Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Geweld, straffeloosheid, maar een veerkrachtige bevolking

Geschiedenis van Guatemala in vogelvlucht

Datum : 19/09/2018
Auteur : Jan de Kievid
Land : Guatemala

Geweld, straffeloosheid, maar een veerkrachtige bevolking

Militaire dominantie, straffeloosheid en een tweederangspositie voor de inheemse bevolking zijn constanten in de geschiedenis van Guatemala sinds de verovering door de Spanjaarden. Pogingen dat te doorbreken, zoals tussen 1944 en 1954, zijn mislukt. In de jaren tachtig was zelfs sprake van genocide tegen de inheemse bevolking. Toch tonen de Guatemalteken zich opmerkelijk veerkrachtig. Een kort historisch overzicht.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw wisten veel Nederlanders van de duizenden doden en vermisten van de dictaturen in Chili en Argentinië. Maar bijna niemand besefte dat de militaire terreur in Guatemala vele malen meer dodelijke slachtoffers had geëist. De inspanningen van het Guatemala Komitee Nederland konden daar maar weinig aan veranderen.

Dat het in Guatemala zo uit de hand kon lopen, was niet helemaal toevallig. Alle Latijns-Amerikaanse landen kennen geschiedenissen vol geweld en onrecht, maar voor Guatemala geldt dat vanaf de Spaanse kolonisatie extra sterk. Sindsdien zijn de oorspronkelijke bewoners tweederangsburgers en domineren de militairen het politieke, maatschappelijke en economische leven meer dan in de meeste andere landen. Nog steeds geldt er straffeloosheid voor de militairen en hun civiele bondgenoten, vooral als die blank en rijk zijn. Pogingen om dit patroon te doorbreken zijn met harde hand de kop ingedrukt. De belangrijkste daarvan, de ‘Guatemalteekse Revolutie’ van 1944 tot 1954, had tot een keerpunt kunnen leiden. Daarover zometeen meer.  

Bloei

Lang voor de komst van de Spanjaarden bloeide de Mayacultuur. De indrukwekkende overblijfselen daarvan trekken duizenden toeristen. Het Mayagebied was drie keer zo groot als het huidige Guatemala en strekte zich uit tot in het huidige Mexico. Na een lange zogenaamde Pre-klassieke periode vanaf 2000 voor Chr. volgde een Klassieke periode, de belangrijkste bloeiperiode van de Mayacultuur: van 250 tot 900. Op het hoogtepunt daarvan telde de stad Tikal ongeveer 100.000 inwoners. Na een tijd van verval duurde de Post-Klassieke van ongeveer 950 tot de verovering door de Spanjaarden. Onderlinge twisten en oorlogen aan het eind van die periode maakten het de Spaanse conquistadores gemakkelijker om – door Mayagroepen tegen elkaar uit te spelen - het gebied onder controle te krijgen. In 1524 hadden ze dat grotendeels voor elkaar.

Onder de Spaanse koloniale overheersers werd de inheemse bevolking (Maya’s, Garifuna’s en Xinca’s) gereduceerd tot tweederangsburgers of nog minder, onderdrukt en uitgebuit of verdreven naar onvruchtbare gebieden. Bestuurlijk vormden het huidige Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica samen de Capitanía General de Guatemala, als onderdeel van het vanuit Mexico bestuurde onderkoninkrijk Nieuw Spanje.

We maken een sprong in de tijd: in 1821 riepen de blanken en mestiezen in dit gebied de onafhankelijkheid van Spanje uit. Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica sloten zich in 1823 aaneen in de Federale Republiek Midden-Amerika, en daarmee hielden ze de koloniale indeling in stand. Deze gammele constructie gaf aanleiding tot veel ruzie, strijd en oorlog en viel in 1839 uit elkaar. Voor de inheemse bewoners maakte dat weinig uit. De onafhankelijkheid van Spanje had hen geen bevrijding gebracht. Vaak gingen ze er nog op achteruit, terwijl wetten om hun positie te verbeteren in de door grootgrondbezitters beheerste rurale gebieden geen enkele betekenis hadden.

‘Octopus’

Ook na 1839 zetten in Guatemala, net als in de rest van Latijns Amerika, conservatieven en liberalen hun – vaak gewapende – strijd om de macht voort. Na enige tijd kregen liberale voorstanders van een exportgerichte economie de overhand. Daarmee begon wat de ‘liberale periode’ (1871-1944) wordt genoemd. Eerst koffie, vooral in handen van Duitse bedrijven, en daarna bananen, geëxploiteerd door de United Fruit Company (UFCO) uit de Verenigde Staten, werden belangrijke uitvoerproducten. Een plantage-oligarchie en autoritaire presidenten domineerden het land. Er kwam een ‘landhervorming’, maar niet om land onder arme boeren te verdelen. Integendeel: de staat nationaliseerde land van de katholieke kerk en inheems grondgebied om het daarna aan de hoogste bieder te verkopen. Dat leidde tot concentratie van grondbezit, grotendeels in buitenlandse handen. Na enige tijd bezat de United Fruit Company de helft van de landbouwgrond en ook een groot deel van de spoorwegen en de havens. Het bedrijf stak overal z’n tentakels uit en werd daarom de ‘Octopus’ genoemd. De van hun gemeenschappelijke grond verdreven inheemsen kwamen beschikbaar als rechteloze, goedkope plantagearbeiders.

Liberaal in politieke zin waren de machthebbers geenszins. President Manuel Estrada (1898-1920) was berucht om zijn wreedheid. Hij diende als inspiratiebron voor de roman Meneer de President van Nobelprijswinnaar Miguel Ángel Asturias. Een latere president, Jorge Ubico (1931-1944), erkende in 1936 tien dagen eerder dan Hitler en Mussolini het regime van de Spaanse dictator Franco. Hij was een groot bewonderaar van Napoleon en vergeleek zichzelf met Hitler. In deze tijd werd de ambassade van de Verenigde Staten als onderdeel van de Guatemalteekse regering gezien.

‘Democratische lente’

Toch bleek Ubico niet almachtig. Hij werd in 1944 verdreven door een algemene staking en grote demonstraties. Ook jonge militairen speelden hierbij een rol. Na enige verwarring nam een driemanschap van twee militairen en een burger tijdelijk de macht over. Een van hen was de 31-jarige officier Jacobo Arbenz. Eind 1944 waren er voor het eerst vrije en eerlijke verkiezingen, gewonnen door Juan Arévalo, een intellectueel die jaren in ballingschap had verkeerd. Arbenz werd zijn minister van Defensie. Arévalo wilde van Guatemala een modern kapitalistisch land maken. Hij zorgde voor politieke vrijheid en maakte een begin met alfabetiseringscampagnes, de bouw van scholen, ziekenhuizen en woningen en betere arbeidswetgeving. Door deze maatregelen en de grotere vrijheid gingen meer mensen zich in vakbonden organiseren.

Zo begon wat de ‘Guatemalteekse revolutie’, de ‘Democratische Lente’ of minder hoogdravend de ‘Liberale revolutie’ wordt genoemd. Het was een bijzonder experiment in een land zonder enige ervaring met democratie, te midden van allemaal Midden-Amerikaanse dictaturen. Arévalo steunde op de kleine stedelijke middenklasse, ontevreden jonge militairen en de kleine stedelijke arbeidersklasse, terwijl arme boeren en inheemsen slechts een marginale rol speelden. De plantage-oligarchie en oudere militairen vonden de hervormingen veel te ver gaan. Er waren niet minder dan 25 pogingen om Arévalo af te zetten.

 

Semi-koloniaal en feodaal

En dan had Arévalo nog niet eens geprobeerd iets op het platteland te veranderen, waar de grootgrondbezitters en de United Fruit Company oppermachtig waren. Arévalo’s met 65 procent van de stemmen gekozen opvolger Arbenz besloot dat bij zijn aantreden in 1951 wel te doen. Zonder ontwikkeling op het platteland, waar ruim twee derde van de bevolking woonde, zou Guatemala niet echt vooruit kunnen komen. Het landbezit was extreem ongelijk verdeeld. Er was een landhervorming nodig om land over arme en landloze boeren te verdelen. Arbenz had ambitieuze doelen: “Ten eerste, Guatemala veranderen van een afhankelijk land met een semi-koloniale economie in een economisch onafhankelijk land; ten tweede, onze natie van een achtergebleven land met een overwegend feodale economie een modern kapitalistisch land maken; en ten derde, deze verandering doorvoeren op een manier die leidt tot de grootst mogelijke verbetering van de levensstandaard van de grote massa’s van de bevolking.”

Volgens de in 1952 aangenomen Landhervormingswet zou alleen niet gebruikt land van grote landeigenaren (boven de 90 ha) worden onteigend om onder landloze boeren te verdelen. De eigenaren zouden hiervoor compensatie krijgen. Daarbij zou de waarde van het land worden bepaald door wat ze de afgelopen drie jaren zelf aan de belasting hadden opgegeven. De landeigenaren waren woedend. Het land van United Fruit werd maar voor 15 procent gebruikt. Daarom werd ongeveer de helft van het totale land onteigend. Het bedrijf claimde dat dat twintig keer zoveel waard was als het zelf eerder bij de belastingdienst had gemeld.

‘Bananenrepubliek’

Hoewel Arbenz streefde naar een ‘modern kapitalistisch land’ en Lincoln als inspiratiebron had, vonden United Fruit en de VS dit ‘communisme’. Dat idee werd versterkt door het feit dat Arbenz werd gesteund door de kleine Guatemalteekse communistische partij. Die had slechts vier parlementszetels, maar was vrij sterk in de vakbeweging. In deze tijd van de Koude Oorlog sloegen John Foster Dulles, minister van Buitenlandse Zaken van de VS, en zijn broer Allen, directeur van de CIA, alarm bij president Eisenhower. Beide heren waren fel anticommunistisch en bovendien zakelijk betrokken bij United Fruit. Guatemala zou al bijna een communistisch land zijn, zo betoogden zij, en dat vlak bij de VS. De CIA vatte het programma van Arbenz denigrerend samen: “een intens nationalistisch programma voor vooruitgang dat is gekleurd door het gevoelige, anti-buitenlandse minderwaardigheidscomplex van de ‘Bananen Republiek’.”

De CIA zocht contact met civiele en militaire opposities in Guatemala die liever vandaag dan morgen Arbenz ten val wilden brengen. Een klein door de CIA georganiseerd rebellenlegertje rukte vanuit Honduras op naar Guatemala, terwijl de VS pamfletten en brandbommen uitwierpen boven Guatemala-stad. De Guatemalteekse generaals waren weinig geneigd tegenstand te bieden en Arbenz vluchtte via een ambassade het land uit. Kolonel Carlos Castillo, sinds 1950 in ballingschap wegens deelname aan een rechtse couppoging, voerde het rebellenlegertje aan. Hij arriveerde in een vliegtuig van de VS-ambassade in de hoofdstad, waar hij tot president werd uitgeroepen. Niet alleen de regering van de VS was blij, ook de dictators van Cuba, Dominicaanse Republiek, Peru, Nicaragua, El Salvador en Venezuela juichten deze contrarevolutionaire coup toe. De aartsbisschop van Guatemala bewonderde “het ernstige en diepgevoelde patriotisme van president Castillo Armas.” Ook de pauselijke nuntius gaf zijn zegen aan de couppleger.

Te weinig gevangenissen

Castillo had echter andere zorgen die hij uitsprak tegen de VS-ambassadeur. Washington had een lijst gestuurd van 72.000 Guatemalteekse communisten, maar het land had veel te weinig gevangenissen om die allemaal op te sluiten. Met de ‘revolutie’ of ‘lente’ was het helemaal afgelopen. De hervormingen werden ongedaan gemaakt en de nieuwe machthebbers ontketenden een repressiegolf tegen aanhangers van Arbenz. Daarbij werden duizenden mensen gedood, vooral onder de inheemse rurale bevolking.

1954 was een keerpunt in de geschiedenis van Guatemala. De militairen namen de macht weer in handen. Tot 1986 waren - op één na – alle presidenten militairen. Die ene burger mocht pas aantreden toen hij had beloofd zich niet met militaire zaken te bemoeien. Deze man vertelde later dat er feitelijk twee presidenten waren, hijzelf en de minister van Defensie, die ‘mij met een machinegeweer bleef bedreigen.’

De militairen regeerden met harde repressie en zonder sociale hervormingen. Als reactie daarop ontstonden in rurale gebieden linkse guerrillagroepen. Dat leidde tot nog hardere repressie. Het dieptepunt werd bereikt onder president Efraín Ríos Montt, die in 1982 door een staatgreep aan de macht kwam en in 1983 weer werd afgezet. In die korte tijd vielen ongeveer 100.000 doden en vermisten, de helft van de slachtoffers van 36 jaar burgeroorlog, en werden meer dan 600 inheemse dorpen met de grond gelijk gemaakt. Er kwam ook een massale vluchtelingenstroom op gang: binnen Guatemala en naar Mexico en de Verenigde Staten.

Onderzoek naar massamoorden

Daarna begonnen de militairen te beseffen – in een tijd waarin veel Latijns-Amerikaanse landen na brute dictaturen begonnen te democratiseren – dat ze effectiever en met meer legitimiteit macht konden uitoefenen onder gekozen burgerpresidenten. Als eerste trad in 1986 de christendemocraat Vinicio Cerezo aan. Al de eerste dag als president kreeg hij te horen: “Nee, meneer, u heeft vrijheid gekregen om te handelen, maar alleen binnen het [door de militairen uitgestippelde] Plan.” Rond 2000 hadden vrijwel nergens in Latijns Amerika de militairen zoveel politieke controle als in Guatemala, en dat is sindsdien niet wezenlijk veranderd.

Met bemiddeling van de Verenigde Naties kwam er in 1996 eindelijk een Vredesakkoord met mooie woorden over Guatemala als multiculturele en multilinguïstische samenleving met erkenning van de rechten en culturen van de inheemse groepen. In de praktijk bleef het vooral een papieren document. Wel kwamen er onderzoeken naar de massale mensenrechtenschendingen. In 1998 publiceerde een commissie van de katholieke kerk Guatemala: Nunca Más, met informatie over 400 massamoorden. Een dag later werd de leider van het onderzoeksteam, bisschop Juan José Gerardi, in zijn huis vermoord. Een jaar later verscheen het grote rapport van een door de Verenigde Naties ingestelde onderzoekscommissie, een uitvloeisel van het Vredesakkoord. Het stelde vast dat tussen 1960 en 1996 meer dan 200.000 mensen waren vermoord of vermist. 93 procent was het slachtoffer van militairen en paramilitaire groepen en 83 procent van de slachtoffers vielen onder de inheemse bevolking. Onder Ríos Montt was sprake van opzettelijke genocide tegen de inheemsen. De regering verwierp het rapport, terwijl de militairen er laaiend over waren.

Vooral op het hoogste niveau bleef de straffeloosheid bestaan. Ríos Montt, de man van de genocide in 1982-83, kon niet alleen lid van het parlement worden, maar ook voorzitter. Toen zijn stroman Alfonso Portillo in 2000 president werd, trok hij op de achtergrond opnieuw aan de touwtjes. In 2013 leek het tij te keren toen een rechtbank de oud-dictator veroordeelde tot 80 jaar cel wegens genocide. Dat werd in hoger beroep weer ongedaan gemaakt en uiteindelijk ging het proces niet door wegens dementie. Zo kon hij in 2018 sterven zonder officieel veroordeeld te zijn.

Natuurlijk is er van alles veranderd en soms ook verbeterd, maar op belangrijke punten juist te weinig. Guatemala is nog steeds – ook voor Latijns-Amerikaanse begrippen – een arm, extreem ongelijk, racistisch, onveilig en corrupt land. De militaire dominantie, straffeloosheid en behandeling van de inheemse bevolking als tweederangsburgers duren nog steeds voort. De poging tussen 1944 en 1954 om deze patronen te doorbreken, is in geweld gesmoord. Maar het hart van de Guatemalteek is niet gebroken, op alle ellende wordt vooral volhardend gereageerd. Ze zijn trots, laten zich niet uit het veld slaan, hebben hun gevoel voor humor niet verloren en tonen zich levenslustig. Dat helpt om te overleven, maar ook om een rechtvaardiger samenleving op te bouwen.

