Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Economie & Ondernemen

'Helft van fruit en groente verrot op het land of in pakhuizen'

Incompetentie en politieke onwil staan Cubaanse voedselproductie in de weg

Datum : 02/10/2017
Auteur : Kees van Kortenhof
Land : Cuba

'Helft van fruit en groente verrot op het land of in pakhuizen'

Ook al werkt een vijfde deel van de Cubaanse bevolking in de landbouw, toch moet het land 70 procent van zijn voedsel invoeren. De huidige president Raúl Castro probeerde al in 2008 het tij te keren door de uitgifte van braakliggend land. Het zet echter weinig zoden aan de dijk, zolang de logistiek voor productie en transport niet verbetert en de bureaucratie niet afneemt.

De laatste Cubanen die er in slaagden voldoende voedsel te verbouwen voor de eigen bevolking zouden de Cubaanse aboriginals zijn geweest. Nog steeds is Cuba niet zelfvoorzienend en de import aan voedsel kost het land ongeveer twee miljard dollar per jaar. Dit bedrag wordt ieder jaar hoger, maar de hoeveelheid voedsel blijft hetzelfde door de stijgende voedsel- en transportkosten op de internationale markt. Huidig president Raúl Castro probeert al sinds 2008 het tij te keren door de verstrekking van braakliggende gronden, tot nu toe met weinig succes. Ooit noemde hij het voedselprobleem “een zaak van nationale veiligheid”, maar intussen geeft de gewone Cubaan driekwart van zijn inkomen uit aan voedsel.

De jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw waren topjaren voor de Cubaanse landbouw. Er werd veel geld geïnvesteerd in landbouwmachines, technologie, bestrijdingsmiddelen en veevoer. Maar zelfs toen moest het land 57 procent van het voedsel voor de eigen bevolking invoeren; nu is dat 70 procent.  Sinds het einde van de jaren tachtig is de voedselproductie in Cuba niet meer gestegen. De landbouwsector is een van de sectoren met de laagste productie. Volgens het Centrum voor Hogere Studies in Havana draagt de landbouw minder dan 10 procent bij aan het Bruto Intern Product, ook al is een vijfde deel van de werkende bevolking actief in de landbouw en maakt landbouwgrond meer dan 60 procent uit van de totale oppervlakte (110.000 vierkante kilometer) van het eiland.

Braakliggende gronden

Sinds 2008 heeft de Cubaanse staat 1.580.000 hectare braakliggende grond aan boeren in bruikleen gegeven voor een periode van tien jaar; 200.000 boeren hebben hiervan geprofiteerd. Ze gebruiken de grond vooral voor veeteelt en de verbouw van tabak, koffie, rijst, bonen en fruit. Recent is de bruikleenperiode verlengd tot twintig jaar en de beschikbare grond per persoon is verhoogd van 13 naar 27 hectare. De boeren werden na uitreiking van de grond – vaak van slechte kwaliteit en overwoekerd door het hardnekkige onkruid marabu – aan hun lot overgelaten. Geld om te investeren of kunstmest in te kopen ontbrak. De nieuwe eigenaren werd het bovendien verboden op het eigen perceel te wonen. Het Cubaanse parlement – de Nationale Assemblee - constateerde afgelopen juli dat de resultaten van deze hervorming, of ‘actualisering van het socialisme’ zoals de machthebbers zeggen, teleurstellen en dat er sprake is van “onvoldoende en inadequate exploitatie.” Al vaker klonken er in het parlement dergelijke conclusies; doorgaans wezen de parlementariërs op oorzaken als droogte, hitte, gebrek aan water of  klimaatverandering. Maar dit keer ging de kritiek verder. In Trabajadores, een door de staat geleide krant van de Cubaanse vakcentrale CTC, was nu te lezen dat dit oud nieuws is dat zich elk jaar weer herhaalt. Het blad constateerde dat er sprake is van “structurele tekortkomingen”.

Landbouwbureaucratie

De website Cartas desde Cuba spreekt minder omfloerst over het falen van de Cubaanse landbouw. Journalist Fernando Ravsberg is loyaal aan de revolutie, maar kritisch over de traagheid van de veranderingen. “Neem het besluit om braakliggende grond in bruikleen te geven, maar de nieuwe eigenaren te verbieden er een huis op te bouwen. Ambtenaren van het ministerie van Landbouw hadden er twee jaar voor nodig om te begrijpen dat boeren niet in de stad kunnen wonen en tegelijkertijd op het platteland werken. Hoe groot is het vertrouwen van de Cubaanse bevolking in de landbouwbureaucratie die elk jaar 57 procent verliest van wat de boeren oogsten? Die bureaucratie dwingt de staat jaarlijks twee miljard dollar uit te geven aan voedsel uit het buitenland terwijl Cubaans voedsel op het veld of in pakhuizen  verrot. Stel je voor dat de strijdkrachten 57 procent van de wapens zouden verliezen, dat de gezondheidszorg 57 procent van de patiënten liet sterven of dat 57 procent van de studenten zakte voor hun examens”, aldus Ravsberg.

Verspilling

De Cubaanse landbouw hoeft niet eens méér voedsel te produceren. Ruim de helft van de voedselproductie gaat verloren voordat het de consument bereikt, omdat de logistiek voor transport en opslag van producten inefficiënt en chaotisch is. De gebrekkige organisatie van de landbouw drong dit jaar ook door tot de staatsmedia. In de oostelijke provincie Guantánamo rotte een groot deel van de mango-oogst (2600 ton) weg. Vruchtensap kon er niet van worden gemaakt, omdat er geen blikjes voor het sap beschikbaar waren. De Cubaanse metaalsector produceerde dit jaar slechts 54 procent van de geplande frisdrankblikjes. Ondertussen betaalde de consument in Havana een forse prijs voor de schaarse mango’s. Een vergelijkbaar voorbeeld komt uit de provincie Matanzas; daar lagen 350.000 kilo bonen opgeslagen, waarvan niemand wist waar die naar toe moesten. Eerder het jaar gingen al tonnen tomaten verloren.

Bedreigend succes

Meerdere betrokkenen en journalisten wijzen met de beschuldigende vinger naar Acopio, de overheidsinstantie die onder andere de logistiek verzorgt voor het vervoer van voedsel naar steden en markten. Toen Raúl Castro in 2010 een liberalisering van het landbouwbeleid afkondigde, werd de bewegingsvrijheid van Acopio enigszins aan banden gelegd. Het instituut kent een lange traditie van ondoelmatigheid, het liet de boeren vaak op zich wachten waardoor producten bedierven. De president benadrukte toen al dat de maatregel niet het bestaande systeem zou vervangen, maar slechts een “additionele maatregel” was. Met de uitgifte van braakliggende grond aan boeren breidde ook het aantal coöperaties in de landbouw zich uit. Volksvertegenwoordigers op inspectie in het land concludeerden dat deze “bijdroegen aan belangrijke economische en sociale sectoren en aan de kwaliteit van leven van de leden en konden voorzien in de behoeften van de leden.” Maar tegelijk waarschuwden ze ervoor dat deze coöperaties “het menselijk kapitaal van staatsbedrijven kunnen verzwakken en bijdragen aan de uittocht van gekwalificeerd personeel naar de coöperaties.”

Groentetuinen

Veelbelovend waren ook de projecten van de ecologische stadstuinen of organopónicos die ontstonden na 1989, toen het communistisch Oostblok instortte en de Cubanen honger leden. In 1994 woog de gemiddelde Cubaan al tien kilo minder vanwege de voedselschaarste. De vierduizend stadstuinen in heel het land leveren de helft van de groentes die de bevolking van het eiland consumeert. De kleine landbouwers zouden de productie willen uitbreiden, maar kunnen nauwelijks aan leningen, landbouwapparatuur of zaadgoed komen. Plannen om bijvoorbeeld kippen te fokken, stranden omdat de kleine boer niet over voldoende investeringskapitaal beschikt. Bovendien is het hem verboden om naar kredieten te zoeken buiten de overheid om. Publicist Ravsberg concludeert dat de Cubaanse haviken alles in het werk stellen om de slecht functionerende staatsbedrijven overeind te houden, zelfs op kunstmatige wijze en ook als dit ten koste gaat van een lagere productiviteit en minder efficiëntie.

Vertragingsbeleid

De econoom Everleny Pérez is een pleitbezorger voor snellere economische veranderingen in Cuba. Aanvankelijk adviseerde hij de overheid, maar vorig jaar werd hij plotseling ontslagen als docent aan de Universiteit van Havana; hij zou teveel contacten hebben met collega’s in de Verenigde Staten. Hij concludeert dat de economische hervormingen die Raúl Castro afkondigde niet hebben geleid tot “een weg naar meer ontwikkeling”. Pérez hekelt de traagheid waarmee de veranderingen worden doorgevoerd en vraagt zich af hoe lang het nog zal duren voor de autoriteiten instemmen met decentralisering van besluitvorming. Zo wachten de vierhonderd projecten voor buitenlandse investeringen in de havenzone Mariel nog op goedkeuring en schiet het niet erg op met de uitbreiding van de toegang tot internet en met daadwerkelijke investeringen in de particuliere sector.

Recent afgekondigde maatregelen wijzen helaas op een afremming van de groei van particuliere initiatieven, die zeven jaar geleden door Raúl Castro werd ingezet. Deze was bedoeld om de rol van de staatssector te verkleinen en de salarislast voor de staat te verminderen. Ook moest er een einde komen aan de dominante rol van de staat in de economie, die nooit heeft geleid tot meer welvaart in het land. De afgekondigde maatregelen komen tegemoet aan onrust binnen de Cubaanse Communistische Partij, waar de orthodoxen  zich zorgen maken over de verregaande rol van de vrije markt, die zou leiden tot grotere ongelijkheid in de samenleving. Raúl Castro placht het tempo van zijn veranderingen te omschrijven als “sin prisa, pero sin pausa”,  zonder haast maar zonder te pauzeren. Dit motto zal de verontruste kameraden zeker gerust stellen.

De auteur is voorzitter van de stichting Glasnost in Cuba en eindredacteur van de Cubaweblog: https://informatiecuba.wordpress.com

Dit artikel maakt deel uit van de voedselspecial in september/oktober 2017

 

 

Bookmark and Share


Terug