Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Kunst & Cultuur

Een leuke worsteling vanuit een dubbele loyaliteit

Interview met Jos den Bekker over vertalen en literatuur

Datum : 20/11/2016
Auteur : Wim Hardeman & Mark Weenink
Land : Colombia

Een leuke worsteling vanuit een dubbele loyaliteit

Kan iemand die beroepsmatig met boeken bezig is onbevangen lezen? “Zeker, ik kan nog steeds meegesleept worden door een boek. Maar ik lees met een vertalersoog, door ervaring zie je meer”, zegt vertaler Jos den Bekker (1946) in zijn huiskamer in Amsterdam. “Als ik een leuke formulering tegenkom, denk ik meteen: Hoe zou ik dat vertalen?”

Taal was geen liefde op het eerste gezicht voor Den Bekker. “Op de middelbare school was ik niet zo happig op taal. Maar ik merkte dat het me goed lag. Eerst leerde ik goed Engels, later Spaans.” Momenteel vertaalt hij werk van de Spanjaard Javier Cercas, maar hij heeft ook Latijns-Amerikanen op zijn naam staan, zoals de Colombianen Héctor Abad, Tomás González en Evelio Rosero en de Argentijnse schrijver Alberto Manguel (Alle mensen liegen).

Zondigen

Den Bekker studeerde Spaans en Engels aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen en Algemene Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. “Ik wilde door in de taalwetenschap, maar het academische wereldje lag mij niet. Ik ben niet diplomatiek en er was strijd tussen verschillende kampen. Vóór het ene zijn betekende automatisch dat je tegen het andere was. Ik zag bijvoorbeeld wel wat in de theorie van Chomsky, maar had er ook kritiek op. Dat kon absoluut niet.” Toen Den Bekker een vriendin hielp met een vertaling, bleek dat het begin van een carrière. “Ik vertaalde literatuur vanuit het Engels. Spaans vertaalde ik vooral zakelijk. Inmiddels heb ik de laatste twaalf jaar voornamelijk Spaanstalige literatuur vertaald.”

Vertalen uit het Spaans is anders dan Engels, volgens Den Bekker. “Elke taal heeft zijn eigen schoonheid. Zowel cultureel als qua taal ligt Engels dichter bij Nederlands dan Spaans. Ik vind het ‘spannender’ en ‘mooier’ om uit het Spaans te vertalen, omdat je voor mijn gevoel vaker een ‘extra vertaalslag’ moet maken. Daarmee doel ik op constructies die je over kunt nemen zonder tegen de grammatica van het Nederlands te zondigen, maar die je bij nader inzien moet veranderen om er écht Nederlands van te maken.”

Hoerenzoon

Den Bekker vertaalt veel literatuur. “Je moet loskomen van de originele tekst, om er een Nederlands boek van te maken met dingen die niet Nederlands zijn. Stel: een vrouw uit Bogotá kletst. Ik weet hoe dat klinkt. Ik neem een Nederlandse vrouw die net zo’n type is in gedachten en bedenk hoe ze praat. Bij literair vertalen moet ze iets zeggen wat op hetzelfde neerkomt. Soms klinkt dan het verwijt dat dat er niet staat, maar dat is precies de discussie. Als er staat hijo de puta, vertaal je dat altijd zonder dat er ‘zoon’ of ‘hoer’ aan te pas komt. Waar het om gaat is simpelweg dat het een scheldwoord is. Welk Nederlands scheldwoord past in die context? Intuïtie speelt daarbij ook een belangrijke rol”

Literair vertalen is hard werken. “Het is een worsteling. Hoe moeilijker, hoe leuker”, vindt Den Bekker. “De te vertalen tekst moet wel goed geschreven zijn. Ik heb een hekel aan slecht geformuleerde tekst, als er een denkfout in zit of een zin niet klopt. Hoe moet ik dat vertalen?” Kan dat juist niet expres zo zijn? “Ja, dat is de moeilijkheid. Maar stel dat het zo is, komt het dan over bij de lezers? Vertaal je het zo, of maak je er een goede, lopende zin van? Dat is een ethische kwestie. Sommige vertalers zijn daartegen. Ik heb het met de Colombiaanse schrijver Evelio Rosero gehad. Hij formuleerde expres krom, dat vond hij mooi. Ik vroeg Colombianen ernaar: de ene helft vond het lelijk en de andere prachtig. Als vertaler heb je een dubbele loyaliteit: naar de schrijver en naar de lezer.”

Piketty

Den Bekker werkt met verschillende uitgevers samen. Over de samenwerking is Den Bekker wisselend enthousiast. “Om verschillende redenen gaan ze volgens mij slechts diagonaal door de tekst heen. Je hebt goede redacteuren, maar die zijn dun gezaaid.” Den Bekker zou graag meer willen sparren. “Vroeger kreeg ik teksten terug die wemelden van de opmerkingen. Daar werd het boek beter van. Tegenwoordig zie je wat streepjes staan of een verbeterde spelfout. Je kunt denken ‘prachtig, ik heb het goed gedaan’. Maar over een tekst kun je áltijd discussiëren. Je moet stevig in je schoenen staan als je jouw oplossing beter vindt, maar het gesprek brengt je op ideeën. Vaak stellen ze iets voor wat je niet overneemt, maar de kritiek is wel terecht. Het is geen goede zin, dus ik moet hem beter maken.”

Hoeveel tijd staat er voor een vertaling? “Voor literair werk krijg je meestal voldoende tijd. Een enkele keer werk ik mee aan een coproductie, bij boeken die snel op de markt moeten verschijnen, maar die manier van werken heeft niet mijn voorkeur. Als ze mij voor het dikke Kapitaal in de 21ste eeuw van Thomas Piketty, waarvan wegens de haast vijf vertalers ieder een deel hebben vertaald, hadden gevraagd, had ik het misschien voor het geld gedaan. Dan maak je afspraken over de werkwijze en moet er een goede redacteur bij betrokken zijn, die met de vertalers overlegt en eventuele stijlverschillen opheft.”

Zuid-Korea

Nemen uitgevers suggesties van vertalers over qua te vertalen boeken? “Het kan, maar komt weinig voor. Er wordt hier veel vertaald, Nederlandse uitgevers zijn internationaal georiënteerd. Ze hebben goede scouts. Het komt zelden voor dat ik als vertaler iets ontdek wat zij nog niet weten. Toevallig heb ik González en Abad aangedragen. Ik vond het boek Het vergeten dat ons wacht van Abad een geweldig boek, dat was al jaren een bestseller in Colombia en Latijns Amerika. Toen ik navraag deed, bleek dat er geen Nederlandse vertaling was. Toen heb ik mijn kans gegrepen.”

Staan er nog Latijns-Amerikaanse auteurs op uw vertaalverlanglijstje? “Ik zou een nieuwe vertaling willen maken van Pedro Páramo van de Mexicaanse schrijver Juan Rulfo. De huidige, bijna veertig jaar oude vertaling ervan vind ik niet zo goed, de poëzie is weg en het is allemaal heel keurig Nederlands, terwijl Rulfo de taal van de Mexicaanse campesinos schrijft. Dus alle leven is eruit. Verder wil ik jonge schrijvers vertalen, bijvoorbeeld de Colombiaan Andrés Solano. Hij is getrouwd met een Koreaanse en woont in Zuid-Korea. Hij schreef een soort dagboek over zijn belevenissen in Seoel en vertelt over literatuur en wat hem bezighoudt. Hij komt ook met een roman, uitgeverijen hebben hem al gespot. Eerder schreef hij een boek over zijn ervaringen gedurende een half jaar als arbeider met een minimumloon in een fabriek in Medellín. En bij Angosta Editores, opgericht door Abad, is een mooi boek verschenen van Julieta Restrepo, dus die houd ik in de gaten.”

Popster

Soms overlegt Den Bekker met collega-vertalers of een vriendin die schrijfster is. Het liefst overlegt hij met de auteur zelf. “Daar wordt je vertaling beter van. Als het kan, ga ik naar plekken uit de roman toe. In 2015 bezocht ik in Colombia de plek waar de roman Eerst was er de zee van Tomás González zich afspeelt. “Ik ben naar de finca gelopen en heb het graf van González’ broer bezocht. Toen ging het boek echt voor me leven, door de zware tocht erheen, via het strand, het oerwoud en het kustgebergte. Vroeger heb ik veel van Gabriel García Márquez gelezen. Toen ik Colombia leerde kennen, drong pas tot me door wat hij geschreven had.”

Het beeld van vertalers is dat hun positie niet benijdenswaardig is: slechte financiële beloning, lage status. Wat is uw visie daar op? “In Nederland is de financiële waardering niet vreselijk slecht. Je krijgt een beurs van het Nederlands Letterenfonds. Daarnaast krijg je honorarium van de uitgeverij en royalty’s per verkocht exemplaar. Rijk word je er niet van. Maar de psychische waardering is vrij laag, een moeilijk te doorbreken, cultureel verschijnsel. In Azië heb je als vertaler enorme status. In Japan schijn je een soort popster te zijn, onvoorstelbaar. Onlangs was ik in Indonesië. Als ik vertelde dat ik vertaler was, reageerden ze vol ontzag, ik werd er verlegen van.”

Google Translate

Den Bekker geeft les aan de Vertalersvakschool in Amsterdam. Hoe ziet u de toekomst voor de nieuwe generatie? “Ik denk dat er gelezen en vertaald zal blijven worden. De kennis over het vak is groter dan vroeger, de kwaliteit gaat vooruit. Om literatuur te bedrijven moet je toch schrijven in iemands moedertaal. Ik denk niet, zoals sommigen, dat we straks allemaal Engels praten omdat er niet meer naar het Nederlands vertaald wordt.” Den Bekker heeft in zijn loopbaan strijd moeten leveren voor dingen die nu normaal zijn, bijvoorbeeld vrij vertalen. “Ik hóór een personage praten. Twintig jaar geleden was dat not done, je moest kijken wat er stond. Ze vonden dat je zelf aan het verzinnen was. Dan kon je nog zo argumenteren, dat maakte niet uit.”

Wat denkt u van ontwikkelingen als Google Translate en automatisch vertalen? “Dat gaat verder en wordt steeds beter. Ik geloof best dat robots in de toekomst technische vertalingen kunnen maken, vooral non-fictie waarbij je een database aanlegt van eerdere vertalingen die je gemaakt hebt. Maar met literatuur zie ik dat nog niet gebeuren. Dan moet een computer Nederlands als moedertaal beheersen. Dat een computer ooit een vertaling maakt die je acceptabel vindt, kan ik me voorstellen. Maar zouden er dan andere computers zijn die op hun beurt een alternatieve vertaling maken die ook acceptabel is?”

Voorlopig blijft vertalen mensenwerk. “Als ik oude vertalingen bekijk, zou ik sommige dingen nu anders doen. Je ontwikkelt je, het vak ontwikkelt zich. Vertalen verandert met de tijd. Het is nooit af, dat is het de mooie van het vak.”

In april 2017 verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact Tomás González’ roman Duivelspaardjes (Caballitos del diablo), vertaald door Jos den Bekker.

Bookmark and Share


Terug