Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Milieu & Natuur

Latijns Amerika in opstand tegen extractiemodel

Datum : 04/11/2013
Auteur : Raúl Zibechi

Latijns Amerika in opstand tegen extractiemodel

In heel Latijns Amerika komen mensen in opstand tegen een model dat het milieu vernietigt en dat voor gemeenschappen de mogelijkheden beperkt om het land te blijven cultiveren en te blijven leven op de manier die ze zelf kiezen.  

Conflicten over mijnbouw, bestrijdingsmiddelen en genetisch gemodificeerde organismen behoren tot de meest voorkomende. Volgens het Observatorium van Mijnbouw Conflicten in Latijns Amerika (OCMAL) zijn er meer dan 195 actieve conflicten als gevolg van grootschalige mijnbouw in de regio. Peru en Chili voeren de lijst aan met 34 en 33 conflicten, gevolgd door Mexico met 28, Argentinië met 26, Brazilië met 20 en Colombia met 12. Grote mijnprojecten zijn van invloed op totaal 290 gemeenschappen.

In landen als Peru, waar 25 procent van het land is toegekend aan multinationale mijnbouwbedrijven, heeft sociale onrust geleid tot het omvallen van twee kabinetten in de regeringsperiode van president Ollanta Humala, wat resulteerde in de militarisering van de verschillende provincies. Tussen 2006 en 2011 heeft de sociaal-ecologische strijd de dood van 195 activisten in het Andesland veroorzaakt. De weerstand tegen de expansie van soja, het belangrijkste genetisch gemodificeerde gewas in de regio, is wijdverspreid in Argentinië, waar Monsanto een fabriek in de stad Malvinas nabij Córdoba wil installeren om genetisch gemodificeerde maïszaden te produceren. In deze stad hebben de ‘Moeders van Ituzaingó’ een eerste slag gewonnen tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Ituzaingó is een arbeidersbuurt van zesduizend inwoners in het zuiden van Córdoba en is omringd door sojavelden.

Moeders van Ituzaingó

Sofía Gatica zegt dat haar buurt “in 2005 onbewoonbaar werd verklaard, ook al zeiden de autoriteiten in 2002 dat alles in orde was. Pas in 2008 greep de president in door een onderzoek naar de impact van het gebruik van landbouwchemicaliën te laten uitvoeren.” De oprichter van 'Moeders van Ituzaingó’ beviel dertien jaar geleden van een dochter. Dagen na de geboorte hielden de nieren van de baby op te functioneren. Ze wilde de redenen voor de dood van haar dochter leren kennen en ging praten met buren. Ongeveer zestien moeders begonnen langs de deuren te gaan in de buurt. Ze ontdekten dat het aantal kankergevallen 41 keer zo hoog lag dan het landelijke gemiddelde. “Er zijn driehonderd patiënten met kanker, kinderen worden geboren met afwijkingen, 80 procent van de kinderen heeft chemische stoffen in het bloed en 33 procent van de stergevallen zijn te wijten aan tumoren”, zegt Gatica. Water in de tanks zijn verontreinigd met bestrijdingsmiddelen als het gevolg van sproeien vanuit de lucht. 

Pesticiden

De 'Moeders van Ituzaingó' zetten de campagne ‘Stop het Sproeien’ in beweging om hun situatie onder de aandacht te brengen en in 2008 heeft de minister van Volksgezondheid de afdeling Geneeskunde aan de Universiteit van Buenos Aires gevraagd een onderzoek in te stellen. Het bevestigde het onderzoek van de moeders en zag een verband tussen de blootstelling van moeders aan pesticiden en de gezondheidseffecten. Daarop volgde een verbod op sproeien vanuit de lucht op 2500 meter van de woningen. In 2010 besloot de Hoge Raad niet alleen dat het sproeien in de buurt van steden verboden is, maar ook dat de overheid en sojaproducenten eerst moeten bewijzen dat de chemische stoffen die ze gebruiken geen schadelijke effecten hebben. Argentinië is de derde grootste exporteur van soja in de wereld en maakt gebruik van 300 miljoen liter pesticiden, inclusief glysofaat en endosulfan die in tachtig landen verboden zijn en waarvan de Verenigde Naties vindt dat het niet meer geproduceerd en verhandeld mag worden. In april 2012 ontving Sofía Gatica een prestigieuze onderscheiding voor mensen die strijden voor het milieu. In juni 2012 slaagde ze er in om voor de eerste keer in het land de verantwoordelijken voor het gerecht te dagen. Op 21 augustus vond de strafkamer in Córdoba een producent en een besproeier schuldig aan vervuiling en het beschadigen van de volksgezondheid. 

Mijnbouwconflicten

Peru en Chili zijn de landen met de meeste mijnbouwconflicten in Latijns Amerika. Jaime Borda van het Muqui Sur Netwerk in Peru waarschuwt dat de wereldwijde uitgaven voor minerale exploratie sinds 2002 zijn vertienvoudigd. Hij houdt een kaart omhoog waarop te zien is “hoe mijnbouwbedrijven naar Peru kijken als een land bedekt met vierkantjes die elk staan voor een mijnbouwconcessie”. In 2002 was slechts 7,5 miljoen hectare verleend aan mijnbouwbedrijven, een cijfer dat is gestegen tot bijna 26 miljoen in 2012, oftewel 20 procent van de totale landoppervlakte. Sommige Andesprovincies zoals Apurímac hebben ongeveer 57 procent van hun gebied toegekend aan mijnbouwbedrijven. Borda stelt dat de hoge mate van onrust in het land gemotiveerd is door het feit dat “mensen beseffen dat protest de enige manier is om de overheid naar de gemeenschappen te laten luisteren”. Hij vraagt zich af of er een nieuwe en andere betrekking tot mijnbouw mogelijk is. 

Het antwoord is niet eenvoudig. Grote mijnbouwbedrijven zoals de onlangs gefuseerde Glencore en Xstrata monopoliseren de markt: 70 procent van de wereldwijde markt voor zink, 55 procent van de wereldwijde kopermarkt, en 45 procent van de wereldwijde loodmarkt. “In termen van democratie zijn de grondslagen van groei dieis gebaseerd op extractie uitgeput. Het wordt steeds meer een agressieve, verticale, autoritaire en centralistische groei”, zegt Borda. Hij pleit daarom voor “grotere institutionalisering in de milieuproblematiek, het versterken van decentralisatie en territoriale orde”, omdat het niet duidelijk is wie de groei van de mijnbouwsector coördineert, wat de zuidelijke regio in een mijnbouwcorridor verandert. 

Belangrijke overwinning

De Chileen Lucio Cuenca van het Latijns-Amerikaanse Observatorium van Milieuconficten (OLCA) wijst erop dat ondanks het feit dat zijn land de grootste koperproducent van de wereld is, Chili de regulering van de markt en de prijzen heeft afgezworen zodat “transnationale bedrijven zelf beslissen waar en hoe snel te opereren”. Mijnbouw is de belangrijkste exportsector, maar omvat minder dan 1 procent van de werkgelegenheid waarvan 70 procent precair als gevolg van subcontracten. In 2010 was 25 procent van Chili’s grondgebied uitgegeven voor exploratie of exploitatie. De mijnbouw verbruikt 37 procent van de nationale elektriciteit – dat in een paar jaar 50 procent zal zijn – in vergelijking met 28 procent voor de industrie en 16 procent voor de residentiële sector. Dit dwingt de overheid om nieuwe energiebronnen te ontwikkelen, wat de verplaatsing van bevolkingsgroepen en de overdracht van landbouwgronden voor andere toepassingen versnelt.  

De staat is de grote verliezer van de mijnbouwexpansie. In 1990 was 75 procent van de mijnbouwproductie geconcentreerd in het staatsbedrijf Codelco, wat als gevolg van concessies aan particuliere bedrijven in 2007 tot 28 procent is gedaald. De bedragen aan belastingen zijn echter omgedraaid: met dat kleine percentage aan productie droeg Codelco 8,3 miljard dollar bij aan de schatkist in 2008, in vergelijking met slechts 3,4 miljard dollar van particuliere bedrijven die twee keer zoveel produceren als Codelco. 

Tegenstanders van de transnationale mijnbouw hebben een belangrijke overwinning in Chili geboekt. Sinds 2000 protesteren ze tegen het mijnbouwbedrijf Barrick Gold, dat de Pascua Lama-mijn op de grens met Argentinië exploiteert. De rechtbank besliste om deze operatie te stoppen zolang de systemen om de vervuiling van water tegen te gaan niet zijn geïnstalleerd. Dit project van de grootste goudproducent ter wereld, met een waarde van 8,5 miljard dollar, werd in april 2013 verlamd door een lokale rechtbank op verzoek van inheemse gemeenschappen in het gebied. Onlangs ging het Hooggerechtshof over tot de schorsing van de mijn. Barrick meldde daarop een verlies van 8,56 miljoen in het tweede kwartaal van 2013 en de aandeelhouders hebben een rechtszaak aangespannen tegen het management voor het verbergen en het verkeerd voorstellen van informatie sinds oktober 2009. Het kan het begin  van de mijnbouwproblemen in Chili zijn: het noorden van het land kampt met grote watertekorten als gevolg van de grootschalige mijnbouw.

De auteur is een internationale analist voor het tijdschrift Brecha in Montevideo, docent en onderzoeker naar sociale bewegingen aan de Multiversidad Franciscana van Latijns Amerika en adviseur voor verschillende organisaties. Hij schrijft maandelijks het Zibechi-rapport voor Americas Program www.cipamericas.org

Vertaald en bewerkt door Bart-Jaap Verbeek
 
 
 
Bron : Upside Down World/Americas Program
Bookmark and Share


Terug