Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Sjaal van hoop

Aandacht voor vermisten in Peru

Datum : 01/02/2011
Auteur : Mijke de Waardt & Egon van Wees
Land : Peru

Sjaal van hoop

Tussen 1980 en 2000 werden grote delen van Peru geteisterd door een bloedige burgeroorlog. Tien jaar na het einde ervan zijn nog vijftienduizend mensen vermist. Onderzoek naar de vermissingen en identificatie van gevonden lichamen in massagraven verlopen langzaam. Om aandacht te vragen voor het lot van de verdwenen personen is Colectivo Desvela een initiatief gestart waarbij familieleden samen breien aan een ‘sjaal van hoop’. De sjaal is eind november gepresenteerd en heeft in Peru flink wat losgemaakt.

Tien jaar na het einde van het gewapende conflict in Peru, bestaat er nog steeds onduidelijkheid over het lot van de vijftienduizend vermisten. Terwijl voor een groot deel van de stedelijke bevolking de burgeroorlog verleden tijd is, is dit hoofdstuk uit de recente geschiedenis voor veel inheemse boerenfamilies nog verre van afgesloten. Zij willen weten wat er met hun vermiste familieleden is gebeurd.

DNA-onderzoek

 

Gewapend conflict in Peru
Tussen 1980 en 2000 vond in Peru een gewapend conflict plaats tussen het Peruaanse leger en de gewapende verzetsgroepen Partido Comunista del Perú – beter bekend als  Sendero Luminoso (Lichtend Pad) - en de Movimiento Revolucionario Túpac Amaru (MRTA).
Vooral de arme indiaanse bevolking in geïsoleerde gebieden in Peru werd het slachtoffer van deze geweldsgolf. Zowel de gewapende verzetsgroepen als het regeringsleger verdachten hen vaak van het verlenen van steun aan de andere partij. Het regeringsleger maakte zich schuldig aan gedwongen verdwijningen, buitengerechtelijke executies, willekeurige detentie, mishandeling, marteling en oneerlijke processen. De gewapende verzetsgroepen legden de maatschappelijke en economische structuren plat en pleegden tal van ernstige misdaden, waaronder vele moorden. Door het hevige geweld vielen in deze twintig jaar naar schatting 69.000 doden. Vijftienduizend mensen worden nog vermist. Met name de misdaden die door het leger werden begaan, zijn nog altijd niet berecht.

Pas in 2003, met het verschijnen van het rapport van de Peruaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie, werd duidelijk wat er zich tussen 1980 en 2000 in het land heeft afgespeeld. Jarenlang is gedacht dat er 27.000 dodelijke slachtoffers waren als gevolg van het politieke geweld. Maar na het onderzoek van deze commissie bleek dat dit aantal veel hoger lag, namelijk tegen de zeventigduizend. Het rapport laat een duidelijk patroon zien: de arme, inheemse bevolking op het plattenland liep drie keer zo veel kans om slachtoffer te worden van het conflict dan de rijkere, blanke/mestieze bevolking in de stad. De mensenrechtenschendingen vonden voornamelijk buiten het blikveld van invloedrijke sociale klassen plaats.

De vijftienduizend vermisten liggen vermoedelijk in 4600 massagraven in Peru. De identificatie van de lichamen in de massagraven verloopt zeer langzaam. Tot nu toe zijn er slechts een paar honderd lichamen geïdentificeerd. Vooralsnog lijkt de Peruaanse overheid weinig prioriteit te geven aan het openen van de massagraven en het identificeren van slachtoffers. Het achterhalen van hun identiteit is moeilijk, omdat ze niet over identiteitspapieren beschikken en DNA-onderzoek maar op zeer kleine schaal wordt uitgevoerd en gefinancierd. Een van de weinige mogelijkheden om slachtoffers te identificeren is via hun wollen kledingstukken. Die bevatten unieke patronen die kenmerkend zijn voor de streek of het dorp van afkomst. De kledingstukken zijn vaak geweven door de nabestaanden zelf.

Rel

Niet alle stedelingen staan onverschillig tegenover de gevolgen van het politieke geweld. Zo hebben Marina García Burgos, Paola Ugaz en Morgana Vargas Llosa, dochter van de kersverse Nobelprijswinnaar voor de literatuur Mario Vargas Llosa, in hoofdstad Lima het Colectivo Desvela opgericht. Ze legden contact met verschillende, voornamelijk inheemse, slachtofferorganisaties (zie kader). Samen met familieleden van de vermisten in Peru hebben zij sinds 2009 gebreid aan een kilometerlange sjaal, de chalina de esperanza, de ‘sjaal van hoop’, om aandacht te vragen voor de vijftienduizend vermisten en  te zoeken naar gerechtigheid. In de sjaal zijn de namen van vermiste familieleden ingeweven.  

In een cultureel centrum in Lima is de sjaal op 25 november op indrukwekkende wijze gepresenteerd. De sjaal werd buiten, rondom het gebouw, gedrapeerd en binnen was een tentoonstelling over het gewapend conflict ingericht. Helaas bleek al snel hoe moeilijk het is om in Peru erkenning te vragen voor gebeurtenissen uit het recente verleden. Al daags na de opening ontstond een rel rondom een videoprojectie, waarop geluidsfragmenten met getuigenissen van slachtoffers van het gewapend conflict waren te horen. Zonder dat de organisatoren op de hoogte werden gesteld, gaf de districtburgemeester opdracht de videoprojectie uit de tentoonstelling te verwijderen. Die was volgens hem niet geschikt voor kinderen die het centrum bezoeken.

Handwerk

 

slachtofferorganisaties in Peru
Naaste familieleden van vermiste personen willen weten wat er precies met hun familieleden is gebeurd. Gezamenlijk strijden zij - verenigd in verschillende slachtofferorganisaties - voor erkenning, rechtvaardigheid en opheldering. De familieleden van de vermiste personen zijn niet de enige slachtoffers die zich hebben verenigd. Momenteel bestaan er 250 slachtofferorganisaties van intern ontheemden, onterecht gevangenen, slachtoffers van geweld tegen vrouwen en wezen. Mede dankzij de strijd van deze organisaties is er in 2005 een slachtofferwet aangenomen waarin is gedefinieerd welke groepen burgers zich slachtoffer van deze burgeroorlog mogen noemen en welke soorten slachtoffers recht hebben op compensaties. Tot nu toe komt er hier echter nog weinig van terecht.

De organisatoren waren geschokt en lieten in een persbericht en interviews weten dat het hier ging om censuur, een politieke daad waarmee hun vrijheid van meningsuiting werd aangetast. Ze besloten daarop om de ‘sjaal van hoop’ en de tentoonstelling helemaal op te ruimen omdat het verhaal zonder de getuigenissen niet compleet is. In een reactie verklaarde de burgemeester dat hij onbeschaamd voor de gek was gehouden: "Het zou gaan om verkoop van handwerk en niet om een politieke tentoonstelling".
Een vreemde reactie, want al vanaf het begin was duidelijk wat de betekenis was van de ‘sjaal van hoop’. Ook het gezamenlijke persbericht voor de opening – opgesteld door het collectief, de deelgemeente en het cultureel centrum – liet geen twijfel bestaan over doel en achtergrond van het initiatief.

Op dit moment hangt de sjaal tijdelijk in het Instituut voor Democratie en Mensenrechten van de Katholieke Universiteit van Peru, totdat er een nieuwe plek wordt gevonden om de sjaal tentoon te stellen. Susana Villarán, de recent gekozen burgemeester van Lima die in januari aantreedt, heeft het collectief al uitgenodigd om samen een nieuwe plek te zoeken. Daarna gaat de sjaal op tournee door Peru en wordt er ook gekeken of hij buiten Peru tentoongesteld kan worden. Een museum in Costa Rica heeft hiervoor al interesse getoond. Ook in Europa zijn de eerste contacten gelegd.

Breiclubs

Ook in andere landen, waaronder Nederland, hebben mensen individueel of in breiclubs meegebreid aan de sjaal met ondersteuning van Amnesty International. Hiermee geven ze het project van het Colectivo Desvela in Peru meer gewicht. Naast dat er met deze actie internationaal druk wordt uitgeoefend op de Peruaanse regering om de massagraven te onderzoeken, heeft de sjaal nog een ander belang.

Zoals gezegd bestaat er binnen de Peruaanse samenleving weinig belangstelling voor de ervaringen van de slachtoffers en voor de acties van de slachtofferorganisaties. De gebeurtenissen rondom de expositie van de ‘sjaal van hoop’ maken dit nogmaals duidelijk. Daarom is internationale solidariteit zo belangrijk. Het geeft de familieleden van de slachtoffers een extra impuls om door te gaan in hun strijd voor opheldering en rechtvaardigheid.

Mijke de Waardt is promovenda aan de VU/CEDLA (promotieondewerp: Identity construction of organizations of victims of political violence in Peru) en Egon van Wees is landenmedewerker Eenheid Amerika’s bij Amnesty International.

Bookmark and Share


Terug