Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Kunst & Cultuur

In Tres Arroyos komen kaas en vlees samen

Nederlandse kolonie in Argentijns stadje

Datum : 30/07/2017
Auteur : Lara Droogleever Fortuyn
Land : Argentinië

In Tres Arroyos komen kaas en vlees samen

Nederlandse bootvluchtelingen, het klinkt onrealistisch. Maar wat doe je als je bijna omkomt van de honger door een landbouwcrisis? Dan ga je op zoek naar een beter bestaan. Een groep arme Nederlandse boeren waagde eind negentiende eeuw de sprong. Deze ‘gelukzoekers’ staken onder barre omstandigheden per boot over naar Argentinië. Ze wisten niet of ze het zouden overleven en of ze ooit nog hun geboorteland zouden zien.    

 

“Dejaron su vida, sus familiares, sus amigos y todo aquello 
que habían amado, para buscar otros rumbos. Llegaron a
nuestras playas y aquí rehicieron sus vidas, formaron sus hogares y dieron 
hijos a nuestra tierra. Vivieron las más,
triunfaron y otros fracasaron, pero todos sin excepción
fueron parte de la historia de nuestro país” 
(Bron: Museo Histórico de Cera)

Vertaling van deze tekst: “Ze lieten hun leven, familieleden, hun vrienden en alles waarvan ze hadden gehouden achter, om nieuwe wegen te zoeken. Ze arriveerden aan onze stranden en bouwden hier opnieuw hun leven op, ze vormden huishoudens en schonken kinderen aan onze aarde. Ze leefden tot aan de uiterste grenzen, hadden succes en anderen mislukten, maar allen zonder uitzondering werden deel van de geschiedenis van ons land.”

Een gedeelte van deze boeren kwam uiteindelijk in Tres Arroyos terecht, waar vandaag de dag de enige echte Nederlandse kolonie van Argentinië is gevestigd. Tres Arroyos is een kleine stad van ongeveer zestigduizend inwoners, vijfhonderd kilometer ten zuiden van Buenos Aires. In 2006 bracht koningin Beatrix, samen met Willem Alexander en Máxima, er een bezoekje. Prins Bernhard had er in 1951 de Nederlanders toegesproken. Hoe is het hen vergaan? En wat is er nog over van dit Argentijnse ‘stukje Nederland’?

 

Lang en blond

“Tulpen, klompen, kaas en molens” zei een vrolijke Argentijn enthousiast in een Braziliaans hostel toen hij hoorde dat ik uit Nederland kwam. We stonden op het punt om met een tiental hostelgangers 2004 in te luiden. Vervolgens begon hij uit volle borst ‘Lang zal ze leven’ te zingen.  Dat was weer eens wat anders dan ‘prostituees en drugs’, de oneliner van menige globetrotter. Hij kreeg van mij meteen het stempel ‘ontwikkeld’ toebedeeld, niet wetende dat hij uit Tres Arroyos kwam. Daar had hij op de Nederlandse school gezeten en succesvol de Nederlandse les ontdoken. Nog minder wist ik toen dat wij vijf jaar later in dat stadje in het huwelijksbootje zouden stappen.

Sinds 2006 kom ik jaarlijks in Tres Arroyos – de Drie Beken. Het is een relatief welvarende stad met een hoog ons-kent-ons gehalte. Het voelt heel vertrouwd dat mijn schoonfamilie tussen de Verkuijls, Zijlstra’s en Groenenvelden woont. Onder de gemeenschappelijke noemer ‘lang, blond en blauwe ogen’ maken deze Hollandse Argentijnen deel uit van de Nederlandse kolonie. Ze zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Hun Argentijnse mimiek en snelle handgebaren verraden dat het geen verdwaalde Hollandse toeristen zijn. Ze voegen zich mooi in de melting pot van Italiaanse, Spaanse, Deense, Franse, Libanese, Syrische en Joodse nazaten.

Tres Arroyos doet voor Europese begrippen wat ouderwets aan. Veel familiebedrijven –  die zich krachtig door economische crisissen hebben geslagen - gaan van vaders over op zonen, waarbij de traditionele werkcultuur vaak behouden blijft. Ze runnen de bedrijven vol overtuiging en werklust, wetende dat hun voorouders deze pareltjes vanuit het niets uit de grond hebben gestampt. “Als opa het kon, moet ik het ook kunnen”, zegt de twintiger  Andrés van der Horst. Hij beheert 400 hectare land en wil graag uitbreiden. Ook mijn man, Ricardo, blijft altijd emotioneel betrokken bij de (laadbakken) fabriek die zijn Italiaanse opa, ‘Don Cerri’ heeft gesticht. Hij brengt er vaak een bezoekje en denkt mee met zijn vader en oom, die het roer hebben overgenomen. In het mechanische gebouw, waar alleen ‘machos’ werken, is zelfs voor buitenstaanders de ziel van opa nog voelbaar.

Nostalgie

Argentinië is een immigratieland pur sang en wordt vrijwel volledig bevolkt door nazaten van Europeanen. De oorspronkelijke inheemse bevolking is op brute wijze vermoord en vormt nog maar één procent van de bevolking. Het is inspirerend om te zien hoe in Tres Arroyos al die nationaliteiten kleine familietradities in hun harten hebben gesloten. De buurvrouw van mijn schoonouders maakt bijvoorbeeld regelmatig Deense koekjes. ’s Middags kookt ze daarentegen niet heel uitgebreid. “Tja, ze is Deens” zegt mijn Spaans-Italiaanse schoonmoeder daarover met een kritische ondertoon. Bij mijn schoonvader springen de tranen in de ogen bij bepaalde Italiaanse liedjes, omdat zijn moeder die altijd zong onder het kneden van pastadeeg. Tres Arroyos, een pampastad waar hard werken een rustig leefritme niet uitsluit, ademt nostalgie en overlevingsdrang. Op het platteland werkt men het klokje rond, maar in de stad zijn tussen twaalf en vier uur kantoren en winkels gesloten voor een uitgebreide lunch en siësta. De Nederlandse emigranten, bij wie het calvinisme door de aderen giert, konden hier maar moeilijk aan wennen. Inmiddels voelt de jongste generatie Hollandse Argentijnen zich meer Argentijns dan Nederlands.

Oversteek

Tussen 1888 en 1891 gingen meer dan vierduizend Nederlanders op zoek naar een beter leven in Argentinië. Dit waren vooral  door de grote landbouwcrisis getroffen arme boeren uit Groningen, Friesland en Zeeland. Goedkoop graan uit onder andere de Verenigde Staten en Argentinië overspoelde de Nederlandse markt, die volledig instortte. Argentinië, het ‘beloofde, nieuwe land’ zocht juist immigranten om het land op te bouwen. Onder het motto ‘gobernar es poblar’ (regeren is bevolken) bood de Argentijnse overheid gratis overtocht aan. De arme Hollanders werd een sappige worst voorgehouden: werk en welvaart waren de lokkers. Argentinië wilde vooral jonge, gezonde boeren aantrekken. Het selectieproces was echter niet streng: 40 procent van de geworven ‘boeren’ had nog nooit een schop in handen gehad. De bootreis was zwaar. Door slechte hygiëne en gebrek aan medische voorzieningen overleefde een aantal emigranten de reis niet. Eenmaal aangekomen, viel het tegen. Van de beloofde arbeidsbemiddeling was nauwelijks sprake en de boeren konden geen eigen stukje land bemachtigen. De taalbarrière en het gebrek aan financiële middelen maakten de integratie nog moeilijker.

Zware start

De Nederlanders verbleven eerst in migrantenhotels, waarna ze verdeeld werden over verschillende kolonisatieprojecten. Ongeveer zestig Nederlandse families kwamen in Micaela Cascallares terecht, vlakbij Tres Arroyos. Ze vonden een onderkomen in lemen hutten zonder deuren. Het werk was heel zwaar, omdat het ruwe pampagebied volledig onontgonnen was. Werktuigen en zaaigoederen waren niet of nauwelijks te verkrijgen. Ook kregen veel Nederlanders gezondheidsklachten. Het dieet bestond vooral uit grote hompen vlees. Nederlanders waren dit niet gewend, waardoor een aantal (vooral kinderen) ingewandsziekten kreeg en een gedeelte overleed. Het grootste deel van de overlevenden trok uiteindelijk naar de grote steden of keerde terug naar Nederland. Een klein gedeelte bleef agrariër. Ze zochten steun bij elkaar in en rond de Gereformeerde kerk in Tres Arroyos, die in 1909 werd opgericht. De kerk was de vaste ontmoetingsplek voor deze streng gereformeerde boeren. De gemeenschappelijke taal, geloof en cultuur verbonden de Nederlanders. Ze zetten zich af tegen de Argentijnen en klaagden over hun werkethos. In de cultuur van siësta’s en ‘mañana, mañana’ konden ze zich totaal niet vinden.

Steeds meer Nederlanders kregen lucht van het kleine, vertrouwde stukje Holland tussen de uitgestrekte maïs- en zonnebloemvelden. Rond 1920 kwam een nieuw groepje van achttien boerenjongens uit Haarlemmermeer. Velen van hen lukte het door heel hard werken een welvarend bestaan op te bouwen. Ze bleken innoverende ondernemers en belangrijke pilaren van de Nederlandse gemeenschap.

Nederlandse werklust

Ik ga langs bij Ida van Mastrigt, die al veertig jaar honorair consul van Nederland in Tres Arroyos is. De afgelopen jaren hebben we al meerdere keren een ‘Hollands bakkie’ gedaan, in haar knusse huis vlakbij het centrum. In haar achtertuin staat een Hollands molentje in de brandende zon. We zoeken binnen verkoeling in de airco. 

Ida komt niet uit een boerengezin. Ze is geboren in Nederlands-Indië. In 1950 kwam ze met haar zusje vanuit Nederland naar Argentinië, waar haar vader enkele jaren eerder heen was gegaan. Als klein meisje groeide Ida op in de Nederlandse gemeenschap in Tres Arroyos. Carolijn Visser heeft haar ontroerende levensverhaal prachtig beschreven in Argentijnse Avonden, dat de Bob den Uyl Prijs 2013 van de VPRO kreeg voor het beste reisboek. Ida woonde met haar zusje in het internaat van de Nederlandse school (Colegio Holandés), die in 1946 geopend werd. Meester Sleebos had de zusjes daar met open armen ontvangen. Ondertussen verdiende haar vader in Buenos Aires de kost. Veel Nederlandse kinderen maakten gebruik van het internaat, omdat de afstand van huis naar school vaak te groot was om dagelijks te overbruggen. Ida vertelt met trots hoe de school met bloed, zweet en tranen en met bij elkaar gesprokkelde peso’s werd opgebouwd. “De Hollanders onderscheidden zich van de Argentijnen met hun discipline en werkethos.” In deze periode werd ook de Nederlandse landbouwcoöperatie Alfa gesticht, door de innoverende ‘tweede golf’ boeren. 

Er zaten aanvankelijk op de Nederlandse school alleen maar Hollandse kinderen. “We volgden het reguliere Argentijnse programma en ’s middags kregen we Nederlandse les.” In de loop der jaren breidde de school uit met een middelbare school, een crèche en een peuterspeelzaal. Er kwamen ook veel Argentijnse kinderen en langzaam ‘verargentijnsde’ de school. De Nederlandse les werd optioneel en sinds vijf jaar wordt er helemaal geen Nederlands meer gegeven op de inmiddels 750 leerlingen tellende school. “Bezuinigingen”, verzucht Ida. De Nederlandse staat geeft geen subsidie meer.

Ida beheerst zowel Spaans als Nederlands vloeiend en accentloos. Ze voelt zich thuis in Argentinië, maar heeft het wel nodig om jaarlijks een maand bij te tanken in Nederland. “Daar is alles zo goed geregeld. Van openbaar vervoer tot veiligheid. Wat wel lastig is, dat iedereen eerst de agenda moet trekken voordat je langs mag komen. Dat is in Argentinië wel anders.”

De Nederlandse boeren boksten met ineengeslagen handen veel voor elkaar. Naast de landbouwcorporatie, de school en de kerk stichtten ze een Nederlands-Deens verzorgingstehuis en een kerkhof. Het verzorgingshuis was iets nieuws in Tres Arroyos, waar ouderen meestal door de kinderen verzorgd werden. De Nederlanders voelden zich het meest verwant met de Deense emigranten. De Denen waren Luthers en dus ook niet katholiek, maar ze waren niet zo streng in de leer als de Nederlanders. In ‘Argentijnse Avonden’ lezen we: “Zij dansten op hun feestjes, terwijl dat onder de Nederlanders taboe was.”

Streng gereformeerd

Ida vertelt over het strenge geloof: “Op zondag moesten alle Nederlandse kinderen verplicht naar de kerk, waar de diensten eerst alleen in het Nederlands en later ook in het Spaans werden aangeboden. Er was zondags weinig lol te beleven. We mochten geen ijsje eten, niet fietsen en niet zwemmen.” Dit stond in schril contrast met de uitbundige katholieke Argentijnen, die juist zoveel mogelijk van het leven probeerden te genieten. De Nederlanders vormden een gesloten club en het was uit den boze om buiten eigen kring te trouwen. In ‘Argentijnse Avonden’ staat beschreven hoe Diego Zijlstra - één van de eerste Nederlandse emigranten die maar liefst 17 kinderen en 50 kleinkinderen kreeg - zijn vele kleinzoons gebood: “Als jullie naar rokken willen kijken, beperk je dan tot die van onze eigen meisjes.” Mijn schoonmoeder, van Spaans/Italiaanse afkomst, zegt hierover: “De Hollanders moesten weinig hebben van de uitbundige afstammelingen van katholieke Spanjaarden en Italianen. En wij vonden hen eigenlijk maar serieus en stijfjes. Mensen met een hele sterke moraal, zowel op privégebied als op het werk. En zuinig, heel zuinig.”

De kinderen van de eerste generatie migranten voelen zich vaak zowel Nederlands als Argentijns, hoewel ze meestal niet in Nederland geboren zijn. Veel hebben een klein Delfts-blauw hoekje met Hollandse snuisterijen in hun huis en in tijden van tegenspoed praten ze vaak over hoe goed het in Nederland allemaal geregeld is. Ik bezoek de gebroeders Vis in hun kruidenierswinkel in Tres Arroyos. In de koeling pronkt zelfgemaakte yoghurt, melk en kaas. Ze zijn door hun vader opgevoed, omdat hun moeder op jonge leeftijd overleed. Vader Vis was bijna altijd aan het werk; hij produceerde en verkocht Hollandse producten, zoals kaas en yoghurt. Voor zijn komst naar Tres Arroyos woonde hij in Canada, waar iemand hem vertelde over de Nederlandse kolonie in Argentinië. Hij werd nieuwsgierig, bracht er een bezoekje en werd verliefd op een Nederlandse met wie hij uiteindelijk trouwde en kinderen kreeg.

Hoewel vader Vis zijn kinderen niet met veel Nederlandse tradities opvoedde, hebben de broertjes Vis zich altijd anders gevoeld dan de Argentijnen. En dat terwijl ze in Argentinië geboren zijn en - op een paar woorden na - geen Nederlands spreken. “Wij Nederlanders zijn gesloten en op de Nederlandse school hadden we ook vooral Nederlandse vrienden. Veel Argentijnse klasgenoten vonden ons maar raar, en we voelden ons ook anders.” De jongste broer is een aantal jaar geleden naar Nederland gegaan om daar zijn geluk te beproeven. Maar daar voelde hij zich juist weer meer Argentijns dan Nederlands. Hij miste het land van de asado (barbecue) en de mate (soort Argentijnse thee) en keerde na een jaar weer terug.

Ook Henny Prinzen voelt zich nog een echte Nederlandse. In 1955 kwam ze als dertienjarige met haar ouders en vier broers en zussen per boot naar Tres Arroyos. Haar ouders hadden in Aalten een kleine boerderij. Het was geen vetpot, maar dat was niet de reden voor de oversteek. Pa en ma Prinzen hoorden van een zekere Verkuijl over een Nederlandse school in Tres Arroyos, die een conciërge en schoonmaker zocht. Ze voelden het als hun roeping om te gaan. Pa Prinzen onderhield als conciërge de school, de speelplaats en de tuin en ma maakte schoon en waste al het linnengoed van het internaat. Henny’s moeder had ondertussen zeven kinderen, dus ze zat nooit stil. Henny vertelt dat zij en haar twee oudere zussen op het internaat werkten totdat ze trouwden. Op haar achttiende ontmoette Henny de Nederlander Zandstra, die een melkbedrijf had. Ze trouwden en kregen vijf kinderen. Inmiddels heeft Henny zestien kleinkinderen. Ze heeft altijd vreselijk veel heimwee gehad naar Nederland. Nog steeds houdt ze het niet droog als ze het Nederlandse volkslied hoort. “Maar met een eigen bedrijf en vijf kinderen was het praktisch onmogelijk om terug te keren naar Nederland”.  Vier van haar broers en zussen zijn uiteindelijk wel teruggegaan. Henny spreekt vloeiend en accentloos Nederlands. “Ik ben altijd door Nederlanders omringd geweest en nog steeds heb ik alleen maar Nederlandse vriendinnen”. Waarom dat zo is zou Henny niet durven te zeggen. Bij haar kinderen is dat wel anders. Op één na hebben ze allemaal een Argentijnse partner: “Dan gaat het mengen vanzelf”. De kinderen verstaan goed Nederlands, maar spreken het nauwelijks. Zij gaan, in tegenstelling tot hun moeder, ook niet meer iedere zondag naar de kerk.

Argentijns met oranje randje

Volgens Ida van Mastrigt hebben ongeveer driehonderd mensen in Tres Arroyos nu een Nederlands paspoort. Verder zijn er een aantal Nederlandse afstammelingen die geen Nederlands paspoort hebben. Het officiële aantal is niet bekend, want er is geen register. Het klinkt misschien als een klein clubje, maar volgens Ida kun je wel degelijk nog spreken van een gemeenschap. Er komen zeer regelmatig Nederlanders naar het consulaat met vragen over zaken als paspoorten, pensioenen en belastingaangiften. Verder staat de corporatie Alfa fier overeind. Als Nederland tegen Argentinië voetbalt tijdens het WK komen de Nederlandse Argentijnen in het oranje gehuld bij elkaar. En er zijn vergevorderde plannen voor de komst van een echte Hollandse molen, bij het busstation van Tres Arroyos.

Toch verliest de Nederlandse gemeenschap langzaam aan terrein. Ida vertelt: “Mijn kinderen trouwden met Argentijnen, en de meeste kinderen van andere Nederlandse echtparen ook. Zij hebben weer kinderen gekregen die geen woord Nederlands spreken. Nieuw oranje bloed lijkt niet in aantocht: er zijn al vijftig jaar geen Nederlandse migranten meer gekomen. De blondjes zijn nu, zelfs op de Nederlandse school, de uitzonderingen. En de diensten in de Gereformeerde kerk zijn alleen nog maar in het Spaans.” Kortom, de Nederlanders in Tres Arroyos zijn aan het ‘ontnederlandsen’. Of moet je dat misschien integreren noemen? Wat het ook is, het blijkt in ieder geval geen vanzelfsprekendheid te zijn.

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug