Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Down to zero

Gevecht tegen kinderprostitutie in Bolivia

Datum : 21/12/2017
Auteur : Jos van der Panne
Land : Bolivia

Down to zero

Wereldwijd zijn naar schatting twee miljoen kinderen het slachtoffer van commerciële seksuele uitbuiting. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken startte in 2016 het vijfjarige programma ‘Down to Zero’ om deze misstand te helpen bestrijden. Bolivia is een van de elf landen waar dit project wordt uitgevoerd.

Bolivia is een van de armste landen van Latijns Amerika en heeft een zeer jonge bevolking. Van de ruim 10 miljoen inwoners is 41 procent tussen de nul en negentien jaar; in Nederland ligt dit percentage op 21 procent. Veel kinderen leven op straat in grote steden als La Paz, Cochabamba en El Alto. Volgens cijfers van de Boliviaanse organisatie Defensoría de la Niñez gaat het alleen al in de stad El Alto om zo’n twaalfduizend kinderen tussen de tien en negentien jaar. In Bolivia is Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie ICCO verantwoordelijk voor het programma.

Projectverantwoordelijke Giovanna Cavero licht toe: “Dat kinderen op straat leven, heeft zowel een economische als een sociale oorzaak. De armoede dwingt hen op zoek te gaan naar werk om zo bij te dragen aan het gezinsinkomen, maar vaak kiezen ze ook voor een leven op straat om te ontsnappen aan huiselijk geweld of seksueel misbruik binnen de familie. Eenmaal op straat zien vooral de meisjes vaak geen enkele andere mogelijkheid te overleven dan door hun lichaam te verkopen en zo komen ze in de prostitutie terecht.”

Naast prostitutie lopen deze meisjes het risico slachtoffer te worden van de internationale mensenhandel, in het Spaans bekend onder de naam tráfico. Cavero: “In El Alto staan wel reclameborden met de tekst ‘Carne Fresca’ (vers vlees). Geloof het of niet, maar dat betekent de verkoop van meisjes voor prijzen van vijfhonderd Bolivianos (ongeveer 62 euro). Daarna belanden ze bijvoorbeeld als prostituee in een Peruaanse mijn”.

Seksexploitanten

De Boliviaanse stad El Alto ligt op een hoogte van vierduizend meter en telt een miljoen inwoners. De wijk '12e octubre' is berucht om zijn bordelen met minderjarige prostituees, veel motels die niet voor toerisme bedoeld zijn, openlijke straatverkoop van dvd’s met kinderporno, wegkijkende politie en veel, heel veel mannen. Een straatverkoper biedt speciale kruiden voor het genezen van geslachtsziekten aan. Als bewijs van het effect heeft hij een paar close-up foto’s van penissen van volgens hem niet behandelde en wel behandelde mannen. Het is geen prettig gezicht. De omstanders lijken onder de indruk.  

Ariel Ramirez werkt in deze wijk voor de organisatie Munasim Kullakita (Geliefde zuster in de inheemse taal Aymara), een partner van ICCO. Een keer per week maakt hij een ronde door deze gure wijk. Zijn gezicht grotendeels verbergend onder een capuchon vertelt hij: “Onze organisatie is hier niet geliefd. Dat komt omdat ik, als ik in een bordeel een minderjarig meisje aantref, dit meld aan de in de wijk actieve maatschappelijk werkers en de politie. De seksexploitanten zijn daar niet zo blij mee.” Dat is een understatement. Al meerdere keren is Ariel met de dood bedreigd en in een aantal bordelen kan hij beter niet meer komen.

Peeskamertjes

Er blijven echter nog genoeg bordelen over. Doorstappend in de donkere straten vol met mannen stappen we er één binnen. Direct bij de ingang hangen zes stinkende urinoirs. Even verder is een grotere ruimte met achterin een bar met muziek en voorin een soort patio waar prostituees in parades tentoongesteld worden. Rechts daarvan is een donkere gang met aan het eind een trap naar een galerij met zo’n twintig deuren die toegang geven tot de peeskamertjes. Meisjes staan in de deuropening te onderhandelen met potentiële klanten. De prijs ligt tussen vijftig en zestig Bolivianos (6 tot 8 euro). Ariel wijst op een meisje: “Joven” (minderjarig), zegt hij. Ouder dan vijftien kan ze inderdaad niet zijn. Bij één deur staat een lange rij. “Er is een nieuw meisje en daar is altijd veel belangstelling voor”, verklaart Ariel. Elk meisje heeft zo’n dertig tot veertig klanten per dag. Melden bij de politie doet hij wel, maar het heeft niet zo veel zin. “In ruil voor geld laten agenten de bordelen meestal ongemoeid”.

Luisterhuis

In de wijk Ceja del Alto beheert de organisatie Munasim ‘Casa de escucha’ (luisterhuis), een inloophuis waar de jonge op straat levende prostituees een douche kunnen nemen, hun kleren wassen of een luisterend oor kunnen vinden bij een van de medewerkers. “Door deze wijk maken we drie keer per week een ronde”, vertelt Ariel. “We proberen contact te leggen met jonge prostituees en nodigen ze uit gebruik te maken van de diensten van de casa.” Wanneer we er laat op de avond heen gaan, is de markt nog volop in bedrijf. Het is er een pandemonium van door elkaar krioelende verkopers, toeterende auto’s en heel veel mensen. Aymara’s in traditionele kleding bieden een uitgebreid assortiment producten aan. Dode lamafoetussen en manden met cocabladeren zijn de meest opvallende producten.

Ariel benadert twee jonge prostituees die hij al langer kent. De begroeting is hartelijk. Beiden lijken volledig gedrogeerd. “Ze snuiven lijm”, vertelt Ariel later, “de drugs van de armen.” Hij maakt een praatje, maar wordt onderbroken door de – vrouwelijke - pooier van de meisjes die wil dat ze doorlopen. “Ze is bang voor de politie”, legt Ariel uit. “Niet omdat die hen arresteert, maar omdat ze hen geld afpersen”. Met een loon van tweeduizend bolivianos (ongeveer 250 euro) per maand kunnen politieagenten nauwelijks rondkomen en proberen ze wat bij te verdienen door prostituees af te persen.

Opvanghuis

Meisjes die uit de prostitutie weg willen, kunnen terecht in het opvanghuis van Munasim in een ander deel van El Alto. Het huis is bedoeld voor slachtoffers van seksuele uitbuiting van tussen de tien en zeventien jaar. De directeur van de organisatie, Ricardo Giavarinni, is een Italiaan die al veertig jaar in Bolivia woont. Hij vertelt bevlogen: ”Er zijn momenteel negentien bewoners, dat betekent dat we helemaal vol zitten. De meiden kunnen onder andere werken in de bakkerij die we hier hebben. Daarnaast gaan ze naar school en bieden we hen een programma dat hen voorbereidt op een normaal leven buiten het tehuis.” Per jaar verblijven er zo’n zestig meisjes van wie het grootste deel het huis verlaat voor een ander leven buiten de prostitutie.

Knuffels en aids

Omdat de relatie met de directe eigen familie meestal niet zo best is, zoekt Munasim plekken binnen het familienetwerk, bijvoorbeeld een oom of tante, of als dat niet lukt daarbuiten. Dat gaat vaak goed, maar soms ook niet. Ricardo vertelt een schrijnend verhaal over een meisje dat op haar nieuwe plek weer misbruikt werd en terugkeerde naar het opvanghuis.

In de bakkerij zijn een aantal meisjes van rond de zestien jaar enthousiast aan het werk. Ze bakken koekjes voor voedselpakketten die de regering als voedselhulp ter beschikking stelt, vertelt Ricardo trots. In de huiskamer zijn een aantal jongere meisjes mikado aan het spelen. Luz is pas elf en ziet er heel kwetsbaar uit. Ze is net een maand in het opvanghuis na een periode op straat. Het is moeilijk je voor te stellen wat ze zo jong al heeft meegemaakt.
Tijdens een rondleiding door het huis toont Ricardo de kamers van de meiden. Hij wijst naar de knuffels op hun bedden: “Het zijn kinderen, maar tegelijkertijd staan ze onder controle van een gynaecoloog en zijn er twee besmet met aids”. 

Overheidsbeleid

Wat doet de Boliviaanse overheid tegen deze misstanden? Formeel gezien hebben organisaties als Munasim in ieder geval de wetgever achter zich. Bolivia heeft het internationale kinderrechtenverdrag uit 1989 geratificeerd en ook haar wetgeving daarmee in lijn gebracht. Zij verplicht zich hiermee kinderen te beschermen tegen alle vormen van seksuele exploitatie en seksueel misbruik. Maar de wet is één ding, handhaving is een tweede. Betrokkenen klagen over een te lage prioriteitstelling bij de uitvoerende instanties, een gebrek aan financiële middelen, maar ook regelrechte corruptie zoals bij de politie. Daarnaast zien veel bedrijven in de toeristische sector de seksindustrie helemaal niet als een probleem, zo blijkt uit onderzoek. Niet helemaal vreemd want juist de toeristische sector met zijn motels en massagesalons profiteert ervan.

Bewustwording

Doordat de overheid veelal ineffectief blijkt en de private sector onwillig, heeft ICCO, naast het bieden van directe hulp, gekozen voor een strategie die is gericht op vergroting van de bewustwording bij de bevolking. In de alliantie ‘Movimiento Vuela Libre’ werkt ze daartoe samen met universiteiten, vrijwilligersorganisaties, burgerinitiatieven, theatergroepen en individuen die zich in willen zetten voor dit thema. Zo is er een radiohoorspel gemaakt dat in het hele land tot in de kleinste dorpen is uitgezonden. Ook hebben de meisjes van het opvanghuis een theaterprogramma over hun eigen leven gemaakt, waarmee ze op scholen in El Alto en La Paz optreden. Verder worden in het hele land workshops gegeven over de rechten die kinderen hebben, maar ook zijn er workshops voor ouders over hoe je beter als gezin kunt functioneren. Bewustwording moet er uiteindelijk toe leiden dat overheid en private sector gedwongen door de publieke opinie hun verantwoordelijkheid nemen.

Of dat gaat lukken binnen de vijf jaar die voor het Down to Zero project staat, is de vraag. Maar na bijna twee jaar is projectverantwoordelijke Giovanna Cavero niet ontevreden over de resultaten: ”Steeds meer mensen in Bolivia gaan beseffen dat aan seksuele commerciële uitbuiting van kinderen een einde moet komen. Dat moet uiteindelijk tot een verandering leiden.” 

Bookmark and Share


Terug