Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

'Met Cristina halen we het niet, maar zonder haar kunnen we het evenmin'

Verkiezingen in Argentinië

Datum : 24/10/2019
Auteur : Jan de Kievid
Land : Argentinië

'Met Cristina halen we het niet, maar zonder haar kunnen we het evenmin'

Door de grote sociaaleconomische problemen wordt de rechtse president Mauricio Macri waarschijnlijk niet herkozen als president van Argentinië. Verwacht wordt dat de peronistische kandidaat Alberto Fernández zal winnen. Diens partij heeft volgens Macri juist gezorgd voor de huidige problemen. Ondertussen hebben de grote ondernemers Macri opgegeven; zij richten zich al op Fernández.

Toen Mauricio Macri eind 2015 nipt de Argentijnse presidentsverkiezingen won, had hij zich de volgende verkiezingen – op 27 oktober 2019 – vast heel anders voorgesteld. Als eerste rechtse president in ruim een eeuw die via vrije verkiezingen, en dus niet via militair ingrijpen, aan de macht was gekomen, zou hij er wat moois van maken. Hij wilde Argentinië bevrijden van de puinhoop die de peronistische presidenten Néstor Kirchner (2003-2007) en diens vrouw Cristina Fernández de Kirchner (2007-2015) volgens hem hadden nagelaten. Hun economisch beleid had Argentinië internationaal geïsoleerd en slechts schijnsuccessen – met soms vervalste cijfers – met een zeer wankele basis opgeleverd. Macri zou de deuren weer openzetten, Argentinië zou internationaal weer meetellen, steunend op een sterke private sector. Ook zou hij een eind maken aan de hoge inflatie. Vooral Cristina had Argentijnen tegen elkaar opgezet, de media beknot en zou – ook persoonlijk – de corruptie hebben verergerd. Macri zou de media meer vrijheid geven, open met journalisten praten, een einde maken aan de polarisatie en de corruptie bestrijden. Dat zou Argentinië democratischer maken.

Hoop

Met zulke successen zou hij in 2019 herkozen kunnen worden. Daarbij zou hij Cristina Fernández niet als tegenstander ontmoeten, want die zou in die vier jaar vast in een van de vele tegen haar aangespannen corruptieprocessen zijn veroordeeld, waardoor ze niet aan verkiezingen mee zou mogen doen. De eerste jaren van zijn presidentschap kon Macri nog hopen dat het zo zou gaan. Met talrijke ondernemers in zijn regering – met de voormalige voorzitter van de organisatie van grote landeigenaren als minister van Agribusiness (voorheen landbouw) – stelde hij Argentinië weer open voor buitenlandse bedrijven. Afbetaling van schulden aan de hedgefondsen maakte meer buitenlandse investeringen mogelijk. De bezoekende Amerikaanse president Barack Obama heette Argentinië welkom bij zijn terugkeer in de wereld. Macri snoeide met harde hand in de volgens hem te hoge sociale uitgaven. Voor veel plannen kreeg hij in het parlement ook steun van een deel van de peronistische oppositie.

Verloren vertrouwen

Macri hield – anders dan Cristina Fernández – persconferenties, waarbij hij inging op vragen van journalisten. Het BNP daalde wel iets, de werkloosheid steeg en de lonen, pensioenen en uitkeringen daalden. Maar dat was volgens Macri nog een erfenis van het slechte beleid van de Kirchners. Vanaf 2017 zou alles beter gaan. Veel Argentijnen hadden daar vertrouwen in; na twee jaar stond zijn populariteit nog op 50 procent, uitzonderlijk hoog voor een Latijns-Amerikaanse president halverwege zijn termijn. De economie was dat jaar ook gegroeid. Bij de tussentijdse verkiezingen voor de helft van het parlement eind 2017 boekte Macri’s partijenverbond Cambiemos (Laten we veranderen) duidelijke winst, terwijl de peronistische oppositie verder verdeeld was geraakt.

Daarna begon het mis te gaan. Zoals al vaak eerder gebeurde, raakte Argentinië in financiële problemen. In mei 2018 voelde Macri zich genoodzaakt om een lening aan te vragen bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Dat viel bij veel Argentijnen helemaal verkeerd. Zij menen dat de voorwaarden bij leningen van het IMF Argentinië eerder in diepe ellende hebben gestort, zoals bij de grote crisis van 2001-2002. Het vertrouwen in Macri kelderde in een paar dagen van 50 naar ongeveer 20 procent.

Spaargeld

Deze klap kwam hij niet meer echt te boven toen de economie in 2018 opnieuw in de min schoot. In de vier jaar met Macri presteerde Argentinië onder het – door de Braziliaanse crisis toch al lage – Zuid-Amerikaanse gemiddelde. De gemiddelde koopkracht daalde en de armoede nam toe. Terwijl peilingen ongeveer even veel stemmen hadden voorspeld voor Macri en de peronistische oppositie, haalde Macri bij de voorverkiezingen in augustus 2019 slechts 31,8 procent tegenover 47,8 procent voor de peronistische kandidaat Alberto Fernández (geen familie van Cristina Fernández). De beurzen kelderden en de peso verloor 30 procent van zijn waarde. De kosten van levensonderhoud stegen snel. De inflatie liep op tot 53,5 procent over het afgelopen jaar; alleen al in september bedroeg die 6 procent. Inmiddels leeft een derde van de Argentijnen onder de armoedegrens. Argentijnen vrezen weer crises zoals ze eerder meemaakten in 1989 en vooral 2001-2002, waarbij velen hun spaargeld verloren.

Verdeelde peronisten

In 2015 was Macri, de schatrijke ondernemer en voormalige burgemeester van Buenos Aires, de kandidaat voor Cambiemos, een verband van rechtse partijen. Hij is het nu – inmiddels 60 jaar oud - voor het iets anders samengestelde blok Juntos por Cambio (Samen voor de Verandering). Hij heeft daarbij een opmerkelijke kandidaat voor het vicepresidentschap: de 69-jarige Michel Ángel Pichetto (foto). Die was achttien jaar lang, tot een paar maanden geleden, leider van de peronisten in de senaat. Hij viel wel op door zijn conservatieve voorkeuren en stemde heel vaak voor de voorstellen van Macri.

De peronisten, het schoolvoorbeeld van Latijns-Amerikaanse populisten, voelen zich allemaal erfgenaam van Juan Perón (president van 1946 tot 1955 en van 1973 tot 1974) en zijn vrouw Evita. Ze kennen een lange traditie van politieke zwenkingen (van sterk staatsgericht links tot stevig neoliberaal), van ruzies, afsplitsingen en weer samengaan. Ditmaal is Pichetto uitgestapt. Ook een andere partij, Consenso Federal, wordt geleid door een oud-peronist, Roberto Lavagna, die ook presidentskandidaat is. Lavagna was minister van Economische Zaken onder de peronistische presidenten Duhalde en Néstor Kirchner. Hij haalde 8,1 procent bij de voorverkiezingen.

Geliefd en gehaat

Het gros van de peronisten is ditmaal echter, na eindeloos getouwtrek en onderhandelen tussen groepen en kandidaten, sterker verenigd dan in 2015. De inmiddels 66-jarige Cristina Fernández is afgelopen jaren nooit definitief veroordeeld wegens corruptie, en is dus verkiesbaar. Door haar polariserende opstelling is ze bij veel mensen zeer geliefd, maar wordt ze door veel anderen juist diep gehaat. Dat maakt haar niet de meest geschikte kandidaat voor het presidentschap, maar daar is een oplossing voor gevonden.

De presidentskandidaat van het peronistische verband Frente de Todos (Front van Allen) is de 60-jarige Alberto Fernández, een man met een grote bestuurlijke en politieke ervaring en een gematigder opstelling dan Cristina. Hij was onder andere kabinetschef – feitelijk premier – onder president Néstor Kirchner en in het eerste jaar van Cristina Kirchner. Met haar kreeg hij ruzie; Fernández vond dat zij veel afbrak van wat Néstor had opgebouwd. Ook verzette hij zich tegen haar plannen om meer greep op de rechterlijke macht te krijgen. In 2008 stapte hij op, werd criticus van het kirchnersmo en sprak tien jaar niet meer met Fernández.

Tot 2018, toen hij de peronisten wilde verenigen tegen Macri. Hij trof, zei hij publiekelijk, “een meer reflexieve Cristina” dan eerder. Zij is nu kandidaat-vicepresident, maar treedt onder andere wegens haar omstreden positie in de campagne weinig op de voorgrond. Fernández legde de keuze voor het vicepresidentschap aldus uit: “Wij allen moeten als peronisten begrijpen dat we het met Cristina (als presidentskandidaat) niet halen, maar het  zonder haar evenmin kunnen.” Niet alleen de peronistische politici zijn ditmaal meer verenigd dan in 2015. Ook de in drieën gesplitste peronistische vakbeweging is nu meer geneigd gezamenlijk de kandidatuur van Fernández en Fernández de Kirchner te steunen.

Verkiezingsrondes

Er zijn in totaal zes presidentskandidaten, allemaal mannen. Naast Macri, Fernández en Lavagna zijn er nog drie kandidaten die slechts op luttele percentages kunnen rekenen: een uitgesproken linkse kandidaat, een zeer neoliberale en een extreemrechtse ex-militair. Die laatste wordt wel een Argentijnse Bolsonaro genoemd. Onder de zes kandidaat-vicepresidenten zijn drie vrouwen, onder wie Cristina Fernández. Terwijl in nogal wat Latijns-Amerikaanse landen politieke buitenstaanders bij verkiezingen hoge ogen gooien en soms winnen, is dat in Argentinië niet het geval. De kansrijke kandidaten zijn ervaren politici van gevestigde partijen.

Een kandidaat geldt als verkozen als hij in de eerste ronde op 27 oktober 45 procent van de stemmen krijgt. De kandidaat is ook verkozen met minimaal 40 procent van de stemmen, als het verschil met nummer twee minstens 10 procentpunten is. Wanneer geen enkele kandidaat dit haalt, volgt op 24 november een twee ronde tussen de twee hoogst scorende kandidaten. De kans dat Fernández al in de eerste ronde wint, is groot. In de laatste peilingen schommelt hij tussen de 50 en 55 procent, ver boven de 28 tot 35 procent van Macri. De grote ondernemers, de grote steunpilaren van Macri, rekenen al op een overwinning van Fernández. Ze hebben hun belangstelling voor Macri verloren, en stellen zich al in op hoe ze zaken moeten doen met de nieuwe peronistische president.   

Even veel vrouwen als mannen

De Argentijnen stemmen op 27 oktober ook voor 130 leden (de helft) van het landelijke Huis van Afgevaardigden, 24 leden (een derde) van de Senaat, en voor provinciale gouverneurs en parlementen. Voor de parlementen gold al de regel dat 40 procent van de kandidaten vrouw moet zijn, evenredig verdeeld over de lijsten. Dat heeft eraan bijgedragen dat in het huidige landelijke parlement 40 procent uit vrouwen bestaat, meer dan in Nederland en ook flink boven het Latijns-Amerikaanse gemiddelde van 30 procent. Inmiddels is de wet veranderd, en moeten op de lijsten 50 procent vrouwen en 50 procent mannen staan. De effecten daarvan zullen 27 oktober voor het eerst duidelijk worden.

Omdat de sociaaleconomische problemen sterk domineren, zal het percentage vrouwen waarschijnlijk niet veel aandacht krijgen. Mogelijk geldt dat ook voor legalisering onder bepaalde voorwaarden van abortus. In Argentinië is abortus verboden, behalve bij verkrachting en gevaar voor de fysieke of mentale gezondheid van de moeder. Een ruimere abortuswet werd in 2108 nipt door het Huis van Afgevaardigden aangenomen, maar vervolgens door de Senaat verworpen. Half oktober demonstreerden 200.000 mensen, vooral vrouwen, voor legalisering van abortus. Fernández steunt deze eis, maar Macri wil zich er niet over uitspreken.

Democratie stabiel

Macri wilde niet alleen de economie beter een stabieler maken, maar Argentinië ook minder corrupt en democratischer maken, met meer persvrijheid. Dat het economisch niet is gelukt, domineert de verkiezingsstrijd, maar ook op de andere gebieden is zijn regering geen succes gebleken. Jaarlijks verschijnen gedegen overzichten van de stand van de democratie, de persvrijheid en de corruptie in vrijwel alle landen ter wereld. Volgens de Democratie Index van weekblad The Economist is het democratisch gehalte van Argentinië onder Macri niet verbeterd, maar ongeveer hetzelfde gebleven, terwijl de organisatie Freedom House een zeer kleine vooruitgang constateert. Op een schaal van zeven punten is daarbij echter niets veranderd. Argentinië had al een 2 (1 is het beste, 7 het slechtste) voor zowel politieke als civiele rechten. Reporters without Borders ziet geen verbetering, maar ook geen verslechtering van de persvrijheid. Transparency International constateert dat de corruptie een beetje is verminderd. En dat is juist een punt dat maar door 3 procent van de Argentijnen als het belangrijkste probleem wordt gezien, ver onder het Latijns-Amerikaanse gemiddelde van 9 procent.

Debatten

Nadat eerder kandidaten die dachten er meer mee te verliezen dan te winnen, niet meededen aan discussies met hun concurrenten, is deelname aan een paar debatten voor presidentskandidaten verplicht gesteld. Zoals te verwachten was, gaat het daarbij vooral tussen Macri en Fernández. Opmerkelijk genoeg staat daarbij de discussie over de toekomst en hoe Argentinië uit het huidige slop moet komen niet centraal. Fernández neemt Macri kwalijk dat hij zijn economische beloften niet is nagekomen, waardoor veel Argentijnen tot armoede zijn vervallen. En Macri verwijt Fernández, die zegt nog nooit juridisch te zijn aangeklaagd, de corruptie en machtsbelustheid van de Kirchners, die al sinds 2015 niet meer regeren. Een commentator schreef dat Macri zich hierbij meer opstelt als oppositieleider tegen de regering van zijn voorgangster dan als de man die zelf afgelopen vier jaar als president het land heeft geleid. Vermoedelijk hebben deze  televisiedebatten weinig kiezers tot een andere stemkeuze aangezet.  

Bookmark and Share


Terug