Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Kunst & Cultuur

In de marinade liggen

Interview met de Uruguayaans-Nederlandse schrijfster Carolina Trujillo over haar roman Vrije radicalen

Datum : 25/02/2017
Auteur : Mark Weenink
Land : Uruguay

In de marinade liggen

Al bij de voordeur van de Nederlands-Uruguayaanse schrijfster Carolina Trujillo (1970) stuit ik op de kenmerkende humor die in haar boeken zit. Op een roze post-it die achter de ruit van haar voordeur is geplakt lees ik: “Bel doet het prima, maar mijn oren niet zo”. Die geestigheid lees je ook terug in haar nieuwe roman Vrije radicalen met formuleringen als “De sessies met Walburgh hadden soms meer weg van taalkundige exercities dan van geestelijke genezing” en “Het zijn de hackers,’ zei Gas. Hij bewoog zijn handen alsof er siervuurwerk bij het woord afging.”

Ik spreek Trujillo in haar huisje in Amsterdam-Noord, waar ze woont met haar hond Paco uit Colombia en opvanghond Candada uit Spanje. “Vroeger toen ik jong was, dacht ik dat een schrijver alles moest weten van zijn boek. Dat je alle bewegingen en geheimen van je personages kende. Nu vind ik dat grote lariekoek. Als schrijver weet je niet alles van je boek. Bij bepaalde dingen kun je denken het is zo of zo gegaan, maar ik weet het niet precies.”

Hardcore

In Vrije radicalen krijgt Jaime Castro in Amsterdam bezoek van Gastón (Gas), zijn jeugdvriend uit Uruguay. Jaime is als twaalfjarig ballingkind tijdens de Uruguayaanse dictatuur (1973-1985) in Nederland terechtgekomen. Inmiddels is hij opgegroeid en werkt hij als journalist. Als hij volwassen is, verliest hij langzaam de grip op het leven en komt hij onder behandeling van dokter Walburgh.

De vriendschap tussen Gas en Jaime is hecht, ondanks hun verschillen. Gas is rauwer, een echte idealist en vrijbuiter. Hij geeft niet om geld, zit in Uruguay lekker in zijn huisje ‘De Duivel’. Dat beaamt Trujillo. “Gas is hardcore.” Wat is Jaime voor een karakter? “Waarschijnlijk zou Jaimes moeder tevreden zijn met Jaime als geslaagd journalist. Wel zou ze het jammer vinden dat hij geen meisje heeft. Ik denk dat Jaime dramatisch alleen is. Hij is een man die moeite heeft met wie hij is. Hij is iemand die twee gescheiden werelden, twee mensen is. Is hij die Uruguayaan die wil doen wat gedaan moet worden, die daden van betekenis verricht? Of is hij die journalist die in de marinade ligt?” ‘In de marinade liggen’ is een uitdrukking van Gas, waarmee hij bedoelt dat mensen die een comfortabel leventje leven niet meer geprikkeld worden om iets te doen tegen misstanden en onrecht.

Venijn

Trujillo werkte ongeveer twee jaar aan het boek. Ze is benieuwd hoe het zal landen bij lezers. Ze schotelt met Vrije radicalen de lezer een vermakelijk en soepel lezend verhaal voor. Toch kan de lezer niet passief achterover leunen en het verhaal alleen maar simpelweg consumeren. Jaime en dokter Walburgh spreken elkaar bijvoorbeeld soms tegen. Niet voor niets lezen we in het boek de zin “De uitzonderlijke gave van de mens was niet de opponeerbare duim, of het geheugen, maar de capaciteit om zichzelf voor de gek te houden.”

“Dat is het venijn van een verteller als Jaime”, reageert Trujillo. “Met de ik-verteller heeft de lezer alleen zíjn beleving. Geloof je hem in alles? Heerlijk, zo’n vertelstem. Als lezer kun je denken die gozer is hartstikke gek, hij zit onder de medicatie. Probleem is, we zitten vast in het hoofd van Jaime, ik als schrijver ook. Een lezer maakt zijn eigen boek met wat hem gegeven is. Dan moet je niet als schrijver zeggen ‘nee, dat zit niet zo’ of ‘dat ligt anders’.”

Laffe keuze

Een hoofdpersonage als Jaime ontstaat als vanzelf. “Ik ‘hoor’ een stem in mijn hoofd en dat schrijf ik op. Dat is dan Jaime.” Lachend: “Of ik ga in therapie, of ik schrijf het op. Er zijn momenten dat je als schrijver ingrijpt. Jaime moest bijvoorbeeld journalist worden. Is hij nou een activist of een woordvoerder van het establishment? Daar discussiëren Gas en Jaime over.”

