Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Franse straf voor opstandige slaven

De zware schuldenlast van Haïti

Datum : 15/07/2020
Auteur : Jan de Kievid
Land : Haïti

Franse straf voor opstandige slaven

Haïti vocht zich in 1804 als eerste land vrij van het Franse koloniale bewind. Maar Frankrijk erkende de nieuwe staat van voormalige slaven pas toen het Haïti had gedwongen een kolossale schadevergoeding te betalen aan de ex-slavenhavenhouders. Ruim een eeuw ondermijnde deze schuldenlast de zelfstandige ontwikkeling van het land. Maar Frankrijk wil niet praten over compensatie voor de wijze waarop het de voor hun vrijheid vechtende bewoners heeft gestraft.

Weinig landen zijn zo door rampen getroffen als Haïti, het armste land van het westelijk halfrond. Vaak door natuurrampen en bloedige machtsconflicten, maar ook door een verpletterende schuldenlast die werd opgelegd door de vroegere kolonisator, Frankrijk. De Franse econoom Thomas Piketty, die in 2013 grote bekendheid verwierf met zijn dikke boek Kapitaal in de 21e eeuw over sociaaleconomische ongelijkheid, heeft het nog eens op een rij gezet. Hij doet dat in zijn nieuwe boek van meer dan duizend pagina’s Kapitaal en ideologie (2019). Dit is een uitgebreid historisch onderzoek over de ongelijkheid binnen en tussen landen en werelddelen en de ideologische rechtvaardigingen van die ongelijkheid. Een vierde deel van het boek is gewijd aan op slavernij gebaseerde economieën en gekoloniseerde landen. Daarbinnen behandelt Piketty de Haïtiaanse schuldenkwestie als extreem voorbeeld van ongelijkheid. Behalve voor Brazilië en Haïti is er in dit boek helaas weinig aandacht voor Latijns Amerika.

In de 18e eeuw gold Saint-Domingue (het huidige Haïti) als de Parel van de Cariben. Geen kolonie leverde Frankrijk zoveel voordeel op. Terwijl in Saint-Domingue in 1790 maar zeshonderdduizend mensen woonden, leverde het drie procent extra inkomsten aan Frankrijk, dat bijna vijftig keer zoveel inwoners telde. Drie procent lijkt niet zoveel, maar uit het ‘gewone’ Franse nationaal inkomen moesten investeringen, importen, voedsel voor de bewoners, staatsuitgaven en dergelijke worden betaald. Het geld uit Haïti was echter puur winst, waarvan productiekosten, importen, het kopen en voeden van slaven en de lokale investeringen en consumptie van de plantage-eigenaren al waren afgetrokken. Weinig koloniën kenden zo’n hoog percentage zwarte slaven: ongeveer negentig procent van de bevolking. Daarmee samen hing een extreem ongelijke inkomensverdeling. De rijkste tien procent van de bevolking kreeg minstens tachtig procent (misschien zelfs 85 tot negentig procent) van het inkomen. De overige negentig procent moest het doen met ergens tussen de tien en twintig procent van het inkomen (in geld en natura).

Slavenopstand

Hier brak in 1791, ten tijde van de Franse Revolutie, een slavenopstand uit, al snel geleid door Toussaint Louverture. Als reactie hierop schaften de Franse revolutionairen begin 1794 de slavernij in de koloniën af. Nadat generaal Napoleón in 1799 de macht had gegrepen, voerde hij in 1802 de slavernij weer in, maar in 1804 vocht Haïti zich onafhankelijk van Frankrijk. Het was niet eenvoudig het land weer op te bouwen na de verwoestingen en bloedbaden van de jaren van strijd, zowel tegen Frankrijk als intern. Bovendien wilden de voormalige slaven niet meer op suikerplantages werken, maar een eigen stukje land bewerken. De winstgevende suikerproductie was grotendeel verplaatst naar Cuba.

Om zich te kunnen ontwikkelen had de nieuwe staat internationale veiligheid nodig. Frankrijk weigerde echter Haïti te erkennen. Het blokkeerde de handel en dreigde met een militaire invasie. Met zulke dwangmiddelen wist Frankrijk in 1825 te bereiken dat Haïti een enorme schuldenlast op zich nam, in ruil voor erkenning door Frankrijk en een einde van de Franse intimidatie. Haïti moest aan Frankrijk 150 miljoen gouden francs betalen als compensatie voor de slavenhouders die hun ‘bezit’ waren kwijtgeraakt. Dat was een kolossaal bedrag en bovendien per slaaf twee keer zoveel als de Engelse slavenhouders kregen toen Engeland in 1833 de slavernij afschafte. Na de Franse erkenning van 1825 volgden snel ook Europese landen als Denemarken, Engeland, Nederland en Zweden.

Driemaal nationaal inkomen

Die 150 miljoen was toen twee procent van het Franse nationaal inkomen, maar driemaal het nationaal inkomen van Haïti. Dat is ongeveer dezelfde verhouding als bij de herstelbetalingen die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog kreeg opgelegd. Omgerekend naar de huidige situatie gaat het volgens de berekening van Piketty voor Haïti om veertig miljard dollar. Dat is bijna vijf keer het huidige nationaal inkomen van Haïti en ongeveer 25 keer het jaarlijkse overheidsbudget.

Haïti zou het hele bedrag in vijf jaar moeten betalen aan de Franse Caisse des Dépots et Consignation, die het aan de ex-slavenhouders zou doorgeven. Dat kon Haïti natuurlijk onmogelijk opbrengen en om toch te kunnen betalen werd het verplicht leningen te sluiten bij Franse particuliere banken tegen een jaarlijkse rente van vijf procent. Daardoor moest Haïti jaarlijks ongeveer 15 procent van het nationaal inkomen aan Frankrijk betalen, terwijl het overheidsbudget in die tijd hooguit tien procent van het nationaal inkomen bedroeg.

Na een zware aardbeving en brand in de hoofdstad Port-au-Prince in 1842 was Frankrijk bereid zes jaar geen geld te eisen, maar tussen 1849 en 1915 moest Haïti nog steeds gemiddeld vijf procent van het nationaal inkomen voor Frankrijk ophoesten. De internationale positie van Haïti was ook lange tijd niet veilig, omdat de Verenigde Staten het land van de slaven die zich hadden vrijgevochten niet wilden erkennen zolang ze zelf nog slaven hielden. Pas in 1862, tijdens de Amerikaanse burgeroorlog en drie jaar voor de afschaffing van de slavernij, erkende president Lincoln Haïti.

Compensatie voor Haïti?

Uiteindelijk heeft Haïti de schuld grotendeels betaald. De nog resterende schulden werden in 1915 door de Franse banken – met steun van de Franse regering – overgedragen aan de Verenigde Staten, die 1915 tot 1934 Haïti bezetten om hun economische belangen van daar veilig te stellen. Pas kort na 1950, na ruim 125 jaar, werd het schuldenboek definitief en officieel gesloten. Piketty noemt het niet, maar volgens mijn berekening heeft Haïti met al die rentes over leningen om de schuld te kunnen betalen meegerekend drie tot vier keer het oorspronkelijke bedrag van 150 miljoen francs   moeten betalen. Dus in huidige termen 120 tot 160 miljard dollar, vijftien tot twintigmaal het nationaal inkomen van Haïti.

Toen Haïti in 1904 een eeuw onafhankelijkheid vierde, weigerde Frankrijk – met een tamelijk linkse president - een officiële delegatie te sturen, omdat Haïti niet hard genoeg opschoot met de betaling van de schuld. Bovendien had Frankrijk toen moeite om onrust in sommige koloniën onder controle te krijgen. In 2003 vroeg de linkse Haïtiaanse president Jean-Bertrand Aristide aan Frankrijk terugbetaling van de lening voor een bedrag van 21 miljard dollar, maar een Franse commissie concludeerde begin 2004 dat er geen juridische basis was om op dat verzoek in te gaan. Datzelfde jaar 2004 weigerde de rechtse Franse president Jacques Chirac bij tweehonderd jaar onafhankelijkheid naar Port-au-Prince te komen. Hij wilde niet door Aristide over deze kwestie aangesproken worden. Toen in 2015 de socialistische president François Hollande Haïti bezocht om de wederopbouw na de grote aardbeving van 2010 te bekijken, erkende hij een soort ‘morele’ schuld van Frankrijk, maar van financiële compensatie kon geen sprake zijn. De Franse minister van Justitie Christiane Taubira, afkomstig uit Frans-Guyana, had tevergeefs geprobeerd Hollande te interesseren voor de Haïtiaanse schuldenkwestie.

Piketty concludeert: “Voor meer dan een eeuw had de prijs die Frankrijk Haïti voor z’n vrijheid dwong te betalen grote gevolgen: namelijk dat de economische en politieke ontwikkeling van het eiland ondergeschikt was aan de schuldenkwestie.” Hij vindt veel argumenten tegen Franse herstelbetalingen ongefundeerd.

Zie over de ontwikkeling van Haïti ook: https://www.lachispa.nl/recensies-boeken/grond-zonder-rust-breuklijnen-in-haitiaanse-bodem-door-marcel-catsburg-een-unieke-stormachtige-geschiedenis/

Bookmark and Share


Terug