Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Na de Arabische lente kans op een primavera latina?

Datum : 28/03/2011
Auteur : Bart-Jaap Verbeek

Na de Arabische lente kans op een primavera latina?

Op 31 januari 2011 ging een aantal studenten in hongerstaking voor de kantoren van de Organisatie van Amerikaanse Staten in Caracas. Volgens de betogers gebruikt president Hugo Chávez rechters en aanklagers om zijn politieke rivalen te vervolgen. Niet alleen sloten meer studenten zich bij deze groep aan, ook toonde de lokale bevolking zich solidair met hen. Is deze groeiende beweging van sociale onrust in Venezuela het begin van een regionale opstand tegen autoritaire leiders zoals in het Midden-Oosten?

Door de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten rijst de vraag of gelijksoortige opstanden zich ook in andere landen met autoritaire regimes kunnen voordoen. In Latijns Amerika lijken landen met een links regime, zoals Cuba, Venezuela en Nicaragua en gepolariseerde landen zoals Bolivia en Ecuador hiervoor in aanmerking te komen. Er zijn echter enkele belangrijke verschillen tussen deze landen en de Arabische dictaturen.

Zo lijkt het er in de genoemde Latijns-Amerikaanse landen op dat presidentsverkiezingen en constitutionele referenda eerlijk zijn verlopen, dit in tegenstelling tot Egypte en Tunesië. Waar deze twee Arabische landen er nog een schijndemocratie op na hielden, kent Libië geen gedegen grondwet en rechtssysteem. Bovendien is er ook van onderdrukking in deze Latijns-Amerikaanse landen, met uitzondering van Cuba, geen sprake. De regeringen steunen op een solide basis van lage-inkomenssectoren van de bevolking.

Katalysator

De grootste bedreigingen voor regeringen in Latijns Amerika zijn dan ook economisch van aard. Venezuela is het enige Latijns-Amerikaanse land dat sinds de wereldwijde recessie in 2009 geen economische groei kent. Het land heeft een van de hoogste inflatiecijfers ter wereld – ruim 30 procent jaarlijks – en de inwoners worden steeds afhankelijker van de zwarte markt, waar de prijzen omhoog schieten. Hierdoor vallen de levenskosten hoger uit dan uit officiële data blijkt.

De ontevredenheid onder de bevolking wordt gevoed door politieke ineffectiviteit, corruptie, criminaliteit en loze beloften van de overheid om problemen in de gezondheidszorg, onderwijs en elektriciteitsvoorzieningen op te lossen. In veel Latijns-Amerikaanse landen blijven hervormingen in onderwijs en productie achter en overgewaardeerde munteenheden zoals de Braziliaanse real zullen de concurrentiepositie van exporteurs aantasten. De hoge inflatie, de stijgende voedselprijzen en de afname van overheidssubsidies kunnen als katalysator voor sociale onrust fungeren, zoals ze ook voor de opstanden in Tunesië en Egypte hebben gezorgd. De eerste tekenen aan de wand zijn reeds zichtbaar in Bolivia, waar de stijgende brandstofprijzen voor de eerste sociale opstanden tegen een links regime in de regio zorgden.

Maar zolang er zich geen grote economische shock voordoet, zoals bijvoorbeeld een plotselinge daling van de olieprijzen,  is er volgens de Economist weinig reden om aan te nemen dat er massale mobilisaties in Latijns-Amerika zullen ontstaan zoals in het Midden-Oosten. Daarnaast lijkt het onwaarschijnlijk dat de regimes in Latijns-Amerika op een zelfde schaal en wijze geweld tegen sociale bewegingen zullen inzetten als momenteel in Libië. De steun van Ortega en Chávez voor de Libische dictator Kadhafi is  wel twijfelachtig. Hierbij zal de angst voor soortgelijke opstanden in eigen land zeker meespelen. Zo kiezen revolutionaire organisaties als Marea Socialista in Venezuela duidelijk partij voor het Libische volk en tegen Kadhafi.

Noord-Korea

De hele beweging in het Midden-Oosten zou overigens niet mogelijk zijn geweest zonder een zo krachtig en alom aanwezig platform als het internet. De open en snelle stroom van informatie via internet en sociale media vormt dus een directe bedreiging voor regimes die afhankelijk zijn van censuur. Hoewel een complete censuur van internet alleen in landen als Myanmar en Noord-Korea bestaat, is er ook in Cuba geen sprake van vrije toegang tot internet. De revoluties in het Midden-Oosten laten eens te meer zien dat de ontwikkeling van geschoolde, verbonden en geïnformeerde burgers niet verenigbaar is met autoritaire politiek systemen. Alleen Cuba en in mindere mate Venezuela schijnen dat nog niet in te zien.

Toch betekent het vertrek van autoritaire leiders niet automatisch dat er een einde komt aan sociale onrust. De groeiende onrust in Bolivia en Ecuador toont juist aan dat het invoeren van een democratisch alternatief ontwikkelingsmodel erg moeilijk blijft.

Bron : The Economist/El País/Americas Program
Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug