Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Monsanto in Latijns Amerika

Zaadbedrijf krijgt landbouw in z'n greep

Datum : 14/10/2017
Auteur : Estefanía Pampin Zuidmeer

Monsanto in Latijns Amerika

Voedsel en voedselproductie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door biotechnologische ontwikkelingen krijgen multinationals als Syngenta, Dupont Pioneer en Monsanto steeds meer grip op de landbouwproductie van gewassen. Is dat wel zo’n goede ontwikkeling? Er is steeds meer verzet tegen dit soort bedrijven. Hier nemen we Monsanto onder de loep, één van de meest invloedrijke landbouwzaadbedrijven in Latijns Amerika.

Monsanto is een biotechnologische multinational uit de Verenigde Staten, marktleider in de verkoop en productie van veredelde én genetisch gemodificeerde zaden. Het is inmiddels het grootste landbouwzaadbedrijf ter wereld. Monsanto produceert ook bestrijdingsmiddelen tegen onkruid, zoals herbicide glyfosaat, bekend als Roundup, één van de meest gebruikte onkruidverdelgers ter wereld. Een deel van de Monsanto-zaden is door genetische manipulatie resistent gemaakt voor glyfosaat. Hierdoor ontstaat koppelverkoop: als je de zaden van Monsanto koopt, dan moet je er ook Roundup bij kopen. In 2016 had het bedrijf een omzet van 13,5 miljard dollar. Inmiddels levert het zaden aan miljoenen boeren wereldwijd. Ook verdient het geld aan patenten.

Grootschalig

Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is zaadveredeling steeds technischer en geavanceerder geworden. Genetische manipulatie is steeds gebruikelijker om nieuwe, commercieel aantrekkelijke, landbouwgewassen te creëren. Het wordt op grote schaal toegepast in de landbouwindustrie. Latijns Amerika biedt veel kansen voor het grootschalig inzetten van landbouw vanwege de vruchtbaarheid van de grond en het gunstige klimaat. Daarom is het is voor multinationals een interessant gebied om in te investeren. Het is niet toevallig dat van de drie landen met de grootste hoeveelheid hectares die worden gebruikt  voor het zaaien van ggo’s (genetisch gemodificeerde organismes) zich er twee in Latijns Amerika bevinden. Na de VS (70,9 miljoen hectare) volgen Brazilië (44,2 miljoen) en Argentinië (24,5 miljoen). De meest verbouwde ggo’s in deze landen zijn soja, maïs, katoen en koolzaad.

Elf van de 26 landen wereldwijd die ggo’s verbouwen, liggen in Latijns Amerika. Monsanto is niet de enige multinational die hier geoptimaliseerde zaden verkoopt, maar is wel marktleider in deze regio. Monsanto heeft kantoren in Mexico, Guatemala, Puerto Rico, Argentinië, Brazilië, Chili, Colombia, Ecuador, Paraguay, Peru en Uruguay. Het bedrijf is verder actief in Honduras, El Salvador, Nicaragua, Costa Rica, Panama, Belize en het Caribisch gebied. Venezuela en Bolivia zijn in dit rijtje opvallend afwezig. Sinds 2015 geldt in Venezuela een wet die import, distributie en productie van ggo’s verbiedt. In Bolivia is de import en productie van ggo’s ook verboden, behalve voor soja.

Rechtszaken

Kenmerkend voor de strategische werkwijze van Monsanto is het patenteren van alle door het bedrijf ontwikkelde gewassen. Hierdoor mogen andere bedrijven deze nieuwe gewassen niet gebruiken om nieuwe plantenrassen te maken. Veel boeren bewaren zaden om ze te hergebruiken als vermeerderingsmateriaal. Door de moordende concurrentie tussen boeren moeten ze meer produceren om te overleven. Daarom zien ze zich vaak genoodzaakt genetisch gemanipuleerde zaden te kopen om hun productie te optimaliseren. Ze moeten hiervoor wel jarenlang kwekersrecht betalen of steeds nieuwe zaden kopen. Veel boeren gebruiken toch de zaden van Monsanto als vermeerderingsmateriaal, wat van Monsanto niet mag, en krijgen te maken met rechtszaken. De veelal kleine boerenbedrijven zijn niet opgewassen tegen de lange adem en juridische druk van Monsanto. Zo moesten boeren in Rio Grande, Brazilië, aan Monsanto kweekrechten betalen na het hergebruiken van Monsanto-zaden. De boeren verloren de rechtszaak. In Brazilië lopen momenteel procedures tegen zo’n vijf miljoen boeren.

Multinationals in landbouwzaden en bestrijdingsmiddelen zoals Syngenta, Dupont Pioneer, Dow en BASF proberen, net als Monsanto, leidend te worden in de Latijns-Amerikaanse markt. Monsanto-Bayer wordt – als de aangekondigde fusie doorgaat - een nog grotere multinational in zaden- en bestrijdingsmiddelen in de regio. Een door multinationals gedomineerde markt is nadelig voor de boeren. De multinationals hebben met hun monopolieposities vaak de concurrentie uitgeschakeld of verminderd. Daardoor moeten de boeren teveel betalen voor goede innovatieve producten.

Lobby

Een ander probleem vormen bepalingen van vrijhandelsakkoorden. Zo mogen boeren in Colombia sinds 2013 geen zaden opslaan en moeten ze uitsluitend gecertificeerde zaden kopen, afkomstig van multinationals zoals Monsanto. In 2013 werd in Colombia als gevolg van het vrijhandelsakkoord met de VS 77 ton rijst vernietigd, wat een groot inkomstenverlies betekende voor lokale boeren. Mexico wilde de biodiversiteit en de verscheidenheid van zaden beschermen door het gebruik van ggo’s in de landbouwsector niet toe te staan. Genetische modificaties kunnen zich verspreiden in bestaande gewassen, wat een bedreiging vormt voor de meer traditionele gewassen. Maar in het vrijhandelsakkoord met de VS en Canada staat dat een verbod op de import van ggo’s niet mogelijk is. Monsanto en andere gentech-multinationals voeren een sterke lobby bij overheden om boeren te dwingen hun gentech-zaden te gebruiken.

Honing

Veel multinationals en (kleine) boerenbedrijven gebruiken glyfosaat. Er is echter veel kritiek op dit bestrijdingsmiddel omdat het schadelijk zou zijn voor andere gewassen en producten. Zo heeft het gebruik van glyfosaat nadelige effecten voor de bijenteelt in Latijns Amerika. In Europa werden hogere concentraties glyfosaat in honing uit Uruguay geconstateerd dan volgens de Europese Unie is toegestaan voor de marktverkoop. Daardoor moeten boeren hun producten buiten de EU voor lagere prijzen verkopen. Als de concentratie aan glyfosaat niet vermindert, dreigen veel Latijns-Amerikaanse bijenproducenten hun bedrijven te moeten sluiten omdat ze niet langer winstgevend zijn. Nog maar een zesde deel van de door Uruguay geëxporteerde honing komt nu in Duitsland terecht, terwijl dat eerder 90 procent was.

Een woordvoerder van Monsanto zegt over glyfosaat: “Gewasbescherming hoort gewoon bij landbouw, óók biologische boeren beschermen hun gewassen. Roundup is bij lange na niet zo giftig als de bestaande chemische alternatieven en dus eigenlijk een heel duurzame optie. En niemand dwingt boeren om onze producten te kopen. Concurrenten bieden alternatieven.”

Monarchvlinder

De opkomst van multinationals als Monsanto draagt bij aan het verlies van ecosystemen en biodiversiteit. De zaden, bestrijdingsmiddelen en de voorwaarden van Monsanto stimuleren grootschalige monocultuur, met nadruk op één gewas. Zo zijn in Brazilië grote delen van het regenwoud gekapt voor het verbouwen van soja. Daarnaast zorgt het gebruikt van glyfosaat voor verontreiniging van lucht en water. Het negatieve effect van glyfosaat op de biodiversiteit blijkt uit de sterke achteruitgang van de monarchvlinder, die jaarlijks een grote migratie maakt van Mexico naar Canada. In 1997 waren er 682 miljoen monarchvlinders, in 2015 nog maar 42 miljoen. De plant waarin de monarchvlinder haar eitjes legt, wordt door het veelvuldig gebruik van glyfosaat gedood.

‘Junk Science’

Volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van de Verenigde Naties uit 2015 veroorzaakt glyfosaat waarschijnlijk kanker. Ook Rafael Lajmanovich, expert ecotoxicologie aan de Universidad Nacional del Litoral in het Argentijnse Santa Fe, heeft onderzoek gedaan naar glyfosaat. Hij bewees bij proeven dat glyfosaat misvormingen veroorzaakt bij embryo’s van amfibieën. Ook beïnvloedt het belangrijke enzymsystemen. In zones waar glyfosaat veelvuldig gebruikt wordt, ziet hij effecten op de gezondheid van mensen: “Wetenschappers en artsen op het platteland verbinden dit gebruik (van glyfosaat) vooral aan aandoeningen van de luchtwegen, allergieën, spontane abortussen, een verhoogd aantal baby’s met misvormingen en een verhoogd aantal tumorziektes.”

In Ituzaingó, in Córdoba in Argentinië, zijn de effecten zichtbaar geworden. Córdoba is het centrum van de sojateelt van Argentinië en Ituzaingó wordt omringd door velden waar gemodificeerde soja wordt verbouwd, en waar intensief met glyfosaat gesproeid wordt. In de grond, het grondwater en in het bloed van kinderen tussen de 4 en 14 jaar zijn bestanddelen van deze pesticiden gevonden. Studies laten in de Argentijnse provincies Rosario en Córdoba “een duidelijke toename van het aantal kankergevallen zien. In sommige gevallen liggen ze drie tot vijf keer hoger dan het nationaal gemiddelde.” Monsanto reageerde op het WHO-rapport, het eiste een rechtzetting en noemde het “junk science.”

Inmiddels heeft Colombia het gebruik van glyfosaat verboden om inheemse bevolkingsgroepen die vlakbij landbouwgebieden leven te beschermen.  Ook bestaan er zorgen over het effect van ggo’s op de gezondheid. Zo heeft recent onderzoek van de genetisch aangepaste maïs van Monsanto aangetoond dat ratten hier darmbeschadigingen door oplopen. Ook werden ze er onvruchtbaar door.

Machtsmiddel

De afgelopen jaren heeft Monsanto verrassend weinig gedaan met de beschuldigingen. Het is een lastig te bereiken bedrijf. “Wij doen zaken met boeren. En bij boeren hebben we een uitstekende reputatie”, vertelt Mike Frank, commercieel directeur bij Monsanto. Maar hij geeft toe dat Monsanto steken heeft laten vallen bij het communiceren met de samenleving. “Ons wereldbeeld was: wij zijn geen voedselbedrijf, we leveren aan boeren die uiteindelijk aan voedselbedrijven leveren. We vonden dat we geen stem in het maatschappelijk debat hadden. Maar de afgelopen anderhalf jaar zijn we daarop teruggekomen. We willen nu meer de dialoog aangaan. Want we zijn oprecht trots op wat we maken en we geloven dat de wereld er beter van wordt.”

Op zijn website presenteert Monsanto zich als een bedrijf dat duurzaamheid, een ethisch beleid en de planeet belangrijk vindt. Zo wil het bedrijf klimaatneutraal worden in 2021, en geeft de Noord-Amerikaanse tak van Monsanto 4 miljoen dollar voor de bescherming van biodiversiteit. Daarnaast doneert het 1,2 miljoen dollar voor de bescherming van de monarchvlinder. Ook steunt Monsanto sociale projecten in plattelandsgebieden. Maar is dat genoeg om de weegschaal in balans te brengen?

De wereldbevolking blijft groeien. Landbouwtechnologische ontwikkelingen zijn daarom noodzakelijk. Maar dit zou niet ten koste moeten gaan van (kleine) boerenbedrijven, het milieu en de gezondheid van mensen. Waardevolle inheemse gewassen dreigen voor altijd verloren te gaan. Boeren kunnen nauwelijks nog concurreren met multinationals en zijn niet opgewassen tegen hun agressieve lobby- en verkoopstrategie. Het is een schaduwzijde van de voedselproductie in Latijns Amerika: het kleine zaad als groot machtsmiddel.

Deze bijdrage is onderdeel van de ‘voedselspecial’ in september/oktober 2017.

Bookmark and Share


Terug