Deze bijdrage is onderdeel van de special 'Guatemala', najaar 2018.

 

Geschiedenis van Guatemala in jaartallen

 2000 v. Chr.   - 250 n. Chr.

Pre-klassieke Maya periode.

 250-900

Klassieke Maya periode.

 950 - 1524

Post-klassieke Maya periode.

 1524

Huidige Guatemala veroverd door Spanjaarden. Maya’s en andere inheemse groepen worden tweederangsburgers of nog minder.

 1775

Stichting van huidige hoofdstad Guatemala-stad nadat eerdere hoofdstad Antigua door aardbeving was verwoest.

 1821

Uitroepen onafhankelijkheid van Spanje.

 1823-1839

Federatieve Republiek Midden-Amerika van Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica. Veel ruzie en strijd tussen de delen van de republiek.

 1839-1871

Harde strijd tussen conservatieven en liberalen.

 1871-1944

Liberale periode met groeiende exporteconomie, een plantage-oligarchie en dictatoriale presidenten.

 1880

Begin bloei van koffieplantages.

 1899

Begin activiteiten United Fruit Company in Guatemala.

 1898-1920

Manuel Estrada president, voorbeeld voor roman De president van Miguel Angel Asturias. Steeds grotere invloed van Verenigde Staten.

 1917

Aardbeving verwoest hoofdstad Guatemala-stad, moet opnieuw opgebouwd worden.

 1931-1944

Jorge Ubico president. Grote invloed van Verenigde Staten. In 1944 verdreven door staking en demonstraties.

 1944-1954

‘Guatemalteekse Revolutie’, ‘Democratische Lente’, eerste democratische periode in Guatemala met progressief sociaal beleid.

 1945

Juan Arévalo democratisch gekozen president.

 1951

Jacobo Arbenz nieuwe gekozen president. Land telt ongeveer 3 miljoen inwoners

 1952

Landhervormingswet. Verzet van grote landeigenaren en United Fruit Company

 1954

Arbenz verdreven door opstandig legertje, geregeld door de CIA vanuit de Verenigde Staten.

 1954-1986

Militaire heerschappij, hervormingen van vorige tien jaar teruggedraaid, harde repressie. Leidt tot verzet van rurale bevolking, guerrillastrijd en nog hardere militaire repressie. In 1960 ruim 4 miljoen inwoners.

 1982-1983

Hardste repressie onder dictator Ríos Montt. Ongeveer 100.000 doden en vermisten. In rapport uit 1999 genocide genoemd. Grote aantallen vluchtelingen. In 1980 ongeveer 7,5 miljoen inwoners.

 1986

Aantreden van christendemocraat Vinicio Cerezo als gekozen burgerpresident, maar onder militaire voogdij.

 1996

Vredesakkoord tussen regering en guerrilla.

 1998

Mensenrechtenrapport Nunca Más van katholieke kerk. Hoofdauteur bisschop José Gerardi vermoord.

 1999

Mensenrechtenrapport van de door Verenigde Naties ingestelde commissie over 36 jaar burgeroorlog: ruim 200.000 doden en vermisten. In 2000 ongeveer 11 miljoen inwoners.

 2000-2004

Alfonso Portillo, stroman van vroegere dictator en genocidepleger Ríos Montt (1982-83), president.

 2006

CICIG (Internationale Commissie tegen de Straffeloosheid in Guatemala) ingesteld door de Verenigde Naties

 2008-2012

Eerste centrumlinkse president Álvaro Colom, weet niet veel te bereiken.

 2015

President Otto Pérez Molina en vicepresident Roxana Baldetti afgetreden na grote protesten van bevolking tegen corruptie. Pérez Molina gearresteerd.

 2018

Ríos Montt, verantwoordelijk voor de etnische genocide in 1982-83, sterft zonder te zijn veroordeeld. Nu ongeveer 16,5 miljoen inwoners.

 

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug