Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Onderzoek & Wetenschap

Resource wealth and regional transformations in Latin America and the Caribbean

Impressies van het seminar van Cedla/Nalacs

Datum : 21/12/2012
Auteur : Redacteuren La Chispa

Resource wealth and regional transformations in Latin America and the Caribbean

La Chispa was op 13 en 14 december aanwezig bij het tweedaagse CEDLA-NALACS seminar in het Kohnstammhuis van de Hogeschool te Amsterdam. Onder de titel  ‘Resource wealth and regional transformations in Latin America and the Caribbean’ vond er  een groot aantal presentaties plaats en waren er twee lezingen. Hieronder een impressie van enkele panels en een lezing. Voor een interview met de Colombiaanse ex-burgemeester van Bogotá, Antanas Mockus, die gast en spreker was op het seminar, kunt u hier terecht.

Comfort, innovation and taste as ‘cultural resources’: house designs and the changing cityscape of metropolitan Huancayo, Peru.
Architectuur en de inrichting van huizen is vaak nauw verbonden met de identiteit van de bewoner, volgens Christien Klaufus en Edda Bild die onderzoek deden naar de culturele eigenschappen van steden en woningen in de Peruaanse stad Huancayo. Mensen die hun huis verbouwen, zijn voor de verbouwing vaak grotendeels afhankelijk van remittances –opgestuurd geld - van familieleden in het buitenland. Zo kan het gebeuren dat er een modern en relatief duur staaltje architectuur opdoemt in de wat meer bescheiden wijken van Huancayo. Hoewel de gebouwen vaak geen architectonische relatie hebben met de afkomst van de bewoners, proberen bewoners wel hun identiteit in het huis te stoppen door bepaalde grondstoffen te gebruiken die sterk met de vaak inheemse culturen verweven zijn. Dit zijn doorgaans sterke materialen, die tevens dienst doen ter versterking van de veiligheid.

A reach for public life: a study of the online and offline social life of urban youth living in a peripheral neighborhood of Lima, Peru.
Onderzoeker Irene Arends presenteert haar onderzoek naar aanleiding van het veldwerk dat ze heeft gedaan in de achterstandswijk ‘20 de Mayo’ aan de randen van de Peruaanse hoofdstad Lima. Arends onderzocht het verschil en de overeenkomsten tussen de publieke ruimtes die de jongeren van 20 de Mayo zowel online (op sociale fora op internet) als offline (fysieke openbare ruimtes) bezoeken. Omdat de wijk veelal gedomineerd wordt door jeugdbendes en daardoor veel openbare ruimtes (pleintjes, sportvelden) onbegaanbaar zijn voor ‘gewone’ jongeren, proberen veel jongeren zich extra te profileren op websites als Facebook. Het gevolg is dat veel sociale processen die normaal in de fysieke openbare ruimte plaatsvinden, zoals ontwikkeling seksualiteit, grenzen opzoeken en ontduiken van ouderlijk gezag, nu online plaatsvinden.
Teun Heuvelink

Resource extractivism, social inequalities and transregional interdependencies.
Dit panel ging in op de toenemende rol van mijnbouw, olie- en gaswinning bij de economische groei van Latijns Amerika en bij de ermee gepaard gaande groeiende spanningsvelden. Barbara Göbel liet zien dat de exploitatie van lithium in Bolivia, Argentinië en Chili voortkomt uit Europees beleid dat zich richt op het gebruik van hernieuwbare grondstoffen en de verlaging van koolstofuitstoot. Lithium wordt daarom al gekscherend de “nieuwe olie van de Andes” genoemd. De lithiumsector is daarbij grotendeels gemonopoliseerd, omdat zich maar een klein aantal bedrijven, zoals batterijproducenten en autofabrikanten, bezighoudt met de exploitatie en doorverkoop van lithium. Dit laat tot dusver weinig ruimte over voor bijvoorbeeld de Boliviaanse overheid om zich een deel van het productieproces toe te eigenen.
Marieke Riethof ging in op de rol van energie in het buitenlandbeleid van Brazilië. Ze argumenteerde dat er een spanningsveld zit tussen het ontwikkelings-, milieu- en sociaal beleid. Brazilië heeft haar afhankelijkheid van de import van energie weten te reduceren door controversiële projecten, zoals de Belo Monte dam, de zich uitbreidende suikerrietplantages en de expansiedrift naar Afrika.
Rodrigo Rodrigues-Silveira liet zien dat de belastinginkomsten uit de winning van grondstoffen ongelijk verdeeld zijn in Brazilië. Hoewel mineralen en olie niet bepalend zijn voor de Braziliaanse economie, worden inkomsten uit deze sectoren gedeeltelijk gebruikt voor interne industrialiseringsprojecten. De vondst van grote pre-salt gebieden buiten de kust van São Paulo en Rio de Janeiro betekent dat de belastinginkomsten van de oliewinning voor het grootste gedeelte naar deze regio’s zullen gaan.
Tot slot zette Giorgio Romano Schutte het Braziliaanse beleid in een historisch perspectief. De oprichting van Petrobras komt voort uit het feit dat in de jaren zeventig 80 procent van de olie geïmporteerd moest worden. Brazilië wilde in eerste instantie zelfvoorzienend worden, maar de vondst van de pre-salt velden zullen van Brazilië een exporteur maken.
Romano Schutte stakt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken en prees het Braziliaanse ontwikkelingsmodel. Zo herinvesteert Brazilië de oliewinsten direct in de economie en nieuwe wetten richten zich op het vastleggen van overheidsparticipatie.
Bart-Jaap Verbeek

Towards a comprehensive and participatory impact assessment of roads in Amazonia.
Strategic Environmental Assessments (SEA’s) zijn een cruciaal hulpmiddel voor Latijns-Amerikaanse regeringen geworden bij het beoordelen van de impact van infrastructurele projecten op met name het milieu. Tijdens dit panel behandelden verschillende experts aan de hand van enkele cases de meest relevante aspecten, mogelijkheden en beperkingen van SEA’s.
Pitou van Dijck, docent economie op het CEDLA en gespecialiseerd in macro-economisch handelsbeleid in Latijns Amerika, opende het panel met een algemene inleiding over SEA’s. Van Dijck heeft meegeholpen aan een SEA over een geplande weg tussen Paramaribo en Manaus (Brazilië). Volgens Van Dijck zijn een gebrek aan tijd, financiële middelen en het opnemen van alle relevante belanghebbenden de belangrijkste tekortkomingen van SEA’s. Daarnaast is het door een combinatie van slechte voorlichting en gebrekkige kennis ook erg lastig om de perceptie van de lokale bevolking omtrent grootschalige infrastructurele projecten te peilen.
Mathilde Molendijk, verbonden aan de VU en werkzaam met Geografische Informatie Systemen (GIS), gaf als tweede spreker een korte inleiding in het gebruik van GIS als hulpmiddel bij het in kaart brengen van de impact van infrastructurele projecten. Ze heeft ervaring met het Clue Land Use Scanner Model, waarbij de impact op het milieu in gedetailleerde kaarten visualiseerbaar gemaakt kan worden. Data over de huidige sociaal-economische en fysieke situatie in het impactgebied worden als input gebruikt bij het in kaart brengen van de geleidelijke impact van infrastructuur op de directe omgeving. Hoewel het onmogelijk is om een feilloos toekomstbeeld van een impactgebied te creëren,  geven dergelijke kaarten wel een belangrijk inzicht in de potentiële impact in het gebied en zijn ze een belangrijk hulpmiddel voor beleidsmakers en wetenschappers.
De laatste spreker van het panel was Bert van Barneveld, een tropisch landbouwkundige, deskundige in het beheer van natuurlijke hulpbronnen en coördinator van de SEA over de Corridor Norte in Bolivia. Dit was een van de meest omvangrijke en kostbaarste SEA’s ooit gemaakt in Latijns Amerika, en heeft veel nieuwe inzichten in de mogelijkheden en moeilijkheden van SEA’s gecreëerd. Een van de belangrijkste obstakels bij het vervaardigen van de SEA in Bolivia was volgens Van Barneveld een gebrek aan congruentie tussen de voorgestelde strategische actieplannen en het daadwerkelijke overheidsbeleid. Hoewel strategische actieplannen, die voortvloeien uit SEA’s, er op papier vaak realistisch en daadkrachtig uit zien, blijkt in de praktijk dat er vaak een enorm verschil zit tussen de voorgestelde plannen en de visie van de overheid. Het vinden van consensus tussen de visie die voortvloeit uit SEA’s en het daadwerkelijke overheidsbeleid is volgens Van Barneveld dan ook de belangrijkste uitdaging voor toekomstige SEA’s. Hij voegde ten slotte nog het belang van een participatieve aanpak van SEA’s toe, waarbij in ruime mate geluisterd en rekening gehouden wordt met de standpunten van de lokale bevolking. Concluderend kan gesteld worden dat zorgvuldig vervaardigde SEA’s die gebruik maken van een participatieve aanpak een belangrijk strategisch hulpmiddel kunnen zijn voor de duurzame ontwikkeling van Latijns Amerika.
Steven Mons

Formalization, legalization, distrust and resistance: small scale gold mining in the Amazon in transformation – GOMIAM.
In dit panel presenteerden verschillende onderzoekers die participeren in GOMIAM hun onderzoek. Dit project wordt gefinancierd door CoCooN, een programma dat financieel gesteund wordt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en door het NWO (organisatie voor wetenschappelijk onderzoek). GOMIAM richt zich op een vergelijkend onderzoek naar de kleinschalige goudwinning in het Amazonegebied van vijf landen.
Alexandra Urán deed onderzoek in Colombia en stelde de vraag centraal: Wie bepaalt wat illegaal is? En wat is de rol van de staat hierbij? De formalisering van kleinschalige mijnbouw zou meer gebaseerd moeten zijn op de behoeften en de realiteit van de mijnbouwers.
Celine Duijves deed verslag van haar onderzoek in de regio Brownsberg in Suriname, dat ze samen met Marieke Heemskerk uitvoerde. In 2011 stelde de regering Bouterse een Commissie Regulatie Goudsector (OGS) in met het doel mijnbouwers te registreren, hen belasting te laten betalen en hen het recht op diensten van de staat te geven. In Brownsberg zijn vooral marrons, afstammelingen van slaven, actief, hoewel in het verdere binnenland Braziliaanse goudzoekers veruit in de meerderheid zijn. Marrons menen dat zij recht hebben op hun voorouderlijk land en keren zich tegen concessiehouders van elders. Grootste probleem is het wantrouwen tussen mijnbouwers en overheid, het onderlinge wantrouwen en de onduidelijkheid over de bedoelingen van de OGS.
Gerardo Damonte constateerde in het Peruaanse Madre de Díos grote mijnbouwconflicten. De regio bestond niet voor de regering, totdat die het gebied ging gebruiken om er grondstoffen weg te halen en er bedrijven heen stuurde. De overheid wil regels invoeren voor kleinschalige mijnbouw, wat niet lukt omdat ze de regio en de lokale dynamiek niet begrijpt. Mijnbouwers zijn niet per se tegen regulering, als het maar op basis van hun eigen regels is.
Ton Salman wees in zijn betoog over Bolivia op de sterke traditie van organisatie in alle sectoren. Dit is zowel een probleem als een pluspunt voor de overheid. Het probleem is dat de staat altijd een weerwoord krijgt. Het voordeel is dat er altijd een go-between is voor implementatie van regels. Een aparte rol spelen in Bolivia de (mijnwerkers)coöperaties. Sinds president Evo Morales aan de macht kwam (2006) is hun relatie met de overheid veranderd: de coöperaties zijn nu rijk en machtig door de hoge grondstofprijzen en eisen privileges van de staat. Morales kan hen niet negeren, maar toegeven aan hun eisen betekent dat zijn discours van ‘moeder aarde’ en milieubescherming niet meer geloofwaardig is.
Armin Mathis uit Brazilië sprak over het ‘Plan Amazone Sustainable’. Er vinden investeringen plaats in infrastructuur en technologie – zoals de weg naar Cuyubá die vooral dient voor de uitvoer van soja. Een probleem is de overlap van beschermde gebieden en gebieden waar kleinschalige activiteiten zijn toegestaan. Er bestaat veel onduidelijkheid over regelgeving en consistentie ontbreekt. Mijnbouwers werken in een ‘grijs’ gebied.
De kwaliteit van de presentaties verschilde sterk; die van Ton Salman staat met stip aan kop wat betreft helderheid, inhoud en vermogen een publiek toe te spreken. Onderaan komen Celine Duyves die niet verder kwam dan het voorlezen van haar PowerPoint en Armin Mathis, die met de ogen naar de grond en de rug half naar de toehoorders zachtjes voor zich uitpraatte (ja, ik zat voorin). 
Maja Haanskorf

Keynote speech van Estebán Castro van Newcastle University: “The socio-ecological dimension of democratization: Latin America and Caribean challenges”.
Met de keynote-spreker Estebán Castro heeft de organisatie van het seminar een uitstekende keus gemaakt. De toehoorders, die om 16.00 uur niet al te fit de zaal vulden, waren na enkele minuten geheel wakker geschud en bleven tot op de achterste rij anderhalf uur bij de les. Een verademing om te luisteren en kijken naar een spreker die weet hoe hij een boeiend verhaal neerzet, die met passie over zijn onderwerp spreekt en die de PowerPoint gebruikt zoals dat moet: als een hulpmiddel en niet als een schild waarachter hij zich het liefst verschuilt.
Het thema van Castro’s lezing was breed: via zijn onderzoek naar water(schaarste) kwamen onderwerpen als democratisering, links of progressief versus rechts, ecologie, sociale organisatie en de rol van de wetenschapper aan de orde. Je hoeft het niet met hem eens te zijn en je kunt je afvragen of hij hier en daar geen al te forse uitspraken deed. Je kunt echter niet ontkennen dat Castro stof biedt tot nadenken en discussie en dat hij – misschien wel het belangrijkste – motiveert en enthousiasmeert en het publiek meegeeft dat onderzoek wel degelijk urgent is en ertoe doet, hoe marginaal je vaak ook bezig bent. “Ik werk in de marges, maar wat ik doe is belangrijk”, straalt Castro in iedere zin uit ( ja, ik ben fan geworden).
Maja Haanskorf

 

 

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug