Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

"Mannen willen hun voorrechten niet verliezen"

Politicologe Niki Johnson over ondervertegenwoordiging vrouwen in Uruguayaanse politiek

Datum : 21/01/2016
Auteur : Jan de Kievid
Land : Uruguay

"Mannen willen hun voorrechten niet verliezen"

In Uruguay, in veel opzichten een modern en democratisch land, zou je veel vrouwen op politieke topposities verwachten. Dat is echter niet het geval door een machistische politieke cultuur, partijstructuren en het kiesstelsel. Daardoor had een quotaregeling bij de verkiezingen van 2014 weinig effect. De linkse presidenten Tabaré Vázquez en José Mujica vinden het geen belangrijke kwestie. 

Uruguay is een modern seculier land met al lange tijd gunstige wetten voor vrouwen. Het hoort bij de Latijns-Amerikaanse top drie voor democratie, persvrijheid, weinig corruptie, inkomensgelijkheid en vertrouwen in de instituties. Veel vrouwen zijn hoogopgeleid. Maar het percentage vrouwelijke parlementsleden ligt ver onder het continentale gemiddelde, en er was nog nooit een vrouwelijke presidentskandidaat.

“Al die positieve punten over Uruguay kloppen”, beaamt Niki Johnson, een van oorsprong Engelse politicologe die al zestien jaar in Uruguay werkt, op een warme decemberdag in een kamertje in het Instituut voor Politieke Wetenschappen van de Universiteit van de Republiek in Montevideo. “Maar ze hebben geen directe invloed op de toegang van vrouwen tot belangrijke politieke posities. Vrouwen komen daar moeilijk binnen door het machismo, interne partijstructuren en het kiesstelsel.” 

Record

Nergens in Latijns Amerika hadden vrouwen zo vroeg volledige gelijke politieke rechten als mannen. Johnson: “Sinds 1932 mochten alle vrouwen op alle niveaus stemmen en konden ze ook worden gekozen. Van 1942 tot de staatsgreep van 1973 zaten er altijd vrouwen in het parlement. Eind jaren zestig was één keer een vrouw minister. Het eerste parlement na de dictatuur, in 1984 gekozen, telde echter geen enkele vrouw, een totale achteruitgang. Ook de 21 leden van het linkse samenwerkingsverband Frente Amplio (FA, Breed Front) in het Huis van Afgevaardigden waren allemaal mannen. Het FA was in die tijd nog machistischer dan de oude conservatieve partijen Blancos (Nationale partij) en Colorados.”

Bij de volgende verkiezingen ging het beter, maar van 1999 tot 2009 bleef het percentage vrouwen schommelen rond 11-15 procent. Ook toen in 2014 een quotaregeling gold, ging het maar weinig omhoog. Vrouwelijke ministers bleven lange tijd zeldzaam: “In twintig jaar regeringen van Colorados en Blancos was er nooit meer dan één tegelijk. Dat veranderde toen het Frente Amplio vanaf 2005 de verkiezingen won. Het eerste kabinet van president Tabaré Vázquez (foto)telde een keer vier vrouwen als minister. Met José Mujica (2010-2015) ging het weer achteruit: slechts twee vrouwen. De tweede regering Vázquez, vanaf 2015, startte met vijf vrouwen op dertien ministers, een record.” 

Topposities

Volgens Johnson is Mujica niet conservatiever in genderkwesties dan Vázquez: “Vázquez sprak als president zijn veto uit over een door het parlement aangenomen abortuswet, Mujica tekende de wet. Vázquez is wel meer geneigd om zich ‘politiek correct’ te tonen, terwijl Mujica altijd duidelijk heeft gezegd dat het voor de politieke vertegenwoordiging niet relevant is hoeveel vrouwen en mannen er zijn. Belangrijker is het evenwicht tussen de verschillende fracties met hun ideologische verschillen binnen de coalitie. Vázquez is behoorlijk machistisch, autoritair en patriarchaal, hij weet wat goed is voor het land en zet dat door. De vrouwelijke ministers in zijn kabinet behoren tot zijn vertrouwelingen, die zich nooit sterk voor genderkwesties hebben ingezet. Links heeft een simpel ouderwets idee over ongelijkheid, het maakt zich alleen druk over sociaaleconomische ongelijkheid en heeft weinig oog voor ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.”  

Ook op andere terreinen bezetten vrij weinig vrouwen topposities, terwijl al twintig jaar geleden evenveel vrouwen als mannen aan de universiteit studeerden. Tegenwoordig vormen vrouwen zelfs tweedederde van de aankomende en afstuderende studenten. Johnson: “Op de ministeries zitten vrouwen vooral in de middenfuncties. Van de lagere rechters is de meerderheid vrouw, maar er zit pas sinds kort één vrouw in het Hooggerechtshof. Zelfs vakbonden met een meerderheid van vrouwelijke leden, zoals van onderwijs en gezondheidszorg, worden vooral door mannen geleid. Bij universiteiten is er geen enkele vrouwelijk rector, wel sinds kort enkele decanen. In de laagste docentenrangen vormen vrouwen de meerderheid, in de hoogste de mannen.” 

Moeizame weg

Voor de parlementsverkiezingen van 2014 gold in Uruguay eenmalig een wettelijke regeling dat minimaal één derde van de kandidaten vrouw moesten zijn. Vergelijkbare quota bestonden al eerder in iets meer dan de helft van de Latijns-Amerikaanse landen. Johnson: “Na een moeizame weg met zes wetsvoorstellen in twintig jaar is het in 2009 eindelijk aangenomen. Er was veel verzet van de mannelijke leiders, met niet simpel rechts tegen en links voor. Binnen het uit veel organisaties bestaande Frente Amplio was lange tijd de groepering van Mujica (foto) erg sterk tegen. De wet gold alleen voor 2014, terwijl zo’n regeling hoort te functioneren tot het niet meer nodig is. Maar omdat de Blancos alleen voor wilden stemmen als het eenmalig was en voor hervorming van het kiesstelsel een tweederde meerderheid nodig is, was dat de enige manier toch iets aangenomen te krijgen.” 

In de meeste Latijns-Amerikaanse landen leidden quotaregelingen tot aanzienlijk meer vrouwelijke parlementariërs. In Uruguay werkte dat ook voor de senaat (van 13 naar 29 procent), maar niet voor het Huis van Afgevaardigden: van 15 naar 14 procent. Voor het parlement als geheel was dat een lichte stijging van 15 naar 18 procent, nog steeds flink onder het Latijns-Amerikaanse gemiddelde van 26 procent. Hoe valt dat te verklaren?

Vriendenclubs

Johnson: “Door machismo, traditionele partijstructuren en het kiesstelsel. Uruguay is nog steeds doordrongen van machismo, al is het wat meer verhuld dan in veel andere Latijns-Amerikaanse landen. Maar geen land kent zo’n oud partijstelsel. De oorsprong van Blancos en Colorados ligt in de jaren dertig van de negentiende eeuw. Vanaf 1870 gingen ze zich als partijen organiseren, vaak gegroepeerd rond families van aanzien. Die traditionele partijen kennen vaak weinig geïnstitutionaliseerde structuren met duidelijke democratische regels. Vooral persoonlijke contacten en vriendenclubs van mannen bepalen wie er in de leiding en op de kandidatenlijsten komen, en dat zijn bijna altijd mannen. In het binnenland is dat nog sterker dan in de hoofdstad Montevideo. In de linkse, nieuwere partijen die het Frente Amplio vormen is het machismo even sterk, maar ze hebben duidelijkere democratische regels.”

De 31 leden van de senaat worden gekozen via evenredige vertegenwoordiging. De quotaregeling zorgde hier voor twee keer zoveel vrouwen. Voor het Huis van Afgevaardigden geldt een districtenstelsel, waarbinnen zetels worden toebedeeld op basis van evenredigheid. Het grote district Montevideo heeft 41 van de 99 zetels te verdelen, een ander groot district veertien. De overige zeventien districten leveren meestal twee of drie afgevaardigden. In die districten haalt zelden een partij meer dan één zetel. Johnson: “In bijna de helft van het land kan kunnen dus alleen vrouwen worden gekozen die lijsttrekker zijn. Volgens de quotawet moesten op iedere drie plaatsen (1-3, 4-6, 6-9, enz.) kandidaten van beide geslachten staan. Door machismo en partijstructuren kwamen vrouwen zelden op de eerste plaats. In het grote district Montevideo ging het grotendeels hetzelfde als in de kleine districten, omdat per partij meerdere lijsten meededen: totaal 17 lijsten voor 41 zetels. Slechts drie lijsten behaalden drie of meer zetels, de meeste maar één of twee. Door al deze mechanismen had de quotaregeling geen invloed op de samenstelling van het Huis van Afgevaardigden.”

Schaamteloze campagne

Als ik vertel dat ik in Uruguay heb horen zeggen dat er weinig vrouwelijke parlementsleden zijn omdat niet genoeg bekwame vrouwen willen meedoen, reageert Johnson fel: “Nee, nee, dat is een absurd argument, dat mannen gebruiken om hun positie te rechtvaardigen. Er is een Netwerk van Vrouwelijke Politici met zevenhonderd vrouwen uit alle partijen. Vrouwen zijn maar weinig minder politiek betrokken dan mannen en bij hoog opgeleiden is er bijna helemaal geen verschil. In de partijen zijn op basisniveau evenveel vrouwen als mannen actief en op het middenniveau bijna evenveel. De kiezers willen wel op vrouwen stemmen. We vroegen in 2007 in een enquête of men het goed vond als vrouwen  presidentskandidaat zouden zijn; 80 procent zei ‘Ja’en 75 procent vond dat vrouwen het even goed of beter doen als minister dan mannen. Beide keren dachten ook de meeste mannen zo. Er worden zo weinig vrouwen gekozen omdat mannen, die hun voorrechten niet kwijt willen, bepalen wie er kandidaat worden. Alleen die krijgen de noodzakelijke steun van het partijapparaat.”

Terwijl Argentinië, Brazilië en Chili met respectievelijk Cristina Fernández, Dilma Rousseff en Michelle Bachelet ervaring hebben met – alle drie herkozen - vrouwelijke presidenten, is in Uruguay nog nooit een vrouw kandidaat geweest. Johnson: “Als zulke vrouwen hier kandidaat van een grote partij waren geweest, zouden ze bij de kiezers zeker een kans maken. Senator Constanza Moreira (foto) had zich binnen het Frente Amplio als kandidaat gemeld voor de presidentsverkiezingen van 2014. De partijleiding vond het echter vanzelfsprekend dat Tabaré Vázquez zonder tegenkandidaten zou worden aangewezen en probeerde haar in een schaamteloze campagne in diskrediet te brengen. Het meest choquerend voor mij was het optreden van Mujica. In 2007 had hij Moreira, zonder haar daarover te raadplegen, kandidaat gesteld voor het voorzitterschap van FA, omdat ze een onafhankelijke, intelligente vrouw was. Hij zette haar ook op de lijst voor de senaat. Ze werd geen partijvoorzitter, in 2010 wel senator. Maar toen Moreira in 2014 presidentskandidaat wilde worden, riep Mujica dat ze niks wist en kon en elitair was. Waarom wilde hij Moreira niet? Juist omdat ze onafhankelijk was, en niet bereid was om ‘Sí señor, sí señor, ik zal doen wat u zegt’, te zeggen.”

 

Bookmark and Share


Terug