Is het een bewuste keus om vanuit een mannelijk hoofdpersoon te schrijven? “Mijn volgende boek schrijf ik vanuit een vrouw, dat vind ik ook leuk. Maar ik vind vanuit mannen veiliger. Eigenlijk is het een laffe keuze. Omdat met wat ik schrijf mensen vaak denken van ‘oh, dat heeft ze zelf meegemaakt, het is allemaal echt waar’. Je wilt dat personages stomme en gênante dingen doen. Dan denken mensen meteen dat ík dat heb gedaan. Maar goed, eigenlijk moet je je daar niets van aantrekken. Als ik er een man van maak, ben ik meteen los. Het is een manier van afstand creëren tussen jou en je personage. In mijn debuut De bastaard van Mal Abrigo staat een scène waarin een drugssmokkelaar bolletjes in het vliegtuig uitkakt en ze opnieuw moet inslikken. Dit personage financiert haar studie politicologie in Europa met het slikken van bolletjes. Hoe autobiografisch zijn die fragmenten, vragen journalisten dan.”

Hartstikke verknipt

Ook in dit boek speelt Uruguay een belangrijke rol. Kun je boeken zonder Uruguay schrijven? “Ja, maar dan moet ik me in bochten wringen. Uruguay is wat ik ken. Je moet schrijven over wat je kent, dan wordt het goed. Natuurlijk, je hebt verschillende technieken. Maar als ik ga schrijven over een joodse familie, daar weet ik niets van. Een jeugd in Nederland wordt een stuk vlakker, want ik heb minder details dan iemand die hier is geboren en getogen. Als ik een personage mag maken, dan is het vaak iemand die niet in zijn vaderland is. Hoe ouder ik word, hoe minder ik me tegen migrantenverhalen verzet. In verhalen voor het voetbalmagazine Hard Gras heb ik geschreven over een moeder en een zusje. Ze komen uit Uruguay, als politiek vluchteling. Dat is super dichtbij en plezieriger schrijven. Je denkt na over dingen die je bezighouden, waar je werkelijk door geboeid bent. Verhalen worden gewoon beter als ze uit jezelf komen.”

Toen Trujillo klein was, werd ze met haar zusje op het vliegtuig gezet. “Net zoals Jaime. Dat is heftig en als schrijver wil je daar wat mee doen. Het was in 1983, ik was dertien, mijn zusje twaalf. Vlak voor kerst vertrokken we en dan zit je in een internaat in Spanje met allemaal onbekende kinderen, zonder ouders. En die kinderen natuurlijk allemaal hartstikke verknipt, dat waren niet de brave meisjes uit de klas.”

Afkicken

Ga je vaak naar Uruguay? “Ik was erg trots op Uruguay met oud-president Mujica (2010-2015), je zou er bijna voor teruggaan. Ik ga regelmatig die kant op. Maar een aantal jaren durfde ik niet meer te gaan.” Waarom niet? “Ik ben in Uruguay zwaar verslaafd geweest aan de coke. Als ik wil  heb ik zo de telefoonnummers van de dealers weer.” Heb je die verleiding hier dan niet? “Nee, absoluut niet.” Waarom niet? “Het schijnt dat Amerikaanse soldaten tijdens de Vietnamoorlog daar knetterverslaafd waren, maar als ze terug waren in hun thuissituatie was afkicken best makkelijk. Ze hebben experimenten met ratten gedaan, dat was hetzelfde verhaal.”

Maar als je gebruikt, kun je dan wel schrijven? Of juist extra goed? “Ik produceerde heel veel en ik heb twee schrijvers gesproken die in een vergelijkbare situatie zaten. Je produceert wel veel, maar krijgt het niet geordend. Dan moet je het bewaren en daarna nuchter eens kijken wat je gedaan hebt en proberen de boel recht te trekken.”

In slaap gewiegd

De observatie dat Vrije radicalen een idealistisch boek is, geeft Trujillo schoorvoetend toe. “Ik geloof dat dit literair niet zo goed ligt. De kunst moet an sich een doel zijn. Ik weet niet of literatuur met een boodschap gewaardeerd wordt. Je moet uitkijken dat het geen pamflettair werk wordt. Ik schrijf over dingen waar ik me over kan opwinden. Mijn boek De bastaard van Mal Abrigo gaat over een president die cocaïne legaliseerde. Toen zat de war on drugs me nogal hoog. Mijn roman De terugkeer van Lupe García behandelt de beulen van de dictatuur die vrijuit gingen, dat zat me ook niet lekker. Ik schrijf over zaken die met sociale gerechtigheid te maken hebben. Daar ontkom ik maar moeilijk aan.”

Feit is dat we hier in Europa allemaal ‘in de marinade gelegd worden’, vinden personage Gas en schrijfster Trujillo zelf, wat leidt tot passiviteit. “We leven hier in een rijke samenleving, waar je in de watten gelegd wordt. Elke activist in je wordt daarmee gedood, in slaap gewiegd. Dat is erg, omdat wij hier een machtiger stem hebben. Er zijn mensen die in een arm land met een lapje grond hun eten bij elkaar proberen te scharrelen. Journalisten hier laten zich in de marinade leggen en houden op met dingen aankaarten die aangekaart moeten worden. Wie gaat het dan doen? Hoewel, we hebben nu sociale media. Kijk wat er gebeurd is met die oliepijpleiding in Dakota in de Verenigde Staten. Met drones kunnen ze in een keer hun filmpje met de wereld delen. Door de sociale media is de macht van de stem om dingen aan te kaarten beter verdeeld.”

Cartoons tekenen

Uitgever Querido kwam op de proppen met de boekomslag: een wit bepoederde neus. “Mijn eerste gedachte was ‘dat vindt mijn moeder helemaal niets’, maar het is een mooi beeld. Zelf denk ik meteen ‘oh drugs nee’. Mensen die verslaafd zijn geweest, lezen liever niet over drugs. Ik in ieder geval niet.”

In Trujillo’s boekenkast ligt een exemplaar van het boek Cartoons tekenen voor dummies, een hobby. “Ik rommel maar wat. Iemand die kan tekenen, ziet dat meteen”, zegt ze bescheiden. “Tekenen vind ik lollig werk. Ik denk dat tekenaars veel gelukkiger zijn dan schrijvers. Een tekening kun je meteen laten zien. Met schrijven ben je gewoon vier jaar bezig en dan heb je een boek van driehonderd pagina’s die iemand dan moet lezen.”

Sucker voor de longlist

De romans van de tweetalige Trujillo zijn nog niet vertaald naar het Spaans. Zou je dat zelf willen doen? “Het is beter als iemand anders dat doet. Met een redacteur zou ik het misschien kunnen. Dan zou ik wel een tijd in een Spaanssprekend land moeten zitten. Mijn Spaans gaat keihard achteruit als ik in Nederland ben, dan is mijn woordenschat te beperkt voor een schrijver. Ik hoop dat mijn werk vertaald wordt. Ik wil gewoon dat mijn vader mijn werk kan lezen.”

Trujillo viel met haar boeken al enkele keren in de prijzen. De bastaard van Mal Abrigo werd (2002) bekroond met de Marten Toonder/Geertjan Lubberhuizenprijs. De terugkeer van Lupe García (2009) kreeg de BNG Nieuwe Literatuurprijs en De zangbreker (2014) prijkte op de longlist van de Libris Literatuur Prijs en de shortlist van de Anna Bijns Prijs. “Ik ben een sucker voor de longlist. Maar ik heb niet veel zicht op het verkoopgedeelte van het boek en het interesseert me bijzonder weinig. Dan vragen mensen hoeveel exemplaren er van het boek zijn verkocht en dan weet ik dat gewoon niet.” Maar ja, de commerciële kant van het boekenvak is misschien een ‘noodzakelijk kwaad’? En een uitgever wil natuurlijk dat een boek verkoopt. Als schrijver wil je toch gelezen worden? “Ik vind het zoveel belangrijker om het verhaal goed te schrijven. Dat is zo’n enorme uitdaging, daar werk je zo veel jaren hard aan en je weet niet of je het goed krijgt of niet. Als het boek er uiteindelijk is, voel je gewoon of het klopt.”

De twee illustraties bij dit interview zijn getekend door Carolina Trujillo zelf. Lees ook onze recensie van Vrije radicalen op onze website.

Carolina Trujillo, Vrije radicalen, Uitgeverij Querido, Amsterdam/Antwerpen, 2017, ISBN 9789021402123, 360 pag., €19,99

Bookmark and Share


Terug