Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Kunst & Cultuur

"Literatuur toont ons de wereld in al zijn verschrikking en schoonheid"

Interview met de Colombiaanse schrijver Tomás González over Eerst was er de zee

Datum : 04/12/2016
Auteur : Mark Weenink
Land : Colombia

"Literatuur toont ons de wereld in al zijn verschrikking en schoonheid"

Het zijn twee werelden apart: het grootstedelijke Medellín en een afgelegen plaatsje aan de Colombiaanse kust. In de roman Eerst was er de zee van de Colombiaanse schrijver Tomás González (1950) verruilt het jonge stel J. en Elena het stadse voor het afgelegen landelijke. Hun droom is om een zelfvoorzienend bestaan op te bouwen, terug naar de natuur. Maar het paradijs dat ze voor ogen hebben, blijkt een hel.

De roman werd gepubliceerd in 1983 en is sindsdien steeds opnieuw uitgegeven. Na vele positieve kritieken en met een trouwe schare lezers is nu de Nederlandse vertaling verschenen. La Chispa interviewt González per e-mail.

 

Wat is de kunst van het schrijversvak en wat is ervoor nodig om het uit te oefenen? Welke auteur(s) bewondert u en waarom?

“Een schrijver creëert een werkelijkheid met behulp van woorden, zoals schilders dat doen met kleuren en musici met geluid. De werkelijkheid die hij creëert lijkt op de echte werkelijkheid, maar is autonoom. De kunst bestaat eruit om zijn werkelijkheid zo echt te laten zijn als het leven zelf. Long John Silver van Stevenson, Funes de allesonthouder van Borges en kolonel Buendía van García Márquez zijn voorbeelden van personages die net zo levend zijn als ieder willekeurig echt mens. Soms zou je denken dat ze zelfs echter zijn. En er is niemand levender dan al die doden die spreken in Pedro Páramo van Juan Rulfo. Niets echter dan de donkere wereld waarin zij zich bewegen. Om deze kunst uit te oefenen is niet veel nodig: papier, potlood, tijd. Het moeilijkste is tijd hebben, want je moet de kost verdienen en eventueel je gezin onderhouden.”

 

Taal is het gereedschap van de schrijver. Wat betekent het Spaans voor u?

“Ik heb zestien jaar in de Verenigde Staten gewoond. Als ik in Colombia kwam, eens per één of twee jaar en mijn taal weer hoorde spreken, voelde dat alsof ik onbelemmerd kon ademhalen. Alles was helder. In de VS was het Spaans mijn toevluchtsoord, mijn thuis, mijn vaderland zelfs.”

 

In hoeverre heeft die buitenlandse ervaring invloed gehad op uw relatie met Colombia en op uw manier van schrijven?

“Als je in het buitenland woont neem je, vanzelfsprekend, afstand van je eigen land. En als de afwezigheid lang duurt, wordt deze afstand permanent en blijft deze bestaan, ook al keer je terug. En dat is goed, want zo kun je naar je eigen land kijken alsof je een buitenlander bent: de buitengewone schoonheid van de Colombiaanse vlag die uit een huisje op het platteland hangt, de schoonheid van de karren gevuld met blinkende pannen van gehamerd ijzer die door de straten van de stad rijden, de bellen van de vrachtauto’s die gasflessen bezorgen, dingen waar je snel aan zou wennen wanneer je permanent in je eigen land woont en die je misschien niet eens meer opmerkt, of die je helemaal niet bijzonder lijken. Ook positief is dat je je realiseert dat de mensheid overal gelijk is: de vrijgevigheid en de solidariteit zijn hetzelfde en dat waarvan je dacht dat het nationale gebreken waren, blijkt helaas wereldwijd verspreid. Je kunt hetzelfde zeggen over de manier van schrijven: iemand die in het buitenland woont neemt bepaalde wendingen en ritmes van zijn moedertaal intenser waar, wat zichtbaar zal worden in zijn schrijven.”

 

Wat is voor u de fundamentele reden om te gaan schrijven en wat is het belang van de literatuur in het algemeen? Wat is volgens u de kracht en de charme van uw literaire werk?

“Eigenlijk weet ik niet goed waarom ik schrijf. Recent las ik een tekst van Orwell waarin hij egotisme als belangrijkste reden noemt: “Nu zal men weten wie ik ben!” En als tweede esthetisch enthousiasme. In mijn geval wegen beiden even zwaar. De literatuur laat ons de wereld zien in al zijn verschrikking en in al zijn schoonheid, dat wil zeggen, het maakt in ons dat esthetische enthousiasme los. En de noodzaak om erkend te worden geeft een heel sterke impuls en motivatie om aan het werk te gaan, waar je gebruik van moet maken.”

 

U bent journalist geweest. Welke parallellen en verschillen zijn er tussen de journalistiek en de literatuur?

“In New York heb ik twee jaar gewerkt in een soort van journalistiek de bekend staat als service journalism. Het betaalde goed en ik moest rond zien te komen. Ik schreef artikelen waarin experts die ik interviewde aan de lezers uitlegden hoe ze aan een lening bij de bank konden komen, of hoe onderwijs te geven aan een dyslectisch kind, of hoe een gezinsbudget op te stellen, dat soort zaken. Dat had niets met literatuur te maken. Echte journalistiek is iets anders. Voor mij bestaat de literatuur uit de rijkdom aan verbale middelen en uit het lef en de virtuositeit waarmee je van de taal gebruikmaakt, ongeacht het literaire genre. Wat sommige journalisten schrijven is grootse literatuur.”

 

Met de ‘kolonisatie’ van de aarde door de mensen verdwijnt de geïsoleerde wereld zoals die voorkomt in Eerst was er de zee beetje bij beetje. Het deel van Colombia waar de roman zich afspeelt wordt gedetailleerd en met veel precisie beschreven. Hoe leg je deze afgelegen wereld uit aan een niet-Colombiaanse (Europese) lezer? In hoeverre kun je zeggen dat u met deze roman een universeel verhaal vertelt?

“De macht van woorden is groot. Als je bijvoorbeeld Robinson Crusoe van Defoe leest, kom je in een universum terecht waar al niets meer van over is. En al lezende in De Kronieken van Mars (van Bradbury), die gaat over de kolonisatie van Mars door mensen, kom je in een wereld die nooit heeft bestaan. Voor mij was het makkelijker met de Golf van Urabá, die op slechts een uur van Medellín ligt en die nauwelijks veranderd is, sinds ik de roman schreef.”

 

Los van de het elitaire milieu waarin zij opgroeiden, hoe zou u de karakters van J. en Elena classificeren, die het niet lukt te overleven op deze afgelegen plek? En waarom noemde u hem J. en niet Juan of iets dergelijks?

“Eigenlijk wil ik ze niet classificeren. Het is beter dat iedere lezer zijn eigen conclusies trekt. De reden voor de naam J. is dat dit personage gebaseerd is op iemand die Juan heette. De personage in de roman is niet Juan, hoewel hij er veel op lijkt. Op die manier kwam ik uit bij J. Ik wilde een scheiding aanbrengen tussen de persoon en het personage.”

 

Waarom wordt er zoveel rum gedronken in de roman? Hoe vindt u de vergelijking met Under the Volcano van Malcolm Lowry?

Under the Volcano heb ik nog niet gelezen, maar ik heb wel de film gezien van John Huston, met Albert Finney. Ik geloof dat de ziekte van het alcoholisme, de schade die het veroorzaakt, dezelfde symptomen vertoont bij iedereen die er aan lijdt, net zoals bij tbc of longontsteking. Ook de liefde voor het leven komt sterk overeen bij alle mensen. Het verdriet lijkt op dat van ieder van ons. De alcohol versterkt die liefde, maar tast het ook aan, en vergroot het verdriet van de persoon, die er aan onderdoor gaat.”

 

Onderhoudt u contacten met de vertalers van uw werk tijdens de vertaling? Waarover gaat dat in die gevallen?

“Vertalers stellen vragen over dingen die voor hen niet zo duidelijk zijn en die door de auteur makkelijk kunnen worden uitgelegd. Lokale uitdrukkingen en gebruiken, dat soort zaken. Soms gaat het om inconsistenties of fouten die ik in het origineel gemaakt heb. In dergelijke gevallen hebben de vertalers me geholpen als redacteur en heb ik fouten kunnen corrigeren voor de volgende druk. Dit heeft zich vooral voorgedaan bij de vertalingen naar het Duits en ook naar het Nederlands en het Frans.”

 

Wat vindt u van de literatuurkritiek en wat is voor u het belang (of niet) van literaire prijzen?

“Het is erg moeilijk om objectief naar ons eigen werk te kijken en de kritiek helpt ons daarbij. Je kunt beter kritiek krijgen dan niet, want stilte rondom je werk is het ergst. Dan blijf je in het ongewisse. Met de recensies, al zijn ze niet van hoog niveau of al word je niet al te goed beoordeeld, kan de schrijver zich in elk geval oriënteren. Hij kan zelf bepalen of hij er iets mee doet. Hetzelfde geldt voor de lezers. De literaire prijzen, integendeel, zijn eerder schadelijk dan voordelig. Ze zorgen ervoor dat de schrijvers die een prijs ontvangen zich een tijdje geen zorgen hoeven te maken om geld. Dat is het enige waar het toe dient. Er zijn zeer goede werken die veel prijzen hebben gewonnen en er zijn evenzo goede werken die geen enkele prijs hebben gekregen. Of een roman een prijs heeft gewonnen of niet zegt niets over de kwaliteit. De prijzen geven geen richting aan de lezers noch aan de schrijvers, en voor de schrijvers kunnen ze schadelijk zijn, omdat ze het risico meebrengen dat ze gaan schrijven om prijzen te winnen en niet om hun literaire universum te creëren. Ze verplaatsen hun zwaartepunt, ze leiden af.”

Dit artikel is vertaald door Wim Hardeman

Tomás González, Eerst was er de zee, Meridiaan Uitgevers, Amsterdam, 2016, ISBN 9789048825967, 176 pag., €17,50, vertaling: Jos den Bekker

Lees ook onze recensie van González’ roman Eerst was er de zee

In april 2017 verschijnt Tomás González’ roman Duivelspaardjes (Caballitos del diablo) bij uitgeverij Atlas Contact

Bookmark and Share


Terug