Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Nederland stopt ontwikkelingsrelatie met Bolivia

Meerwaarde, keerzijden en lessen van een kwart eeuw samenwerking

Datum : 26/05/2014
Auteur : Anke van Dam
Land : Bolivia

Nederland stopt ontwikkelingsrelatie met Bolivia

Aan een kwart eeuw Nederlandse ontwikkelingssamenwerking met Bolivia is vijf maanden geleden een einde gekomen. Wat heeft dat opgeleverd en hoe ziet de toekomst eruit? Op verschillende terreinen heeft de Nederlandse betrokkenheid een meerwaarde opgeleverd, al hebben sommige resultaten ook keerzijden. Uit deze ervaringen vallen belangrijke lessen te leren, vooral over de continuïteit van op gang gezette processen.

Begin 2011 is besloten om het ontwikkelingssamenwerkingsprogramma en de Nederlandse ambassade in Bolivia uiterlijk 31 december 2013 te sluiten. Dit gaf de ambassade 2½ jaar de tijd om dit proces af te ronden. Naast het geleidelijk afsluiten van de programma’s heeft de ambassade er voor gekozen om - in het kader van een verantwoordelijke sluiting met zo min mogelijk kapitaalverlies – de ervaringen van 25 jaar op een rij te zetten. Bij deze systematisering is onder andere gekeken naar de geleerde lessen en de meerwaarde van Nederland in relatie tot andere donoren. 

De meerwaarde van Nederland komt voornamelijk door de relatieve vrijheid van de ambassade om een eigen programma vorm te geven. Als algemene jaarplannen en meerjarige strategische planning waren goedgekeurd, kon de ambassade daarbinnen specifieke programma’s goedkeuren. Dit leidde tot grote flexibiliteit en snel kunnen reageren op behoeften van Bolivia. Dus zonder langdurige procedures met missies vanuit Den Haag, die ook nog eens een groot beslag leggen op de tijd en energie van de counterpart (overheid of ngo). Als het urgent was, kon de ambassade binnen een maand een programma goedkeuren en de financiering starten. 

Risicovol

De ambassade had daardoor meer vrijheid om programma’s te financieren die door andere donoren als “risicovol” werden bestempeld, zoals het biometrisch kiesregister. Om de presidentsverkiezingen van 2009 zo transparant en legitiem mogelijk te laten zijn, wilde Bolivia een biometrisch kiesregister. Hiermee werd fraude voor een groot deel voorkomen. Deze registratie moest echter in heel korte tijd worden ingevoerd. Geen enkele andere donor wilde zich hier aan branden. Toen Nederland financiering had toegezegd, het proces was gestart en voortvarend ter hand genomen, sloten andere donoren zich aan. Het kiesregister was op tijd klaar en verhoogde de legitimiteit van de verkiezingen.

Een andere meerwaarde was de lange termijnfinanciering voor een aantal programma’s gericht op structurele hervormingen, zoals de onderwijshervorming, de landhervorming en uitgifte van landtitels, en het hervormen van het beheer van nationale natuurparken. Hierdoor konden structurele veranderingen worden ingezet en was er ruimte voor innovatieve activiteiten. Dit had echter ook een keerzijde. In eerste instantie geplande programma’s wijzigden soms fundamenteel onder invloed van nieuwe regeringen en ander politiek beleid. Hierdoor was er soms stagnatie, vertraging of werd eerder beleid zelfs in de ban gedaan, zoals in de onderwijssector. Resultaten waren daardoor nauwelijks te meten, er kon alleen bekeken worden hoe de processen waren verlopen.

Nederland heeft een voortrekkersrol gespeeld bij een aantal thema’s. Zo is twintig jaar een instituut gefinancierd dat strategisch onderzoek uitvoerde en tegelijkertijd jonge onderzoekers opleidde. Dit onderzoeksinstituut PIEB heeft uitstekende resultaten geboekt: de onderzoeken zijn van hoge kwaliteit en hebben nationaal beleid beïnvloed; door PIEB opgeleide onderzoekers zitten op strategische posities binnen de overheid, ngo’s en academische wereld en PIEB heeft ook internationaal een goede reputatie. Nederland was de enige donor die PIEB structureel financierde. 

Gender en emancipatie zijn continue aandachtspunten geweest via steun aan de overheid, ngo’s en lokale vrouwenorganisaties. De laatste jaren kwam daar steun aan GLBT (Gays, Lesbiennes, Biseksuelen, Transseksuelen) via ngo’s en homobeweging bij. 

Ombudsman

De nationale Ombudsman is vanaf het begin door donoren gefinancierd. Nederland was daarbij een van de belangrijke initiatiefnemers. De Ombudsman vervult een belangrijke functie in het aanspreken van de regering op het terrein van mensenrechten. UNIR, een organisatie voor conflictpreventie en bemiddeling bij conflicten, is mede door de donoren opgericht. Ook hier speelde Nederland een belangrijke rol. De Ombudsman en UNIR worden algemeen gerespecteerd en zijn niet meer weg te denken uit de Boliviaanse samenleving.

Bolivia kende geen systeem van beroepsonderwijs; het overgrote deel van de arbeidskrachten werkt zonder specifieke beroepscapaciteiten in de informele sector. In de in 2004 gestarte onderwijshervorming was geen beroepsonderwijs opgenomen. Nederland startte met het financieren van een ngo die op maat gesneden beroepsopleidingen aanbiedt. Belangrijke doelgroepen zijn jongeren en vrouwen. De resultaten hiervan zijn uitermate positief, 70 procent van de opgeleide personen vindt na afloop werk. Het Boliviaanse ministerie van Arbeid is een soortgelijk programma gestart, gericht op jongeren. 

Binnen het beleid voor duurzame productieve ontwikkeling heeft Nederland de productie van quinoa, druiven, wijn en singani (een lokaal gedestilleerd drankje op basis van druiven) gestimuleerd. De quinoaproductie is toegenomen, de kwaliteit is verbeterd, de inkomsten van de boeren en boerinnen zijn verdrie- of verviervoudigd en quinoa is nu een belangrijk exportproduct. Daarnaast is de traditie om lamamest te gebruiken bij de quinoateelt opnieuw geïntroduceerd. De keerzijde hiervan is dat de prijs van quinoa op de nationale markt is gestegen, wat negatieve effecten heeft op de nationale quinoaconsumptie. De druiven en wijn zijn voornamelijk voor de interne markt en de consumptie daarvan is toegenomen. Singani is intussen ook een exportproduct en heeft meerdere prijzen gewonnen. 

Lessen

Nederland heeft afgelopen jaren ook een aantal lessen geleerd. Zo blijken de overlevingskansen laag van organisaties die door donoren zijn opgezet en/of uitsluitend door donoren worden gefinancierd. Dat is soms geen probleem, omdat de rol intussen is uitgespeeld, resultaten voldoende verankerd zijn in de doelgroepen en/of andere organisaties of de overheid de taken hebben overgenomen. In andere gevallen is er nog een taak, zoals bij de Ombudsman. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de overheid, maar als deze die niet neemt, moeten alternatieve financieringsbronnen worden gezocht. In het geval van de Ombudsman is dat gedeeltelijk gelukt, bij onderzoeksinstituut PIEB niet. Daarom zal PIEB een andere koers moeten gaan varen, bijvoorbeeld onderzoek op verzoek, of een langzame dood sterven. Door PIEB opgeleide onderzoekers kunnen een rol spelen in het voortzetten van strategisch onderzoek binnen de organisaties waar ze werkzaam zijn.  

Steun aan zowel overheidsbeleid als ngo’s is positief. Ngo's kunnen andere thema’s op de agenda zetten, zoals beroepsonderwijs, productieve activiteiten, onderzoek. Zij vormen dan een kritische massa ten aanzien van het overheidsbeleid. Dit laatste wordt niet altijd door de regering gewaardeerd en heeft geleid tot strengere controle van ngo’s, wat kan leiden tot minder bewegingsvrijheid. De uitwijzing van de Deense ngo IBIS is hiervan een voorbeeld.

Hoewel de ambassade regelmatig contextanalyses heeft gemaakt, waarmee bijstelling van het programma mogelijk werd, is er weinig gedaan aan kennismanagement. Een systematisering vindt pas plaats na 25 jaar, kennis was niet structureel beschikbaar en vastgelegd. Het zat in de hoofden van voornamelijk de lokale staf. Voor het verbeteren van de effectiviteit van het programma is dit cruciaal. Overigens besteden veel andere donoren in Bolivia hier ook weinig aandacht aan. Nederland was de eerste die een uitgebreide systematisering heeft gemaakt, met 21 studies en een eindrapport (zie: http://www.pieb.com.bo/holanda.php).

Toekomst

De Ambassade in Lima is nu verantwoordelijk voor Peru, Ecuador en Bolivia. De focus ligt op het versterken van handelsrelaties en steun aan voor Nederlandse bedrijven of kennisinstellingen interessante activiteiten, zoals lithium of watermanagement. Hiervoor is in La Paz een halftijdse lokale medewerker aangetrokken die met steun van de ambassade in Lima en de honoraire consuls in la Paz en Santa Cruz dit thema probeert te trekken. Doordat er geen ambassade ter plekke is, die de dagelijkse contacten onderhoudt en een politieke analyse kan maken waarbinnen de nieuwe relatie vorm kan krijgen, is dit echter extra moeilijk. Doordat er geen ambassade is, wordt Nederland voor Bolivia een minder logische samenwerkingspartner. 

Anke van Dam werkte van 1997 t/m 2000 binnen het ministerie van Onderwijs en Bolivia en was van 2008 t/m 2013 themadeskundige onderwijs en emancipatie en van 2011 t/m 2013 tevens hoofd van het Nederlandse ontwikkelingsprogramma op de ambassade in La Paz. Zij schreef dit artikel op persoonlijke titel. 

Onder de titel ‘Leaving Latin America?’ vindt op vrijdag 6 juni een seminar plaats over 25 jaar Ontwikkelingssamenwerking met Bolivia. Met inleidingen van Anke van Dam (Ministerie van Buitenlandse Zaken) en Dirk Kruijt (hoogleraar Ontwikkelingsstudies Utrecht). Plaats: Bovenzaal van café-restaurant BAUT, Wibautstraat (naast het gebouw van Trouw), 15.00 uur. Meer info: www.nalacs.nl. Tevoren opgeven: nalacs@cedla.nl.

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug