Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Kunst & Cultuur

Literaire reus in het land van Kleinduimpje

Portret van de Salvadoraanse schrijver Roque Dalton (1935-1975)

Datum : 28/09/2020
Auteur : Mark Weenink
Land : El Salvador

Literaire reus in het land van Kleinduimpje

Plastische chirurgie ondergaan om stiekem terug te keren naar je land. Dat doen gelukkig maar weinig mensen. Naar verluidt nam de Salvadoraan Roque Dalton (1935-1975) deze drastische stap. Niet voor de hand liggend, maar Dalton was ook niet zo maar een schrijver.

Dalton geldt als El Salvadors bekendste schrijver en zijn werk wordt tot de top van de Latijns-Amerikaanse literatuur gerekend. "Poëzie is, net zoals brood, voor iedereen" is een bekende uitspraak van hem. Veel van zijn gedichten zijn bewerkt tot liedjes. Tijdens zijn studie rechten raakte hij in de ban van het marxisme.

De schrijver publiceerde een groot aantal poëziebundels, korte verhalen, kritieken en essays over literatuur en politiek. Zijn werk wordt gekarakteriseerd door heftige gevoelens, sarcasme en universele thema’s als liefde, leven, dood, en politiek. Hij was van invloed op literaire en intellectuele groepen van linkse signatuur. Zo schreef hij de biografie van Miguel Mármol, een belangrijke communist en landgenoot, die deelnam aan de boerenopstand van 1932, een breekpunt in de geschiedenis van het land.

Activistisch

Daltons werk viel vaak in de prijzen: in de tijd van militaire dictators niet in eigen land, maar wel vier keer de Midden-Amerikaanse prijs voor Poëzie: 1956, 1958, 1959 en 1964. Na het einde van de burgeroorlog in 1992 lauwerde  de Salvadoraanse overheid hem posthuum met de titels Hijo Meritísimo de El Salvador en Poeta Meritísimo; van de Universidad de El Salvador kreeg hij alsnog een eredoctoraat. Tijdens zijn leven kreeg Dalton voor het internationaal geprezen Taberna y otros lugares de poëzieprijs van de Cubaanse organisatie Casa de las Américas. Dat werk schreef hij in Praag,  waar hij correspondent was voor The International Review: Problems for Peace and Socialism.

Zijn belangrijkste poëzie is in het Nederlands verschenen in de bundels De vernederde aan de beurt (1963), Café en andere plaatsen en De verboden verhalen van Kleinduimpje (1974), Kleinduimpje is de bijnaam van El Salvador.

Dalton stond bekend om zijn bohemièn levensstijl en uitgesproken meningen. Anders dan de Latijns-Amerikaanse collega’s van zijn tijd sprak hij zich niet alleen uit voor de revolutie, maar stelde hij zich ook activistisch op. Hij beleed zijn idealen niet alleen in woord maar ook in daad. De volgende passage uit ‘Materiaal voor een gedicht’ spreekt voor zich:

“de oorlog
is een voortzetting, met andere middelen,
van de politiek,
en de politiek is de kwintessens van de economie”

Verstandshuwelijk

Dalton werd actief in de communistische partij, wat voor dictator José María Lemus aanleiding was om de onruststoker gevangen te zetten. De doodstraf hing hem boven het hoofd, maar na het afzetten van de dictator eind 1960 werden de politieke gevangenen vrijgelaten. Via Mexico vluchtte Dalton naar Cuba. Het Caribische eiland waar Fidel Castro de scepter zwaaide was toen dé ontmoetingsplaats voor verbannen linkse Latijns-Amerikaanse schrijvers. Als schrijver was Dalton er behoorlijk productief, tegelijkertijd volgde hij er militaire training. Hij keerde meerdere malen clandestien terug naar El Salvador. In 1965 zat hij daar opnieuw gevangen, maar wist te ontkomen toen bij een aardbeving een muur van de gevangenis instortte. Volgens een ander verhaal werd hij na bemiddeling vrijgelaten.

Toen de strijd in El Salvador tegen de militairen heviger werd, meldde Dalton zich aan bij guerrillabeweging FPL (Fuerzas Populares de Liberación "Farabundo Marti"), maar werd afgewezen. De guerrillastrijders zagen hem als poëet, en niet als soldaat. Daarop sloot hij zich aan bij een andere guerrillagroep, de ERP (Ejército Revolucionario del Pueblo). Die verbintenis bleek een verstandshuwelijk, want gaandeweg bleek dat Dalton het niet eens was met de koers van de beweging. Hij vond dat niet de militaire strijd prioriteit moest krijgen, maar dat ze meer aansluiting moisten zoeken bij de bevolking. Tegenstanders binnen de ERP beschuldigden hem ervan voor de CIA te werken. Daarop werd Dalton in 1975 door de ERP ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Althans, dat is het meest waarschijnlijke verhaal, maar honderd procent zeker is het niet. Zijn lichaam is nooit gevonden.

Het ERP en het FPL vormden in 1980 met drie andere guerrillagroepen het Frente Farabundo Martí para la Liberación Nacional (FMLN), dat van 1980 tot 1992 een burgeroorlog oorlog voerde tegen het regeringsleger. Na de vredesakkoorden werd het FMLN een legale politieke formatie.

Postzegel

In 2010 publiceerde het tijdschrift Contrapunto een interview met de voormalige ERP-leider Jorge Meléndez, die samen met ERP-leider Joaquín Villalobos Dalton vermoord zou hebben. Meléndez en Villalobos hielden zich op de vlakte en gaven nog steeds geen uitsluitsel over wat er precies was gebeurd. Meléndez was in 2010 parlementslid, maar in een vorig leven stond hij bekend als commandant Jonas. Villalobos is tegenwoordig een belangrijk internationaal adviseur op het gebied van veiligheid en conflictoplossing. In 2012 probeerden Daltons zonen Jorge en Juan José deze Meléndez en Villalobos alsnog aan te klagen voor de moord op hun vader, maar de rechter wees de zaak af wegens verjaring.

Dat is de tragiek van de Salvadoraanse schrijver, dat zijn lot waarschijnlijk nooit helemaal opgehelderd zal worden. Het land zette zijn beeltenis op een postzegel. Internationaal eerbetoon viel hem ook ten deel: hij wordt genoemd in een gedicht van Allen Ginsberg, ‘On the Conduct of the World Seeking Beauty Against Government’ en in Eduardo Galeano’s boek Children of the Days: A Calendar of Human History recounts the assassination of Roque Dalton.

Tot slot een bekend gedicht van Dalton:

IX Liefdesgedicht
Zij die het Panama-kanaal hebben verbreed
(en ‘silver roll’ werden genoemd in plaats van ‘gold roll’),
die de Stille Oceaan-vloot hebben gerepareerd
op de vlootbases van Californië,
zij die wegteerden in de kerkers van Guatemala,
van Mexico, van Honduras, van Nicaragua, beschuldigd
van diefstal, van smokkel, van oplichting,
van honger,
de altijd van alles verdachten,
‘hierbij stel ik voornoemde persoon te uwer beschikking,
die verdacht wordt van leegloperij
met als verzwarende omstandigheid zijn Salvadorese nationaliteit’)
zij die bars en bordelen bevolkten
in de steden en havens van heel Midden-Amerika,
(‘De Blauwe Grot’, ‘Het Broekje’, Happyland’),
die in den vreemde maïs zaaiden midden in het oerwoud,
de koningen van de rode bladzijde,
zij die godweetwaarvandaan komen,
de beste handwerkslieden ter wereld,
zij die bij de grens met kogels werden doorzeefd,
zij die stierven aan malaria,
een schorpioenbeet of gele koorts,
in de hel van bananenvelden,
zij die dronken huilden om hun volkslied
in een orkaan op zee of een sneeuwstorm in het Noorden,
de verworpenen, de bedelaars, de marihuanaverkopers.
die godvergeten boerenkinkels,
zij die nauwelijks terug konden,
zij die wat meer geluk hadden,
zij die zich nooit kunnen legitimeren,
de voetvegen, de sjacheraars, de alleseters,
zij die als eersten het mes trekken,
de armste stakkers ter wereld,
mijn landgenoten,
mijn broeders.
(........................)

Deze bijdrage maakt deel uit van de El Salvador special.

Bron : Wikipedia, MO.be, Bzzlletin
Bookmark and Share


Terug