Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Doen leningen Ecuador de das om?

Twee jaar Lenín Moreno aan het roer

Datum : 21/03/2019
Auteur : Els Hortensius
Land : Ecuador

Doen leningen Ecuador de das om?

Lenín Moreno is nu twee jaar president van Ecuador en halverwege zijn regeringstermijn. Zondag 24 maart zijn er verkiezingen op gemeentelijk en provinciaal niveau. Ook al roeren nationale politici zich, Moreno zal het er niet moeilijker door krijgen. Hat parlement van Ecuador heeft maar één kamer en daar wordt nu niet voor gestemd. Hoe heeft de man, die vicepresident was tijdens Rafael Correa’s eerste termijn (2007 – 2011) en door diezelfde Correa in 2016 als kandidaat van de regering naar voren werd geschoven, het tot nu toe gedaan? Zoals te verwachten zijn de meningen verdeeld. La Chispa zet de feiten naast elkaar.

Begin april 2017 won Moreno de verkiezingen met een kleine voorsprong op zijn tegenkandidaat, de rechtse Guillermo Lasso. En hoewel iedereen verwachtte dat Moreno het beleid van zijn voorganger zou voortzetten, heeft hij op een aantal punten een eigen koers uitgezet. Economisch kon hij wellicht niet anders: het land dat Correa achterliet had torenhoge financiële lasten en bevond zich in een neergaande economische spiraal, met in 2015 en 2016 zelfs een teruggang. Een groot verschil met de eerste jaren van Correa’s presidentschap waarin hij het land politieke, sociale én economische stabiliteit bracht. Correa creëerde banen door publieke werken, verhoogde de subsidie aan de armsten en vereenvoudigde de kredietvoorwaarden, waardoor velen voor het eerst een lening voor een huis of productieve activiteiten konden afsluiten. Het betekende concrete verbeteringen in de levensomstandigheden van veel Ecuadorianen. Zo was tussen 2007 en 2015 het aantal mensen dat in armoede leefde met ruim een vijfde (meer dan een miljoen personen) gedaald. Maar het geld moest ergens vandaan komen. De belangrijkste inkomstenbron van Ecuador is sinds jaar en dag de olie, en de prijs daarvan is de afgelopen jaren sterk gedaald. Tegelijkertijd liepen de schulden op: eind 2016 bereikte de totale schuld een bedrag van 13 miljard dollar, meer dan 38 procent van het BNP.

Desastreuze gevolgen

Ook Moreno heeft geld nodig, en waar Correa zich distantieerde van westerse mogendheden en internationale financiële instituten heeft de huidige president de deur weer wijd opengezet. In februari sloot hij een overeenkomst met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor een lening van 4,2 miljard dollar. Dit bedrag wordt door andere financiële instituten, waaronder de Wereldbank, de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank en de Europese Investeringsbank, verder aangevuld tot totaal tien miljard dollar, terug te betalen over een periode van dertig jaar, met een rente van 5 procent. Critici wijzen op de desastreuze gevolgen van IMF-leningen aan landen in een economische crisis, met als recente voorbeelden Argentinië en Haïti. Een lening komt namelijk nooit alleen, maar samen met harde economische maatregelen. John Maynard Keynes wist het al: bezuinigen in crisistijd helpt niet, de regering moet dan juist de economie stimuleren. Maar de inkt van de overeenkomst met het IMF is nog niet droog, of Lenín Moreno heeft de eerste maatregelen al afgekondigd: privatiseringen, ontslag van tienduizenden ambtenaren en stijgende brandstofprijzen. Een week voor het afsluiten van de leningen gingen in veel steden van het land al duizenden Ecuadorianen de straat op uit protest tegen de aangekondigde maatregelen. Het doet de populariteit van de president geen goed. Kon hij bij zijn aantreden nog op 77 procent van de bevolking rekenen, de afgelopen weken is zijn populariteit tot een dieptepunt gedaald: nog 30 procent van de Ecuadorianen staat achter hem en zijn beleid.

“China wordt betaald”

De nieuwe leningen zijn niet de enige molensteen om de nek van het Andesland. Rafael Correa had een oud project uit de jaren tachtig weer nieuw leven ingeblazen: de Coca Code Sinclair waterkrachtcentrale, gelegen in de Coca rivier, op ongeveer tachtig kilometer van hoofdstad Quito. Begin jaren tachtig was met de toen al omstreden bouw begonnen; de centrale ligt op een steenworp afstand van Ecuador’s meest actieve vulkaan, de Reventador, wat letterlijk ‘de Openbarster’ betekent. In maart 1987 werd het gebied getroffen door een zware aardbeving, gevolgd door een uitbarsting van de vulkaan. De schade was groot en de olieproductie lag maanden stil door gebroken pijpleidingen. Het project werd afgeblazen, maar in 2010 weer opgepakt en met Chinees geld in 2016 voltooid. Voor de dam werd een lening afgesloten van 1,7 miljard dollar, in vijftien jaar af te lossen, met een rente van 7 procent. Alleen al aan rente kost het Ecuador jaarlijks 125 miljoen dollar. Ondertussen levert de elektriciteitscentrale niets op. Vanwege ontwerpfouten en een gebrek aan water kan de centrale slechts op halve kracht draaien. Een test op volle capaciteit enkele dagen na de opening leidde tot stroomuitval in een groot deel van het land. Anticorruptie ambtenaren zetten hun onderzoek voort naar Jorge Glas, vicepresident tijdens Correa’s tweede termijn en tot zijn gedwongen aftreden ook onder Moreno. Glas zit nu een celstraf van zes jaar uit wegens omkoping door het Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht, maar heeft mogelijk ook geld ontvangen van de Chinezen. De regering probeert opnieuw te onderhandelen met de Chinezen en hen aansprakelijk te stellen voor de gebreken van de dam. Maar de kans van slagen is gering. Om met de woorden van enkele New York Times-journalisten te spreken: “Het doet er niet toe of Ecuador zich deze dam kan permitteren. China wordt betaald.”

Proefboringen

China is ook betrokken bij een ander omstreden project: de olieboringen in het nationale park Yasuni. In dit park, dat een van de meest gevarieerde ecosystemen in de wereld herbergt en het woongebied is van diverse inheemse volken, bevindt zich een derde van de Ecuadoraanse oliereserves. Kort na zijn aantreden in 2007 had Rafael Correa bedongen dat het park ongemoeid zou blijven wanneer de internationale gemeenschap de gederfde inkomsten zou compenseren. Maar toen na jaren nog niet meer dan tweehonderd miljoen dollar was toegezegd, besloot Correa toch te gaan boren, ondanks heftige protesten van de oorspronkelijke bewoners van het gebied die hierbij gesteund werden door de internationale gemeenschap. Hoewel president Moreno verklaart dat hij het Amazonegebied wil beschermen, heeft hij onlangs toestemming gegeven tot proefboringen in een zogenaamde bufferzone in het park, die de geïsoleerd levende Tagaeri en Taromenane moest beschermen. In een reactie op dit besluit verklaarde de speciale VN-rapporteur voor de rechten van inheemse volken, Victoria Tauli-Corpuz: “Het besluit om de olieboringen door te zetten in Yasuni’s bufferzone kan zeer ernstige en onvoorspelbare gevolgen hebben voor de volken die in het gebied in vrijwillig isolement leven.”

Vooruitgang

Is er dan niets positiefs te zeggen over de huidige president, die wel andere financiële bondgenoten kiest, maar uiteindelijk voor dezelfde problemen komt te staan als zijn voorganger? Zelf zei de president onlangs nog: “Dankzij de krachtige besluiten die ik genomen heb, zijn wij niet wat Venezuela vandaag is… wij hebben de democratie hersteld.” Op dit gebied is inderdaad enige vooruitgang geboekt. In haar Wereldrapport 2019 schrijft de organisatie Human Rights Watch dat president Moreno een aantal maatregelen heeft genomen die een open debat mogelijk maken en erop gericht zijn de schade te herstellen die verschillende democratische instituten tijdens de vorige regering hadden opgelopen. Zo zijn enkele van de belangrijkste bepalingen ingetrokken van de in 2013 aangenomen Wet op Communicatie die de vrijheid van meningsuiting ondermijnde. Er kwam ook een einde aan de praktijk van Correa om journalisten, mensenrechtenverdedigers en andere critici van zijn beleid publiekelijk te bedreigen en intimideren.

Ook de leiders van inheemse organisaties waren het slachtoffer geworden van Correa die het strafrecht gebruikte om hen en milieuactivisten te beschuldigen van oproer en ondermijning van het gezag. Nadat Moreno het bewind overnam, heeft hij de inheemse leiders van koepelorganisatie CONAIE ontmoet. Na afloop van het gesprek verklaarden de leiders van CONAIE dat zij overwogen opnieuw amnestie te vragen voor verschillende veroordeelde inheemse vertegenwoordigers. Het heeft de vrijlating van enkele leiders tot gevolg gehad. Zo werd Shuar-leider Pepe Acacho, in september opnieuw gearresteerd, na zeventien dagen vrijgelaten toen Moreno hem een presidentieel pardon schonk. Maar tegelijkertijd worden de rechten van de inheemse bevolking nog steeds geschonden en wordt hun leefomgeving van alle kanten bedreigd.

Ecuador aan de galg

Hoe moet het verder? Moreno’s populariteit daalt, de crisis groeit, de protesten zwellen aan. Milagros Aguirre van het Comité Ecuménico de Proyectos, dat in Ecuador projecten beoordeelt voor de Duitse donororganisatie Brot für die Welt, beschrijft de huidige situatie aan de hand van een spelletje, galgje. Bij het spel moet je een woord raden. Iedere ‘foute’ letter voegt een arm, been of hoofd toe aan het poppetje aan de galg, totdat hij hangt. Met iedere actie van de regering ziet Aguirre de strop vaster om de nek van het land getrokken worden, met groeiende economische en sociale problemen als gevolg. De economische crisis dwingt de president tot het nemen van impopulaire maatregelen, waardoor de bevolking zich verraden voelt en Moreno wordt verweten zich te verkopen aan het grootkapitaal. De campagne tegen Moreno en zijn regering wordt aangevoerd door zijn vroegere politieke vrienden, met de naar België uitgeweken Correa aan het hoofd. En in deze tijd van krapte (bij zijn aantreden zei Moreno al dat “de tafel niet gedekt was”) vraagt iedereen om meer. Is het niet eens tijd, vraagt Aguirre zich af, dat de regering gewoon zegt “we hebben het niet”? En dat de politiek, oppositie en regering, op volwassen wijze het debat aangaat en gezamenlijk zoekt naar oplossingen?

Van de verkiezingen van zondag 24 maart verwacht Aguirre weinig. Er zijn vierentachtigduizend kandidaten voor maar liefst elfduizend posten. Totale kosten: bijna honderd miljoen dollar. De versnippering is groot, waarbij regelmatig kandidaten plots van lijst hebben gewisseld. En het aanpakken van problemen ligt voorlopig plat: gemeenten en provincies zullen besluiten voor zich uitschuiven totdat de gekozenen in mei zullen worden geïnstalleerd. Een uitweg uit de crisis biedt dit alles niet. Op een bevolking van ruim zeventien miljoen zijn er nog altijd ongeveer vier miljoen armen. En zoals het er nu voorstaat zullen opnieuw de armen de rekening betalen.

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug