Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Humala's ruk naar rechts

Een herhaling van het Peruaanse drama van twintig jaar geleden?

Datum : 26/01/2012
Auteur : Bart-Jaap Verbeek
Land : Peru

Humala's ruk naar rechts

Cajamarca, Peru. In 1532 vermoordden de Spanjaarden er de laatste Incakeizer nadat hij hen eerst losgeld in goud had betaald. Tegenwoordig huisvest het Yanacocha, de één-na-grootste goudmijn van de wereld. Cajamarca vormt opnieuw het toneel van grootschalige sociale conflicten, ditmaal tussen de bewoners (en milieubelangen) en de mijnbedrijven. De hoofdrolspeler van het stuk, president Ollanta Humala, lijkt zijn keuze te hebben gemaakt.

Tumult

Het begon zo goed voor de in juli 2011 als nieuwe president van Peru aangetreden Humala. Een nieuwe wind zou door het land waaien. Moe van twintig jaar neoliberaal beleid, hoopten Humala’s aanhangers op hervorming van het mijnbouwbeleid. Humala’s kabinet, aangevoerd door de progressieve zakenman en persoonlijk adviseur Salomón Lerner, bestond uit links georiënteerde maatschappelijk betrokken professionals. De regering ging voortvarend van start. Belastingen voor buitenlandse mijnbedrijven werden verhoogd en de extra inkomsten zouden voor sociale programma’s gebruikt worden. Een nieuwe wet verplichtte de inheemse bevolking op de hoogte te brengen voordat mijn-, olie- of gasconcessies op hun land toegekend konden worden. Op deze manier wilde Humala de economische groei consolideren en tegelijkertijd meer sociale rechtvaardigheid realiseren.
Maar al gauw brak er onrust uit. Het inlossen van Humala’s verkiezingsbeloften ging volgens velen niet snel genoeg en spanningen binnen de regering zorgden al na 136 dagen voor de eerste kabinetscrisis. Aanleiding voor het tumult is het Minas Conga mijnproject in het departement Cajamarca in de noordelijke Andes. Dit zal worden uitgevoerd door Minera Yanacocha, onderdeel van het Noord-Amerikaanse Newmont Mining, het Peruaanse Buenaventura en de Wereldbank’s International Financial Corporation. Met 4,8 miljard dollar zou dit de grootste mijnbouwinvestering in de geschiedenis van Peru worden. Het zou de komende 19 jaar drie miljard dollar aan belastinginkomsten opleveren.

Noodtoestand

Er zit echter een flinke keerzijde aan. Het te delven goud en koper bevindt zich onder vier meren die het de landbouw in de hele streek van water voorzien. Lokale boeren vrezen dat het project het drinkwater in gevaar zal brengen. Hoewel het mijnbedrijf en Humala’s minister van Landbouw stelden dat mijn- en landbouw met behulp van moderne technieken prima samen kunnen gaan, zijn de lokale gemeenschappen hier niet van overtuigd. De eigenaren van Minas Conga hebben een dubieus verleden. Hun nabij gelegen Yanacocha-mijn heeft al eerder watervergiftiging veroorzaakt.
De lokale bevolking eist dan ook stopzetting van het hele project. In oktober 2011 braken in Cajamarca protesten uit, later gevolgd door grootschalige stakingen. Toen onderhandelingen tussen de regering en lokale leiders op niets uitliepen, riep Humala op 4 december de noodtoestand uit in vier van de elf provincies van de van het departement Cajamarca. Tegelijkertijd vonden in het hele land, ook in de hoofdstad Lima, allerlei protestacties plaats en tekenden duizenden mensen solidariteitspetities met de boerengemeenschappen in Cajamarca. Geen goed nieuws voor de pas gekozen president Humala.

Militaire precisie

Ook binnen zijn regering bestond tweespalt. Conservatieve elementen, met name de Ministeries van Financiën en Mijnbouw, waren expliciet voor het project. Ook Humala zelf verklaarde dat het hoe dan ook doorgang zou vinden. Een milieueffectrapportage was in oktober 2010 in allerijl goedgekeurd door het Ministerie van Energie en Mijnbouw. Het Ministerie van Milieu stelde echter dat de rapportage, uitgevoerd door een ex-werknemer van de Yanacocha-mijn tijdens de vorige regering van Alan García, van geen kanten deugde. Zo is er geen hydrageologische studie verricht, wat essentieel is voor het onderzoeken en begrijpen van lokale ecosystemen.
Na de mislukte onderhandelingen en het zonder zijn medeweten afkondigen van de noodtoestand bood premier Lerner op 10 december het ontslag van zijn hele kabinet aan. Dit gaf Humala de kans om een nieuw team te vormen. Als nieuwe premier stelde hij Óscar Valdés Dancuart aan, een oud-kolonel die als minister van Binnenlandse zaken de noodtoestand met militaire precisie had uitgevoerd. De progressieve ministers zijn inmiddels allemaal vervangen door technocraten. De media,  rechtse partijen en diverse private actoren juichten deze zet van Humala toe. Hoewel zij tijdens de verkiezingscampagnes publiekelijk hun voorkeur voor hadden geuit voor Keiko Fujimori, dochter van de gevangen oud-president Alberto Fujimori (1990-2000), verwelkomen zij nu Humala’s beslissing om langs hetzelfde neoliberale economische pad verder te gaan en daarvoor ‘technische’ in plaats van politieke ministers aan te stellen.

Fujimori

Politieke analisten maken zich zorgen over het militariseren van de overheid. De twee belangrijkste figuren, de president en de premier, zijn allebei ex-militairen. Daarnaast is Humala’s belangrijkste adviseur Adrián Villafuerte een ex-kolonel. Zelf heeft Humala een twijfelachtig verleden als militair. Hij nam deel aan mislukte coups tegen Fujimori en Toledo, maar vooral tijdens de strijd tussen het leger en de guerrillabeweging Sendero Luminoso maakte hij zich schuldig aan gedwongen verdwijningen, onrechtmatige executies en marteling van burgers.

De gelijkenissen met Alberto Fujimori’s regeerperiode worden steeds zichtbaarder. Politicoloog Augusto Álavarez Rodrich beschrijft in zijn column in La República de parallellen met 1991, een jaar voor Fujimori’s coup (de befaamde autogolpe) waarbij de president het parlement naar huis stuurde en hem onwelgevallige rechters ontsloeg. “Beide regimes zijn geboren uit improvisatie. In het verkiezingsprogramma stond een grote rol van de staat in de economie, maar na de overwinning legde de regering meteen de nadruk op private investeringen. Hun regeringen kenmerken zich door een aanvankelijke meerderheid van linkse leiders, hun snelle verwijdering en vervanging door technocraten. De regering laat ook in z’n taalgebruik haar gezag gelden. Er groeit afstand met de politieke partijen en men probeert steun te vinden bij het leger.”

De vergelijking met Fujimori is saillant. Historicus Nelson Manrique: “Wat er de afgelopen paar maanden is gebeurd, laat een vieze smaak in de mond achter. We zijn getuige van een slecht toneelstuk waarvan we het script reeds kennen: economische machten verliezen de verkiezingen, maar eindigen alsnog met de touwtjes in handen. Als we zien wie Humala’s ruk naar rechts toejuichten, is wel duidelijk waar de nieuwe regering naar toe gaat.”

De militaire greep op Humala’s regering wordt sterker. Ook Fujimori gebruikte sociale conflicten – de strijd met Sendero Luminoso – om meer greep op het parlement te  krijgen om zo zijn neoliberale agenda door te voeren. Mocht het deze kant op gaan, dan blijft er van Humala’s doelstellingen weinig over. Zijn progressief nationaal populisme dat consensus en dialoog zocht, ruilt hij dan in voor een conservatieve koers die wordt bepaald door de werkelijke machthebbers: de economische elites, de media en het leger. Dat zou in Peru ‘business as usual’ betekenen.

Extreme armoede

Humala zelf ontwijkt overigens alle verantwoordelijkheid en meent dat de conflicten een erfenis zijn van vorige regeringen. Zijn voorganger García heeft zeker onopgeloste conflicten nagelaten. In 2010 waren er volgens de Peruaanse ombudsman 246 onopgeloste sociale conflicten. De helft daarvan had te maken met de mijnbouw, olie- en gaswinning en houtkap. Maar juist wegens deze kwesties hadden veel mensen op Humala gestemd. 
Ondertussen blijft Peru’s economie ongekend hard groeien. Private investeringen zijn afgelopen jaar met tien procent gestegen. Het land zal over 2012 en 2013 de laagste inflatie in Latijns-Amerika kennen. Peru is wereldwijd het derde land in de koperproductie en het zesde in de goudproductie. In de komende vijf jaar worden in Peru vijftig miljard dollar aan investeringen in natuurlijke hulpbronnen verwacht. Maar nog steeds leven acht miljoen Peruanen, bijna een kwart van de bevolking, in extreme armoede en sijpelt de vergaarde rijkdom niet door naar de armen. Het departement Cajamarca blijft een van Peru’s armste regio’s. En dat twintig jaar na de opening van de Yanacocha-mijn.

Bron : The Economist, Upside Down World New, Internationalist Magazine
Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug