Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Dominicanidad

Het ongemak van de Dominicaanse bevolking met huidskleur en identiteit

Datum : 28/07/2019
Auteur : Maarten Dekker

Dominicanidad

Met meer dan 600 homeruns in de Amerikaanse professionele honkbalcompetitie behoort Sammy Sosa tot de meest succesvolle Dominicaanse honkbalspelers aller tijden. Maar niet langer wordt zijn bekendheid bepaald door zijn honkbalcarrière. Tijdens de uitreiking van Latin Grammy Awards verscheen Sosa met een vele malen lichtere huidskleur dan enkele maanden ervoor.

Zijn verschijning leidde tot een stroom van geruchten over de mogelijke oorzaken van zijn transformatie. Fans vroegen zich af of Sosa ernstig ziek was terwijl anderen het als bewijs zagen dat Sosa steroïden had gebruikt tijdens zijn honkbalcarrière. Sosa voelde zich genoodzaakt om op de Spaanstalige nieuwszender Univision enkele geruchten te ontkrachten en zei in het programma dat het ging om een crème om zijn huid lichter te maken. 

Sosa is slechts een enkel voorbeeld van een Dominicaanse publieke figuur die zijn huid heeft laten bleken. Volgens Carlos Andújar Persinal, een Dominicaanse socioloog gespecialiseerd in Dominicaanse identiteit, illustreert deze trend het conflict dat de Dominicaanse bevolking heeft met de eigen identiteit. Want hoewel Sosa een mikpunt van spot is geworden in de Dominicaanse Republiek, gelooft Persinal dat veel Dominicanen hetzelfde hadden gedaan als ze daar geld voor hadden. Dit lijkt goed mogelijk gezien de populariteit van crèmes en poeders om de huid lichter te maken. Volgens Persinal is het verbleken van de huid bedoeld om een deel van de identiteit uit te wissen waarmee de Dominicaan niet geassocieerd wil worden, namelijk het Afrikaanse deel.

Mulatto of indio

Ook andere onderzoeken laten zien hoe Dominicanen hun Spaanse en inheemse wortels omarmen, terwijl de Afrikaanse wortels worden ontkend. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de Dominicanen zichzelf overwegend omschrijven als Indio, verwijzend naar de oorspronkelijke bewoners van het eiland Hispaniola voordat de Spanjaarden er arriveerden. Hoe de Dominicanen zichzelf zien staat echter in sterk contrast met hun daadwerkelijke achtergrond. De antropoloog Juan Rodriguez heeft het DNA van de vrouwelijke lijn geanalyseerd en zag dat 85 procent van de Dominicanen Afrikaanse voorouders heeft. Slechts 9,4 procent van de Dominicanen heeft daadwerkelijk inheemse voorouders, terwijl minder dan 0,1 procent Europese wortels heeft. Het onderstreept de moeite die Dominicanen hebben met hun Afrikaanse wortels. Zoals Frank Moya Pons, voormalig minister en een van de meest toonaangevende hedendaagse historici van de Dominicaanse Republiek het omschrijft: “We zijn een mulatto bevolking die zichzelf omschrijft als Indianen, iets wat te denken geeft”. Mulatto verwijst hier naar een combinatie van Afrikaanse en Europese genen.

Dominicanen hebben dus een eigenzinnige manier van denken over etniciteit, huidskleur en identiteit, en die is vaak moeilijk te volgen voor buitenstaanders. Om enigszins een idee te krijgen moet worden gekeken naar de roerige geschiedenis van het eiland Hispaniola.

Entrepot van slavernij

In 1502, tien jaar nadat Columbus Hispaniola had ‘ontdekt’, zette Fray Nicolás de Ovando voet op het eiland. Hij was door de Spaanse koning uitgeroepen tot gouverneur van Santo Domingo en had de opdracht Afrikaanse slaven naar de kolonie te brengen. Het is het startpunt van de Afrikaanse invloed op het Westelijke halfrond en tevens het begin van een overwegende aanwezigheid van mensen met Afrikaanse wortels op het eiland, die tot op de dag van vandaag bestaat. Santo Domingo was te midden van de zestiende eeuw het entrepot van slaven in de gehele regio en er werkten duizenden slaven op de suikerplantages op het eiland. Met de verovering van het Amerikaanse vasteland raakte het eiland echter snel in verval. De Spaanse kolonisten verlieten het eiland en vertrokken naar het vasteland in de hoop zilver en goud te bemachtigen. Als gevolg van verschillende natuurrampen, buitenlandse invasies en aanvallen van piraten was de economie van Santo Domingo dermate verslechterd dat slavernij onhoudbaar was geworden. De rigide raciale orde van de plantages stortte nagenoeg volledig in elkaar. De vrije donkere mensen groeiden in de 17e eeuw uit tot de meerderheid van de bevolking. De maatschappelijke afstand tussen witte en donkere mensen slonk significant en dit leidde tot veel gemengde relaties. Het eiland werd daarmee een mix van mensen van Spaanse, Afrikaanse en Taíno afkomst. Hierbij moet gezegd worden dat de inheemse populatie nagenoeg volledig was weggevaagd door de Spanjaarden, waardoor de vermenging met name plaatsvond tussen mensen met Afrikaanse en Spaanse wortels. Ook bleef de Dominicaanse politiek gedomineerd door een kleine groep overwegend blanke elite.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw vielen de Fransen Hispaniola binnen en vestigden de Franse kolonisten zich in het westelijke deel van het eiland dat de naam Saint Domingue kreeg. Het gebied groeide in de achttiende eeuw uit tot Frankrijks belangrijkste kolonie, dankzij gedwongen arbeid, en de import van Afrikaanse slaven steeg dan ook sterk. Dit leidde tot een grote verandering in de bevolkingssamenstelling van het eiland, met een westelijk gedeelte dat overwegend bestond uit inwoners met Afrikaanse achtergrond en de rest van het eiland dat overwegend bestond uit een mix van de eerder genoemde drie groepen. De vele machtsveranderingen en de verschillende achtergronden lieten een bevolking achter in verwarring over de eigen identiteit. Dit sentiment werd in 1805 vastgelegd door de Dominicaanse priester Juan Vázquez:

 

Ayer español                                    Gisteren werd ik als Spanjaard geboren

A la tarde fui francés                                       In de middag was ik Fransoos

A la noche etiope fui                                         In de avond was ik Ethiopiër

Hoy dicen que soy inglés                          Vandaag zeggen ze dat ik Engelsman ben

no sé qué será de mi                              Ik weet niet wat er met mij zal gebeuren

 

Anti-Haïtiaans sentiment

In 1791 resulteerde de meest succesvolle slavenopstand in de geschiedenis tot de afschaffing van slavernij in Saint Domingue: de vrijheidsstrijders versloegen het enorme leger van Napoleon, en dit werd gevolgd door de onafhankelijkheidsverklaring van Haïti in 1804. In de Haïtiaanse grondwet van 1805 werd vastgelegd dat zwart de officiële huidskleur van iedere inwoner van Haïti was, ongeacht de  daadwerkelijke huidskleur. Hiermee ontstond een scheiding tussen de biologische benadering van kleur en een sociaal idee van kleur. Zwartheid was meer dan alleen een aanduiding van huidskleur: het werd een cultureel concept. Dit heeft ook de visie van de Dominicanen op huidskleur sterk beïnvloed.  

Haiti werd de eerste onafhankelijke republiek in het westelijk halfrond met een bevolkingsmeerderheid en bestuurd door mensen van Afrikaanse afkomst. Dit boezemde de witte elite, zowel op het eiland als erbuiten, de nodige angst in. De vorming van de Dominicaanse identiteit werd daarom sterk bepaald door de angst voor de Haïtiaanse dominantie. Dit sentiment werd alleen maar sterker nadat Haïti, uit angst voor een Franse aanval, besloot de DR binnen te vallen en te bezetten van 1822 tot 1844. Alhoewel de bezetting werd gesteund door een aanzienlijk deel van de lagere sociale klassen en grensregio’s, kon de Dominicaanse elite het maar moeilijk verkroppen dat zij werden bestuurd door mensen die zij minderwaardig achtten. In de strijd voor onafhankelijkheid ontwikkelden de Dominicanen een nog sterkere anti-Haïtiaanse houding. De Haïtiaanse bezetting ligt nog altijd erg gevoelig bij de Dominicanen. Zoals de historicus Harry Hoetink het omschrijft: “Dominicanen zien de periode van Haïtiaanse bezetting als een zwarte pagina in de geschiedenis van een bevolking die liever blank was geweest.”

Middenweg

De identiteit die de elite voor ogen had was vooral gevestigd op dat wat het niet wilde zijn: Haïtiaans. Zoals ‘zwartheid’ door Haïti werd gebruikt voor het ontwikkelen van een identiteit gebruikte de Dominicaanse elite ‘witheid’ ter ontwikkeling van een eigen raciale en culturele identiteit. Gezien de Spaanse pogingen in de periode 1863-1866 om de DR opnieuw te onderwerpen zag de Dominicaanse elite Spanje niet langer als vaderland en kon de Dominicaanse identiteit niet langer volledig Spaans zijn.  In de zoektocht naar een nieuwe nationale identiteit kwam men uit bij de inheemse geschiedenis.

Nog steeds identificeert de Dominicaan zich voornamelijk als inheems. Volgens Moya Pons is de omarming van deze identiteit een manier om met de dramatische geschiedenis om te kunnen gaan: “Een geschiedenis van een land met een gekleurde bevolking die wordt geregeerd door een quasi-witte elite die de realiteit van haar huidskleur en de geschiedenis van haar ras niet wil accepteren. Ze namen het geromantiseerde beeld van de inheemse bevolking van de “indigenista” schrijvers uit de 19e eeuw over en vonden het nodig om het raciale zelfbeeld aan de vooroordelen van de elite aan te passen, door hun “kleur” te accepteren en tegelijkertijd hun “ras” te ontkennen.”

De inheemse etniciteit vormde een goede middenweg voor de gemengde mulatto om de Afrikaanse roots te kunnen ontkennen. Volgens Ernesto Sagás, een professor gespecialiseerd in etniciteit in de DR, kregen de donkere mensen in de DR met de nieuwe definitie van ras twee opties: zichzelf te ‘verwitten’ door de Indio identiteit en Spaanse cultuur aan te nemen, of te worden verbannen en buitengesloten door de meerderheid. Zo kwam het dat lichte Haïtianen zichzelf als donker identificeerden, en een grote groep donkere Dominicanen die zichzelf als wit identificeerde. Het loskoppelen van de werkelijke huidskleur en de kleur waarmee je je identificeert is nog altijd erg dominant in de Dominicaanse cultuur, en zorgt bovendien voor verbaasde gezichten bij buitenstaanders die het land bezoeken.

Jonge republiek

Na het uitroepen van de Dominicaanse onafhankelijkheid in 1844 kwam het land in een wereld terecht die werd gedomineerd door Westerse landen. De heersende notie van witte superioriteit in deze dominante landen heeft een grote invloed gehad op het Dominicaanse zelfbeeld. Temeer omdat in de Verenigde Staten, dat een steeds belangrijkere rol ging spelen in de regio, de angst speelde dat na de onafhankelijkheid van Haïti meer ‘zwarte landen’ zouden ontstaan. Die angst werd versterkt door meerdere opstanden in Afrika. In december 1844 zorgde de Amerikaanse staatssecretaris John Caltion ervoor dat de DR werd erkend als onafhankelijk land, naar eigen zeggen om “verdere verspreiding van de neger invloed in West-Indië te stoppen”. De VS zagen de Dominicaanse bevolking dus niet als zwart. Volgens de Dominicaanse academicus Silvio Torres-Saillant mag deze externe invloed niet worden onderschat: “Als nieuw gecreëerde Caribische republiek probeerde de DR zich te voegen naar een economische orde die werd gedomineerd door Westerse mogendheden, voor wie het principe van witte dominantie fundamenteel was”. Externe raciale identificatie door Westerse machten heeft een grote invloed gehad op de politiek, doordat de jonge Dominicaanse Republiek zich op geopolitiek gebied kon positioneren als blancos de la tierra (witten van het land).

Trujillo

De negatieve gevoelens binnen de DR over Haïtianen namen sterk toe nadat generaal Rafael Trujillo aan de macht kwam in 1930. De Dominicaanse overheid probeerde het land radicaal te Dominicaniseren en te de-Afrikaniseren in een hernieuwde anti-Haïtiaanse campagne. Het land moest worden ‘gezuiverd’ van zwartheid door het wegsturen van Haïtianen uit het land, het aanmoedigen van immigratie door Europeanen, het ontkennen van een zwarte identiteit en het institutionaliseren van anti-Haïtiaans sentiment. Het interessante is dat Trujillo zelf Afrikaanse voorouders had, en dit ongemakkelijke gegeven probeerde hij te maskeren met producten om, net als Sammy Sosa, zijn huid witter te maken.

Trujillo maakte gebruik van prominente intellectuelen voor het produceren van materiaal om de anti-Haïtiaanse ideologie te onderbouwen. Geschiedenisboeken legden een grote focus op de Haïtiaanse bezetting en leerden kinderen dat Dominicanen wit zijn, en de Haïtiaan zwart. Ook nam het geweld sterk toe. In het grensgebied waar Dominicanen en Haïtianen decennialang met elkaar hadden geleefd werd de laatste groep opgejaagd en uitgezet. Dit bereikte een dieptepunt in 1937 tijdens een massaslachting bij de grens waar duizenden Haïtianen het leven lieten. De slachtpartij symboliseert het begin van Trujillo’s anti-Haïtiaanse beleid en het herscheppen van het Dominicaanse nationalisme. Deze periode heeft een niet te onderschatten invloed gehad op de sterk anti-Haïtiaanse sentimenten in het land die nog altijd bestaan.

Wrang

Dominicanen hebben hun nationale geschiedenis opnieuw uitgevonden om een idee van het verleden te creëren dat past bij hun sociale en politieke heden. Het afzetten tegen Haïti heeft geleid tot een sterk anti-Haïtiaans sentiment. De hedendaagse Dominicaanse nationale identiteit is gevormd door een reeks van projecten om de natie te bouwen, moderniseren en te verenigen. Het land probeert zichzelf ‘wit te maken’ door zich ideologisch, symbolisch en fysiek af te zetten tegen buurland Haïti. De naar schatting 500.000 tot een miljoen Haïtianen in de DR hebben te maken met discriminatie en ook de Dominicaanse politiek wordt door het thema gedomineerd. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is het controversiële besluit van het Dominicaanse hooggerechtshof dat iedereen die na 1929 is geboren alleen recht heeft op staatsburgerschap als hij of zij tenminste een Dominicaanse ouder heeft. Kinderen van migranten verloren daardoor hun verblijfsrecht in het land. De meeste kinderen van Haïtiaanse migranten zijn ook in Haïti nooit als burger geregistreerd en de nieuwe wet heeft van hen statelozen gemaakt. In 2015 is de Dominicaanse overheid overgegaan tot handhaving van de wetswijziging en een jaar later zijn volgens Amnesty al meer dan 40.000 mensen gedeporteerd naar Haïti. Daarnaast is ook het geweld tegen Haïtianen in de DR volgens Human Rights Watch sinds 2015 sterk toegenomen met als tragisch dieptepunt een Haïtiaanse man die in februari door een Dominicaanse menigte werd gelyncht.

De constructie van de Dominicaanse identiteit is altijd gericht op wat het vooral niet wil zijn: Haïtiaan. Het wrange is dat de Dominicanen Haïti nodig hebben om zich Dominicaan te kunnen voelen. Dit is misschien de beste verklaring voor de ongemakkelijke relatie van Dominicanen met identiteit, huidskleur en haar eigen geschiedenis.

Deze bijdrage is onderdeel van de Special Dominicaanse Republiek, zomer 2019

 

 

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug