Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Militairen uit de coulissen

Hoe zwakker de democratie, hoe groter de roep om sterke leiders

Datum : 23/02/2020
Auteur : Maja Haanskorf

Militairen uit de coulissen

De laatste tijd waren er opvallend veel beelden van militair vertoon in Latijns-Amerikaanse landen. In Chili verschenen legertrucks en bewapende soldaten op straat. In Ecuador kondigde president Moreno de noodtoestand af, omringd door militairen. In Mexico is de inzet van het leger in de strijd tegen het drugsgeweld dagelijkse praktijk. Wat is eigenlijk de rol van militairen vandaag de dag? En hoe wenselijk is die? 

Het is al langere tijd onrustig in Latijns Amerika. In bijna alle landen komen mensen de straat op om te protesteren tegen hun regeringen die in vrijwel alles in gebreke blijven. Gemene deler is de enorme kloof tussen burgers en politici. Hoogte- of dieptepunt, het is maar hoe je ertegenaan kijkt, is de afzetting van president Evo Morales in Bolivia afgelopen november. Zelfs in het als stabiel geziene Chili en recenter in Colombia is de vlam in de pan geslagen. Een verontrustende ‘nieuwe’ ontwikkeling is de inzet van militairen bij het neerslaan van deze sociale onrust. Nieuw, omdat na de terugkeer van de democratie in Latijns Amerika eind jaren tachtig van de vorige eeuw, militairen in de kazernes bleven en ondergeschikt leken aan het civiele bestuur. Ze hebben echter al die tijd op de drempel gestaan en zijn soms al met twee benen naar buiten gestapt, de burgermaatschappij in. Hoewel de rol van de militairen in ieder land verschillend is, staat hun openlijke aanwezigheid buiten kijf. 

Fragiele democratie

Dat militairen in meerdere landen nadrukkelijk aanwezig zijn in het straatbeeld heeft alles te maken met de nog steeds fragiele democratie in de meeste Latijns-Amerikaanse landen. Democratische instituties functioneren gebrekkig en onder de bevolking is het vertrouwen in deze instituties dramatisch laag. Net zomin heeft ze vertrouwen in politici en politieke partijen. Het overheersende beeld is dat van een corrupte, zichzelf verrijkende kliek, die niet luistert naar de bevolking en alleen voor een elitaire minderheid regeert. Grote corruptieschandalen, voorop het wijdvertakte schandaal bij de Braziliaanse bouwgigant Odebrecht, hebben dat idee versterkt. Daarbij komt dat grote delen van de bevolking gefrustreerd zijn geraakt in hun verwachtingen. Vanaf de eeuwwisseling tot grofweg 2015 bloeide de economie door de hoge grondstoffenprijzen op de wereldmarkt. Vooral de vraag vanuit China was onverzadigbaar. Het geld stroomde Latijns Amerika binnen en overheden, zowel linkse als centrumrechtse, gebruikten dat om sociale programma’s uit te voeren. Miljoenen mensen raakten uit de armoede en de middenklasse groeide onstuimig. Waar niet voldoende aan veranderde was de ongelijkheid; het continent bleef het meest ongelijke ter wereld. Ten tijde van een florerende economie maken mensen zich doorgaans niet druk over het democratisch gehalte van hun bestuur. Dat gebeurde pas toen het afgelopen was met de grondstoffenboom en mensen dat merkten in hun portemonnee. Toegang tot onderwijs en gezondheidszorg werd te duur en transportkosten waren te hoog. Ze gaven de overheid en incompetente politici de schuld. Feit is dat overheden, ook de linkse, in de bloeiperiode vrijwel niets hebben gedaan aan belastinghervormingen, diversificatie van de economie en scheppen van werkgelegenheid.

Sterke leiders

Het gebrek aan vertrouwen in politici en instituties maakt mensen gevoelig voor ‘sterke leiders’, of die nu links of rechts zijn. Ook dit is een sentiment dat nooit echt weg is geweest; het past in de traditie van caudillos. Denk aan Brazilië waar de extreemrechtse Bolsonaro de verkiezingen won als de sterke man die orde op zaken zou stellen. In Bolivia regeerde Morales als een ‘redder des vaderlands’; alleen hij, als eerste president van inheemse komaf, kon het land leiden en de inheemse bevolking een stem geven. In Argentinië vormden de links-populistische Kirchners een autoritaire dynastie en in Venezuela manifesteerde Chávez met zijn programma voor een socialisme van de 21e eeuw zich als een alleenheerser, net als zijn opvolger Maduro. De afkeer van politici maakt ook dat de bevolking weinig geduld heeft, wat bij verkiezingen leidt tot snelle wisselingen van de macht; vaak naar een president met een totaal andere koers. Neem Argentinië, waar de rechtse president Macri in oktober de verkiezingen verloor van de links-peronistische Fernández. Een maand later moest in Uruguay de linkse coalitie Breed Front plaatsmaken voor een kandidaat van rechts. In Colombia heeft de bevolking na één termijn genoeg van de rechtse president Duque en in Chili zijn ze de rechtse Piñera zat. De leiders weten nauwelijks hoe ze moeten omgaan met de protesten en de toenemende polarisatie.

Militaire inzet

Het is in deze sfeer dat regeringsleiders de hulp van de militairen inroepen. Op een wijze die lang niet meer is gezien, worden militairen ingezet om burgerprotesten op harde wijze neer te slaan. Alleen al in Chili vielen binnen drie weken 22 doden. Niet dat het hielp, de protesten nemen juist toe. Zeker in een land als Chili haalt het beeld van legertanks in de straten oude wonden open. De herinnering aan de dictatuur is nog levend. In Ecuador zette president Lenín Moreno het leger in om de demonstraties tegen een bezuinigingsprogramma van miljarden dollars de kop in te drukken.  In Brazilië maakt president Bolsonaro, een oud-legerkapitein, geen geheim van zijn bewondering voor de militairen en zijn heimwee naar de tijd van de dictatuur. Hij stuurt het leger af op de inheemse bevolking in de Amazone die protesteert tegen de aantasting van hun leefgebied. Onder Bolsonaro hebben de generaals een machtsniveau bereikt dat ongekend is sinds de terugkeer van het land naar de democratie. In Venezuela heeft het leger het voor het zeggen; zonder de steun van de militairen kan Maduro niet aan de macht blijven. Om hun steun te behouden, bezetten militairen hoge en lucratieve posten, onder andere bij de douane waar ze dik verdienen aan de drugshandel. In Mexico – ook onder de linkse president López Obrador – en in Midden-Amerikaanse landen zijn de militairen belast met politietaken en worden ze ingezet bij de bestrijding van criminaliteit en  drugsgeweld.

Verkapte staatsgrepen

Het leger speelt ook een rol bij het wegsturen van presidenten. Ze neemt niet langer zelf de macht over, maar faciliteert de afzetting van een president en de overgang naar een andere regering. In de meeste Latijns-Amerikaanse landen staat in de grondwet dat de strijdkrachten kunnen optreden om de binnenlandse orde te handhaven en soms hebben ze zelfs de plicht zich te bemoeien met het politieke proces. Dit kan leiden tot een zogenaamde ‘constitutionele coup’, een staatsgreep die een aanzienlijke mate van grondwettelijke legitimiteit heeft. Dit gebeurde bijvoorbeeld in Honduras (2009) tegen toenmalig president José Manuel Zelaya en in Paraguay (2012) tegen toenmalig president Fernando Lugo. Beide presidenten werden gedwongen af te treden. Hoe meer het politieke systeem in crisis verkeert en hoe zwakker de democratische instituties zijn, hoe groter de kans is op dit soort staatsgrepen. Ook in Bolivia speelde afgelopen november het leger een beslissende rol. De onlusten en de chaos die na de dubieuze verkiezingsuitslag van de presidentsverkiezingen – Evo Morales zou nipt hebben gewonnen – uitbraken, zouden het optreden van het leger rechtvaardigen. Bij gebrek aan enig ander gezag riep het leger zittend president Morales op af te treden. Het is de vraag in hoeverre het leger hiermee de grondwet schond. Duidelijk is dat het kennelijk ontbreekt aan sterke democratische instituties die verkiezingen in goede banen leiden of bij ontstane protesten op democratische wijze handelen.

Gemilitariseerde democratie

Latijns Amerika stond vroeger bekend als de regio van de militaire juntas. Het dreigt nu de regio van ‘gemilitariseerde democratieën’ te worden. Een term die Latijns Amerika-deskundige Javier Corrales gebruikte in een artikel in Americas Quarterly. Democratieën worden geacht de macht van het leger te beperken. Dat is vooral belangrijk wanneer er een lange geschiedenis is van militair ingrijpen in de politiek, zoals het geval is in Latijns Amerika. Maar nu zien we het tegenovergestelde; wanneer democratische regeringen zich bedreigd voelen, komen ze in de verleiding om de militaire macht uit te breiden. Zo heeft in Mexico het Congres, waarin de partij van de linkse president een meerderheid heeft, vrijwel unaniem de oprichting van een Nationale Garde goedgekeurd. Deze garde bestaat grotendeels uit soldaten die worden ingezet in de drugsoorlog en ook om migranten aan de zuidgrens tegen te houden. Ook al staan de meeste burgers positief tegen deze inzet van het leger, het is een zorgelijke situatie. Regeringen raken te afhankelijk van de militairen. Het beleid wordt te veel gericht op de noodzaak om veiligheid  te maximaliseren. En veiligheid wordt vooral gedefinieerd in termen van repressie.
Het fenomeen van ‘gemilitariseerde democratieën’ begon al rond de eeuwwisseling. Op links heeft Hugo Chávez in Venezuela het idee van een civiel-militaire alliantie ingevoerd om de armen te helpen en zijn revolutie tegen 'reactionairen' te verdedigen. Op rechts heeft Álvaro Uribe in Colombia de afhankelijkheid van het leger genormaliseerd om 'democratische veiligheid’ te bevorderen, wat neerkomt op het bestrijden van guerrillastrijders en drugsbaronnen. Tegenwoordig domineert Chávez 'erfenis om het leger te gebruiken bij de verdediging van de revolutie de politiek in Venezuela, Cuba, Bolivia en Nicaragua. Het Uribe-model om op het leger te vertrouwen voor de bescherming van burgers tegen misdaad, is populair in Brazilië en in een groot deel van Midden-Amerika.

Valstrikken

De recente protestgolf in de regio heeft verschillende oorzaken, die variëren per land. Maar alle protesten leggen de valstrikken bloot waarin Latijns-Amerikaanse samenlevingen zich bevinden. Vroeger leek de grootste valstrik in de regio armoede te zijn, maar in de eerste vijftien jaar van deze eeuw slaagden landen erin de armoede te verminderen. De huidige problemen zijn moeilijker aan te pakken. Zo is er het probleem van de middeninkomens, ofwel het idee dat de Latijns-Amerikaanse beroepsbevolking te duur en ondergekwalificeerd is om te concurreren tegen moderne exporteurs, waardoor groei en diversificatie worden afgeremd. Een ander probleem is de afhankelijkheid van hulpbronnen; Latijns Amerika is nog steeds te afhankelijk van de export van grondstoffen. Nu de prijs van olie, aardgas, sojabonen en koper is gedaald, krimpen de economieën, ook in landen waar het macro-economisch beheer redelijk is. Tenslotte is er een politiek probleem. In meerdere landen hebben burgers te maken met politieke partijen die weigeren het politieke systeem open te stellen voor nieuwe spelers of die teveel inspelen op extremistische ideeën. Dat verklaart de protesten in landen die niet langer zo arm zijn. Het is nu het moment voor overheden, burgers en internationale geldschieters om deze problemen op te lossen. Er zijn geen gemakkelijke antwoorden. Maar één ding is duidelijk: overmacht van het leger is nooit de oplossing.

Hoewel je de vele protesten van burgers in het continent zou kunnen duiden als een uiting van democratie, kun je tegelijk ook vaststellen dat er blijkbaar geen democratische instituties zijn die protesten kunnen kanaliseren of waarin burgers vertrouwen hebben. Een mondiger burgerij zonder een goed functionerend democratisch systeem, is stuurloos en vervalt al snel in chaos. Dat maakt de komst van autoritaire leiders, al dan niet militairen, des te makkelijker. Of die nu van linkse of rechtse signatuur zijn. En dat moeten we niet willen.

Dit artikel is eerder verschenen in Parbode, Surinaams Magazine (februari 2020) en met toestemming overgenomen.

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug