Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Vrije tijd & Toerisme

Fiestas de San Sebastián

Datum : 10/02/2011
Auteur : May Peters

Fiestas de San Sebastián

De Fiestas de la calle de San Sebastián zijn de gran finale van de Kerstperiode in Puerto Rico. Deze optocht over één straat in Oud San Juan, namelijk de calle de San Sebastián wordt gehouden ter ere van de patroonsheilige: Sint Sebastiaan.

De Fiestas hebben een religieuze oorsprong en zijn een idee van het volk. De Katholieke Kerk gedenkt op 20 januari de Heilige Sebastiaan. San Sebastián was een martelaar afkomstig uit Narboa Gallilea en gaf zijn leven voor het Christelijk geloof. Tijdens de vervolging van christenen bracht hij hun voedsel en bood troost aan de gelovigen die gevangen gehouden werden. De regering veroordeelde hem hier voor ter dood, door middel van zweepslagen.

Reveille

38 Jaar geleden kwamen buren en vrienden bij elkaar in het huis van doña Rafaela Balladares de Brito in de Calle San Sebastián, met als doel de feesten nieuw leven in te blazen, die Pater Madrazo, van de parochie San José, in die straat vierde in de jaren ‘50. Vanaf zes uur ‘s ochtends bracht een groep muzikanten een reveille door de middeleeuwse straten van Oud San, om de viering aan te kondigen. Zo’n groep bestond uit een pandero (een pandareta bespeler: Puerto Ricaanse tambourijn) een trommel,klarinet, trompet en trombone.

Halverwege de ochtend hield men de eerste processie met het beeld van de Heilige Sebastiaan, vanaf het Colegio de Párvulos tot aan de San José Kerk, waar men vervolgens een heilige mis hield ter ere van de Patroonsheilige. Later doen ook de figuren met een groot hoofd van karton mee en de pleneros ( de musici die de plena spelen, het traditionele ritme van Puerto Rico). Tijdens de eerste jaren vierde men het feest tijdens twee weekeinden. En vanaf zes uur ’s avond was de straat uitgestorven. Af en toe evalueerde men of het nog zin had om door te gaan met de missen, maar doña Rafaela sloeg er geen acht op en overtuigde iedereen dat het volgend jaar beter zou zijn.

Salsa, sabor y control

Vier decennia later zijn de Fiestas de la Calle San Sebastián het grootste gemeenschappelijke en culturele evenement op het eiland geworden. Dit jaar verwacht men 300.000 bezoekers, die van 60 artistieke activiteiten kunnen genieten, met medewerking van meer dan 500 artiesten en artesanos (de vakwerklieden). May Peters was er een van. 

‘Pablo, ik ga niet mee. Moet veel te veel lezen. Je ziet me zaterdag,’ schreef ik op de openingsavond donderdag 13 januari. De amateur plena-band Son de Pandero, kan mij wel missen. Ik had de avond ervoor net het bekroonde boek van professor Quintero gekocht ’Salsa, sabor y control’ en dat wil ik uit hebben, als hij uit Colombia terug is, volgende week. De jongens van onze plena-band hadden een tekst bedacht op de repetitieavond dinsdag. Eerst werd vergaderd. Dat vinden Puerto Ricanen altijd leuk, veel wauwelen en in lange rijen staan.

Kraanwater

‘Zeg, queridos, weten we ook al wat we spelen op het podium zaterdag?’ vraag ik. Ik heb een deja-vu. Word ik hier nu te oud voor, of is het toch gewoon ‘the circle of live’, eindig je gewoon weer waar je begonnen was, namelijk bij amateurs, die een eigen zaak hebben en een vrouw en weet ik veel wat voor reden om niet te studeren... Pablo verontschuldigt zich. ‘Wat wil je drinken?’ ‘Water’. Dan krijg ik kraanwater , wat hier altijd naar chloor smaakt. De andere jongens hebben een Coors Light. Daar ben ik helemaal niet voor, maar beter dat dan dat smerige water. ’Pablo, mag ik een Coors?’ ’Natuurlijk!’ Nou, daar komt de tekst. Met de klemtoon ook op de verkeerde lettergrepen. Nondedjuu! Voordat ik de melodie eens in mijn oren heb. Dat amateurwerk! En ach, de Coors smaakt best oké.

Michael de trombonist is een jonge mulato, die natuurlijk klassiek trombone studeert aan het Conservatorium . ‘Waarom studeer je geen trombone Jazz en Caribische muziek?’ vraag ik. Blijf toch pleiten voor mijn vorige baan. ’Ik heb nog veel techniek nodig,’zegt hij. Ik zucht. Wat een onwetendheid toch alweer. ‘Maar je krijgt het allebei! Techniek, klassieke muziek én jazz, plus jullie eigen muziek.’ ‘Het is niet dat ik niet van mijn eigen muziek houd. Juist veel. Maar ach. Ik vind het ook wel leuk, klassiek.’ Hij heeft niet genoeg lucht, hoor ik. Maar wel de tekst zo meezingen, hup. Je moet niet alleen 'vloeibaar' Spaans spreken, maar in staat zijn de woorden met verkeerde klemtonen uit te spreken, zodat ze toch nog met zijn twaalven in een zin passen.

Politiebegeleiding

Michael begint meteen plena te dansen en dat doet ie erg goed! Ook daarin blijft mijn brein ergens haken, net zoals mijn rechtervoet in mijn sandaal. Loos, hup! Luis heeft T-shirts laten drukken, met het logo van zijn bar achterop en deelt die uit. ‘Weet je zeker dat Large je past?’ zegt Pablo terwijl hij mijn hartstreek inschat. ‘Jahaaaa’. Ik haat die t- shirts, maar goed, wil ik een worden met mijn overzeese broeders dan maar een unisex wit geval aan, waar geen enkele snit in zit voor al die vormen van mij. ‘Jongens, ik ga, he.’ ‘’Wil je nog een Coors?’’…. ooooh, vraag zulke dingen toch niet aan me, Pablo! Je weet dat ik geen nee kan zeggen!.’ Pablo glimlacht: ‘Ik ken jou!’ En zo zie ik toch weer de zin in van een ‘repetitie’, een samenhorigheidsgevoel. Lichaam en bloed van Christus. ‘Salud’.

Dus donderdagmiddag om 13 uur gaat de telefoon. ‘Met radioprogramma Oro special. Ik ben op zoek naar May Peters, van Son de Pandero voor een interview.’… Het nummer herken ik niet, maar wel de stem. ‘Ja, Pablo, ouwhoer.’ ‘Kijk, ik begrijp wel dat je hier bent voor je onderzoek, maar ik zou het heel erg leuk vinden als je met ons mee zou doen.’ ‘Ik kom wel naar de repetitie met Manny Fuentes vanavond.’ ‘Nee, die gaat niet door. We spelen gewoon op de opening om 17 uur.’ ‘Dus wat wij gaan spelen met de hoofdact, doen we even ter plekke.’ ’Ja.’ ‘Aaaah, dan zou ik daarna nog kunnen studeren….’zei ze nog. ‘Nou, ja, jou kennende denk ik niet dat jij nog iets gaat lezen vanavond.’ Nondedjuu. Ik ben nota bene hier ben om de culturele identiteit te onderzoeken. En ik ben nu eenmaal zo’n mens die dat wilt beleven! En dan erover schrijven. ‘Okay, okay, waar moeten we zijn op de Calle San Sebastián?’…

Ik denk nog aan 2007, toen ik met Elías Lopés op dat grote podium speelde. Wij konden toen onder politiebegeleiding er zo naar toe rijden. Eliás is behoorlijk ziek geweest en nu speelt het orkest niet (crisistijd), laat staan dat ik een politieagent kan vinden die me ernaar toe brengt. Maar dan hebben we altijd nog onze visualisatie. ‘Ik vind een parkeerplaats.’ Ik word al echt goed in mijn goedaardige ‘brujería’. Van mijn plek naar de oude stad is vier kilometer. In de tropenzon net te ver om te lopen met een trombone om je nek op een paar sandalen. Bij het Capitolio, het Gouvernementsgebouw staat het muurvast. Maar ach, ik luister naar Z93… En rijd even verderop links naar beneden.

Carnavalsoptocht

Laat die sjofele figuren maar naar een lege parkeerplaats wijzen. En dan zeker nog geld menen te beuren, terwijl ik hier vanavond voor niks speel. Ik vind een lege plek, zonder ‘bewaker’…Moet ik mijn trombone nu al uitpakken en mijn gigbag in de auto laten liggen? Ik bedoel als hier iemand ervaring heeft in het meetrekken met de optocht…. Sinds mijn vijfde levensjaar trok ik met mijn vader voor de eerste keer mee in de Limburgse carnavalsoptocht. Want waar laat je je koffer bij een straatevenement? Ik neem toch maar mijn gigbag mee. Er is hier namelijk voor alles altijd een oplossing. Kijk, daar wordt men ook zo Caribisch flexibel van.Tien minuten heb ik met dat klamme t-shirt de Spaanse keien beklommen en zie ik een glunderende Pablo bij het podium boven. De trombonist van de band die er speelt ken ik toch? Klinkt hartstikke goed, deze plenaband.

En ik maak een foto voor zijn Facebookpagina. Burgemeester Santini houdt een welkoms-toespraak. De drie jeugdige missen, een dochter van hem en twee teenagers, keurig met kroontje en lint, de hand op de heup en dat ene been weer voor het andere. Nou, ik haal een halfkoude Medalla uit mijn tas. Het is tenslotte feest. Het valt me wel op dat er hier niemand bier in zijn handen heeft, behalve dan de Limburgse carnavalist. Ik weet dat er in de wet staat dat je niet met alcohol op straat mag. Wel met revolvers, maar alchohol… Ik kijk naar de politieagent. Niks. ‘Pablo, weet je waar ik mijn trombonetas kwijt kan?’ ’Dat weet Luis.’ Dat zegt de ware Puerto Ricaan. ‘Luis, kan jij mijn tas ergens kwijt?’’Je zei net dat je die meenam!’ zegt onze pandero. ‘¿Estás loco?’vraag ik terwijl ik wijs op een tas van anderhalve meter lang. Ik versta er ook geen juu van.

Ballonnen

Maar goed, Luis neemt mijn tas en brengt die snel naar de bar: ‘We moeten zo.’ Ach, dat zal wel meevallen. Terwijl ik me dan toch bijna weer verslik in mijn halflauwe bier, omdat, stel je toch voor, als we moeten spelen… De steltlopers toren hoog uit boven het inmiddels toegestroomde volk. Fotografen verdringen zich om de poppen van papiermaché. Een fotograaf van El Nuevo Día knikt naar me. Ik kom hem overal tegen. ( we stonden in de zelfde loop bij de Día Nacional de la Salsa in 2009, rood te verbranden.) Tien minuten later vertrekken we. Ja, vertrekken is eigenlijk het verkeerde woord. De meute komt in beweging. Ik hoor ‘Ahí , na ma’. Dus zo geven ze dat aan. Gewoon inzetten. Waar komen die mensen ineens allemaal vandaan? Ik heb nauwelijks plaats om te schuiven. Dan maar op zijn ‘carnavals’ de lucht in.

Vijf minuten later een klere herrie achter ons van een Batukada band. Dat is nu ontzettend hip, tot grote ergernis van mijn professionele percussie collega’s, die mij al vertelden dat het niks te maken had met Braziliaanse muziek.’ Het is gewoon herrie. Alsof de oorlog uitgebroken is,’ vertelde docent Matos me letterlijk. Hoewel ik ze niet heb gezien, blijken er toch organisatoren te zijn, die de band uit elkaar houden. Ik moet erg lachen tussen mijn getoeter door. Want iedereen loopt nu tussen ons door ook. Mensen met guiros, pandaretos. Overal promotieteams van kauwgum, pijnstillers en gigantische ballonnen met het logo van mobiele telefoonbedrijven. Mensen hebben gele hoeden op van mijn biermerk met het ‘ Sanse 2011’.

Sabrrrrrrosa

Alsof het nog niet heet genoeg is. En al die bezwete mensen langs de kant die onze liedjes meezingen.. Kortom een groot gekkenhuis! Aan het eind van de straat dringen we ons door de mensenmenigte rechts de trappen af richting grote podium. Nu lopen ze hier altijd al langzaam en zijn ze zo gewend om in lange rijen te staan, ook als die niet in beweging komen. ( op dit moment horen we twee knallen en poem, het licht is uit! Een dieseltransformator slaat aan bij de buren aan de Oceaan… En ik schrijf gewoon verder op mijn accu, terwijl de regendruppels naar beneden kletteren en de coquis met gemak boven het geronk van de motor en het ruisen van de Oceaan uitkomen. Geen electriciteit meer…)

Goed, aan diezelfde Oceaan staat het grote podium, waar andere musici optreden. ‘ En nu een Medalla,’ zeg ik. We lopen de weg terug langs de Oceaan, wat lekker snel doorloopt. En wat heerlijk die zeebries. Terug bij onze bar, het grootste nut van de eerste slok Medalla! Sabrrrrrrrosa. Ik loop naar buiten en weet niet wat ik zie! Het is zeven uur, twee uur na de optocht over één straat. En diezelfde Calle San Sebastián is verlaten. Het diffuse licht weerschijnt flets op de keien. Een sprookjesachtige sfeer. ´ Heb je dat gezien?´ vraag ik aan Luis: ‘ er is niemand op straat.’ ‘ Die zijn allemaal beneden bij het grote podium.’ Dat antwoord ook! Als in Limburg een optocht is, dan blijven alle optochtbezoekers hangen in de cafés langs de route. Hier is het dood..stil… ´ ´Nou, hoe doen ze dat hier in Puerto Rico? Gaan we nog spelen of even dat liedje doorspelen voor zaterdag?´ vraag ik Pablo:’ want anders ga ik naar huis,’ denkend aan al die wetenschappelijke lectuur die ik nog moet lezen. ‘ Laten we daar even naartoe gaan’, zegt Pablo.

Elastieke benen

Een bar waar men salsa gorda draait. Een verlopen vrouw met dezelfde omvang als haar lengte in een vaal bebloemd shirt. De jongens hebben hun granberry met rum al. Maar ik heb geen rust. Dus besluit mijn trombone maar uit te pakken ( voorbeeldfunctie) en hoop dat de anderen mij volgen… En warempel.. wat ook geschiedt. En wat daarna gebeurt is niet geloven. Terwijl Danny al die twaalf woorden in een zin propt, komen de mensen toegestroomd. We staan inene ook buiten, met naast me een onbekende trommelaar en nog een pandero. Vrouwen die mij trots en glunderend aankijken. Ik vertegenwoordig dat deel van de bevolking wat je niet ziet in deze orkesten, ook al zijn het amateurs. Michael danst met elastieke benen. Ik moet dan toch ook kunnen…
Och, verder dan zwemmen als het niet regent kom ik niet, dus dit soort lichaamsbeweging is goed, ook al struikel ik zowat op mijn sandalen! Ja, volgens mij kunnen we dit nummer zo wel spelen zaterdag. Klaar. Applaus!!! ‘Laten we even wat eten’, stelt Pablo voor. Daar staat een politieagent met kogelvrij vest die, zoals hij eruit ziet, verstand van eten heeft. ‘ El Jibarito en la Calle Sol.’ En oh, wat ben ik de man dankbaar! Ik krijg de meest goddelijke mofongo van Yuca voorgeschoteld die ik ooit in Puerto Rico geproefd heb. En mijn gambas in olie en paprika doen mij ook stijl achterover vallen. Nou, een groot geluksgevoel! Bediening ontzettend vriendelijk en voor $ 20,- zijn we klaar.

‘Dat is eten was echt goed. Avé María!´roept Javier uit. En ik begin totaal onbewust het koortje van een beroemde rumba te zingen`´Avé María , morena.´ De jongens zetten meteen in en beginnen pandereta te spelen, al coro zingend lopen we over straat. ‘Weer terug naar die plek?’ zegt onze zanger Danny. ‘Oké.’ We lopen terug naar het steegje op de heuvels aan de Atlantische Oceaan, waar inmiddels een andere plenagroep staat. ‘ Die van Heineken.’ Ze hebben een shirt van Heineken aan, dus dat wil zeggen dat ze gesponsord worden. De ongesponsorde professional uit Nederland speelt over de vuilnisbak naar de trompettist, die me niet aankijkt. Maar wel de rest van de band, die meteen nog een keer omkijkt en glimlacht. Ik zal dat hele machismo-gebeuren even omver blazen. Binnen in het café sta ik naast hem en nu moet hij wel kijken omdat ik zo mooi een tweede stem speel. Krijg zelfs een high –five. Hup, weer naar buiten.

Heupen

De jongens gaan een biertje halen bij de achterdeur. Ik heb even genoeg bier. ´Breng die jongens nog wat bier, anders spelen ze niet!’ roept een vrouw. Daar moet ik ook omlachen! In Puerto Rico doen maar weinig mensen iets voor niks. Ja, zo’n idioot als ik. Maar dat is goed voor de universele energie stroom… En daar komt een andere vrouw met een ijskoud sixpack Medalla aangezwengeld: ‘para los musicos.’ Er staat een man of vijftig om ons heen. En een paar latinas die niet helemaal helder meer uit hun ogen kijken, maar daarom natuurlijk helemaal loos gaan. Ellebogen in de lucht en shaken die heupen, of schouders of allebei. Michael stapt ineens naar voren en zingt ´pregones´ (improviserend zingen). Het publiek is helemaal enthousiast, ik ook. Meer Medallas. Nu is mijn ervaring dat Carnavalstrombone spelen een voortdurende blaastest is. Dus neem ik nog maar een slok. Pablo kijkt op zijn horloge. ‘We houden er mee op.’ ‘ Ik moet morgen om zes uur werken’, zegt Javier. Okay, ‘se acabó…. El vacilón.´zing ik de merengue die ik altijd met Javier Plaza speelde (het is afgelopen met de lol) .

En meteen beginnen ze weer allemaal te zingen ´ se acabó…. El vacilón.’ En de jongens maken hier weer een plena variant van. Ik schiet in de lach. Komen wij hier nog weg? De lol is nog lang niet afgelopen. Na een kwartier wel, ja. Terwijl ik mijn biertje op de hoek opdrink kijk ik naar het oudje wat in de deur van haar huis op een rolater zit en het geheel aanschouwt. Komt ineens een man naar mij toegelopen. Een oudere heer, snor, gestreept shirt. ‘Holaaaa!’ Ik schiet in de lach. ‘Politoooo! ‘’Kom even binnen. Ik woon hier’, en wijst naar het huis waar de vrouw zit. Hoe is het nou toch weer mogelijk? Polito Huerta, de bassist op alle legendarische opnamens van Eddie Palmieri. Ik ken hem sinds mijn eerste jaar 1994. ‘Kom binnen, maestra!’ En ik treed de kleine woning binnen, waar nog mooi de kerstboom staat. Hij pakt meteen zijn contrabas, uit een hoek en begint ‘Autumn Leaves’ te spelen. Mijn telefoon gaat. Ik stap even naar buiten en roep naar de overkant waar Pablo staat: ‘Ik ben hier’. Hup, Pablo ook de straat over en het huis in van onze grootmeester. ‘Pablo Rhebein- Polito Huerta’. Polito stelt ons vervolgens aan zijn 94 –jarige moeder voor. Ik schud nog steeds mijn hoofd om zoveel onverwachte ontmoetingen. En omdat ik nu toch geloof in de tekenen van het universum, heb ik besloten om hier te blijven met mijn journalistenvisum, tot oktober 2014. En ik begin aan mijn tweede boek, want wat er daarna allemaal gebeurt kan ik de internetprovider van Caribe Magazine niet aan doen.

 

 


Terug naar boven

Bron : Caribe Magazine
Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug