Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

De rechtse Chileense partij UDI

Technocratisch, populistisch, neoliberaal en traditioneel katholiek

Datum : 03/09/2015
Auteur : Jan de Kievid
Land : Chili

De rechtse Chileense partij UDI

De politieke erfgenamen van de dictatuur van Pinochet (1973-1990) spelen nog steeds een hoofdrol in de Chileense politiek. De partij UDI doet dat met een merkwaardige mix van neoliberalisme, katholiek conservatisme en populisme en heeft, naast een rijke, ook een grote arme achterban. Het democratisch besef in de UDI is zwak. Vooraanstaande partijleden zijn verwikkeld in recente schandalen over illegale financiering in de politiek. 

Na de dood begin augustus van Manuel Contreras, de beruchte tot 526 jaar veroordeelde chef van de geheime politie DINA van dictator Pinochet, leek een discussie op te laaien in de rechtse partij UDI (Onafhankelijke Democratische Unie). Senator Hernán Larraín vond dat zo’n veroordeelde niet met militaire eer en als generaal begraven kon worden. Het debat was kort, want belangrijke partijgenoten wilden daar niets van horen. 

Vanuit de UDI komen vaak opmerkelijke uitspraken. Zo steunde partijvoorzitter Javier Macaya publiekelijk een arts die een vrouw bij de politie had aangegeven die met complicaties van een illegale abortus in een ziekenhuis was beland. Het doktersgeheim zou anders tot ‘straffeloosheid’ leiden. Over ‘straffeloosheid’ van de misdaden van de dictatuur heeft de UDI zich nooit veel zorgen gemaakt. 

Toen de centrumlinkse regering van president Michelle Bachelet voorstellen deed om ondernemers iets meer belasting te laten betalen en de arbeidswetgeving meer conform de normen van de internationale arbeidsorganisatie ILO te maken, vond de UDI dat Chili zo de weg naar het socialisme inslaat. Het land probeert echter juist aan te sluiten bij wat gebruikelijk is in de OESO, de club van rijke kapitalistische industrielanden. Daar valt Chili als enig Zuid-Amerikaans OESO-lid volledig uit de toon door de grote inkomensongelijkheid en de ondernemersvriendelijke en arbeidersvijandige wetgeving.     

‘Uitgekleed’

Deze UDI is geen klein clubje, maar sinds 2001 de grootste politieke partij van Chili. Bij parlementsverkiezingen haalt ze steeds 22 tot 25 procent van de stemmen. De UDI, de andere grote rechtse partij Nationale Vernieuwing (RN) en onafhankelijke rechtse kandidaten haalden bij de zeven parlementsverkiezingen sinds het einde van de dictatuur in 1990 altijd minstens 40 procent. Van 1937 tot 1973, in de periode vóór de dictatuur, was dat gemiddeld 30 procent; rechts won slechts één keer de presidentsverkiezingen. 

Ook na de dictatuur veroverde rechts maar één keer het presidentschap, met de schatrijke ondernemer Sebastián Piñera (2010-2014) van RN. Maar ook onder de vijf andere regeringen van christendemocraten en sociaaldemocraten (1990-2010 en sinds 2014) had en heeft rechts onevenredig veel macht. Vijftien jaar lang werd een vijfde deel van de senatoren niet gekozen, maar benoemd, onder andere door militaire commandanten. Dat was bepaald in de van Pinochet geërfde grondwet. Hierdoor hadden de centrumlinkse regeringen te maken met een rechtse meerderheid in de senaat en moest eindeloos worden onderhandeld. Het duurde jaren voordat de doodstraf werd afgeschaft en echtscheiding gelegaliseerd, terwijl hervormingen van belasting- en arbeidswetgeving eerst volledig werden ‘uitgekleed. Pas in 2005 zijn die aangewezen senatoren uit de grondwet verdwenen. 

Beide rechtse partijen, de UDI en RN, krijgen steun van grote ondernemers die met economische machtsmiddelen de regering onder druk kunnen zetten. Bovendien zijn vrijwel alle belangrijke media in rechtse handen. Die media steunen rechtse politici van harte als die roepen dat de (economische) vrijheid of het ‘leven’ (bij het voorstel om abortus in extreme situaties toe te staan) worden bedreigd.

Van activistische beweging tot partij

De UDI is voortgekomen uit een eind jaren zestig ontstane activistische beweging van conservatieve studenten aan de Katholieke Universiteit in Santiago onder leiding van docent Jaime Guzmán. Na de staatsgreep in 1973 werd Guzmán als topadviseur van Pinochet het belangrijkste brein achter de nieuwe grondwet die Chili geleidelijk naar een zogenaamde ‘beschermde’ democratie moest leiden: met militaire voogdij, aangewezen senatoren en verbod van marxistische partijen. Veel aanhangers van deze beweging bezetten tijdens de dictatuur belangrijke politiek-bestuurlijke posities. Toen in 1983 de oppositie tegen de dictatuur sterker werd, vormde Guzmán zijn beweging om tot een politieke partij, de UDI, als steunbeweging voor Pinochet. 

Veel ambitieuze UDI-leden werden in de jaren erna tot burgemeester benoemd. In arme wijken eisten linkse actiegroepen betere huisvesting en andere voorzieningen, maar onder de dictatoriale verhoudingen was de overheid voor hen gesloten en konden ze weinig bereiken. UDI-burgemeesters bestreden de linkse organisaties op hun eigen terrein door voorzieningen voor de bewoners te ‘regelen’. Dat ‘regelen’ werd voorgesteld als een praktische, niet-politieke activiteit. De burgemeesters riepen trots dat zij, anders dan die linkse groepen, iets concreets voor de mensen deden. Toen het vanaf 1984 economisch beter ging, kregen de gemeenten meer geld. Bovendien ontvingen deze gemeenten aanzienlijke giften van Pinochet-gezinde ondernemers, die volkswijkbewoners graag rustig wilden houden. Zo wist de UDI op cliëntelistische wijze veel mensen voor zich te winnen. Dat wierp z’n vruchten af bij verkiezingen na het einde van de dictatuur in 1990. 

Autoritair

De UDI is strak en autoritair georganiseerd; weinig openlijke discussies en een stevige parlementaire stemdiscipline. De leiders vormden lange tijd een gesloten, homogene groep mannen, opgeleid door Guzmán (op foto met Pinochet) of aan andere katholieke universiteiten. Van de eerste drie fracties in het Huis van Afgevaardigden (1990-2002) was de helft burgemeester geweest onder Pinochet en had een kwart andere bestuursfuncties bekleed. De partij beschikt over veel geld voor vaak agressieve campagnes door steun van grote ondernemers. De campagnes hebben vaak een populistische toon: de UDI pakt de problemen van de mensen aan en doet niet mee aan het politieke bedrijf, waarin partijen vooral ruzie maken. De UDI wil de zaken praktisch ‘regelen’, met een wat technocratische houding: laat deskundigen het oplossen zonder dat politieke gedoe. 

Anders dan traditioneel rechts heeft de UDI een aanzienlijke aanhang onder de armste groepen, met dezelfde cliëntelistische trekken als tijdens de dictatuur. Toen UDI-kandidaat Joaquín Lavín met 49 procent van de stemmen in 2000 bijna de presidentsverkiezingen won, haalde hij zelfs in de armste gemeentes minstens 37 procent. 

Opus Dei

Achter het populistische en technocratische optreden schuilt een uitgesproken ideologische, doctrinaire partij. De door Guzmán ontwikkelde ideologie is een opmerkelijke combinatie van extreem neoliberalisme met traditioneel katholicisme. Daardoor heeft de partij een tweezijdig vrijheidsbegrip: zo groot mogelijke economische vrijheid, maar zo klein mogelijke persoonlijke vrijheid als die botst met de traditionele katholieke moraal. Belangrijke leden van de UDI hebben nauwe banden met de behoudende vleugel van de katholiek kerk en met de machtige conservatieve katholieke organisatie Opus Dei.  

Daarom heeft de UDI zich met hand en tand verzet tegen de legalisering van echtscheiding, (in een land waar door het scheidingsverbod de helft van de kinderen ‘onwettig’ was), seksuele voorlichting op school en de morning-afterpil in openbare klinieken. Anno 2015 zet de UDI alles in om te zorgen dat Chilenen bij de 1 procent wereldbewoners blijven behoren voor wie abortus onder alle omstandigheden is verboden. Guzmán wilde zelfs expliciet in de grondwet opnemen dat ook bij levensgevaar van de moeder abortus verboden is. Het zeer voorzichtige wetsvoorstel van president Bachelet om abortus niet meer strafbaar te stellen bij levensgevaar van de moeder, ernstige misvorming van de foetus en verkrachting, wordt door de UDI volstrekt verworpen. 
Het is opmerkelijk dat een dergelijke partij zo veel aanhang heeft in een land waar één op de drie zwangerschappen in een illegale abortus eindigt en extreme inkomensverschillen bestaan. Dat heeft vooral te maken met de nog altijd grote invloed van de katholieke kerk, het bijna monopolie van rechts in de media en het actief, vaak cliëntelistisch ‘regelen’ van zaken in arme wijken.  

Democratie ondergeschikt

Veel opvattingen van de UDI roepen vragen op over de democratische gezindheid; ook al beroept de partij zich inmiddels publiekelijk steeds minder op Pinochet. Bij enquêtes in 2004-2006 verkoos bijna 90 procent van de centrumlinkse kiezers democratie boven iedere andere regeringsvorm. Bij de aanhang van de UDI en de RN was dat maar 25 en 30 procent. Nog in 2015 vindt slechts 31 procent van de UDI-kiezers dat er nooit reden is voor een staatsgreep, tegenover 49 procent van de RN-aanhang en 83 procent van de kiezers van centrum en links. 

In de ideologie van de UDI is democratie belangrijk, maar wel ondergeschikt aan een bepaalde vorm van vrijheid; zonder economische vrijheid – zo min mogelijk sociaaleconomische overheidsbemoeienis en vrij baan voor de markt- kan volgens de UDI geen politieke vrijheid, dus geen democratie bestaan. Maar die vrijheid moet geplaatst worden in een “hogere orde”: de christelijke traditie. In de UDI-visie leidt die traditie niet tot inperking van de economische vrijheid, maar wel van de persoonlijke vrijheid. 

De UDI speelt nu, net als ‘oud’ rechts dat vóór de dictatuur jarenlang deed, het parlementair-democratische spel mee. Daarbinnen blokkeerde de partij wel vijftien jaar het schrappen van volstrekt ondemocratische bepalingen uit de grondwet. Dit instrumenteel meedoen is in de huidige omstandigheden de enige reële optie. Er bestaat in Chili nu volstrekt onvoldoende steun van ondernemers, militairen en de bevolking voor het instellen van een autoritair politiek systeem. Gevestigde belangen worden, anders dan tijdens de linkse regering-Allende (1970 tot de staatsgreep van 1973), niet bedreigd. Maar als zulke belangen wel gevaar zouden lopen, zou de UDI, gezien de ideologie en de opvattingen van de aanhang, zich wel eens van haar ondemocratische kant kunnen laten zien.

Dat is nu niet aan de orde en de partij maakt moeilijke tijden door. Door grote schandalen rond illegale partij- en campagnefinanciering is het toch al lage vertrouwen van de Chilenen in de (partij)politiek tot het diepste punt sinds 1990 gezakt. Zowel regerings- als oppositiepartijen zijn bij de schandalen betrokken, maar de zwaarste aanklachten lopen tegen de top van de UDI. Bij een enquête in juni 2015 werd geen enkele belangrijke partij zo laag gewaardeerd als de UDI. Slechts 13 procent van de ondervraagden oordeelt nog positief over de grootste partij van het land. 

 

 

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug