Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Kunst & Cultuur

'Guaraní als culturele identiteit van de natie'

Paraguay's unieke taalsituatie

Datum : 19/05/2017
Auteur : Jan de Kievid
Land : Paraguay

'Guaraní als culturele identiteit van de natie'

Paraguay kent sinds 1992 twee officiële talen: Spaans en Guaraní, een van oorsprong indiaanse taal. Dat de inheemse taal het meest wordt gesproken, is uniek in Latijns Amerika. Dat komt vooral door de afwijkende koloniale geschiedenis en twee grote oorlogen. Guaraní is de taal van het volk en Spaans die van de macht, al begint dat een beetje te veranderen.

Bij de inhuldiging van een nieuwe president wordt in Paraguay het volkslied altijd in het Spaans gezongen, begeleid door een militaire kapel. Maar bij de inauguratie van de links georiënteerde Fernando Lugo (de eerste president die niet van de Colorado-partij was na zestig jaar Colorado-heerschappij) in 2008 ging het anders. Een bekende zanger en sociaal activist zong het volkslied in het Guaraní, de meest gesproken taal in het land. Dat was voor de Spaanssprekende elite een grote schok.

In Latijns Amerika wordt alleen in Paraguay een indiaanse taal meer gesproken dan het Spaans of Portugees van de kolonisatoren. Bijna negen op de tien Paraguayanen kennen Guaraní. Toch heeft Paraguay officieel maar twee procent inheemse inwoners. Het Guaraní zorgt – als onderdeel van de nationale identiteit - voor zowel eenheid als verdeeldheid.

Bij de volkstelling van 2002 kende 88 procent van de bevolking Guaraní, 67 procent Spaans en zes procent een andere taal. 27 procent van de Paraguayanen sprak alleen Guaraní en zes procent alleen Spaans, terwijl zestig procent zich als tweetalig beschouwde. Van alle Paraguayanen voelde 59 procent zich met Guaraní het prettigst, buiten de steden was dat zelfs 83 procent.

Deze unieke taalsituatie heeft diepe historische wortels. In de zestiende eeuw begrepen de Spaanse veroveraars al snel dat er in het gebied van het huidige Paraguay weinig goud, zilver of andere rijkdommen te halen vielen. Daardoor bleef het aantal conquistadores zeer beperkt en konden ze in dit geïsoleerde deel van het Spaanse rijk hun taal niet opleggen aan de inheemse bewoners, die vooral tot de Guaraní-volken behoorden. Het was eerder omgekeerd. Om met de bevolking te communiceren en zich te handhaven, moesten de Spanjaarden Guaraní leren.

“Niemand verstond Spaans”

De positie van het Guaraní werd versterkt toen Spaanse Jezuïeten reducciones (missieposten/nederzettingen) vormden waar in de achttiende eeuw het grootste deel van de inheemse bevolking woonde. De Jezuïeten handelden nogal autonoom van het zwakke Spaanse bestuurlijke gezag en wilden de Guaraníes bekeren en ontwikkelen. Ze leerden niet alleen Guaraní, maar publiceerden ook religieuze boeken in die taal, zoals catechismussen en handleidingen voor een goed leven. Ze maakten ook grammatica’s en woordenboeken van het Guaraní. In de reducciones speelde Spaans geen enkele rol. Een Spaanse bezoekers schreef dat daar “niemand Spaans verstond. Al het lezen en schrijven gebeurde in het Guaraní.”

Nadat de Spaanse koning in 1767 de Jezuïeten uit Zuid-Amerika had verbannen, deed het koloniale bestuur een vergeefse poging om Spaans op te leggen. Bij de onafhankelijkheid van Paraguay in 1811 sprak vrijwel iedereen Guaraní en maar ongeveer tien procent Spaans. Zoiets kwam in die tijd wel meer voor. In Ecuador kende bijna iedereen toen de indiaanse taal Quechua (in Ecuador Quichua), ook de Spanjaarden. Over wat er met Guaraní in Paraguay gebeurde in de eerste drie decennia onafhankelijkheid onder dictator Francia lopen de meningen van historici uiteen. Maar bij Francia’s opvolger, president Carlos Antonio López (1844-1862) was het duidelijk. López wilde Paraguay moderniseren, en daarbij vond hij Guaraní een achterlijke taal die de vooruitgang belemmerde. Hij stimuleerde het gebruik van Spaans. Als je op school Guaraní sprak, kon je worden gestraft.

Oorlog

De twee vreselijke oorlogen, tegen de Triple Alliantie (1864-1870) en de Chaco-oorlog tegen Bolivia (1932-1935) waren niet alleen erg belangrijk voor de vorming van een nationalistische Paraguayaanse identiteit, maar ook voor de positie van het Guaraní. Niet het Spaans, maar het Guaraní werd de taal van de oorlogspropaganda en de loopgraven. In de Chaco-oorlog mocht alleen in het Guaraní worden gecommuniceerd om te voorkomen dat de Bolivianen de boodschappen zouden begrijpen. Er kwam een stroom Guaraní-oorlogsliteratuur op gang met prachtige gedichten.

Guaraní werd echter niet de taal van bestuur, rechtspraak, handel, onderwijs en massamedia. Dat bleef het domein van de Spaanssprekende elite. In de grondwet van 1967 onder dictator Stroessner werd Guaraní erkend als ‘nationale taal’, naast het Spaans, de ‘officiële taal’. Die erkenning was meer symbolisch dan praktisch en paste in de nationalistische propaganda over de eenheid van het volk als raza Guaraní. Dat symbolische gold ook voor de grondwet van 1992, drie jaar na het afzetten van Stroessner. Toen werd erkend dat Paraguay een tweetalig land was met twee ‘officiële talen’: Guaraní en Spaans. Guaraní kreeg wel steeds meer ruimte in het onderwijs, niet zozeer door actief beleid, maar door minder tegenwerking.

“Liefhebben, haten, vechten”

De meeste Paraguayanen spreken niet alleen dagelijks Guaraní, maar denken ook in die taal. Ze vinden dat je in Guaraní sommige dingen veel beter kunt zeggen dan in het Spaans. In Guaraní kunnen mensen beter hun emoties uitdrukken. “De Paraguayanen hebben lief, haten en vechten in het Guaraní. Het is de taal die ze schreeuwen op het voetbalveld en fluisteren bij hun liefdesverklaringen in donkere hoeken of binnenplaatsen van oude koloniale huizen”, aldus een schrijver in 1951. Als ze een gedicht in het Spaans moeten schrijven, voelen ze zich ingeperkt en zwakt hun creativiteit af. Guaraní hoort ook bij het drinken van de nationale drank tereré: “Als we tereré drinken en grappen maken, voelt Spaans niet goed – het is een moment waarin de hele atmosfeer Guaraní is.”

Indiaanse taal meest gesproken in land met weinig inheemsen, hoe kan dat?

Het is opmerkelijk dat in een land met maar twee procent inheemse bevolking Guaraní de meest gesproken taal is. Maar landen bepalen op verschillende manieren wie wel of niet inheems is. In Paraguay is de trots op het Guaraní als nationale taal gekoppeld aan de nationalistische mythe van het raza guaraní. Dit superieure ras zou zijn ontstaan uit de vreedzame samenwerking tussen Spaanse conquistadores en indianen en liefdesrelaties tussen Spaanse mannen en indiaanse vrouwen. Historisch onderzoek heeft van deze mythe weinig overgelaten. Het ging veeleer om oorlog, geweld, moord, uitbuiting en verkrachting. En dit was niet de enige vermenging van bevolkingsgroepen. Steeds weer nieuwe migranten vestigden zich in Paraguay en vermengden zich – of soms niet - met daar al wonende, vaak al gemengde, bevolkingsgroepen. Verreweg de meeste afstammelingen van Guaraníes worden nu beschouwd als niet-inheems. Alleen kleine groepen geïsoleerd wonende oorspronkelijke bewoners worden tegenwoordig nog als inheemsen geregistreerd. Hun eigen talen en culturen worden officieel en symbolisch vaak beschermd, terwijl deze groepen in de praktijk worden gediscrimineerd en gemarginaliseerd. In de grondwet van 1992 wordt wel erkend dat Paraguay naast een tweetalige ook een pluriculturele natie is.

 

Verkeersborden en braille

Ondanks alle symbolische erkenning van het Guaraní kijken veel leden van de Spaanssprekende elite neer op die taal en zeker op mensen die alleen die taal spreken. Het Spaans is de taal van de macht en het Guaraní de taal van het volk. De staat communiceert niet in het Guaraní met burgers, maar alleen in het Spaans. Bij de rechtbank kun je niet in het Guaraní getuigen, medische studenten – toekomstige dokters – hoeven geen Guaraní te kennen als onderdeel van hun opleiding. Ook hebben de meeste verkeersborden alleen Spaanstalige teksten. Je kunt alleen een Spaanstalig identiteitsbewijs krijgen en stembiljetten hebben alleen een Spaanse tekst. Massamedia, vooral de televisie, zijn overwegend Spaanstalig. Ondanks alle symbolische retoriek worden Guaraní-sprekenden maatschappelijk en politiek gediscrimineerd en buitengesloten. Symbolisch staat het Guaraní voor de eenheid van Paraguay, maar in het gewone leven voor verdeeldheid en onderscheid tussen Paraguayanen.

Maar er verandert wel iets. Er is een actieve beweging om het Guaraní ook in de dagelijkse praktijk erkend te krijgen, met steeds meer internetsites in het Guaraní, er is al braille in het Guaraní. Naast Spaans en Portugees is Guaraní tegenwoordig een van de drie officiële talen van het vrijhandelsblok Mercosur. En zoals gezegd werd bij de inhuldiging van president Lugo in 2008 het volkslied in het Guaraní gezongen.

Na jarenlange discussies heeft het parlement in 2010 een ‘Wet van de Talen’ aangenomen, als praktische uitwerking van de bepaling over de twee ‘officiële talen’ in de grondwet van 1992. In de discussies prezen alle parlementariërs het Guaraní als symbool van de Paraguayaanse identiteit. De wet draagt de staat op speciale aandacht aan het Guaraní te schenken “als teken van de culturele identiteit van de natie, instrument van nationale cohesie en communicatiemiddel van de meerderheid van de bevolking van Paraguay.”

Zuiver

Als de wet echt wordt uitgevoerd, zal na twee eeuwen onafhankelijkheid eindelijk een einde komen aan de hierboven genoemde vormen van discriminatie van Guaraní-sprekenden. De overheid moet in beide talen communiceren, bij de rechter moet je ook in Guaraní kunnen getuigen, het onderwijs moet tweetalig worden, en nog veel meer. Er is een overheidsinstituut opgericht om het beleid vorm te geven. De overheidsinstanties moeten tweetalig gaan communiceren, maximaal drie jaar nadat een ander instituut (de Academie van de Guaraní Taal) officieel het alfabet en de grammatica van het Guaraní heeft vastgesteld.

Daar komen de problemen. Uit een evaluatieonderzoek bleek dat er ruim vijf jaar na het afkondigen van de wet nog weinig voortgang was geboekt. In het onderwijs bestaat weinig enthousiasme om met Guaraní als instructietaal aan de slag te gaan. De overheidsinstellingen hoeven nog niks te doen zolang er nog geen officieel alfabet en grammatica zijn. En omdat het Guaraní nooit een officiële status heeft gehad en in de loop der tijden is veranderd, aangevuld en allerlei variaties kent, kun je eindeloos discussiëren over wat ‘echt’ of ‘juist’ Guaraní is. De geleerden in de Academie schijnen zich meer bezig te houden met het zo zuiver mogelijk houden of weer maken van de taal – dan moet je terug naar voor de komst van de Spanjaarden – dan met een levende en veranderende taal die nu bruikbaar en nuttig is voor mensen. Dus het schiet voorlopig niet op. Misschien is de Spaanssprekende elite daar wel blij. Maar met de wet is wel de poort geopend voor verandering. En als dat lukt, is de taalsituatie in Paraguay pas werkelijk uniek.

Deze bijdrage is onderdeel van de Paraguay Special, voorjaar 2017.

Bookmark and Share


Terug