Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Economie & Ondernemen

Twee jaar achtereen economische krimp in Latijns Amerika

Midden-Amerika doet het nu beter dan Zuid-Amerika

Datum : 31/01/2017
Auteur : Wim Hardeman

Twee jaar achtereen economische krimp in Latijns Amerika

Voor het eerst sinds de schuldencrisis van de jaren tachtig - het ‘verloren decennium’- kent Latijns Amerika twee opeenvolgende jaren economische krimp. Vooral Zuid-Amerika is getroffen door de inzakkende wereldhandel en het einde van de grondstoffenhausse. Buitenlandse investeringen nemen af en als middeninkomenslanden krijgen veel landen geen steun meer van internationale ontwikkelingsorganisaties. Na vijftien jaar afname zijn armoede en ongelijkheid weer toegenomen.

Zes jaar lang had Latijns Amerika minder last van de in 2008 ingezette kredietcrisis dan de Verenigde Staten en Europa, maar sinds 2014 is het omgekeerd; in 2015 en 2016 ging de Latijns-Amerikaanse economie zelfs achteruit. De krimp van -1,1 procent in 2016 wordt veroorzaakt door vier landen die worden getroffen door zowel lage grondstoffenprijzen als interne economische en politieke problemen: Venezuela (- 9,7 procent), Brazilië (-3,6 procent), Argentinië (-2,0 procent) en Ecuador (-2,0 procent). Daarmee daalt het Bruto Binnenlands Product (BBP) van Zuid-Amerika met 2,4 procent, terwijl Midden-Amerika groeit met 2,4 procent. Positieve uitschieters zijn de Dominicaanse Republiek met 6,4 procent en Panama met 5,2 procent. Dit blijkt uit de voorlopige cijfers over 2016 van de gerenommeerde Economische Commissie voor Latijns Amerika van de Verenigde Naties (CEPAL). Wanneer we de cijfers van het BBP corrigeren met de bevolkingstoename, dan komt het BBP per capita lager te liggen. De jaarlijkse bevolkingsgroei in Latijns Amerika en de Cariben bedroeg 1,1 procent in de periode 2011 tot 2015, volgens gegevens van het UNDP Development Report 2015.

Einde grondstoffenhausse

De groei in Midden-Amerika en de krimp in Zuid-Amerika zijn een omkering van de situatie in 2009. Toen werd vooral Mexico – sterk afhankelijk van de export naar de Verenigde Staten – zwaar getroffen door de kredietcrisis en de Great Recession in de VS. In Zuid-Amerika ging het aanmerkelijk beter door nog steeds oplopende grondstoffenprijzen.  

Zuid-Amerika wordt nu zwaarder getroffen door de groeivertraging van de wereldhandel – in 2016 slechts 1,7 procent - en de daling van de prijzen van grondstoffen, die een belangrijk deel van de export uitmaken. Ook dalen al sinds 2012 de buitenlandse investeringen, na het einde van de grondstoffenhausse tussen 2003 en 2011, de zogenaamde supercyclus. Buitenlandse bedrijven investeren vooral om grondstoffen te exploiteren.

Midden-Amerika heeft als netto importeur van grondstoffen juist geprofiteerd van de prijsdalingen en ook van het economische herstel in de Verenigde Staten. Dat leidde tot meer inkomsten uit export, toerisme en geldzendingen van migranten uit de VS. Hierdoor zijn investeringen en binnenlandse consumptie op peil gebleven of zelfs gegroeid.

De lage groei van de wereldhandel en de lage grondstofprijzen komen vooral door de wereldwijde groeivertraging sinds de kredietcrisis. Dit geldt ook voor China, een belangrijke importeur van grondstoffen uit Zuid-Amerika. In 2014 was China zelfs de belangrijkste afzetmarkt voor Brazilië, Peru, Chili en Uruguay. Het Chinese BBP groeit nog altijd met 6 à 7 procent, maar dit is beduidend minder dan de 10 à 11 procent in eerdere jaren. Daarnaast verschuift in China de focus op export en investeringen naar het bevorderen van de binnenlandse consumptie en de kenniseconomie.

Bezuinigingen

De begrotingstekorten van de overheid zijn sinds 2011 verdubbeld tot gemiddeld drie procent, maar hebben zich in 2016 gestabiliseerd. De daling in overheidsinkomsten werd gecompenseerd door bezuinigingen op overheidsuitgaven. Ook hier bestaan grote regionale verschillen: Midden-Amerika en de Cariben zagen afgelopen jaar hun tekorten dalen van gemiddeld 2,4 naar 2,1 procent, terwijl die in Zuid-Amerika – ondanks de bezuinigingen – toenamen van 3,6 naar 3,9 procent.

Daardoor groeide de overheidsschuld in veertien Latijns-Amerikaanse landen in 2016 tot gemiddeld 37,9 procent van het Bruto Binnenlands Product. Dat lijkt zich echter wel te stabiliseren. Brazilië heeft de hoogste schuld (70,3 procent van het BBP), gevolgd door Argentinië (54 procent), Chili en Paraguay de laagste met 20,6 en 20,9 procent. Landen met relatief lage overheidsschulden die hun begrotingstekorten onder controle hebben, zoals Chili en Peru, hebben nog ruimte voor stimuleringsmaatregelen en voor investeringen in onderwijs en infrastructuur.

Inflatie

In Latijns Amerika steeg de inflatie in 2016 van gemiddeld 6,9 procent tot 8,4 procent. Hiermee blijft de inflatie onder controle, zeker in vergelijking met eind jaren tachtig met inflatiecijfers van 1000 procent of meer in sommige landen. De inflatie ligt in Zuid-Amerika beduidend hoger dan in Midden-Amerika: 10,9 tegenover 3,4 procent. In landen met een wisselkoers die gekoppeld is aan de US dollar, voornamelijk in Midden-Amerika, is de inflatie lager. Drie landen hadden in 2016 meer dan 40 procent inflatie: Argentinië, Suriname en Venezuela. Het door een zware economische en politieke crisis geplaagde Venezuela kent zelfs hyperinflatie van meer dan 500 procent.

De stijgende inflatie zorgt voor minder ruimte om de economie te stimuleren door bijvoorbeeld het verlagen van de rente, zoals momenteel in de eurozone gebeurt. Renteverlagingen zorgen normaal gesproken voor prijsstijgingen waardoor de inflatie verder zou toenemen. Daarbij veroorzaakt de sterke daling van verschillende valuta, zoals de Mexicaanse en de Argentijnse peso, ten opzichte van de dollar inflatie, omdat geïmporteerde producten in lokale valuta duurder worden.

Om te voorkomen dat de inflatie te ver oploopt, hebben de centrale banken van verschillende landen met een hoge inflatie hun rentetarieven verhoogd tot het hoogste niveau in vijf jaar: Brazilië, Colombia, Mexico en Peru. Landen met een lage inflatie hebben hun rentevoeten juist verder kunnen verlagen tot een van de laagste niveaus in vijf jaar: Chili, Costa Rica, Guatemala, Paraguay en de Dominicaanse Republiek. 

Bètastudies

Een gevolg van de economische krimp is een verdere verslechtering van de werkgelegenheid. Ook hier wordt Zuid-Amerika het zwaarst getroffen. Volgens schattingen van CEPAL nam – op basis van de niet altijd betrouwbare officiële cijfers – de werkloosheid toe van gemiddeld 8,2 procent in 2015 naar 10,5 procent in 2016, terwijl de werkloosheid in Midden-Amerika licht daalde. Ook de kwaliteit van het arbeidsaanbod verslechterde: het aantal banen in loondienst daalde en meer mensen gingen voor eigen rekening werken, veelal in de informele sector.

De perspectieven voor jongeren die de arbeidsmarkt betreden zijn niet rooskleurig. Vooral jongeren uit arme en kwetsbare gezinnen zoeken hun heil in de informele sector. Van hen gaat op 15-jarige leeftijd nog 70 procent naar school, terwijl op 29-jarige leeftijd vier op de tien werkzaam zijn in de informele sector en drie op de tien helemaal geen werk hebben noch een opleiding volgen. Slechts twee van de tien hebben werk gevonden in de formele sector en een op de tien studeert nog, al dan niet in combinatie met werk.

Latijns Amerika heeft de afgelopen tien jaar aanzienlijke vooruitgang geboekt op onderwijsgebied. Maar nog altijd heeft een derde deel van de nu 25-29 jarigen het voortgezet onderwijs niet afgemaakt. Hoewel bijna een derde deel onderwijs genoten heeft op hoger (universitair) niveau, volgen – met uitzondering van Argentijnse jongeren – maar tussen de 2 en 7 procent een bètastudie.  Hierdoor bestaat een grote kloof tussen het aanbod van competenties en door de arbeidsmarkt gevraagde competenties. Dit vormt een belangrijke uitdaging voor de regio in haar transitie naar een kenniseconomie. 

Trendbreuk

Sinds de jaren negentig heeft Latijns Amerika een periode van uitzonderlijke sociaaleconomische vooruitgang doorgemaakt. Tussen 1990 en 2014 nam het deel van de bevolking dat, volgens de criteria van CEPAL, in armoede leeft af van 48 naar 28 procent. Sinds 2000 zijn ongeveer zestig miljoen mensen aan de armoede ontsnapt, hoewel nog steeds 168 miljoen mensen arm zijn. Met het verminderen van de armoede is ook de inkomensongelijkheid – in de woorden van CEPAL –   ‘substantieel afgenomen’, terwijl in de andere continenten de ongelijkheid juist toenam. Maar nog steeds is in Latijns Amerika de kloof het grootst: daar liggen acht van de tien meest ongelijke landen ter wereld. 

Economische groei is belangrijk voor het verbeteren van de leefomstandigheden, maar zulke groei leidt niet vanzelf tot meer welzijn van de bevolking. Hiervoor is actief overheidsingrijpen noodzakelijk, zoals afgelopen decennium in veel Latijns-Amerikaanse landen is gebeurd. Toen hebben de economische groei en de grondstoffenhausse financiële ruimte gecreëerd voor het verhogen van de lonen en het opzetten van sociale programma’s voor de armen.

2015 laat echter een trendbreuk zien. Als gevolg van de economische neergang en de stijgende inflatie nam de armoede weer toe, met zeven miljoen mensen. Hetzelfde wordt verwacht voor 2016, het tweede opeenvolgende jaar van economische krimp. Dat is de sterkste stijging van de armoede sinds de jaren tachtig (tijdens de crisis van 2008-2009 nam de armoede nauwelijks toe). Nog eens 25 à 30 miljoen mensen balanceren op de rand van de armoede. 

Onzeker herstel

Na de krimp van 1,1 procent in 2016 verwacht CEPAL, dankzij voorzichtig herstel in Zuid-Amerika, voor heel Latijns Amerika in 2017 weer een bescheiden economische groei van gemiddeld 1,3 procent. De verschillen tussen landen en regio’s blijven bestaan: 1,9 procent groei in Mexico (2016: 2,0), 3,7 procent in de rest van Midden-Amerika (2016: 3,6) en 0,9 procent in Zuid-Amerika (2016: 2,4 krimp). Alleen in Ecuador en Venezuela blijft het nog achteruit gaan. 

Waarschijnlijk neemt de wereldhandel in 2017 iets toe, zo’n 2 à 3 procent. Bovendien lijken de grondstofprijzen het afgelopen jaar hun bodem bereikt te hebben. Het verwachte herstel van de belangrijke economieën van Brazilië en Argentinië zal een positief effect hebben op de intra-regionale handel.

Veel zal echter afhangen van de internationale politieke ontwikkelingen. In 2016 hebben de Brexit en de verkiezing van Trump gezorgd voor nieuwe onzekerheden. In hoeverre zullen landen overgaan tot protectionistische handelsmaatregelen? Wat gebeurt er met vrijhandelsverdragen zoals NAFTA (vrijhandelsovereenkomst tussen VS, Canada en Mexico ) dat Trump wil opzeggen, en het in de maak zijnde TPP (Trans-Pacific Partnership, Amerikaans-Aziatisch vrijhandelsverdrag) waar de VS zich uit de onderhandelingen hebben teruggetrokken. Wordt het moeilijker voor migranten in de VS om geld naar hun familie te sturen, en wat gebeurt er met het migratiebeleid? Deze vragen spelen vooral in Midden-Amerika dat sterk afhankelijk is van de VS.

De binnenlandse vraag, die in 2016 zwaar werd getroffen door de afname van (buitenlandse) investeringen, particuliere consumptie en overheidsuitgaven, zal zich in 2017 kunnen herstellen. Hiervoor zullen wel financiële middelen moeten worden gemobiliseerd, maar de beperkte speelruimte van overheden die hun begrotingstekorten hebben zien oplopen,maakt dat moeilijk. En omdat veel Latijns-Amerikaanse landen inmiddels middeninskomenlanden zijn geworden, hebben zij nog maar beperkte toegang tot financiering vanuit internationale ontwikkelingsorganisaties.

Om opnieuw ruimte te creëren op de overheidsbegroting is het van groot belang belastingontduiking en belastingontwijking aan te pakken. Volgens schattingen van CEPAL is het totaal aan niet betaalde omzetbelasting en inkomstenbelasting ongeveer 6,7 procent van het BBP van de regio, oftewel 340 miljard US dollar. Daar komt bij dat de door tekorten gedreven overheidsbezuinigingen een negatief effect hebben op de publieke investeringen, terwijl deze juist cruciaal zijn voor economische groei op zowel de korte als de lange termijn.

De meeste gegevens en cijfers voor dit artikel zijn ontleend aan rapporten van CEPAL.

Jaarlijkse veranderingen in BBP, in procenten

 

2000 -2008

2008 - 2015

 

2015

2016

2017

 

 

 

 

 

 

 

Zuid-Amerika

3,9

2,3

 

-1,9

-2,3

0,9

Midden-Amerika

2,9

2,2

 

2,7

2,3

2,3

Latijns Amerika en de Cariben

3,7

2,3

 

-0,6

-1,0

1,3

 

 

 

 

 

 

 

Verenigde Staten

2,4

1,2

 

2,6

1,5

1,9

Europese Unie

2,2

0,4

 

2,2

1,8

1,8

China

10,0

8,6

 

6,9

6,6

6,5

 

 

 

 

 

 

 

Argentinië

3,7

1,8

 

2,4

-1,5

2,4

Brazilië

3,7

2,1

 

-3,9

-3,2

0,6

Chili

4,2

3,4

 

2,3

1,7

2,1

Colombia

4,4

4,0

 

3,1

1,9

2,5

Mexico

2,8

1,9

 

2,5

2,0

2,0

Peru

5,6

5,3

 

3,3

3,8

4,1

Venezuela

4,4

0,2

 

-5,7

-8,0

-3,7

2000-2008 en 2008-2015: gemiddeld per jaar, 2016: voorlopige cijfers, 2017: prognose
Bron: United Nations, World Economic Situation and Prospects 2010 & 2017
Deze cijfers wijken soms licht af van die in de tekst, die uit rapporten van CEPAL komen. Dat geldt vooral voor 2016 en 2017.

 

 

 

 

 

 

Bookmark and Share


Terug