Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Evo Morales: de terugkeer van de Inca

Op weg naar een autoritaire samenleving

Datum : 16/11/2016
Auteur : Frank Bron
Land : Bolivia

Evo Morales: de terugkeer van de Inca

Onder leiding van de eerste president van inheemse komaf, Evo Morales, beleeft Bolivia een periode van ongekende stabiliteit en economische groei waar vooral de vele armen in het land van profiteren. Deze positieve ontwikkeling gaat echter gepaard met een steeds sterker autoritarisme en de onderdrukking van veel vormen van (mogelijke) oppositie. 

Terwijl het Spaanse rijk vanaf 1492 steeds grotere delen van en rondom het Caribisch gebied koloniseerde, veroverden de Inca’s grote delen van Zuid-Amerika waaronder het Andesgebied in het huidige Bolivia. Kenmerkend voor het Incarijk was de hoge mate van politieke en culturele integratie, waarbij de Sapa Inca (de heerser) als absolute vorst de bindende factor was. Geholpen door een omvangrijk wegennet en de goddelijke verering van de Sapa Inca, hielden de Incaheersers hun rijk onder controle. Hun taal, het Quechua, en culturele uitingen verspreidden zich over het hele rijk dat zich op het hoogtepunt uitstrekte van het zuiden van Colombia tot halverwege Chili.

Recht op inspraak

Het was een kwestie van tijd voor beide expanderende rijken met elkaar in conflict kwamen en dat gebeurde dan ook vanaf 1528. Nog geen vijftig jaar later, in 1572, onthoofdden de Spanjaarden de laatste Sapa Inca, Túpac Amaru, waarmee het Incarijk ophield te bestaan. De Spaanse koloniale periode die volgde duurde voor Bolivia tot 1825 toen de onafhankelijkheid uitgeroepen werd. Het land bleef echter arm en instabiel waarbij de nazaten van de Inca’s en de ongeveer dertig andere inheemse volkeren in de praktijk tweederangs burgers waren, ‘intern’ gekoloniseerd door Bolivianen van Europese komaf. Het kauwen van coca hielp hen kou, honger en hard werk te weerstaan. Hoewel zij de meerderheid van de bevolking vormden, kregen inheemse Bolivianen pas in 1952 ‘recht op inspraak’. Langzaam maar zeker werden hun rechten uitgebreid, met name nadat in 1982 de laatste militaire dictatuur de macht overgedragen had aan een burgerregering onder leiding van Hernán Siles Suazo. Deze rijke maar gewelddadige geschiedenis is tot op heden niet alleen een bron van trots voor de veelal arme Bolivianen van inheemse komaf, maar ook van spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Een belangrijke verandering voltrok zich in 2005 toen Evo Morales Ayma met behulp van sociale bewegingen de presidentsverkiezingen won. Morales, leider van een verbond van cocaleros, was afkomstig uit een familie van Aymara-landbouwers. In 2006 werd hij geïnstalleerd als de eerste inheemse president van het land. 

Ja, ik kan het

Morales’ politieke partij was de Movimiento al Socialismo (Beweging naar het Socialisme, MAS). Verbazingwekkend was het dus niet dat hij in zijn inaugurele rede nationalisme, anti-imperialisme en anti-neoliberalisme noemde als hoekstenen voor zijn te voeren beleid. In zijn eerste regering benoemde hij vooral inheemse en linkse activisten - hoewel velen snel werden vervangen door beter opgeleide politici uit de middenklasse. Bovendien reduceerde hij zijn eigen salaris en dat van zijn regeringsleden met 57 procent tot 1.875 USD per maand. Andere overheidssalarissen werden zodoende eveneens gekort, omdat volgens de wet geen functionaris meer mag verdienen dan de president. Ook werd al spoedig het ministerie van Inheemse Zaken afgeschaft, door Morales een racistische instelling genoemd in een land met een in meerderheid inheemse bevolking. Via een verkozen grondwetgevende vergadering kregen alle Bolivianen dat jaar bovendien het recht op water, voedsel, gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting. 

De MAS-regering startte meteen in 2006 de campagne Yo sí puedo (Ja, ik kan het), een alfabetiseringscampagne gericht op onderwijs in eigen taal aan de arme inheemse bevolking. Quechua en Aymara werden officiële talen en Bolivia werd een Plurinationale Republiek. Eindelijk kreeg de inheemse bevolking de aandacht die het zo lang ontbeerd had. Internationaal sloot Bolivia zich aan bij de links-populistische landen van de regio verenigd in de ALBA, de Bolivariaanse Alliantie voor Amerika, op dat moment bestaande uit Cuba en Venezuela. De relatie met de Verenigde Staten verbeterde daardoor niet, maar dat verhoogde weer de populariteit van Morales in Bolivia en de regio.

Grondstoffen

Vier jaar later, in december 2009, werd Morales dan ook met ruime meerderheid van stemmen herkozen. Aanvankelijk voorzag de grondwet van het land niet in een herverkiezing, maar begin dat jaar had de bevolking via een referendum al ingestemd met een grondwetswijziging die dat mogelijk maakte. Tijdens zijn eerste regeerperiode probeerde Morales duidelijk zijn eigen achterban, de grote groepen arme Bolivianen van inheemse komaf, tevreden te stellen met allerlei sociale programma’s. Dat lukte, vooral omdat de prijzen voor Boliviaanse grondstoffen (aardgas, tin, goud, ijzererts) op de wereldmarkt hoog waren. Tijdens zijn tweede presidentschap, toen de inkomsten begonnen te dalen, zocht hij om economische redenen toch weer toenadering tot de middenklasse en de rijkere Bolivianen, waardoor hij regelmatig met zijn eigen achterban in conflict kwam.

Een goed voorbeeld was het doordrukken van de aanleg van een weg van Cochabamba naar Beni door het Inheemse Gebied en Nationaal Park Isiboro Sécure (TIPNIS) in 2011 en 2012. De inheemse bewoners van TIPNIS waren fel tegen de aanleg van deze weg van zo’n 45 kilometer door het gebied, met name omdat ze zich niet voldoende geconsulteerd voelden. Ook milieuactivisten keerden zich tegen Morales terwijl er tegelijkertijd spanningen waren met de vakbonden over gebrekkige loonsverhogingen. 

In mei 2013 werd een controversiële wet aangenomen waardoor Morales zich zelfs verkiesbaar kon stellen voor een derde termijn. Dit ondanks dat hij kort na zijn aantreden zelf met een nieuwe grondwet was gekomen waarin stond dat een president slechts twee termijnen kan dienen. Het Constitutionele Hof besloot echter dat de eerste termijn van Morales niet meetelde, omdat deze viel onder de oude grondwet. In oktober 2014 werd Morales opnieuw tot president gekozen met 61 procent van de stemmen.

Cocaboer

Maar nog was de voormalige cocaboer niet tevreden. Op 21 februari dit jaar kon de bevolking zich opnieuw in een referendum uitspreken over de vraag: “Stemt u in met de herziening van artikel 168 van de huidige grondwet die het mogelijk zal maken dat de president en vicepresident zich twee maal herkiesbaar mogen stellen?” Als het een ‘ja’ geworden zou zijn, had Morales zich in 2019 opnieuw verkiesbaar kunnen stellen. De Bolivianen stemden echter nipt tegen deze nieuwe grondwetswijziging.

Morales leek de nederlaag persoonlijk op te vatten. Velen onder zijn achterban volgden hem daarin omdat de MAS-regering haar legitimiteit vindt in de sociale bewegingen van het land. De regering vertegenwoordigt dus het volk en wie tegen de regering is, is daarmee ook tegen het volk. De MAS meent dat ze ‘voor het welzijn van het volk’ een zekere controle moet hebben over kritische niet-gouvernementele organisaties (ngo’s). Anders bestaat volgens haar het risico van politieke bemoeienis en destabilisatie van het land. Al in 2013 werd Wet 351 op de Verlening van Rechtspersoonlijkheid goedgekeurd. In de uitwerking daarvan werd een reeks administratieve belemmeringen opgeworpen voor verschillende soorten nationale en internationale organisaties en kreeg de regering de mogelijkheid om stichtingen en organisaties zonder winstoogmerk, die als “onregelmatig” worden beschouwd, te sluiten. Als gevolg hiervan werden de werkvergunningen van USAID en IBIS (de Deense Oxfam) ingetrokken. IBIS werd nota bene beschuldigd van ‘ontoelaatbare inmenging’ in de nationale politiek vanwege haar werk met inheemse groepen, Morales’ eigen achterban, terwijl USAID het traditionele verwijt kreeg een instrument van het Amerikaanse imperialisme te zijn.  

Verdeeldheid

In haar World Report 2016 stelt de organisatie Human Rights Watch dat de regering Morales in Bolivia een vijandige omgeving heeft gecreëerd voor mensenrechtenverdedigers en anderen. Dit vertaalt zich aan de ene kant in een situatie waarin nationale en internationale organisaties zich politiek rustig houden om te vermijden dat ze lastig worden gevallen door de overheid. Aan de andere kant wakkert de regering de verdeeldheid onder mogelijke oppositiegroepen aan en soms ‘koopt’ ze vrij openlijk steun met giften en gunsten. Zo deelde de MAS naar verluid mobiele telefoons onder potentieel kritische studenten uit. 

Het huidige Bolivia is geen één-partijstaat en sinds 2006 is er veel gewonnen. De 60 procent Bolivianen van inheemse komaf is zichtbaarder en hoorbaarder dan ooit tevoren. De economie groeit. De inkomsten uit exploitatie en export van de natuurlijke hulpbronnen worden eerlijker gedistribueerd dan vroeger of in de buurlanden. Het aantal mensen dat in (extreme) armoede leeft is substantieel gedaald. Basisvoorzieningen als water, riolering, aardgas, infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg bereiken meer mensen dan ooit. Daartegenover staan Morales’ autoritaire regeerstijl, publicitaire gemenigheidjes en de nog altijd stevige corruptie. Toch scoort Bolivia volgens Transparency International beter dan buurlanden als Argentinië of Paraguay, of mede-ALBA leden Ecuador en Venezuela. Tekenend is dat de Democratie Index van de Britse Economist Bolivia noch onder de democratische landen schaart noch onder de autoritaire regimes, maar het onder de ‘hybride’ regimes plaatst.

Nu is het onze beurt

Velen onder Morales’ achterban nemen dat voor lief onder het motto: ‘Na vijfhonderd jaar onderdrukking is het nu onze beurt’. Vele anderen, die niet tot zijn achterban behoren, zijn juist bang voor de gevolgen voor hun bedrijven, hun organisaties, hun toekomst. “De regering kondigt gewoon een algemene loonsverhoging af zonder zich druk te maken over hoe werkgevers die op moeten brengen”, aldus een ondernemer in Santa Cruz. Ook op andere manieren hebben ondernemers het gevoel steeds meer onder druk te staan, dat zij in hun handelen bewust beperkt worden, dat Bolivianen van inheemse komaf voorgetrokken worden. 

Al snel na zijn aantreden nationaliseerde Morales het oliebedrijf YPFB dat niet alleen een belangrijke bron van inkomsten voor zijn regime werd, maar ook een bron van corruptie. In oktober schreef de krant El Deber: “Volgens beschuldigingen zijn familieclans er in geslaagd Boliviaanse olie achter te houden ten koste van de nationale schatkist.” Paginasiete.bo publiceerde eerder dit jaar zelfs een overzicht van niet minder dan zes grote corruptieschandalen sinds 2006. Persoonlijke betrokkenheid van de president wordt niet benoemd, maar mensen uit zijn directe omgeving hebben zich wel verrijkt of worden niet gestraft. Ondertussen ziet de traditionele middenklasse haar belangen steeds vaker bedreigd door familieclans, direct of indirect gelieerd aan de MAS of haar leiders.

Naast ondernemers voelen ook intellectuelen en medewerkers van ngo’s zich ongemakkelijk: “Er is angst” wordt er gezegd en “Morales gedraagt zich steeds meer als de Inca zelf, die het hele land als zijn persoonlijke eigendom ziet.” Net als elders is de ‘wie niet voor mij is, is tegen mij-mentaliteit’ ook in Bolivia doorgedrongen. Er is nog steeds persvrijheid, maar de regering beschuldigt journalisten regelmatig van politiek gemotiveerde verdraaiingen of van deelname aan een internationale samenzwering tegen het land.  

Dakar-rally

Spanningen met mijnwerkers zijn ook in aantal en hevigheid toegenomen omdat de belangen van de regering (meer inkomsten uit mijnbouw) steeds minder overeen komen met die van de mijnwerkers (meer inkomsten voor henzelf). Politieke stellingnames tegen internationaal ‘rechts’ (zoals de nieuwe Braziliaanse president Temer) en ‘imperialisme’  moeten de aandacht van die binnenlandse problemen afleiden. 

Grote delen van de Boliviaanse bevolking vinden het echter prima wat Morales doet en zijn er bijvoorbeeld trots op dat het hem lukte de Dakar-rally naar Bolivia te halen. Bizarre voorstellen zoals de klokken in het land tegen de klok in te laten draaien (2014) om zodoende dichter bij de ‘inheemse wortels’ van het land te komen, worden hem vergeven. Kritiek van milieuactivisten, waar hij zich eerder als vereerder van Pacha Mama (moeder aarde) ook toe rekende, wuift hij weg als ‘reactionair’. Inmiddels is het land, net als vele andere landen op dit moment, stevig verdeeld in twee kampen: vóór en tegen Evo Morales. Deze politieke scheidslijn loopt grotendeels parallel aan de scheidslijn tussen arm en rijk, tussen inheems en niet-inheems, en tussen een visie op het verleden en een visie op de toekomst. 

Beide kampen verketteren elkaar steeds harder en een middenweg tussen economische ontwikkeling gebaseerd op export van grondstoffen en een sociale ontwikkeling gebaseerd op het verheffen van de arme, inheemse onderklasse raakt uit beeld. De verkiezingscampagne voor 2019 belooft nu al lang, verhit en emotioneel te worden. 

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug