Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

De opstand tegen Ortega, oorzaken en vooruitzichten

Datum : 28/08/2018
Auteur : Willem Bos

De opstand tegen Ortega, oorzaken en vooruitzichten

In de media worden de gebeurtenissen van de laatste maanden in Nicaragua omschreven als ‘ongeregeldheden’ of ‘protesten’. In werkelijkheid is er sprake van niets minder dan een volksopstand tegen president Daniel Ortega en zijn eega en vicepresident Rosario Murillo. Het regime reageert met geweld, geweld en nog meer geweld. Hoe heeft het zo ver kunnen komen, en wat zijn de perspectieven van deze tweede revolutie in (bijna) veertig jaar?

Nicaragua is al maanden in de ban van politiek geweld. Een groot deel van de bevolking is vanaf april in opstand gekomen tegen het regime van Daniel Ortega en zijn vrouw en vicepresident Rosario Murillo. Het regime reageert daarop met bruut geweld. Er zijn inmiddels meer dan 400 doden gevallen, duizenden gewonden en honderden mensen zijn gevangen genomen of verdwenen. Politieke gevangenen worden gemarteld, en staatsziekenhuizen weigeren in vele gevallen om gewonde demonstraten te behandelen. Onlangs zijn in heel het land ook bijna 300 artsen en verpleegkundigen ontslagen wegens hulp aan gewonde demonstranten. 

De trots en de hoop van links

Ooit was het Sandinistische Nationale Bevrijdingsfront FSLN, de partij van de huidige president Daniel Ortega, de trots en de hoop van links in de hele wereld. In 1979 stond het aan de leiding van de revolutie die een einde maakte aan de dictatuur van de familie Somoza, die met steun van de Verenigde Staten vier decennia lang het Midden-Amerikaanse land in haar greep hield. De jaren daarna belichaamde het ‘Frente’, zoals het FSLN ook genoemd wordt, voor velen in de wereld de hoop op een nieuw socialisme: een pluriform socialisme met meer democratische vrijheden, waar de belangen van de bevolking voorop stonden. 

Gedurende de eerste jaren van de Sandinista-regering leek die hoop uit te komen. De alfabetiseringscampagne, waarbij studenten en andere vrijwilligers naar alle uithoeken van het land trokken om de boerenbevolking te leren lezen en schrijven en zelf de levensomstandigheden op het platteland leerden kennen, was een groot succes. De bezittingen van Somozisten werden genationaliseerd en er werden agrarische staatsbedrijven opgericht. Land werd verdeeld onder boeren die zich organiseerden in coöperaties. Er kwam een systeem van gezondheidszorg dat ook het platteland bereikte. Duizenden vrijwilligers van over de hele wereld stroomden toe om te helpen bij de opbouw van een nieuw Nicaragua. De steun voor het FSLN was in 1979 overweldigend en zou nog jaren groot blijven.

De sandinistische volksrevolutie

De revolutie van 1979 is de geschiedenis ingegaan als de sandinistische volksrevolutie. Toch was geen volksrevolutie in de zin dat de bevolking - georganiseerd in raden of andere vormen van zelforganisatie - direct macht uitoefende. Er ontstonden na de omwenteling grote sandinistische massaorganisaties: vakbonden, een vrouwenorganisatie, jongerenorganisaties, buurtorganisaties, organisaties van boeren en landarbeiders, maar de feitelijke macht lag bij de nationale leiding van het FSLN.

Die Nationale Leiding - de Dirección Nacional- bestond uit negen mannen die voortkwamen uit de drie stromingen waarin het FSLN in de jaren 1975 en 1978 uiteen was gevallen. Toen de crisis van het Somozisme zich in 1978 verdiepte, slaagden de drie stromingen erin tot een gezamenlijke strategie te komen waarin de guerrillastrijd, de strijd van stedelijke massabeweging en een politiek van brede allianties werden ingezet onder een nationale leiding bestaande uit steeds drie vertegenwoordigers van iedere stroming.

De Dirección Nacionalvormde de leiding van het FSLN alsook, indirect, van de sandinistische massaorganisaties. Vanaf 19 juli 1979 zou ze, met één stem, het land besturen. Bij meningsverschillen werd er binnen de leiding beslist en de besluiten werden als richtlijnen aan lagere organen van het Frente en de daarmee verbonden massaorganisaties doorgegeven. De interne vrijheid in het FSLN en de sandinistische massabewegingen was ver te zoeken. Er werd van bovenaf leiding gegeven.

De contraoorlog

Na de val van de laatste Somoza in 1979 werd door de VS een contraleger samengebracht om de sandinisten te bestrijden. Dit leger bestond vooral uit voormalig leden van de Nationale Garde van de Somozas, boeren uit het Noorden en het Oosten van Nicaragua die ontevreden waren over de landhervormingen, strijders afkomstig uit de Miskito-bevolking aan de Atlantische kust, die zich door de sandinisten achtergesteld en bedreigd voelden, en andere anti-sandinisten. 

De contraoorlog en de door de Amerikaanse president Reagan afgekondigde economische boycot, hadden dramatische effecten. In totaal vielen er bijna 31.000 doden en eenzelfde aantal gewonden. Ook de economische schade was enorm. In 1986 werden de VS door het Internationale Gerechtshof in Den Haag veroordeeld voor hun oorlogshandelingen tegen Nicaragua en veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 17 miljard dollar, waarvan nooit een cent is betaald.

Om de oorlog te kunnen voeren deden de sandinisten een beroep op Rusland, andere Oost-Europese landen en Cuba voor militaire steun in de vorm van wapens en adviseurs. Wat door de Amerikanen en hun bondgenoten weer gebruikt werd als argument dat de sandinisten bezig waren Nicaragua om te vormen tot een Russisch bruggenhoofd in de achtertuin van de VS.

Keerpunt

Bij de eerste vrije verkiezingen in 1984 haalde Daniel Ortega als kandidaat van het FSLN met 63 procent van de stemmen de overwinning. In 1988 werd er een vredesakkoord gesloten tussen de sandinistische regering en de leiding van de contra’s waarbij onder andere een vervroeging van de presidentsverkiezingen werd overeengekomen. Als die verkiezingen in 1990 worden gehouden, verliest Ortega van de door de Amerikanen gesteunde en gefinancierde coalitie UNO (Unión Nacional Opositora) met Violeta Barrios de Chamorro als presidentskandidaat. Dat betekent het einde van de sandinistische revolutie.

De verkiezingsnederlaag kwam voor de sandinisten als een schok die ze niet hadden zien aankomen. In zijn campagne had het FSLN er de nadruk op gelegd dat de UNO pro-VS was en miljoenen Amerikaanse dollars steun ontving. Voor veel gewone Nicaraguanen was dat juist een reden om op de UNO te stemmen. Niet omdat ze pro-VS waren, maar omdat de oorlog dan niet terug zou keren en er weer Amerikaanse investeringen zouden komen.

Het FSLN had op deze schok kunnen reageren door zijn band met de bevolking te versterken, te democratiseren en van onderop een tegenmacht op te bouwen tegen de nieuwe rechtse regering. In eerste instantie leek het, met de leuze ‘regeren van onderop’, die weg in te slaan, maar al snel werd duidelijk dat de belangen van de eigen leden, kaders en leiding centraal stonden. Voordat de nieuwe president werd aangesteld zetten de sandinisten allerlei overheidsbezittingen – van auto’s tot bedrijven en vastgoed – op naam van individuele FSLN-ers in de zogeheten piñata(het uitdeelfeestje). De argumentatie hierbij was dat ‘bezittingen van het volk’ niet in handen moesten komen van de nieuwe rechtse machtshebbers. Het resultaat was de vorming van een groep sandinistische ondernemers, die sindsdien een belangrijke steun voor Daniel Ortega zou vormen.

In het kader van de overdracht van de macht werd er door de leiding van het Frente onderhandeld met de nieuwe machthebbers. Het land van boerencoöperaties werd teruggegeven aan de voormalige (Somozistische) eigenaars, staatsbedrijven werden geprivatiseerd en ook allerlei andere verworvenheden van de revolutie werden teruggedraaid. Sandinistische leiders behielden echter hun bezittingen en velen van hen hun positie in het staatsapparaat. 

Duivelspacten

Ook met de rechtse regeringen die volgden (onder Arnoldo Alemán van 1997 tot 2002 en Enrique Bolaños van 2002 tot 2007) sloot Daniel Ortega, die binnen het Frente zijn positie steeds verder versterkt had, verschillende deals. Het meest cynische was het (geheime) pact in 2000 met de toenmalige president Arnoldo Alemán. Bij dat pact werden staatsposten in onder andere de Kiesraad, de Rekenkamer, het Hoog Gerechtshof, de leiding van de Centrale Bank en het presidium van het parlement onderling verdeeld tussen de partij van Alemán, de Constitutionele Liberale Partij (PLC) en het FSLN. Het pact zorgde er ook voor dat de beide ex-presidenten juridische onschendbaarheid kregen met oog op beschuldigingen van seksueel misbruik (Ortega) en corruptie (Alemán). Ook met de katholieke kerk sloot Ortega verschillende overeenkomsten, wat onder andere leidde tot een wet waarin abortus onder alle omstandigheden verboden werd.

In 2006 werd Daniel Ortega weer tot president gekozen met als vicepresident bankier Jaime Morales Carazo, voormalig woordvoerder van de contra’s en parlementslid voor de PLC van Alemán. De Daniel Ortega van 2006 verschilde hemelsbreed van de Ortega van 1979. De jonge, anti-imperialistische revolutionair was nu een cynische, katholieke, meedogenloze politicus die een fortuin had vergaard en een neoliberale politiek voerde. Hij breidde het beleid van eerdere rechtse regeringen uit, met vrijhandelszones met een speciaal (minimaal) belastingtarief, zeer goedkope arbeidskrachten en nauwelijks vakbondsrechten. 

De vrouw van 

In 2016 presenteerde Ortega zijn vrouw Rosario Murillo presenteerde als zijn running matevoor de verkiezingen. Dat was voor velen een verassing, hoewel Murillo al heel lang een zeer belangrijke rol in zowel de partij als in de regering vervulde, zij het nooit in een officiële politieke functie. Als coördinator van een aantal ministeries vervulde zij eigenlijk de rol van regeringsleider en Ortega die van staatshoofd. Volgens verschillende waarnemers was en is haar macht groter dan die van Ortega.

Sinds 2007 paste het duo Ortega-Murillo het politiek stelsel op verschillende manieren aan om aan de macht te blijven. De kieswet werd gewijzigd, andere politieke partijen werd het functioneren vrijwel onmogelijk gemaakt en oppositionele geluiden werden de mond gesnoerd. Een aantal televisiezenders werd genationaliseerd en kinderen van Ortega-Murillo kregen er de leiding van. Zo veranderde Nicaragua vrijwel in een éénpartijstaat.

Handelsverdragen

Ondanks de sterke verbondenheid van de Nicaraguaanse economie met die van de VS en de goede relaties met de grote noorderbuur sloot Nicaragua zich in 2007 aan bij de Bolivariaanse Alliantie voor Amerika (ALBA), het samenwerkingsverband tussen verschillende Latijns-Amerikaanse en Caribische landen dat in 2004 door Cuba en Venezuela was opgezet als tegenhanger van de door de VS gedomineerde Amerikaanse vrijhandelszone FTAA. 

Die stap heeft Ortega geen windeieren gelegd. Het leverde Nicaragua een aanzienlijke steun op van Venezuela, in de orde van grootte van 200 miljoen dollar per jaar. Die fondsen werden buiten de nationale begroting gehouden (en daarmee buiten ieder vorm van controle). Ortega gebruikte ze onder andere voor beurzen voor studenten, extra premies voor ambtenaren en golfplaten voor arme buurten. Deze gelden werden echter ook gebruikt voor het omkopen van parlementsleden, gunsten voor de katholieke kerk en haar dienaren en alles wat Ortega-Murillo kon helpen de macht te behouden.

De opstand

In april van dit jaar gaat het mis voor Ortega. De regering kondigt een herziening van het pensioenstelsel aan waardoor de premies omhoog gaan. Als op 18 april gepensioneerden daartegen demonstreren, worden die - zoals gebruikelijk - door regeringsgezinde knokploegen aangevallen waarbij acht ernstig gewonden vallen. Als reactie hierop komen studenten in actie en bezetten verschillende universiteiten. Bij een inval van de ordetroepen vallen er drie doden. De regering beveelt de sluiting van drie tv-zenders, waaronder die van de katholieke kerk.

Al snel breidt de protestbeweging zich uit over het hele land en wordt het aftreden van de regering geëist. De regering reageert met verscherping van de repressie. Scherpschutters schieten op demonstranten en in de eerste week van de protesten vallen er dertig doden. Op 22 april kondigt Ortega aan dat het decreet over de pensioenhervorming wordt ingetrokken, maar de protestbeweging groeit alleen maar.

Op 30 mei, Moederdag in Nicaragua, is de hoofdstad Managua getuige van de grootste demonstratie in haar geschiedenis.  Naar schatting een half miljoen mensen protesteren tegen de repressie. Ook deze mars, waar moeders van gesneuvelde of gevangen jongeren met de portretten van hun kinderen vooraan lopen, wordt beschoten. Er vallen minstens vijftien doden en vele gewonden.

In het hele land worden wegversperringen opgeworpen. Op 14 juni is er een algemene staking waarbij het hele land plat wordt gelegd. Verschillende organisaties, waaronder de studentenbeweging, de werkgeversorganisatie COSEP, boerenorganisaties en anderen, verenigen zich in de burgeralliantie Alianza Cívica. Onder voorzitterschap van de leiding van de katholieke kerk wordt gepoogd om via een nationale dialoog tot een vreedzame oplossing van het conflict te komen. Die poging loopt al snel mis als de regering weigert gemaakte afspraken na te komen en de repressie alleen maar opvoert. 

De strategie van de regering is die van terreur: het zaaien van angst. Groepen aanhangers van Ortega, maar ook jeugdbendes en delinquenten worden bewapend en krijgen opdracht om chaos te creëren en vernielingen aan te richten waar vervolgens de tegenstanders van Ortega de schuld van krijgen. Ook stimuleert de regering landbezettingen door landloze boeren en mensen zonder huis. 

Twee benaderingen

Ortega is veel van zijn aanhang verloren. Mensen die hem tot voor kort steunden omdat het weer aan de macht komen van (openlijk) rechts hen nog slechter leek, keren zich nu ook tegen het regime. Wat overblijft zijn vooral diegenen die de afgelopen jaren met hun steun aan Ortega op de een of andere manier vuile handen hebben gemaakt. Ortega zelf lijkt van plan om de strijd zo lang mogelijk voort te zetten, hoeveel doden, gewonden en schade hij het land daar ook mee toebrengt.

Dat Ortega uiteindelijk van het toneel zal verdwijnen lijkt waarschijnlijk, de vraag is wanneer, hoe en wat dán? Binnen de oppositie zijn er twee benaderingen. De eerste is die van de studenten en de demonstranten, de groepen die de doden en gewonden leveren. Hun opvattingen zijn duidelijk: Ortega moet direct aftreden en vervangen worden door een voorlopige regering, er moeten een nieuwe Hoge Kiesraad en een nieuwe kieswet komen, en op basis daarvan nieuwe verkiezingen.

Anderen – zoals de ondernemers, de katholieke kerk en de Amerikaanse ambassade – die tot voor kort geen enkel probleem hadden met het regime van Ortega maar nu heel goed begrijpen dat zijn positie onhoudbaar is, zijn voorstander van een andere aanpak. Zij pleiten voor vervroeging van de verkiezingen, waarbij Ortega tot die verkiezingen aan kan blijven. Wat zij voorstaan komt eigenlijk neer op vervanging van Ortega zonder dat er structurele veranderingen komen in de Nicaraguaanse staat.

Dat de eerste groep de steun heeft van de overgrote meerderheid van de Nicaraguanen, daar is zelfs de sandinistische vakbondsleider Pedro Ortega van overtuigd: “De enige politieke partij die overtuigend de volgende verkiezingen zou kunnen winnen, is een partij van de studentenbeweging,” zegt hij in een interview. Maar het zal heel veel strijd en uithoudingsvermogen kosten om tot een werkelijke breuk met het ortegisme en tot een werkelijke democratie te komen. 

------------

Overal in Europa en elders in de wereld zijn er initiatieven ter ondersteuning van de opstand. Op de facebookpagina van SOS Nicaragua Holanda vindt u steeds recente info over de ontwikkelingen. Door een drietal organisaties wordt gezamenlijk een twee wekelijkse nieuwsbrief uitgebracht. 

Willem Bos is redacteur van Grenzeloos en actief in de Steungroep Nicaragua. Hij was in de jaren '80 en '90 actief in de solidariteitsbeweging met Midden-Amerika en woonde van 1988 tot 1993 in Nicaragua waar hij werkzaam was als journalist. Dit artikel is een verkortte en geactualiseerde versie van een stuk dat eerder verscheen op Grenzeloos.

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug