Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Strijd om erfenis van Chávez in Venezuela

Niet oppositie, maar 'chavistas' bepalen de nabije toekomst

Datum : 02/04/2014
Auteur : Maja Haanskorf
Land : Venezuela

Strijd om erfenis van Chávez in Venezuela

Een jaar na de dood van president Hugo Chávez is Venezuela het toneel van gewelddadige confrontaties tussen voor- en tegenstanders van het regeringsbeleid. Gierende inflatie, gebrek aan basisproducten en extreem hoge criminaliteitscijfers liggen eraan ten grondslag. Toch ligt een staatsgreep nog niet voor de hand.

Sinds de dood van Hugo Chávez op 5 maart vorig jaar en de daarop volgende verkiezingen is in de westerse media de aandacht voor Venezuela weer getaand. Nicolás Maduro, een voormalig buschauffeur en vertrouweling van Chávez, won de presidentsverkiezingen met een marge van 250.000 stemmen nipt van Henrique Capriles, leider van de oppositie. In december 2013 waren er gemeenteraadsverkiezingen, die door de regeringspartij met ruim 56 procent werden gewonnen. Maduro leek zijn positie te hebben verstevigd. Tot de wereld in februari dit jaar werd opgeschrikt door beelden van massale straatprotesten tegen de regering. In verschillende steden uitten studenten hun onvrede over de torenhoge inflatie, het gebrek aan basisgoederen in de winkels, de corruptie en de grote onveiligheid in het land. Al snel kaapte de rechtervleugel van de oppositie de protesten, die nu vooral als doel kregen de ‘salida’, ofwel het vertrek van Nicolás Maduro.  

President Maduro reageerde niet handig. Hij omschreef de betogers als fascisten die met de hulp van de Verenigde Staten een staatsgreep wilden plegen. Dat is niet alleen een ontkenning van de wel degelijk bestaande onvrede onder grote delen van de bevolking, maar ook een onjuiste boodschap.  Het leger staat achter de president en de oppositie is te verdeeld om een echte bedreiging te zijn. Leopoldo de López, een op Harvard opgeleide econoom, wierp zich op als aanvoerder van de protesten. Hij was net als Capriles betrokken bij de door de Verenigde Staten gesteunde coup tegen Chávez in 2002. Maar daar eindigt de overeenkomst: Capriles heeft zich gedistantieerd van de rellen en volgt een gematigder koers. López probeerde zich te profileren als de echte leider van de oppositie met het oog op de parlementsverkiezingen eind 2015. Intussen hebben de protesten volgens officiële bronnen eind maart al geleid tot 28 doden en ruim 260 gewonden. 

El Dorado 

De protesten betekenen niet dat Venezuela op instorten staat. Het land is een El Dorado met zijn ligging op ‘s werelds grootste oliereserves. Miljarden petrodollars vloeien iedere maand in de staatskas. Rory Carroll, die als correspondent van The Observer tussen 2006 en 2012 in Caracas woonde, zegt: “Het zou kunnen lijken dat de regering nu een wanhopige strijd voert om te overleven. In werkelijkheid staat de afloop van de protesten niet ter discussie. De regering controleert de politie, het leger en de gerechtshoven en behoudt steun van de armen. Ondanks de uitwijzing van drie VS-diplomaten, is er geen teken van een complot uit Washington.” Toch raakt Venezuela ontrafeld. Het echte gevaar ligt in de sloppenwijken en bij de armen. De kleine meerderheid waarmee Maduro vorig jaar van Capriles won, is een teken dat het uitdelen van baantjes, subsidies, huizen en goederen niet meer genoeg is als compensatie voor schaarste, inflatie en  onveiligheid. 

Doorsnee land 

In het sterk verdeelde Venezuela kun je op vrijwel alle vragen twee tegengestelde antwoorden krijgen. Al sinds het aantreden van Hugo Chávez in 1999, is zijn beleid controversieel geweest. De  meerderheid van de Venezolanen steunde hem blind, wat soms veel weg had van heldenverering. Een aanzienlijke  minderheid heeft van meet af aan niets met Chávez opgehad en zag hem als de incarnatie van de duivel die het land naar de verdoemenis hielp. De werkelijkheid is prozaïscher en vooral complexer. 

Vóór 1999 was Venezuela en doorsnee Latijns-Amerikaans land. Een steenrijke elite, die cultureel op de VS en op Europa was gericht, maakte economisch en politiek de dienst uit. Belastingen werden nauwelijks geheven. Het grootste deel van de bevolking was arm, een middenklase bestond amper.  De inkomensongelijkheid was enorm. Bij verkiezingen ging de strijd tussen verschillende groepen uit de elite. Voor de armen was geen rol weggelegd, sterker nog, ze werden niet gezien. Het is in die context dat Hugo Chávez, een voormalig militair, de verkiezingen won met een populistisch programma, gericht op de armen. Het meest verrassende was dat hij zijn beloftes ook daadwerkelijk ging uitvoeren. Chávez werd de kampioen van de underdog. Toen drong het tot de elites door dat zij deze keer buitenspel kwamen te staan.  

Missies

Gesteund door een niet aflatende stroom dollars uit de olie-industrie, besteedde Chávez grote sommen geld aan sociale programma’s, de zogenaamde misiones (missies). Er kwamen missies voor alfabetisering, onderwijs en gezondheidszorg. Door de instelling van prijs-en valutacontroles werden goederen en diensten betaalbaar voor de armen. Armoede en werkloosheid zijn sinds 1999 met ruim de helft gedaald, de extreme armoede met 70 procent. Miljoenen mensen hebben voor het eerst een pensioen. In 2012 daalde volgens de Wereldbank de armoede met 20 procent, de grootste daling op het continent. Het is evident dat onder de regering van Chávez de levensstandaard van het grootste deel van de bevolking is verbeterd. De missies zijn dan ook nog steeds razend populair. Zo zeer zelfs dat oppositieleider Capriles tijdens zijn campage in 2013 de missies prees en beloofde ze nog verder uit te zullen breiden.  

Critici wijzen er op dat de missies weliswaar de armoede bestrijden, maar dat ze niet zorgen voor een groei van de productiviteit. In het genationaliseerde oliebedrijf PVDSA en in andere onteigende bedrijven ging de productiviteit, vaak door onbekwaam management, omlaag en particuliere investeringen liepen terug.  Onder Chávez is de munteenheid bolívar jarenlang kunstmatig hoog gehouden ten opzichte van de dollar, waardoor de import relatief goedkoop was. De maatregel was vooral bedoeld om de grote kapitaalvucht van de elites tegen te gaan, maar werkte op den duur stagnerend.  

Inflatie

Met de toenemende inflatie zag Chávez zich meerdere malen gedwongen tot een devaluatie van de bolívar, de laatste maal in februari 2013. Onder Nicolás Maduro  liep de inflatie verder op, tot zo’n 56 procent dit jaar. Het noopte hem tot opnieuw een devaluatie, waardoor importproducten extreem duur zijn geworden. En dat in een land dat voor zijn binnenlandse consumptie voor een derde afhankelijk is van import. Om producten toch betaalbaar te houden, heeft Maduro maximumprijzen ingesteld voor verschillende producten en in sommige gevallen verordend tot prijsverlagingen. Gevolg hiervan zijn tekorten aan allerlei goederen, zoals brood, meel, vlees en wc-papier. Winkeliers zeggen dat de maximumprijzen onder de kostprijzen liggen. Maduro noemt hen ‘parasieten’ en beschuldigt hen ervan de schappen expres leeg te houden. 

De lagere bolívar  kan de eigen industrie concurrerender maken. Maar bij ontstentenis van een belangrijke productieve sector en door de voortdurende prijscontroles, is daar weinig groei van te verwachten. Landbouw en industrie liggen op apegapen. Bovendien heeft Maduro het officiële wisselkantoor gesloten, waardoor het voor bedrijven moeilijker is om aan dollars te komen, nodig voor import. Intussen heeft de bolívar al driekwart van zijn waarde verloren tegenover de Amerikaanse dollar. Dat heeft geleid tot hyperinflatie. Het land zit daarmee in een vicieuze cirkel en zal waarschijnlijk binnenkort opnieuw de munt moeten devalueren. Volgens meerdere economen zou Venezuela de prijscontroles moeten opheffen om uit de valutacrisis te komen. Daar wil Maduro niets van weten. 

Corruptie en geweld

De echte ‘chavistas’ hebben altijd beweerd dat niet Chávez zelf, maar de mensen om hem heen de boosdoeners waren, die waren corrupt. Misdaad en corruptie erfde Chávez van de politici van het oude regime. Ze verergerden doordat de regering ze niet aanpakte als institutionele problemen, maar als facetten van het kapitalisme die onder het nieuwe model van ‘het socialisme van de 21e eeuw’ zouden verdwijnen. Feit is dat grote sommen geld uit de olie-opbrengsten verdwijnen in de zakken van de ‘nieuwe elite’, ofwel de  ‘Boli-bourgeoisie’. Deze elite rond Chávez is vernoemd naar de Bolivariaanse Revolutie, zoals Chávez zijn beleid aanduidde. Binnen deze kleine groep bloeide het nepotisme. Het corruptiecijfer brengt Venezuela onderaan de regionale lijst; alleen Haïti is corrupter. Ook het geweld is excessief toegenomen. Er zijn 25.000  moorden per jaar, naast talrijke afpersingen, berovingen en ontvoeringen. Het maakt het land tot het onveiligste in de regio en hoofdstad Caracas staat bekend als de onveiligste stad ter wereld.  

Barsten

Onder Maduro zijn er barsten gekomen in de schijnbare eenheid van de Verenigde Socialistische Partij (PSUV), waarin Chávez in 2007 zijn aanhang, afkomstig uit meerdere kleine partijen en sociale bewegingen, had verenigd. Zo werd na de dood van Chávez duidelijk dat ook Diosdado Cabello, de voorzitter van het parlement, aspiraties had voor het leiderschap. Na het uitbreken van de protesten in de provincie Táchira heeft de regeringsgezinde gouverneur José Vielma Mora in eerste instantie kritiek geuit op de aanpak van Maduro tegen de demonstranten. Al haastte hij zich later in een interview met de BBC te zeggen: “Ik blijf chavista.” Ook op straat is er onder chavistas openlijker gemor over het beleid van Maduro. De regering zou niet over voldoende beheerscapacititeit beschikken om de genationaliseerde bedrijven te runnen en niet in staat zijn een einde te maken aan de tekorten en de dure import. Want loonsverhogingen en maximumprijzen zijn niet opgewassen tegen de stijgende prijzen. 

Recept

Het zijn deze ingrediënten – criminaliteit en corruptie, torenhoge inflatie en tekorten aan goederen – die de vlam in de pan deden slaan. Een remedie voor dit gevaarlijke recept is niet makkelijk voorhanden. Ook de oppositie heeft geen enkel voorstel gedaan om de problemen op te lossen.  Capriles, tot nog toe de leider van de onderling sterk verdeelde oppositie, beseft dat iedere remedie ook de armen ten goede moet komen. Vandaar zijn belofte in het voorjaar van 2013 de missies in stand te zullen houden. Voor de chavistas heeft de oppositie voorlopig geen enkele aantrekkingskracht. Zeker niet zo lang die terug wil naar de politieke situatie van voor 1999. Daarop zitten de meeste Venezolanen niet te wachten. Vijftien jaar chavismo heeft de arme meerderheid voldoende politiek bewust gemaakt om Maduro te verkiezen boven een terugkeer naar die tijd.  

Thuisblijvers

Terwijl studenten en rechtse oppositieleden de straat opgingen en Maduro zijn aanhangers opriep om geweldloos hun steun te betuigen, bleven veel chavistas thuis. Correspondenten van The Guardian zochten enkele ‘thuisblijvers’ op. “Als student in de jaren negentig streed ik voor vrije toegang tot onderwijs en gezondheidszorg. Onder Chávez is de maatschappij erop vooruit gegaan, ook al zijn er nog veel uitdagingen, zoals de economie”, zei een van hen.  Een ander meldde dat Venezuela altijd dezelfde problemen heeft gehad: prijs-en valutacontroles, periodes van schaarste en een tendens voor het kiezen van de makkelijkste weg. “Importeren heeft altijd de voorkeur gehad boven zelf produceren. Je zult merken, als rechts aan de macht komt, stoppen de problemen niet.” Een jonge vrouw noemt het idee dat alles goed komt als Maduro opstapt dom. “Corruptie, de economische situatie en onveiligheid zijn diepgewortelde problemen in de Venezolaanse cultuur. Inflatie en tekorten zijn het gevolg van speculatie en corruptie.”  Een laatste thuisblijver vraagt zich af of The Guardian wel begrijpt wat er aan de hand is. “Wij zijn niet langer opposanten, we maken deel uit van de macht. Heeft Engeland geen problemen? Waarschijnijk denk u dat ik ben omgekocht, maar voor de eerste keer in mijn lange leven luistert de regering naar mijn mening. Als ik iets wil veranderen, doe ik voorstellen.”  

Complot

Volgens Pablo Giménez, een econoom aan de Bolivariaanse Universiteit van Venezuela, viel er tijdens de gewelddadige protesten geen enkel voorstel te beluisteren over de economie of over rechten van studenten of wat dan ook. “Ze hebben geen eigen sociale of politieke agenda, maar maken deel uit van nationale en internationale plannen om de Bolivariaanse regering omver te werpen.” Deze complotachtige visie op de straatprotesten draagt Maduro ook uit. Landen als Colombia en Panama beschuldigt hij ervan mee te doen aan door de VS gesteunde plannen de regering omver te werpen. Hoewel een staatsgreep voorlopig niet aan de orde is, zijn de protesten wel een voorbode van de strijd die de komende twee jaar gevoerd gaat worden. De hardliners van rechts grepen hun kans en vormden het protest van de studenten om tot een roep om het vertrek van Maduro. Zowel studenten als de oppositie ontvangen buitenlandse gelden, met name uit de VS, onder de noemer van ‘steun aan de democratie’.  

Venezuela heeft serieuze economische en veiligheidsproblemen. Maduro realiseert zich dat een nationale dialoog nodig is. Zijn oproep voor een vredesconferentie werd geboycot door de rechtse radicalen en door Capriles, maar mindere goden uit oppositiekringen namen er wel aan deel. Dat kan de positie van Maduro wel eens verstevigen.  Want het gros van de Venezolanen wil geen geweld en wanorde. De meesten steunen een democratisch proces en bovendien staat nog steeds een meerderheid achter de regering. Capriles is een weifelende leider, die uit angst voor verlies van rechtse aanhangers zich achter de boycot opstelde, terwijl hij eerder had gezegd dat dialoog de aangewezen weg was.   

Inmenging

Daarnaast geniet Venezuela steun van veel landen in het continent. Brazilië en Argentinië hebben laten weten achter het democratische proces in Venezuela te staan en de Unie van Zuid-Amerikaanse Landen (Unasur) heeft gezegd zich niet te bemoeien met binnenlandse aangelegenheden van Venezuela. Al gaat de organisatie wel als gesprekspartner optreden voor Maduro en de oppositie. Ook de Mercosur, de economische alliantie van de grootste Zuid-Amerikaanse landen, onthoudt zich van inmenging. Toch zullen ze de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden. Want niet alleen Venezuela, maar ook Brazilië en Chili hebben het laatste jaar te maken met massale protesten.Veel mensen die door sociale programma’s uit de armoede zijn geraakt, vinden dat de verbeteringen te traag gaan.  

De komende twee jaar moeten uitwijzen welke kant het op zal gaan met Venezuela. Maduro kan bij de verkiezingen eind 2015 niet meer teren op het charisma van Chávez. Hij zal de eenheid binnen zijn eigen partij moeten bewaren en tegelijk meer decentralisatie moeten toestaan. In samenwerking met vakbonden en andere sociale organisaties zal hij corruptie moeten bestrijden en beter bestuur invoeren. Maar vooral zal hij snel een oplossing moeten vinden voor de haperende economie en de toenemende onveiligheid.   

 
Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug