Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Op bezoek bij de vechtersbazen van Tierra Caliente in Mexico

Datum : 28/07/2015
Auteur : Jos Maalderink
Land : Mexico

Op bezoek bij de vechtersbazen van Tierra Caliente in Mexico

De Tierra Caliente, het hete land, een streek in de Mexicaanse deelstaat Michoacán, doet zijn naam eer aan. Gelukkig is de hitte niet onprettig: eerder Zuid-Frankrijk dan de Tropen. “Door het klimaat is het land hier heel vruchtbaar,” wist de taxichauffeur die me naar La Ruana bracht te vertellen. “Er groeit hier van alles: limoenen, avocado's, marihuana.” Ik ging langs bij Hipólito Mora, een baas van de burgermilitie die de drugsmaffia uit zijn dorp heeft verjaagd. Sindsdien kreeg hij het aan de stok met de overheid en met Simon ‘de Amerikaan’.

La Ruana ziet er aangeharkter uit dan de meeste andere plaatsen in de streek. Mijn afspraak zou tegenover een school zijn, te herkennen aan een groep motorfietsen. Aan de rand van het dorp zag ik inderdaad een paar dozijn motoren en quadbikes en een tiental gewapende mannen, een deel in politie-uniform.
“Naar wie ben je op zoek?”
“Hipólito Mora. Ik heb een afspraak”

De man die ik zou spreken heeft zijn streek heeft gezuiverd van de drugsmaffia. De Tierra Caliente werd geteisterd door de Tempeliers, een drugskartel dat zelfs voor Mexicaanse begrippen ongekend wreed is. Met hun bizarre religieuze ideologie hebben de Tempeliers veel weg van een moorddadige sekte. Kartelbaas Nazario Moreno schreef een eigen Bijbel waarin hij zichzelf opvoerde als zwaard van goddelijke rechtvaardigheid. Nadat hij door het leger werd doodgeschoten, bouwden de Tempeliers door heel Michoacán tempeltjes ter nagedachtenis aan hun spirituele leider – wie het aandurfde die af te breken, overleefde dat vaak niet. Mede dankzij de inspanningen van de autodefensas, burgermilities als die van Mora, is het kartel inmiddels op zijn retour. Het laatst overgebleven kopstuk werd in februari door de autoriteiten opgepakt.

De politieagent wees naar een gepantserde fourwheeldrive die het dorp binnenreed.
“Je hebt geluk, hij komt net aan.”

De laatste maanden was Mora zelf in de juridische problemen gekomen. In december raakte zijn militie verzeild in een schietpartij met een rivaliserende burgerwacht, geleid door Simon 'de Amerikaan', inwoner van een naburig dorp. Er vielen elf doden, onder wie Mora's oudste zoon.

Niets strafbaars

De militieleider stapte uit zijn auto. Met een grijs baardje en een bril zag de man er niet zo vervaarlijk uit als je zou verwachten. Zijn karakteristieke Panamahoed had hij vandaag niet op, maar dan nog leek hij meer op iemand van zijn oorspronkelijke beroep – Mora is een van de grootste limoenboeren van de streek – dan op een vechtersbaas. We gingen zitten in een partytent voor zijn huis, geflankeerd door twee lijfwachten.

Mora vertelde hoe hij zichzelf na de schietpartij had aangegeven bij de autoriteiten als teken van goede wil. Een aantal van zijn mannen had voorgesteld zich te verschansen om het arrestatieteam met geweervuur te onthalen, maar Mora vond dat geen goed idee. Ze waren er om de bevolking te beschermen, niet om een burgeroorlog te veroorzaken. De zaak werd uiteindelijk geseponeerd en sinds maart zijn Mora en zijn mannen weer op vrije voeten..

Volgens de bebrilde burgerwacht was het in de streek publiek geheim dat Simon de Amerikaan een drugscrimineel is. “Hij heeft zich ook laten inrekenen, maar dat was pas nadat ik dat deed. Nu is hij gewoon weer vrij. Ze hebben niets met zijn zaak gedaan.”

Ik moest toegeven dat het inderdaad vreemd is dat er kennelijk niets strafbaars gebeurt als twee groepen mannen het vuur op elkaar openen.

Plotseling onderbrak Mora het gesprek: “Heb je trouwens iets van identificatie bij je? Ik heb wel eens meegemaakt dat mensen deden alsof ze journalist waren maar hele andere bedoelingen hadden.” Ik gaf mijn perskaart aan een van zijn lijfwachten, die er een foto van maakte. Het gesprek ging verder alsof er niets gebeurd was.

“Ik was de eerste”

Die ochtend had ik in de krant gelezen dat er 's middags een uitspraak werd verwacht over dokter. Mireles, de leider van een burgerwacht in een naburige gemeente, die vast zat wegens verboden wapenbezit. De krant ging er van uit dat hij vrij zou komen. Ik vroeg Mora om zijn mening.
“Was dat niet gisteren?”
“Nee, het zou vandaag zijn. Ik las het vanochtend in de krant. Wacht, ik heb hem volgens mij nog bij me.”

Ik haalde La Voz de Michoacán uit mijn rugzak en zocht de pagina op. Mora mompelde verontwaardigd terwijl hij het artikel las: “Grondlegger?” Hij las een zin aan zijn bewakers voor: “Als de grondlegger van de gewapende beweging tegen de Tempeliers wordt vrijgesproken van het bezit van verboden wapens zal hij door de autoriteiten worden vrijgelaten. Grondlegger? Dokter Mireles is pas twee weken na mij begonnen. Ik was de eerste.” De limoenboer moest er om lachen. Ergens had ik het idee dat het wel eens uit had kunnen lopen op een schietpartij als de dokter aanwezig was geweest. Intussen kwam de ijsboer langs. “Hoe dan ook, ze laten hem vast en zeker vrij. Hij heeft niets fout gedaan.”

Mora vertelde over de tijd dat de Tempeliers de streek  in hun greep hadden. De bevolking werd geterroriseerd, inwoners gekidnapt voor losgeld, limoenboeren afgeperst. Het begon met het eisen van een deel van de winst, maar langzaam maar zeker namen ze de hele bedrijfsvoering over. De autoriteiten deden niets. In februari 2013 riep Hipólito Mora de bevolking van z'n dorp bijeen: als de overheid niets voor ons doet, moeten we het zelf maar doen. De daaropvolgende maanden wisten de inwoners van La Ruana de omgeving van het gespuis te zuiveren. Geen Tempelier mocht La Ruana nog in komen. De overheid was niet zo blij met de autodefensa-beweging, maar na maandenlang getouwtrek werden de burgerwachten toch erkend als lokale politiemacht.

Weer vanuit het niets: “Wat is je naam eigenlijk?”
Ik dacht eigenlijk dat hij die al had van die foto. De burgerwacht riep de ijsboer en besloot iedereen op een ijsje te trakteren.
“Ik vertelde Jos net dat de overheid corrupt is. Zo is het toch?”
“Ja, ze doen niets voor ons,” beaamde de ijsboer.

“Raketwerpers!”

Zo ging het nog even door. De politie deugt niet, politici nog minder en het stikt nog overal van de Tempeliers. Mora vertelde over zijn recente verkiezingscampagne. Hij was kandidaat voor een congreszetel maar werd op ruime afstand vierde. “Fraude,” wist de leider.

Ik was nog benieuwd hoe Mora hoopte te voorkomen dat hun burgerwacht ook geïnfiltreerd zou worden door de drugsmaffia. De episode met Simon de Amerikaan laat immers zien dat criminelen zich graag voordoen als burgerwacht.

“Ja, dat is precies hoe het ging toen de Tempeliers voor het eerst van zich lieten spreken. Ze paradeerden hier door de straten. 'We komen jullie beschermen.' Er waren genoeg sukkels die dat geloofden. Niet veel later begon het ontvoeren en afpersen.”
Geen woord over hoe te voorkomen dat zoiets opnieuw gebeurt.

“Je hebt vast wel gehoord dat er gisteren in Apatzingán een nieuwe groep is opgedoken: los Blancos de Troya. Heb je gezien waarmee die rondlopen? Raketwerpers! Ze zeggen dat ze de bevolking gaan beschermen, maar het is toch duidelijk dat die lui niet deugen.”

Na een half uur hield ik het voor gezien. Hoewel de man veel had meegemaakt, was het niet makkelijk om daar veel over los te krijgen. Hij stelde voor dat een van zijn lijfwachten me terug zou  rijden naar het centrum van het dorp.
“Waar kom je eigenlijk vandaan?” vroeg de man die de auto bestuurde.
“Nederland.”

Het was voor het eerst dat ik in een zwaar bepantserde auto zat met even zwaar bewapende man, dus voor de zekerheid besloot ik het luchtig te houden.
“Meestal zeggen mensen dan 'het was geen penalty' als ze horen dat ik uit Nederland kom,” probeerde ik.
“Hmmm?”
“Het WK vorig jaar. Nederland-Mexico 2-1 na een schwalbe van Robben.”
“Oh nee hoor, die penalty was helemaal terecht.”
“Ik was trouwens onder de indruk van jullie keeper. Hij had een aantal knappe reddingen.”
“Ja, het team was goed, maar jullie team was beter. Het was een terechte overwinning.”

Zo snel worden de gemoederen dus ook weer niet verhit.

Bookmark and Share


Terug