Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Neoliberalisme en onderwijs in Chili

Datum : 25/10/2011
Auteur : Jan de Kievid
Land : Chili

Neoliberalisme en onderwijs in Chili

In Chili is de droom van de neoliberale ideologen niet uitgekomen. Zij streefden via de vrije markt naar een harmonieuze samenleving van conformistische, geïndividualiseerde consumenten, waar politiek, conflicten en solidariteit zouden zijn uitgebannen. We zijn echter al maandenlang getuigen van de breedste protestbeweging sinds het einde van de dictatuur in 1990 tegen een kernpunt van het neoliberale project: het onderwijsbeleid.

Chili was al voor de staatgreep van generaal Pinochet in 1973 een relatief hoog ontwikkeld land, waarbij de staat zorgde voor onderwijs en gezondheidszorg. De overheid betaalde 80 procent van de kosten van het hoger onderwijs.
Na de staatsgreep tegen de gekozen socialistische president Salvador Allende is een extreem neoliberaal model opgelegd: fors snijden in sociaaleconomische staatstaken en -uitgaven, privatisering van staatsbedrijven en het land openstellen voor het buitenland. Dit ‘laboratoriumexperiment’ was mogelijk door een unieke situatie. De militairen hadden weinig idee over het economisch beleid, maar sloten al snel een verbond met een groep economen, die in Chicago bij Milton Friedman hadden gestudeerd, en daarom Chicago Boys worden genoemd.

Bevelen en recepten

Hun neoliberale, internationale vrijmarktideologie leek te botsen met het nationalistische en staatsgerichte denken van de militairen. Ze vonden elkaar echter in hun afkeer van belangengroepen en ruziënde politici. Pinochet had behoefte aan economische successen om zijn bewind te legitimeren. De Chicago Boys wisten dat ze hun ideeën in een democratie nooit (volledig) zouden kunnen uitvoeren. Ze hadden een dictatuur nodig om hun model met geweld te kunnen opleggen. Beide groepen hielden niet van discussie, tegenspraak en onderhandelen. De militairen werkten met bevelen, de Chicago Boys met pasklare, zogenaamd ‘wetenschappelijke’ recepten.

Militairen en Chicago Boys konden zeer onafhankelijk van de maatschappij opereren doordat ze niet alleen – zoals alle rechtse dictaturen doen – linkse partijen en vakbonden hadden uitgeschakeld, maar ook rechtse politici en ondernemers weinig invloed op het beleid toestonden. Uit dankbaarheid voor de staatsgreep waren de ondernemers bereid de maatregelen van de Chicago Boys te slikken, ook als het massaal toelaten van buitenlandse producten voor henzelf nadelig was. Ook in de dictaturen in Brazilië, Uruguay en Argentinië hadden de militairen een oorlog tegen links ontketend. Maar links was daar nooit zo sterk geweest als in Chili en de ondernemers hadden zich vóór de staatsgrepen (in respectievelijk 1964, 1973 en 1976) nooit zo bedreigd gevoeld. Daarom konden in deze landen industriële ondernemers zich met succes verzetten tegen extreme neoliberale maatregelen.

Speculeren

In de neoliberale ideologie speelt de staat slechts een ondergeschikte rol, maar in de Chileense praktijk was dat heel anders. Vooral de kosten voor binnenlandse repressie gingen fors omhoog. De staat bepaalde dat op een vrije markt geen ruimte was voor vrije vakbonden, maar wel vrijheid om met geleend geld te speculeren en het naar het buitenland te sluizen. Toen na een aanvankelijk schijnsucces het neoliberale model in 1982 instortte, werd twee jaar lang een zesde van het Bruto Nationaal Product besteed om met overheidsgeld grote bedrijven – vooral financiële conglomeraten – overeind te houden; helemaal in strijd met de neoliberale ideologie. Naar Nederlandse verhoudingen van 2011 omgerekend, ging dat om een bedrag van 200 miljard euro. Na een aantal aanpassingen klom de economie midden jaren tachtig weer uit het dal. 
Ook de samenleving werd op neoliberale leest geschoeid. In de nieuwe arbeidswetgeving bleef van de rechten van vakbonden en werknemers weinig over. Gezondheidszorg, onderwijs en pensioenen werden gedeeltelijk geprivatiseerd. Dat resulteerde in goede, dure, particuliere voorzieningen voor de rijken en slechte overheidsvoorzieningen voor het merendeel van de bevolking.

Extreme ongelijkheid

De oppositie van centrum en links had tijdens de dictatuur het neoliberale beleid scherp bekritiseerd. Toch zetten de coalities van christendemocraten en sociaaldemocraten, die Chili na het einde van de dictatuur in 1990 tot 2010 regeerden, dit beleid voort, zij het met wat sociale correcties, zoals meer geld voor onderwijs en gezondheidszorg. Aan de onder Pinochet opgelegde neoliberale structuren veranderde echter weinig. Door een behoorlijke economische groei daalde het percentage armen van 40 procent in 1990 tot 14 procent in 2006, om daarna met de economische crisis weer te stijgen tot 18 procent.                                                                                                

Schokkend is dat, ondanks de groei en daarmee de mogelijkheid om zonder grote conflicten een betere verdeling te bereiken, de inkomensverschillen niet kleiner werden, maar extreem groot bleven. Chili kent een van de scheefste verdelingen van Latijns Amerika en behoort ook op wereldniveau tot de vijftien meest ongelijke landen. In Nederland is het inkomen van de rijkste 20 procent van de bevolking vijf keer zo hoog als dat van de armste 20 procent, in Chili is dat niet minder dan zeventien keer.

Deze ongelijkheid weerspiegelt zich in het onderwijs, dat handelswaar en een consumptiegoed is geworden. Van de leerlingen van particuliere scholen slaagt 90 procent voor het toelatingsexamen voor de universiteit, van die van de veel slechtere openbare scholen is dat maar 50 procent. Er is een wildgroei aan particuliere universiteiten, waar nu 70 procent van de studenten staat ingeschreven. Nog maar 20 procent van de kosten van het hoger onderwijs wordt door de staat gedekt, precies het omgekeerde van vóór de staatsgreep. Toen zorgde de overheid voor 80 procent.   

Dit is een verkorte versie van de inleiding bij het debat ‘De Chileense strijd voor beter onderwijs’ op 12 oktober 2011 in Utrecht.

Bookmark and Share


Terug