Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Economie & Ondernemen

Komen na de vette de magere jaren?

Vooruitzichten Latijns-Amerikaanse economie

Datum : 29/10/2014
Auteur : Jan de Kievid

Komen na de vette de magere jaren?

De Latijns-Amerikaanse economie is in 2014 nauwelijks gegroeid. Dat komt vooral doordat de export niet stijgt en de prijzen van veel exportproducten zijn gedaald. Als dit doorzet, komen de recent bereikte vermindering van armoede en ongelijkheid in gevaar. Er zijn tal van maatregelen nodig om zo’n terugval in onrechtvaardiger verhoudingen te voorkomen.

Terwijl de rijke landen zich moeizaam door de economische crisis worstelden en niet of nauwelijks groeiden, ging het Latijns Amerika redelijk voor de wind. Niet meer met hoge groeipercentages van 4-5 procent zoals tussen 2003 tot 2008, maar na een korte dip in 2009 toch met zo’n 3 procent per jaar. Nu ziet het er echter somberder uit. Nog in april van dit jaar voorspelde het IMF (Internationaal Monetair Fonds) voor 2014 een groei van 2,5 procent, maar daarna is dat tweemaal naar beneden bijgesteld: in juli naar 1,8 en in oktober naar 1,3 procent. In 2015 zal volgens het IMF het met 2,2 procent groei mogelijk weer wat beter gaan. Komen na de vette nu de magere jaren?

Gemakkelijk verdiend geld

Er zijn wel opmerkelijke verschillen tussen landen. Bolivia en Colombia verwachten in 2014 nog 5 procent groei, maar de Venezolaanse economie zal 3 procent krimpen en die van Argentinië 1,5 procent. In 2009 werd van de Latijns-Amerikaanse landen Mexico het zwaarst door de crisis getroffen (7 procent krimp) doordat het voor driekwart afhankelijk is van de export naar de Verenigde Staten, die toen in diepe crisis verkeerden. Nu profiteert Mexico om dezelfde reden van het aantrekken van de Amerikaanse economie. Voor 2014 wordt 2,4 procent groei verwacht. Brazilië, dat in 2010 nog 7,5 procent groeide, moet het in 2014 met een magere 0,3 procent doen. De twee jaar hiervoor ging het ook al niet geweldig. Dat was een van de redenen waardoor Dilma Rousseff van de PT (Arbeiderspartij) 26 oktober bijna haar herverkiezing als president misliep.

De lage economische groei is vooral een gevolg van de stagnerende export. De vraag uit het kwakkelende Europa neemt niet toe. Hetzelfde geldt voor China, dat steeds belangrijker wordt als bestemming voor Latijns-Amerikaanse grondstoffen. China kent nog wel een jaarlijkse groei van 7-8 procent, maar het is minder dan de 10 procent uit het eerste decennium van deze eeuw. Mede door de stagnerende of soms afnemende vraag zijn veel grondstoffenprijzen gedaald. Zo kelderde de prijs voor mineralen tussen 2011 en 2014 met ongeveer een kwart en voor koffie en suiker in dezelfde jaren met bijna een derde. Jarenlang kon Latijns Amerika profiteren van de hoge grondstoffenprijzen, maar aan dat gemakkelijk verdiende geld lijkt nu een eind te komen.

Vergrijzing

Als die ontwikkeling doorzet, kunnen recente sociale verworvenheden in gevaar komen. Tussen 2002 en 2013 daalde het percentage armen op het continent spectaculair van 44 procent naar 28 procent. Bijna honderd miljoen mensen ontsnapten hiermee aan de armoede. Terwijl in die tijd vrijwel overal ter wereld de inkomensverschillen toenamen, werd de kloof tussen arm en rijk in Latijns Amerika iets smaller. Toch is de inkomensverdeling er nog steeds schever dan op alle andere continenten. De exportgeleide economische groei – met hoge exportprijzen - heeft gezorgd voor meer en soms beter betaald werk en heeft overheden middelen gegeven om sociaal beleid te voeren. De sociale uitgaven namen twee keer zo snel toe als het BNP. In 2011 bedroegen de sociale kosten tweederde van de overheidsuitgaven, tegenover de helft in 1993. Daarmee hebben bijna alle landen inkomensoverdrachten aan de armste groepen gefinancierd, die hebben bijgedragen aan de vermindering van armoede en ongelijkheid. 

Maar nog lang niet iedereen is met zulke sociale programma’s bereikt en de ongelijkheid in Latijns Amerika is nog veel te groot. Om op de ingeslagen weg verdere resultaten te boeken, zijn nog veel inspanningen en geld nodig. Daarbij komt dat de komende jaren het continent steeds meer zal vergrijzen. Dat vraagt niet alleen meer geld voor uitkeringen voor mensen zonder pensioenvoorziening, maar zal ook de kosten van de gezondheidszorg sterk doen stijgen. Als de economische groei terugloopt, bestaat het risico dat er bezuinigd gaat worden op de sociale uitgaven. Veel mensen, en tegenwoordig ook organisaties als de Wereldbank, maken zich daar zorgen over.

Gewonnen decennium

Toch is de situatie nu, na ‘het gewonnen decennium’ van  de eerste helft van deze eeuw  aanzienlijk beter dan een kwart eeuw geleden, aan het eind van ‘het verloren decennium’ (1980-1990). Toen kampte Latijns Amerika met een grote schuldencrisis, een zeer lage economische groei die ver achterbleef bij de bevolkingsgroei, een forse toename van de armoede en in veel landen een hoge inflatie, vaak met een stuurloos of een neoliberaal afbraakbeleid. Het continent is nu beter bestand tegen economische tegenslagen. De schuldenlast is niet te hoog en de regeringen hebben reserves opgebouwd voor slechte tijden. Veel landen voeren een ‘postneoliberaal’ beleid, met een weer meer sturende rol van de overheid en meer aandacht voor sociale kwesties na de extreem neoliberale periode. Verstandig anticyclisch beleid heeft veel landen ook zonder te grote kleerscheuren door de gevolgen van de kredietcrisis van 2008 geloodst. Dus na de vette jaren hoeven niet per se magere jaren te komen, maar de risico’s zijn groter geworden.

Het fundament, de grote afhankelijkheid van de export van grondstoffen – met hun sterk fluctuerende prijzen – blijft wankel. “Grondstoffenrijkdom is absoluut geen garantie voor economische ontwikkeling”, merkte econoom Pitou van Dijck op in La Chispa 361. Het huidige Latijns Amerika heeft geen duurzaam ontwikkelingsmodel. Om makkelijk aan geld te komen, worden grondstoffen haastig en onzorgvuldig geëxploiteerd. Dat leidt tot ecologische rampen, bedreiging van de leefomgeving van inheemse gemeenschappen en sociale conflicten.

Achilleshiel

De Economische Commissie voor Latijns Amerika van de Verenigde Naties (CEPAL), die in de Chileense hoofdstad Santiago gevestigd is, doet talrijke aanbevelingen om de problemen aan te pakken. Landen moeten werken aan diversificatie van hun economieën. Niet alleen het nog steeds wat koloniale model van grondstoffenexport, maar meer inzetten op industrialisatie en daarmee de export van industrieproducten, waarvan de prijzen minder schommelen. De grondstoffenafhankelijkheid is de Achilleshiel van de huidige economie.

Om succesvol handel te drijven, is een veel betere infrastructuur nodig om de handelswaar tegen niet al te hoge kosten te vervoeren. Op dit gebied kan het continent heel wat leren van landen met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau in Azië. Volgens CEPAL is de komende jaren 6,2 procent van het BNP nodig voor aanleg van nieuwe en onderhoud van bestaande infrastructuur, het dubbele van wat daar nu aan wordt uitgegeven. Om hun internationale positie te verbeteren moeten landen geen toevlucht nemen tot afschermen van hun eigen producten door protectionisme, zoals in Latijns Amerika van de jaren dertig tot zeventig van de vorige eeuw gebruikelijk was. Ze moeten ook niet proberen buitenlandse bedrijven aan te trekken door lonen en belastingen te verlagen.

Kwaliteit

Veel belangrijker is het om te investeren in de kwaliteit van de arbeidskrachten door onderwijs en technische innovatie. Daardoor stijgt de arbeidsproductiviteit en kunnen de producten internationaal concurreren, terwijl ook de lonen omhoog kunnen. Dat levert ook meer belastingopbrengsten op om de sociale programma’s te financieren. Ook steun aan het midden- en kleinbedrijf, dat voor veel meer werkgelegenheid zorgt dan de grote bedrijven, is van belang.

CEPAL verwacht niet dat dit alles vanzelf zal gebeuren. Alles overlaten aan de markt heeft al te vaak tot mislukkingen geleid. Daarvoor is een “nieuw soort sociale politiek nodig, vastgelegd in akkoorden met verschillende maatschappelijke groepen die met een visie op middellange en lange termijn continuïteit kunnen verzekeren teneinde grotere gelijkheid te bereiken.” 

Bookmark and Share


Terug