Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

¿La Revolución para siempre?

Hoe zal Cuba zich Fidel Castro herinneren?

Datum : 23/01/2017
Auteur : Eva Verhaert
Land : Cuba

¿La Revolución para siempre?

Hoe zal Cuba zich haar overleden leider Fidel Castro in de toekomst herinneren? De Communistische Partij presenteert hem als voorbeeld, maar vanuit de samenleving klinkt ook kritiek. Zelf verbood Castro verering van zijn persoon, maar hij zal zeker worden herinnerd. Of dat meer positief of meer negatief zal zijn, zal afhangen van ontwikkelingen in de Cubaanse politiek en maatschappij.

Zondag 4 december 2016 kwam een einde aan negen dagen nationale rouw in Cuba na het overlijden van de revolutionaire leider Fidel Castro op 25 november. Cubanen in alle regio’s van het land konden Castro de laatste eer bewijzen; zo nam Cuba massaal afscheid van haar aanvoerder. Castro startte in 1953 de opstand die in 1959 een eind zou maken aan de dictatuur van Batista. Van 1959 tot 2008 was hij president en tot aan zijn dood was hij bekend als El líder máximo, dé hoogste leider. Zal zijn verhaal van en hoe hij Cuba veranderde, verteld blijven worden of zal dat verhaal worden veranderd?

Iconische beelden

Het is dus de vraag wat er gaat gebeuren met de collectieve herinnering aan Castro. Een collectieve herinnering is de verwerking van een gemeenschappelijk verleden in het heden. Politieke of sociale groepen kunnen bewust het nationale geheugen sturen door bepaalde herinneringen een dominante plaats te geven. Die herinneringen zijn altijd een selectie en afhankelijk van de historische én politieke context. Verschillende instrumenten kunnen bijdragen aan een collectieve herinnering, zoals archieven, rituelen, monumenten of herinneringsplaatsen, maar ook literatuur, films of liederen. Foto’s of afbeeldingen kunnen zich ontwikkelen tot iconische beelden. Die van Che Guevara is hiervan een klassiek voorbeeld.

Glorie

Een herinnering wordt dus vaak ingezet als politiek middel. Zo presenteren met macht beklede sociale of politieke groeperingen hun herinnering als officieel en proberen ze deze ‘institutioneel’ te maken. Dit is zeker het geval op Cuba. Muurteksten als ¡Hasta la Victoria siempre! (Tot de overwinning altijd!) en ¡Venceremos! (We zullen overwinnen!) herinneren de Cubanen dagelijks aan de glorie van de revolutie. Dat geldt ook voor La Historia me absolverá (De geschiedenis zal mij vrijspreken, woorden van opstandeling Castro voor de rechter) en 1 januari 1959, de dag waarop Castro en zijn guerrillastrijders de overwinning behaalden. En natuurlijk voor Granma, het wankele schip waarmee Castro met een groep medestrijders in 1956 vanuit Mexico Cuba bereikte. Al deze woorden verwijzen naar Castro en de revolutie en zijn als collectief geheugen verweven met de Cubaanse cultuur.

Ook de media spelen een rol bij de vorming van een herinnering. Cruciaal is dat de grootste krant van Cuba, Granma, de officiële krant is van de Communistische Partij. Door de staat beheerste media bepalen op dit moment nog grotendeels welke historische boodschap wordt overgebracht. Deze informatiecontrole door de partij zal met het toegankelijker worden van internet en sociale media steeds moeilijker te handhaven zijn.

“Vergeten”

In Cuba is uiteenlopend op Castro’s dood gereageerd. De eerste officiële reactie kwam van president Raúl Castro die op de nationale televisie het overlijden van zijn broer bekendmaakte en vol bewondering sprak over “de opperbevelhebber van de Cubaanse revolutie”. Hij kondigde negen dagen nationale rouw aan. Deze officiële reactie belicht Castro en zijn politieke beslissingen als positief en legt de nadruk op El Comandante als nationale redder. Onder Castro waren toegankelijk onderwijs en gezondheidszorg prioriteiten en kwam er meer sociale gelijkheid dan vóór de revolutie.

Er werden onder Castro’s gezag echter ook grote fouten begaan. Daarop haken onofficiële reacties uit de Cubaanse samenleving in. De bekende kritische blogster Yoani Sánchez reageerde via Twitter op het overlijden van Castro: “Sommigen nemen afscheid met pijn, anderen met opluchting, maar de meerderheid met een zekere onverschilligheid.” In voorgaande artikelen van haar populaire blog Generación Y  bekritiseerde Sánchez al het beleid van Fidel en Raúl en pleitte ze voor het “vergeten” van Castro. Onder Cubaanse ballingen in Little Havana, Miami zijn soortgelijke reacties te horen. Zij hopen dat de dood van “dictator” Castro het einde van verbanningen en mensenrechtenschendingen betekent.

Geen persoonsverheerlijking

Fidel Castro zelf maakte binnen zijn gedachtegoed en redevoeringen ook gebruik van herinneringen. Zo vergeleek hij de Spaanse overheersing en de onafhankelijkheidsstrijd die hier op volgde (1895-1898) met het imperialisme van de Verenigde de Staten op Cuba. Zo probeerde hij de legitimiteit van zijn eigen revolutie te versterken. Hierbij putte Castro inspiratie uit onafhankelijkheidstrijders als Martí, Maceo en Gómez. José Martí (1853-1895) leidde tot hij sneuvelde de onafhankelijkheidsstrijd en wordt nog altijd vereerd als nationale held.

Er is meer sprake van een cultus rondom José Martí en Che Guevara dan rond Fidel Castro. Iedere stad of dorp heeft wel een monument van José Martí en vele straten, pleinen en het vliegveld van Havana zijn naar hem vernoemd. Door het vroegtijdig sterven van Che Guevara in Bolivia in 1967 en zijn strijd voor een communistische wereldrevolutie, kreeg hij een internationale persoonlijkheidscultus. Hierdoor werd Che, en niet Castro, de inspiratiebron en hét gezicht van de internationale links-revolutionaire beweging. Bovendien verzocht Castro vóór zijn dood dat er geen parken en straten naar hem zouden worden vernoemd. Ook verbood hij monumenten of standbeelden ter ere van hemzelf. Zo wilde de revolutionaire leider voorkomen dat er een cultus rondom zijn persoon zou ontstaan. Eind december 2016 zette het Cubaanse parlement deze wens om in een wet.

‘Dictator en slaaf’

In de documentaire van Oliver Stone, Fidel Castro; Comandante uit 2003 sprak Castro over zijn nalatenschap: “Ik heb nooit gedacht aan roem. Ik heb nooit na zitten denken over hoe ik herinnerd wil worden. Roem is relatief, geschiedenis is relatief. De mensheid kan uitsterven. De zon kan uitdoven.  Dus wat is die roem en bekendheid dan waard?” Castro zag zichzelf als een “dictator voor zichzelf en een slaaf voor zijn mensen” waarmee hij zijn persoon als onderschikt stelde aan het Cubaanse revolutionaire project.

Maar als straten, pleinen en monumenten de herinnering aan Castro niet in stand houden, hoe zal Castro dan in de toekomst voor de Cubanen aanwezig blijven? Castro heeft duidelijk de herinnering aan de revolutie gekoppeld aan zijn politieke doelen. Daarbij legde hij meer nadruk op de overwinning en de triomf van andere personen en van Cuba als socialistische maatschappij en staat dan op zichzelf. Zo maakte hij de herinnering groter dan hemzelf en is niet alleen hij de personificatie van de herinnering aan de Cubaanse Revolutie. Hierdoor zorgde Fidel Castro ervoor dat zijn overlijden niet het einde van de revolutionaire herinnering hoeft te betekenen.

Nu wordt Fidel Castro nog gepresenteerd als voorbeeld voor de toekomst. Nationale evenementen als de 58ste verjaardag van de revolutie in januari houden deze traditie in ere en worden groots gevierd. Een collectieve herinnering staat echter niet vast, maar ontwikkelt zich door acceptatie én verzet. Wat kunnen politieke veranderingen betekenen voor de manier waarop Castro zal worden herdacht?

Hervormingen

In 2014 startten onderhandelingen ter beëindiging van het economisch embargo van de Verenigde Staten tegen Cuba. Ook zocht Cuba toenadering tot de Europese Unie. Het is nu afwachten of de langzame economische hervormingen, ingezet door Raúl, gedurende zijn regeerperiode tot 2018 voortgezet zullen worden. Wellicht is Castro’s overlijden een kantelpunt. Het wegvallen van haar ideologische leider zou meer ruimte kunnen bieden tot nadenken over politieke en economische veranderingen. Veel jongeren zien het overlijden van Castro en het steeds ouder worden en overlijden van partijleden als een kans om meer vrijheid te bereiken. De vooraanstaande Cubaans econoom Omar Everleny Pérez Villanueva, die wegens kritiek op het trage tempo van de hervormingen in april 2016 zijn baan bij de Universiteit van Havana kwijtraakte, voorspelt dat de langzame hervormingen waarbij de regering geleidelijk de teugels iets laat vieren, de komende jaren doorgezet zullen worden. Volgens hem maakt de huidige economische crisis van Cuba zulke hervormingen en meer buitenlandse investeringen noodzakelijk.

Met het aantreden van Donald Trump als president is onzeker of de toenadering van de VS blijft. Daarnaast geldt Cuba’ s recente grotere openheid vooral internationaal en niet zozeer binnenlands. Op het eiland hanteert de staat een strak regime van censuur en controle op de informatiestromen en internet. Wetten en restricties tegen kapitalistische invloeden bemoeilijken nog steeds particulier initiatief en investeringen.

Het grootste deel van de Cubanen is opgegroeid met de door Castro gepredikte revolutionaire idealen. Omdat Castro met zijn revolutie zestig jaar lang een stempel drukte op het land zal hij, ook in een politiek en economisch hervormd Cuba, een grote plaats blijven innemen in de collectieve herinnering. Maar de invulling daarvan hangt sterk af van hervormingen of het uitblijven daarvan.

Nostalgie

Wanneer de situatie op Cuba de komende jaren niet ingrijpend verandert, zullen politici en media van bovenaf een positief beeld van Castro blijven presenteren: als revolutionair inspirator en bevrijder van het imperialisme van de VS. Van onderop zullen groepen in de samenleving streven naar een minder glorieuze, meer negatieve herinnering. Tegenstanders van Castro’s beleid zullen de nadruk leggen op zijn dictatoriale optreden, onderdrukking en armoede als gevolg van zijn beleid. Bij veel Cubanen kunnen deze tegenstrijdige beelden ook op individueel niveau voor een ambivalente herinnering aan Castro en zijn revolutie zorgen: enerzijds om trots op te zijn, maar anderzijds veroorzakers van onvrijheid en armoede. Het omgaan met een complex collectief verleden is een moeilijk en vaak pijnlijk  proces, en dat geldt ook voor Cuba.

Deze strijd om de herinnering zal waarschijnlijk heviger worden bij vrijere verkiezingen, meer persvrijheid en toegankelijker internet. Er zal dan gemakkelijker over de grenzen gekeken kunnen worden. Het communistische Cuba onder Fidel zal dan ook, naast de positieve aspecten, in Cuba publiekelijk voorgesteld kunnen worden als een ondemocratische periode met onderdrukking en censuur. En Castro’s en Cuba’ s periode van politieke isolatie zal dan eerder tot het moeizame verleden behoren. Maar als Cuba sterk kapitalistisch wordt, met veel grotere sociale ongelijkheid en veel minder sociale zekerheid dan onder Fidel, kan dat met name onder de oudere generatie nostalgie opwekken, en dus positieve herinneringen aan Castro.

Hoewel een cultus zoals van Martí of Guevara niet in de lijn der verwachting ligt, laat Castro wel degelijk een erfenis achter op Cuba. Maar hoe de Cubanen hem precies zullen herinneren, met een Revolución para siempre (Revolutie voor altijd) of juist niet, zal nog moeten blijken.

Bookmark and Share


Terug