Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

'El Salvador heeft sinds 1982 een schuld in te lossen bij Nederland'

De moord op vier IKON-journalisten vanuit Salvadoraans perspectief

Datum : 15/05/2020
Auteur : Frank Bron
Land : El Salvador

'El Salvador heeft sinds 1982 een schuld in te lossen bij Nederland'

Het meest dramatische moment in de relatie tussen El Salvador en Nederland was ongetwijfeld de moord op vier Nederlandse journalisten in 1982, tijdens de Salvadoraanse burgeroorlog (1979 – 1992). In Nederland wordt nog regelmatig aandacht gevraagd voor de zaak en ook in El Salvador is deze nog lang niet vergeten.

In maart 1982 maakte Latijns-Amerika correspondent Koos Koster, samen met collega-journalist Jan Kuiper, geluidsman Hans ter Laag en cameraman Joop Willemsen voor de IKON een reportage over de burgeroorlog. De documentaire bestond uit een portret van een familie in de hoofdstad San Salvador (overheidsgebied) en van een boerenfamilie in Chalatenango (gebied onder controle van de guerrillabeweging FMLN).

Op 7 maart hadden de Nederlanders gevangengenomen guerrilleros geïnterviewd, die de journalisten bedankten voor hun steun in de strijd. Vier dagen later werd het team ondervraagd door agenten in burger, nadat een briefje met contactgegevens van Koster was gevonden op het lichaam van een gedode guerrillastrijder. Maar uiteindelijk werd er een verklaring ondertekend, waarin stond dat ze vrij waren om hun werk voort te zetten. Toch werd het team de volgende dag in de Salvadoraanse pers beschuldigd van steun aan de guerrilla. Hoewel dit een serieuze beschuldiging was, verlieten de vier het land niet, maar reisden op 17 maart naar Chalatenango waar ze door vier mensen van het FMLN werden opgehaald. Na anderhalf uur rijden zouden ze te voet verder gaan maar al na enkele meters werden alle acht gedood door het Salvadoraanse regeringsleger dat kennelijk op de hoogte was van hun komst. Volgens het leger was het toeval dat er Nederlandse journalisten slachtoffer werden: hun doel was het uitschakelen van de FMLN-strijders. Allen zouden zijn omgekomen bij een vuurgevecht.

Pottenkijkers

Lejo Schenk was toen eindredacteur van Kenmerk, de actualiteitenrubriek van IKON-KRO/RKK, waarvoor de journalisten werkten. Twintig jaar later, in een interview met het Historisch Nieuwsblad, geloofde hij die lezing van het leger nog steeds niet. Hij zei onder meer: “De journalistenwereld moest worden afgeschrikt. De regering van El Salvador had geen behoefte aan pottenkijkers.” Ook de waarheidscommissie van de Verenigde Naties over de mensenrechtenschendingen tijdens de burgeroorlog concludeerde in 1993 dat de journalisten werden gedood in een bewust gelegde hinderlaag op basis van vooraf gekregen informatie, en dat het leger die feiten heeft willen verbergen.

Nederland, niet gewend aan dodelijk geweld tegen journalisten, was geschokt. Op verschillende plaatsen werd gedemonstreerd en er braken rellen uit bij het Amerikaanse consulaat in Amsterdam vanwege de steun uit Washington voor de Salvadoraanse militaire overheid, inclusief beschuldigingen dat de vier de zaak van de guerrilla gediend hadden.

Keerpunt

Ook voor veel inwoners van El Salvador zelf was de moord op de vier Nederlanders en hun vier FMLN-begeleiders een keerpunt in de steeds bloediger wordende burgeroorlog. Dat twee jaar eerder de ‘bisschop van de armen’, de populaire Óscar Romero, voor het oog van de wereld was doodgeschoten, was al erg genoeg. Maar dat nu ‘zelfs’ al buitenlandse journalisten werden vermoord, beloofde niet veel goeds voor hun eigen veiligheid. Bovendien kenden veel lokale journalisten en anderen de Nederlanders; ze voelden zich schuldig dat mensen van de andere kant van de wereld slachtoffer waren geworden van ‘hun’ conflict.

Nog op 1 april 2019 besteedde het Salvadoraanse tijdschrift Factum aandacht aan de zaak onder de titel ‘El Salvador heeft sinds 1982 een schuld in te lossen bij Nederland’. Aanleiding voor het artikel was de publicatie van een boek over de zaak door de Salvadoraanse Stichting Comunicándonos, getiteld Emboscada. Asesinato y memoria de cuatro periodistas holandeses en El Salvador (In een hinderlaag gelokt. Ter herinnering aan de moord op vier Nederlandse journalisten in El Salvador). Rond die tijd was al duidelijk geworden dat 25 soldaten van het Atonal-bataljon, onder leiding van sergeant Mario Canizales Espinoza en in opdracht van kolonel Mario Adalberto Reyes Mena, de acht in een hinderlaag opgewacht hadden. Twee nabestaanden van de journalisten, Gert Kuiper en Saskia ter Laag, waren toen in het land om het Openbaar Ministerie te verzoeken het onderzoek naar de dood van hun broers en de zes anderen uit 1982 te heropenen, nu er nieuwe informatie beschikbaar was.

Geen vergeving, geen vrede

Saskia ter Laag, de jongere zus van Hans ter Laag, meldde bij die gelegenheid dat “37 jaar veel te lang is voor een moordonderzoek. Het is een ongelooflijke zaak, niet alleen voor de vier journalisten maar ook voor de vier vermoordde guerrillastrijders en de andere 75.000 vermoordde Salvadoranen. We zijn hier om druk uit te oefenen om het onderzoek te bespoedigen, voordat de verantwoordelijken overleden zijn.” Zij onderstreepte dat er zonder gerechtigheid geen vergeving kon zijn en ook geen vrede.

Al snel na de gebeurtenissen stelden de militaire machthebbers een formeel onderzoek in, maar dat onderschreef uiteindelijk slechts de lezing van het leger. In juli 1984 werd de zaak gesloten. Op aandrang van rechter Dora del Carmen Gómez de Claros werd deze in 1987 heropend, met name om getuigenverklaringen toe te kunnen voegen. Nadat Gómez het jaar daarop, na anonieme bedreigingen, het land was ontvlucht, werd het onderzoek opnieuw gesloten. Vanaf 1993 kon er geen nader onderzoek plaatsvinden vanwege de toen aangenomen amnestiewet voor bepaalde misdrijven begaan tijdens de burgeroorlog.

Het duurde tot maart 2018 voordat er weer beweging in de zaak kwam. Toen dienden de Salvadoraanse Mensenrechtencommissie en de bovengenoemde genoemde Stichting Comunicándonos bij het Openbaar Ministerie (OM) een formele aanklacht in tegen kolonel Mario Reyes alsook tegen Francisco Morán, voormalig directeur van de binnenlandse politie, als opdrachtgevers voor de moord. Zij werden daarbij ondersteund door de Nederlandse ambassadeur in Midden-Amerika, Peter Derrek Hof.

Amnestiewet

De aanklacht was mogelijk doordat het Hooggerechtshof in 2016 de amnestiewet van 1993 ongrondwettelijk verklaard had. Met name grove schendingen van het recht konden nu weer onderzocht worden. Voorbeelden hiervan zijn de door het leger gepleegde massamoorden van El Mozote (1981, minstens 800 doden) en El Calabozo (1982, ruim 200 slachtoffers), de moorden op aartsbisschop Romero in 1980 en op zes Spaanse Jezuïeten, hun huishoudster en haar dochter in 1989 – en ook de moord op de vier Nederlandse journalisten en hun FMLN-begeleiders. De Werkgroep Tegen de Straffeloosheid van het OM ontfermde zich over deze laatste zaak, maar volgens Factum was er driekwart jaar later nog even weinig gebeurd als gedurende de 37 jaar daarvoor, mede omdat kolonel Reyes onvindbaar zou zijn.

Tijdens een onderzoek naar de Amerikaanse betrokkenheid bij de Salvadoraanse burgeroorlog, had het VARA-televisieprogramma Zembla Reyes echter al in 2018 in de Verenigde Staten opgespoord. Hij woonde gewoon in Virginia, vlak bij Washington en ontkende iets misdaan te hebben.

Naar aanleiding van de publicatie in Factum beweerde het OM dat het onderzoek in een beslissende fase zat en dat er spoedig overgegaan zou kunnen worden tot formele aanklachten tegen de schuldigen. Lastig was wel dat er nog zo’n 170 andere zaken uit de burgeroorlog waren die om aandacht vroegen, maar waaraan het leger niet wilde meewerken. Bovendien waren er zorgen dat de overheid met een Wet op de Nationale Verzoening zou komen, die in feite een nieuwe amnestiewet zou kunnen zijn. Deze wet is uiteindelijk afgelopen februari door het parlement aangenomen, maar president Bukele heeft hier meteen zijn veto over uitgesproken. Het uit één kamer bestaande parlement zou dat veto met een twee derde meerderheid kunnen doorbreken maar dat is tot op heden niet gebeurd.

Vanwege gebrek aan vooruitgang in de zaak-Koster c.s. heeft het Instituut voor de Openbaarheid van Bestuur (IAIP, een soort Ombudsman) op 18 februari dit jaar de regering 30 dagen de tijd gegeven om met tot dan toe achtergehouden informatie te komen over de rol van leger en politie bij deze meervoudige moord in 1982. 

Vertraging door corona

Hoewel het Ministerie van Defensie nog steeds ontkent informatie achter te houden, hecht het IAIP daar weinig waarde aan. Het eist daarom een overzicht van alle vliegbewegingen van helikopters inclusief gegevens van bemanningsleden en het logboek van de bevelvoerder van het Atonal-bataljon. Mocht er dan nog steeds geen nieuwe informatie gevonden worden, dan eist het IAIP de volledige inzet van het Ministerie om de waarheid te reconstrueren.

Hoewel regering en ministeries een uitspraak van het IAIP niet zomaar naast zich neer kunnen leggen, bereikte in de tussentijd de wereldwijde corona-crisis ook El Salvador. Hierdoor is er helaas opnieuw vertraging opgetreden in de zoektocht naar gerechtigheid in deze zaak waarbij, volgens dit overheidsinstituut - aansluitend bij de conclusies van de Waarheidscommissie in 1993 - vier journalisten bewust door het leger uit de weg geruimd zouden zijn. Deze vertraging zal het leger en het Ministerie van Defensie niet slecht uitkomen.

Overigens verloren tenminste dertig journalisten het leven tijdens het verslaan van de twaalfjarige burgeroorlog. Onder hen een vijfde medewerker van Kenmerk: op 19 maart 1989 werd cameraman Cornel Lagrouw tijdens een vuurgevecht tussen FMLN en regeringstroepen gedood in Jan Francisco Javier, Usulután. Van vier andere journalisten is nooit meer iets vernomen.

De reportage van Zembla uit 2018 kan hier bekeken worden:

Dit artikel is onderdeel van de Special El Salvador voorjaar 2020

Bookmark and Share


Terug