Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Interview - NOS-correspondente Marjon van Royen over Brazilië

Een gevoel dat grenst aan verliefdheid

Datum : 01/06/2011
Auteur : Hans Veltmeijer
Land : Brazilië

Interview - NOS-correspondente Marjon van Royen over Brazilië

Ze was even in Nederland dit voorjaar, maar kreeg al snel weer heimwee naar de stank van de baai van Guanabara in Rio de Janeiro. Correspondente Latijns-Amerika voor de NOS, Marjon van Royen, is er sinds 1999 niet weg te krijgen en ziet voor haar ogen geschiedenis geschreven worden. “Als je nu de boot naar Brazilië mist, mis je alles.”

In de jaren tachtig was ze correspondente voor NRC Handelsblad in Napels, door de inwoners liefkozend ‘het Rio de Janeiro van Italië’ genoemd. Toen had Marjon van Royen (1957) haar zinnen al gezet op een Latijns-Amerika correspondentschap vanuit Brazilië. Maar het werd Mexico-Stad. “Internet was toen nog niet zo ver en Mexico-Stad was de enige stad waar je alle kranten van Latijns-Amerika kon krijgen”, vertelt ze op een zonnig terras in Amsterdam-West.

Twee jaar later waren er geen belemmeringen meer om ook in Rio optimaal geïnformeerd te worden, dankzij de verspreiding van het internet. Het waren de nadagen van president Fernando Henrique Cardoso, die het land uit een economisch moeras had getrokken. “Je voelde toen al dat Brazilië belangrijker zou worden. Dankzij het plano real van Cardoso begon Brazilië mee te tellen. Met dit economische plan heeft hij de inflatie aan banden gelegd en daarmee de basis gevormd voor de huidige economische successen. Het was heel slim om de koppeling met de dollar los te laten.”

En toen kwam Lula.

“Lula heeft voorzichtig de economische politiek van Cardoso voortgezet en daaraan een element toegevoegd: sociale herverdeling en programma’s voor de armen. Eigenlijk een klassieke Keynes-politiek door de binnenlandse vraag te stimuleren. De mini-mini-mini-bijstand is een van de pareltjes van Lula’s politiek geworden.

Ouders krijgen alleen geld wanneer de kinderen op school zitten, en de uitkering gaat altijd naar de moeder, zodat de vader het niet kan verbrassen. Zo dring je kinderarbeid terug en geef je kinderen een belangrijke functie.”

Je hebt Lula persoonlijk ontmoet. Wat is je indruk van hem?

“Het is zo’n schatje, een teddybeer. Ik ben een paar dagen met hem mee geweest op campagnetour. Hij is wat hij is, heel echt en niets verkeerds aan. Hij leest nooit iets van een papiertje. Alle toespraken doet hij uit het hoofd. Hij heeft de arme Brazilianen hun eigenwaarde teruggegeven. Door uit te spreken: ik ben een van jullie. Daardoor gaat het land vooruit. Dat is een revolutie die te vergelijken is met wat Nelson Mandela heeft gedaan in Zuid-Afrika. De elite heeft altijd gekotst op Lula. Maar na acht jaar steunde 85 procent van de bevolking hem.
Lula is niet bezweken voor de verlokkingen van de macht. Hij had gemakkelijk nog vier jaar door gekund. Het is klasse dat hij dat niet heeft gedaan.”

Hoe doet de nieuwe president Dilma Rousseff het?

“Door tegenstanders werd gezegd dat ze een kloon van Lula zou zijn, een beetje vanuit een seksistische gedachte. Maar het blijkt dat ze het helemaal zelf doet, zonder Lula. Bij het staatsbezoek van Obama kwam Lula zelfs niet opdagen, omdat hij niet speciaal was uitgenodigd. Rousseff vaart helemaal haar eigen koers. Wat dat betreft heb ik vertrouwen in haar. Ze heeft met dezelfde machtspolitiek te maken. Zonder de steun van de conservatieve coalitiepartij PMDB heeft ze geen meerderheid in het parlement. Maar dat doet ze goed. Ze heeft er wetsontwerpen doorheen geramd op een manier zoals Lula dat niet voor elkaar heeft gekregen.

Vrouwen zijn heel blij met haar en zeggen: nu is het onze beurt. Als je de mannen ernaar vraagt, halen ze hun schouders op en accepteren ze het. De vrouwen hadden het toch al voor het zeggen, volgens hen. Lula had het goed gezien door haar voor te dragen. We zijn weer een stap verder. Nu nog een zwarte president.”

De ‘slapende reus’ Brazilië lijkt nu toch echt wakker geworden.

“We zijn eindelijk in de toekomst beland. Het geeft een gevoel dat grenst aan verliefdheid. Opeens is alles mogelijk, creativiteit komt los. Ik zie het om me heen gebeuren, ook in de sloppenwijken. Je ziet daar bedrijfjes van de grond komen en huizenprijzen omhoog schieten. Ook in de niet gepacificeerde favela’s.”

Die pacificatie van de door drugsbendes beheerste sloppenwijken is toch wel een succes gebleken?

“Waar het is gebeurd, werkt het. Vooral in de kleine wijken. Maar voor de duizend sloppenwijken in Rio heb je nooit genoeg politie. Dat moet gefinancierd worden. En in grote wijken zoals Rocinha, met 250.000 inwoners, is het nog helemaal niet aan de orde. Cidade de Deus is wel al twee jaar gepacificeerd, maar daar is de speciale pacificatiepolitie UPP net zo corrupt en wreed als de gewone politie. Dat is geen wonder met een opleiding van maar drie maanden.

Het politieapparaat is zeer verrot. Dat agenten in Rio nu een bonus krijgen als ze minder slachtoffers hebben gemaakt, is geweldig. Dat was eerst omgekeerd. Het is de eerste goede maatregel in jaren. De nieuwe veiligheidschef Beltrami doet het goed. Hij gelooft erin. Ik zie alleen niet hoe je zo’n beerput schoon krijgt. Er is bij de pacificatie ook sprake van een verplaatsing van het probleem. Wijken die niet gepacificeerd zijn, hebben te maken met verschrikkelijke overlast.

Door de clustering van de drugsbendes is de onderlinge strijd wel minder geworden.

Een ander voordeel van de pacificatie is dat de wapens onzichtbaar zijn geworden. De drugs worden natuurlijk nog wel verkocht, tegenwoordig bijvoorbeeld in ‘drive thru’s’ in de favela’s. Maar het is wel prettig dat je niet meer van die keiharde confrontaties hebt.”

Je hebt ook in Mexico gewoond, maar vertelde dat Brazilië je beter past. Leg uit.

“Ik ben een vrouw. Dat is in een afschuwelijke machocultuur zoals in Mexico niet prettig. Daarnaast ben ik heel expressief, een flapuit. Dat past beter bij Brazilië. In Mexico zijn de mensen nogal gesloten, Oosters bijna. Een voorbeeld? Toen ik met een hulpverlener op bezoek was in een sloppenwijk in Rio, zag ik een jongen op slippers en in een short met zijn hand in het verband. Ik grapte tegen hem dat hij zo geen vrouw zou kunnen krijgen. Hij bleek een drugsbaas te zijn. Maar hij vond het leuk en moet iedere keer weer lachen als ik hem zie. Zo’n gevoel voor humor zul je in Mexico niet meemaken. Het is daar ook veel wreder. Hoofden afhakken is niets bijzonders meer. Dat heb je niet in Brazilië.”

Wat doen de toewijzingen van het komende WK voetbal en de Olympische Spelen met het land?

“Dat geeft een enorme boost. Mensen zijn supertrots. Ik was bij het feest dat losbarstte toen Brazilië en Rio werden gekozen. Sommige Brazilianen zeggen dat ze het niet voor elkaar gaan krijgen. Dan zeg ik: tuurlijk wel. Vlak voor het carnaval dit jaar brandden de wagens van drie sambascholen helemaal af. In no time hebben ze alles herbouwd. Dus ook dit gaat ze wel lukken, maar niet op z’n Hollands. Er komt wel de nodige paniek van.”

Je bent bezig met een nieuw boek. Vordert dat?

“Dan moet ik de NOS vragen of ik wat minder kan werken. Ik blijf nu rondrennen, van Haïti naar Chili, etcetera. Maar voor het WK in 2014 is het af. Ik heb al vier van de tien hoofdstukken geschreven. Het is wel gericht op Nederland en blijft dicht bij mezelf, dat is de identificatiefactor. Als je jezelf er helemaal uitschrijft, lijkt het door God geschreven. Ik beleef Brazilië op een andere manier dan hoe een Spaanse dat zou doen.”

Zie je bedreigingen voor de Braziliaanse groei?

“Ik zie drie grote remmen op de groei. Ten eerste is er een enorme bureaucratie met een vergunningencultuur uit het stenen tijdperk. Ten tweede moet het niveau van scholing omhoog, op alle fronten. Anders kan Brazilië struikelen over haar eigen onderontwikkeldheid. Ten derde moet de rente hoog blijven, om de inflatie tegen te gaan. Maar dat maakt het wel moeilijk om een lening te krijgen en een bedrijf te starten. Dat bestendigt ook de inkomensongelijkheid. Eigenlijk is het een wonder dat het zo goed gaat. Het zijn ook geen miertjes zoals de Chinezen. Brazilianen en hard werken gaan niet zo samen. Er is veel inefficiëntie, het is het vaak net niet. Het is ook een ex-slavenland en die slavencultuur zit er nog in. Of je iets met één of met tien slaven deed, maakte niet uit. Dat verleden zie je ook nog terug in de behandeling van de mensen uit de sloppenwijken. Die bewoners moeten zich altijd verdedigen tegen de aantijgingen van de midden- en hogere klasse.”

Wat vond je van de berichtgeving in Nederland over de overstromingen in Rio begin dit jaar?

“Die viel in het niet bij de berichten over de overstromingen in Australië, waarbij veel minder doden vielen. Dat zegt alles. Australië ligt om de hoek in perceptie. En als iemand in Nieuw-Zeeland overhoop wordt geknald, staat het op de voorpagina. Over de rampzalige schietpartij in een school in Rio was er vrijwel geen berichtgeving. Terwijl dat nog nooit was gebeurd in Brazilië. Maar in de perceptie van een redactie worden er in Brazilië iedere dag mensen op die manier doodgeschoten. Aan die houding kun je niets veranderen. Het politieke klimaat speelt hierin wellicht ook een rol. Latijns Amerika is links geworden en Nederland is nu rechts. Brazilië en Latijns Amerika zijn de laatste kindjes die aan de beurt zijn. Zelfs Afrika is belangrijker. Dat is heel dom. Want als je nu die boot naar Brazilië mist, mis je alles.”

Je verkoos jaren geleden een langer verblijf in Rio boven je baan bij NRC. Hoelang blijf je nog?

“Ik blijf wel hangen, er komt van alles aan daar. Na twee weken Nederland heb ik het hier wel weer gezien. Dan mis ik de stank van de baai van Guanabara. Het werk wordt eigenlijk meer een hobby. Na dertig jaar in het vak verdien ik nu ongeveer de helft van wat ik verdiende toen ik begon.”
 

Foto's: Hans Veltmeijer

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug