciolince als speciale gast bij de Spinoza-lezing in oktober 2015. 

Daarnaast heeft ambassadepersoneel veel te maken met ‘protocol’. Dit protocol baseert zich op het Verdrag van Wenen van 1961 waarin de regels van het diplomatieke verkeer tussen landen alsmede de rechten, plichten en privileges van diplomaten zijn vastgelegd. Het hierop gebaseerde protocollaire handboek voor het dagelijkse werk van diplomatieke vertegenwoordigers is vaak opvallend gedetailleerd en bepaalt bijvoorbeeld wanneer je bij een officiële bijeenkomst een Franse tafelschikking kunt hebben (de voorzitter zit aan de korte kant, aan ‘het hoofd’ van de tafel), of een Engelse (de voorzitter zit in het midden van de lange zijde van de tafel, met zijn of haar assistenten aan weerszijden).

Ook buiten kantooruren blijven diplomaten in functie. Deelname aan recepties en andere ‘informele’ bijeenkomsten is niet vrijblijvend. Zo kan een ambassadeur niet zomaar wegblijven bij een etentje van een buurland en, hoe klein de ambassadestaf ook mag zijn, een nationale feestdag hoort altijd gevierd te worden. Het protocol bepaalt dan weer of het bestek ‘Europees’ gedekt wordt (waarbij je het mes met de rechterhand gebruikt en de vork met links) of ‘Amerikaans’ (waarbij je het mes na gebruik met de rechterhand eerst neerlegt alvorens de vork met het eten met dezelfde hand naar je mond te brengen). Dit onderdeel van het diplomatieke werk is behoorlijk tijdrovend, kan een aanslag op je gezinsleven zijn maar hoort er gewoon bij – en is vaak bijzonder nuttig voor de betrokkenen. 
En tenslotte komt de ambassade ook op voor de belangen van de ongeveer 15.000 Colombianen in Nederland, waarbij opvalt dat het hier voor twee-derde vrouwen betreft.

Kinderboekenweek

Net als bij de meeste ambassades rouleert ook het personeel van de Colombiaanse ambassade. Zo vertegenwoordigde ambassadeur Quintana, voordat hij in maart 2015 naar Den Haag kwam, zijn land in Sofia, Managua, Washington DC, New York en Genève. Buitenlandse diplomaten die goed Nederlands spreken zijn daarom vrij schaars maar in de praktijk is dat ook niet echt nodig: een goede beheersing van het Engels en af en toe wat hulp van Google Translate zijn voldoende. 

Het dagelijkse werk op een ambassade wordt, volgens onze gesprekspartners, echter vooral door één ding bepaald: de omvang van het personeel. Op de Colombiaanse ambassade werken tien mensen (geen Nederlanders) en hoewel dat relatief veel is, moeten er toch keuzes gemaakt worden uit het enorme aantal prioriteiten dat ‘Bogotá’ stelt: van culturele uitwisseling tot de bestrijding van het internationale terrorisme. Voor de ambassade in Den Haag liggen de prioriteiten bij het verdedigen van de belangen van Colombia bij internationale juridische instellingen die daar gevestigd zijn en het stimuleren van de wederzijdse handelsrelatie. Daarnaast heeft zij, in het kader van de agenda positiva van het ministerie, het land in 2015 gepromoot bij evenementen als de vakantiebeurs en de kinderboekenweek, en worden Colombiaanse studenten geholpen om in Nederland te studeren - op dit moment zijn dat er ongeveer honderd.

Tunesiërs

Voor zowel Nederland als Colombia dient de handelsrelatie gebaseerd te zijn op gelijkwaardigheid, duurzaamheid en groei. De Colombiaanse overheid doet, met hulp van de ambassade, vooral een beroep op Nederlandse kennis op gebieden als integraal waterbeheer, havenlogistiek en afvalverwerking. Ook wordt de Nederlandse tolerantie geroemd als leerpunt, net als het op inhoud gebaseerde politieke debat. 

Omgekeerd hopen de medewerkers van de ambassade dat de buitenwereld leert van Colombia’s streven naar een vreedzame oplossing van het eigen, interne conflict en spoedig manieren vindt om burgeroorlogen elders te beëindigen. Niet door gewapende interventies, maar wel door actieve steun te verlenen aan vreedzame oplossingen. De website van de ambassade meldt trots dat het materiaal voor de medaille behorend bij de Nobelprijs voor de Vrede die kortgeleden aan de Tunesiërs van het kwartet voor nationale dialoog uitgereikt is, afkomstig is van de mijnwerkerscoöperatie in Íquira, in het departement Huila. Hopelijk wordt dit duurzaam geproduceerde goud het symbool van het nieuwe Colombia. “Geen enkele zaak rechtvaardigt ooit een burgeroorlog”, zo leren de eigen, pijnlijke ervaringen. 

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug