Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Democratie in Latijns Amerika minder stevig dan gedacht

'Als je de ziekte niet bestrijdt, zal die je uiteindelijk doden'

Datum : 02/07/2018
Auteur : Jan de Kievid

Democratie in Latijns Amerika minder stevig dan gedacht

Er bestaan grote zorgen over de democratie in Latijns Amerika. In veel landen is het vertrouwen in de democratie gedaald. Venezuela en Nicaragua zijn dictaturen geworden en de situatie in Brazilië is zeer verontrustend. Bij verkiezingen zijn in een aantal landen rechtse of linkse populisten aan de winnende hand. Maar de meeste democratieën staan zeker niet op instorten.  

Latijns Amerika leek een politiek succesverhaal, een regio waar bijna alle landen al een kwart eeuw redelijk democratisch zijn.  Dat moeten dus inmiddels geconsolideerde en blijvende democratieën zijn, maar deze overtuiging begint  te wankelen. Marta Lagos, de Chileense directrice van het onderzoeksbureau dat jaarlijks op basis van enquêtes in achttien landen de Latinobarómetro publiceert, noemt de teruggang een soort onzichtbare ziekte. De landen zijn geen terminale patiënten: “Je ziet de ziekte niet, er zijn geen opvallende symptomen, maar als je de ziekte niet bestrijdt, zal die je uiteindelijk doden.”

Die achteruitgang is reëel, maar geldt lang niet voor alle landen, en wordt in Latijns Amerika vaak weinig in breder perspectief gezien. Na West-Europa en Noord-Amerika is het continent nog steeds de meest democratische regio ter wereld. Vanuit Spanje kijkt politicoloog Manuel Alcántara Sáez minder pessimistisch: “Ik geloof niet dat er een totale teruggang of instorting van de democratie gaat komen, de politieke procedures zijn al geworteld.” Maar hij ziet wel een “zeker verslechtering van de kwaliteit van de democratie in een aanzienlijk aantal Latijns-Amerikaanse landen.”

Lakmoesproef

Je kunt op verschillende, elkaar aanvullende, manieren bekijken hoe democratieën functioneren. Hoe verlopen verkiezingen, worden de uitslagen gerespecteerd en draagt de verliezende president of regeringspartij de macht vreedzaam over als de oppositie heeft gewonnen? Aan die laatste democratische lakmoesproef werd in veel Latijns-Amerikaanse landen tot een kwart eeuw geleden zelden of nooit voldaan. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen er in de meeste landen na de dictaturen weer vrije verkiezingen kwamen, is in de 21 grootste landen (Cuba niet meegeteld) bijna 80 procent van de presidentswisselingen (voor Jamaica en Trinidad en Tobago regeringswisselingen na parlementsverkiezingen) keurig verlopen. In 57 procent van deze reguliere overdrachten ging het om dezelfde persoon of partij en in 43 procent  om de oppositie. Overal heeft al minstens één reguliere overdracht aan de oppositie plaatsgevonden.  

In ruim 20 procent van alle verkiezingen ging het om irreguliere overdrachten. Dan  gaat het om door het parlement afgezette of door het volk weggejaagde presidenten, verkiezingen die chaotisch verliepen of werden uitgesteld en om verkiezingen waarbij grote ruzies over de uitslag ontstonden. In een enkel geval betrof het verkiezingen waaraan belangrijke opposanten niet meededen wegens gebrek aan democratische vrijheid.

Stabiliteit neemt af

Tussen 2011 en 2015 verliep ruim 90 procent van de verkiezingen regulier, een absoluut record. Maar bij nationale verkiezingen daarna daalde dat tot 67 procent. Bij de reguliere verkiezingen ging de winst net zo vaak zonder problemen naar de zittende partij/president  als naar een kandidaat/partij van de oppositie. Een derde van de verkiezingen was irregulier: afgezette presidenten in Brazilië, Guatemala en Peru, verkiezingschaos in Haïti en Honduras en te onvrije verkiezingen in Nicaragua en Venezuela. Dit wijst erop dat de politieke stabiliteit de afgelopen jaren is teruggelopen. Nu is stabiliteit niet hetzelfde als democratie, maar een correct verkiezingsproces hoort daar wel bij. Afzetten van corrupte presidenten via zorgvuldige procedures is natuurlijk een goede zaak, maar misbruik daarvan niet. Een voorbeeld van het lozen van een president om politieke redenen is Dilma Rousseff in Brazilië in 2016.

Er wordt vaak gezegd dat mensen een afkeer hebben gekregen van de politiek. De opkomst bij verkiezingen kan daarvan een graadmeter zijn. In ruim de helft van de landen bestaat echter een opkomstplicht; daar vond het afgelopen decennium geen daling plaats. In de negen landen zonder opkomstplicht daalde het aantal mensen dat ging stemmen van gemiddeld 63 naar 52 procent, voornamelijk door de scherpe daling in drie landen: Venezuela bij de laatste onvrije verkiezingen in 2018 (46 procent), Haïti bij de verkiezingschaos (rond 20 procent) en Chili bij vrije, correct verlopen verkiezingen eind 2017 (47 procent). In de andere zes landen zonder opkomstplicht veranderde weinig.  

Dalend vertrouwen

Ook als burgers keurig gaan stemmen en de uitslagen worden gerespecteerd, hoeft dat geen politiek vertrouwen te betekenen. Uit de jaarlijkse enquêtes van de Latinobarómetro blijkt dat in 2017 voor het vijfde achtereenvolgende jaar de steun voor de democratie is afgenomen. Dat geldt ook voor het vertrouwen in veel democratische instituties. Zo geeft nog maar 53 procent van de in heel Latijns Amerika ondervraagden de voorkeur aan een democratisch regime, terwijl een kwart het niks kan schelen. Slechts 30 procent is tevreden met het functioneren van de democratie en nog maar 22 procent heeft vertrouwen in het parlement en 15 procent in politieke partijen. Toch is de achteruitgang sinds 2010 op al deze punten kleiner dan tussen 1997 en 2001/2003, waarna een fors herstel optrad. In 2001 en 2003 waren de positieve percentages nog lager dan in 2017. Het is dus niet zeker dat steun, vertrouwen en tevredenheid op langere termijn structureel dalen. Ook is de voorkeur voor een autoritair regime in 2017 met 13 procent op het laagste punt sinds het begin van deze enquêtes in 1995. Opvallend is dat de mensen minder positief oordelen over democratie, maar tegelijkertijd optimistischer zijn over de economische situatie. Hoewel dat vaak wordt gedacht, leiden gunstige economische ontwikkelingen niet altijd tot meer steun voor of vertrouwen in de democratie.

Uit de jaarlijks door The Economist opgestelde Democratie Index blijkt dat het democratisch niveau van Latijns Amerika afgelopen decennium iets is gedaald, maar minder dan in West- en vooral Oost-Europa. Die gemiddelde daling komt bijna geheel voor rekening van drie landen: Venezuela, Nicaragua en Brazilië. In de andere landen is niet veel veranderd. Venezuela en Nicaragua zijn de afgelopen jaren steeds meer dictaturen van één man en één partij geworden, terwijl Brazilië sinds kort in een hevige politieke crisis verkeert. 

Medemensen

De laatste Latinobarómetro maakt ook duidelijk hoe verwarrend, onzeker en verontrustend de situatie in Brazilië is. Bij twee derde van de vragen over politiek en democratie scoren de Brazilianen het allerlaagste van achttien landen. Ze zijn het minst tevreden met hun democratie (13 procent) en 97 procent vindt dat de regering er alleen maar is voor een paar machtige groepen. Het is dan ook niet verrassend dat de tevredenheid over hun regering extreem laag is: 6 procent tegenover een Latijns-Amerikaans gemiddelde van 30 procent. Ze hebben het minste  vertrouwen in hun medemensen en het op een na laagste vertrouwen in het parlement (11 procent).  Brazilianen zitten wel rond het Latijns-Amerikaanse gemiddelde wat betreft vertrouwen in de kerk, militairen, politie en rechterlijke macht en zijn het minst bang slachtoffer te worden van een geweldsmisdrijf. Terwijl bewoners in andere landen als hoofdproblemen vooral economie, armoede, werkloosheid en misdaad noemen, staat bij Brazilianen corruptie met 31 procent op nummer één en de politieke situatie (elders meestal geen belangrijk punt) met 22 procent op nummer twee. Dat geeft Brazilië een veel politieker ‘probleemprofiel’ dan andere landen. Dit alles wijkt sterk af van de Braziliaanse scores in eerdere Latinobarómetros.

Uit deze cijfers blijkt hoe sterk corruptie en de politieke situatie de Brazilianen verwarren en onzeker maken. Ze hebben een niet-gekozen, corrupte en extreem impopulaire president: Michel Temer. De man die het hoogst scoort in de peilingen voor de verkiezingen in oktober dit jaar is ex-president Lula, maar die zit gevangen wegens corruptie. Het is zeer waarschijnlijk dat hij wordt uitgesloten van deelname aan de verkiezingen. Een alternatief voor Lula heeft zijn PT (Arbeiderspartij) niet. Dit alles maakt het grootste land van het continent instabiel en onvoorspelbaar. De in de peilingen na Lula meest kansrijke kandidaat Jair Bolsonaro is een rechtse populist die weinig opheeft met democratie. Terwijl in de meeste landen de militairen zich gedeisd houden, speculeren ze in Brazilië openlijk over ingrijpen als zij dat nodig vinden.

‘Corrupte rotzooi’

Onzekere situaties bieden kansen voor populisten, en niet alleen in Brazilië. Terwijl in Europa het populisme tot veel verwarring en bezorgdheid heeft geleid, is dat in Latijns Amerika minder het geval. Daar is populisme een al tientallen jaren bestaand en in een aantal landen dominant en dus ‘gewoon’ verschijnsel. Een leider werpt zich op als de vertegenwoordiger van het ‘echte, eerlijke’ volk tegenover een binnen- en buitenlandse elite die dat volk uitbuit of onderdrukt. De binnenlandse elite is traditioneel de oligarchie van grootgrondbezitters en grote ondernemers en de buitenlandse meestal de Verenigde Staten of – in de linkse versie – het imperialisme. Populistische leiders stellen zich op als politieke ‘buitenstaanders’, ook al zijn ze eerder parlementslid, minister of burgemeester geweest en ze beloven de ‘corrupte rotzooi’ op te ruimen. Omdat de populistische leider de spreekbuis zegt te zijn van het ‘echte’ volk hebben andere partijen geen legitiem bestaansrecht. Politieke rivalen zijn daarom geen tegenstanders, maar vijanden. Er is geen respect voor pluralisme van opvattingen en belangen, en de leider communiceert het liefst rechtstreeks met het volk, zonder gehinderd te worden door intermediaire structuren als onafhankelijke sociale organisaties, media en rechters. Die moeten zoveel mogelijk onder controle worden gebracht.

Afgelopen jaren is er veel aandacht geweest voor regerende linkse populisten. In Argentinië zijn ze eind 2015 democratisch weggestemd, in Ecuador regeert Lenin Moreno veel minder autoritair dan zijn voorganger Rafael Correa en onder Evo Morales in Bolivia is er nog wat ruimte voor oppositie en onafhankelijke organisaties. In Venezuela en Nicaragua hebben Hugo Chávez, Nicolás Maduro en Daniel Ortega via bovenstaand scenario een einde gemaakt aan de democratie. Rechtse populisten hebben minder aandacht gekregen, zoals Alvaro Uribe, van 2002 tot 2010 president van Colombia. Zijn volgeling Iván Duque, ook vaak als populist bestempeld, won recent de presidentsverkiezingen van de linkse populist Gustavo Preto. Op 1 juli won de linkse populist Andrés Manuel López Obrador al in de eerste ronde de Mexicaanse presidentsverkiezingen. Als er geen overtuigende centrumlinkse kandidaat komt, kan de rechtse populist Jair Bolsonoro de volgende president van Brazilië worden.

Populisme is dus nooit weggeweest en het is de vraag of het de komende tijd sterker zal worden. Hoewel de bevolking weinig vertrouwen heeft in politieke partijen, hebben nog maar weinig echte politieke buitenstaanders bij verkiezingen hoge ogen gegooid. Een van hen is de televisiekomiek Jimmy Morales, sinds 2016 president van Guatemala. In Haïti schopte zanger en zakenman Michel Martelly het in 2011 tot president.

Ongelijkheid

De meeste Latijns-Amerikaanse democratieën staan zeker niet op instorten, maar we kunnen niet langer de illusie koesteren dat ze grotendeels al degelijk gevestigd zijn. En dat zullen ze niet snel worden zolang veel burgers weinig vertrouwen hebben in de politiek. Zij voelen zich onvoldoende vertegenwoordigd en vinden dat de politiek onvoldoende aandacht heeft voor hun problemen. Latijns Amerika is nog steeds een regio met extreme sociale ongelijkheid en dat is een wankele basis voor democratie. De meeste landen worden geteisterd door ernstige corruptie, waartegen steeds meer burgers protesteren. Ook is  Latijns Amerika – zonder oorlogen tussen landen – het meest gewelddadige continent. Bij de recente Mexicaanse verkiezingen zijn minstens honderd lokale kandidaten vermoord. Veel landen hebben geen betrouwbare staat die voor alle burgers voldoende voorzieningen biedt en hen beschermt tegen allerlei gevaren. Van een failed state kun je waarschijnlijk alleen spreken in Haïti en misschien in een paar Midden-Amerikaanse landen en Venezuela. Maar zonder beter functionerende en betrouwbare staten zal de democratie moeilijk geworteld kunnen raken.  

Deze bijdrage is een onderdeel van de Special ‘Trends en verschuivingen in Latijns Amerika’

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug