Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Van brekebeentje naar robuuste, maar imperfecte democratie

De ontwikkeling van de democratie in Argentinië

Datum : 18/10/2016
Auteur : Jan de Kievid
Land : Argentinië

Van brekebeentje naar robuuste, maar imperfecte democratie

Nooit eerder kende Argentinië zo’n lange periode van democratie en vrijwel geen Argentijn wil dit stelsel omverwerpen. Toch bestaat er een hardnekkig beeld dat die democratie een  rommeltje is, met veel ruzies en corruptie. De Argentijnse democratie heeft zeker gebreken, maar is wel stevig gevestigd, na een halve eeuw waarin het met de democratie in zo’n rijk en ontwikkeld land nooit iets leek te worden.

Met de democratische reputatie van Argentinië is het nog steeds vrij beroerd gesteld. Zo beschuldigt de oppositie ruim dertig jaar na het einde van de militaire dictatuur in 1983 de  regering regelmatig van dictatoriale neigingen. Zulke etiketten troffen de peronistische presidenten Carlos Menem (1989-1990) en Nestór en Cristina Kirchner (2003-2015). Anno 2016 stellen sommige ‘Kirchneristas’ dat het onder de in december 2015 aangetreden rechtse president Mauricio Macri (foto) bijna net zo erg is als tijdens de beruchte laatste militaire dictatuur. Een paar jaar geleden noemde de linkse president van buurland Uruguay, José Mujica, Argentinië off the record een land van “totaal irrationele, hysterische, krankzinnige, paranoïde reacties, dat het niveau van een vertegenwoordigende democratie niet heeft bereikt en waarvan de instituties geen cent waard zijn.” 

Zulke negatieve beelden worden niet bevestigd door de jaarlijkse overzichten van de stand van democratie in de wereld van weekblad The Economist en de organisatie Freedom House in de Verenigde Staten. Daar doet Argentinië het beter dan het gemiddelde van Latijns Amerika met een zevende en achtste plaats van respectievelijk 25 en 22 Latijns-Amerikaanse en Caribische landen. Alleen Uruguay, Chili, Costa Rica, Panama en Trinidad y Tobago scoren steeds hoger dan Argentinië. Ook uit de jaarlijkse Latinobarómetro, gebaseerd op opinieonderzoek in achttien Latijns-Amerikaanse landen, komen de Argentijnen als behoorlijk democratisch gezind naar voren. Ze staan op de eerste drie plaatsen wat betreft  steun aan democratie als het beste politieke systeem en afwijzing van het idee dat het er niet toe doet of een regering democratisch is, als die de problemen maar oplost. Ze zitten ook in de top drie bij het idee dat vrijheid belangrijker is dan orde en bij het verwerpen van controle van de media door de president in tijden van crisis. 

Moderniseringsheorie

De Argentijnse politicoloog en belangrijkste Latijns-Amerikaanse democratieonderzoeker Guillermo O’Donnell (1936-2011) constateerde al ruim veertig jaar geleden dat westerse theorieën over democratie vaak niet opgingen voor Latijns Amerika, en zeker niet voor Argentinië. Volgens de lange tijd dominante moderniseringstheorie zouden economische ontwikkeling, industrialisatie, meer onderwijs en groeiende middenklassen bijna vanzelfsprekend leiden tot politieke democratie. Nergens in Latijns Amerika waren deze voorwaarden honderd jaar geleden zo goed vervuld als in Argentinië, destijds een van de rijkste landen van de wereld. Toch leverde dat geen goed functionerende democratie op. Tussen 1930 en 1976 werd in Argentinië vijf keer een wankele democratie door militairen omvergeworpen, een wereldrecord voor die jaren. Als we kijken welke landen tussen 1951 en 1990 bij het instorten van de democratie de hoogste inkomens per hoofd van de bevolking hadden, blijkt bij de top vijf dat viermaal Argentinië te zijn. In die jaren vestigde Argentinië nog een wereldrecord met acht wisselingen tussen democratie en dictatuur en weer terug.

Economische crisis

In de halve eeuw voor het herstel van de democratie in 1983 was Argentinië, vanuit de moderniseringstheorie gezien, een afwijkend geval. In die jaren was het een democratisch brekebeentje en zat Argentinië in democratisch opzicht onder het gemiddelde van de wereld en van het continent. In 1983 brak een nieuwe periode aan; Argentinië bleef onafgebroken democratisch, en nu boven het wereldgemiddelde en ook iets boven het Latijns-Amerikaanse. Opnieuw liep het niet in de pas met de moderniseringstheorie, want de economische ontwikkeling was problematisch, de industrialisatie stagneerde en het ging niet geweldig met de middenklassen. Er waren twee grote economische crises: in 1989 en 2001-2002. Die laatste was de diepste val in een (middel)groot kapitalistisch land sinds 1945; in een paar jaar daalde het gemiddelde inkomen met 20 procent. Beide keren was er ook een politieke crisis. De eerste keer trad president Alfonsín voortijdig af. Bij de tweede crisis bekleedden, na het wegjagen van president De la Rua, niet minder dan vier mannen binnen twee weken het hoogste ambt. 

“Laat ze allemaal opduvelen”

Bij een crisis als in 2001-2002 hadden vóór 1983 de militairen uit eigen beweging of op verzoek van een van de politieke partijen – die weinig principieel democratisch waren – ingegrepen. In de eerste jaren na 1983 waren er wel een paar opstandjes van legeronderdelen,  niet om de macht over te nemen, maar om – met tijdelijk succes – de processen tegen militairen over hun misdrijven tijdens de dictatuur te stoppen. Tijdens de crisis van 2001-2002, toen het vertrouwen van de bevolking in de politiek tot een absoluut dieptepunt was gezonken (“Laten ze allemaal opduvelen”), steeg het percentage Argentijnen dat vond dat het democratische stelsel moest blijven van ongeveer 60 naar 70 procent. Geen enkele partij of organisatie van betekenis wilde militair ingrijpen. De militairen zelf voelden daar ook niets voor. Ze hadden ook geen idee hoe ze de crisis moesten oplossen. Ondertussen werden de elkaar snel opvolgende presidenten allemaal keurig via de geldende procedures aangewezen of gekozen. 

Dat de democratie na 1983 nooit is ingestort, heeft te maken met verschillende factoren. Een staatsgreep paste niet meer in het internationale politieke klimaat, waarin na de militaire dictaturen bijna alle Latijns-Amerikaanse landen min of meer democratisch waren geworden. De belangrijkste Argentijnse partijen hadden het idee opgegeven dat zij de enige ware partij van het volk en het land waren, en accepteerden verkiezingen en stembusuitslagen. En de bevolking wilde niet nogmaals de verschrikkingen van een militaire dictatuur ondergaan. Het militaire budget werd flink verlaagd – van 3 procent van het BNP onder de laatste dictatuur naar 1 procent nu - en de militairen begonnen te wennen aan hun plaats in een democratie.

Kritische pers

De Argentijnse politicoloog Carlos Gervasoni noemt het huidige Argentinië een robuuste, maar imperfecte democratie. Robuust, want er worden al ruim dertig jaar verkiezingen gehouden, waaraan presidentskandidaten en partijen met uiteenlopende opvattingen deelnemen en ook kunnen winnen. Er valt echt iets te kiezen. Al jaren brengt zo’n 80 procent van de kiesgerechtigden zijn stem uit. De uitslagen worden gerespecteerd, gekozen presidenten dragen vanaf 1989 hun ambt over aan eveneens gekozen presidenten. Dat was in 1989 voor het eerst sinds ruim zestig jaar! Bovendien droeg viermaal de regeringspartij vreedzaam de macht over aan de oppositie, iets dat vroeger ondenkbaar was. Er is een gevarieerde en kritische pers, al behandelen regeringen oppositionele media niet altijd netjes. Er wordt volop en hartstochtelijk in vrijheid over politiek gedebatteerd, er is een levendige civil society en oppositionele groepen gaan regelmatig massaal de straat op tegen de zittende regering. Het Hooggerechtshof stelt zich af en toe onafhankelijk op tegenover de regering. En de dreiging van een militair ingrijpen is vrijwel verdwenen.

Noodtoestand

Maar ook een imperfecte democratie. Presidenten en regeringen proberen voortdurend de marges van hun macht en invloed op te rekken. Bijvoorbeeld door op een bepaald gebied de noodtoestand uit te roepen en dan per decreet - dus buiten het parlement om – te regeren. De peronistische presidenten Menem en de beide Kirchners deden dat erg vaak. Ook de huidige rechtse president Macri maakt er gretig gebruik van. Regeringen trachten kritische media te muilkorven door geen overheidsadvertenties te plaatsen, processen tegen journalisten te starten of publiekelijk een oppositiekrant te verscheuren. Vooral Cristina Fernández de Kirchner (2007-2015) kwam herhaaldelijk in conflict met de media, die overwegend rechts georiënteerd zijn. Dit speelt minder onder Macri, omdat de media hem gunstiger gezind zijn. Regeringen vinden het vaak moeilijk de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te respecteren, zeker bij aanklachten wegens corruptie tegen partijgenoten en bevriende ondernemers. Cristina de Kirchner schold bijna net zo hard op media en rechters als Berlusconi in Italië. 

“Feodale verhoudingen”

In de Democracy Index 2015 van The Economist staat Argentinië op de 50e plaats (Uruguay staat als 19e het hoogste van Latijns Amerika) en op de Persvrijheidsindex 2016 van Reporters without Borders van 2016 is dat ongeveer hetzelfde: 54e, als 9e nog net bij de beste helft van Latijns Amerika. Maar in de Corruptie Perceptie Index 2015 van Transparancy International valt Argentinië helemaal uit de toon: 107 (en 15e van twintig Latijns-Amerikaanse landen), op dezelfde hoogte als Ethiopië, Wit Rusland, Ivoorkust en Ecuador, landen die sociaaleconomisch veel minder zijn ontwikkeld en op democratieranglijsten veel lager staan. De diep gewortelde corruptie draagt zeker bij aan het imperfecte karakter van de Argentijnse democratie. Maar de Argentijnen zijn het gewend, ze maken zich er niet zo druk over. Slechts 5 procent vindt corruptie het grootste probleem, en de meeste Argentijnen denken dat corruptie in de politieke niet valt uit te roeien. 

Landelijk kan Argentinië met wat slagen om de arm democratisch worden genoemd, maar voor sommige provincies geldt dat niet. Provincies kunnen bijna de helft van het overheidsgeld uitgeven en 80 procent van de mensen in overheidsdienst werkt bij provincies en gemeenten. In sommige provincies heersen volgens journalisten ‘feodale verhoudingen’ en wordt de oppositie ‘geterroriseerd’. Veel meer dan landelijk kunnen de gouverneurs in die provincies de media intimideren en controleren, de politieke oppositie buitenspel en de rechters naar hun hand zetten. In 7 van de 23 provincies heeft sinds 1983 dezelfde partij - totaal acht keer – de gouverneursverkiezingen gewonnen. Vóór hun presidentschap waren de peronisten Carlos Menem (foto) en Nestór Kirchner gouverneur van respectievelijk La Rioja en Santa Cruz, twee provincies met uitgesproken ‘feodale verhoudingen’. Zij namen hun daar geleerde en uitgeoefende autoritaire regeerstijl mee naar de nationale politiek in Buenos Aires. Maar gesloten dictaturen zijn zulke provincies niet, schrijft Gervasoni. Het zijn geen kleine versies van Cuba, Noord-Korea of Saoedi-Arabië, maar eerder van Maleisië, Rusland of Venezuela. 

De Argentijnse democratie functioneert beter dan in 1983, na een halve eeuw gekwakkeld en dictaturen, verwacht kon worden. Er valt zeker nog veel te verbeteren, maar het stelsel is geconsolideerd en zal niet gemakkelijk omver worden geworpen. Anders dan Mujica beweerde, stellen de instituties wel degelijk wat voor. 

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van: Carlos Gervasoni, Argentina’s Democracy Four Decades after Modernization and Bureaucratic-Authoritarianism, in: Daniel Brinks, Marcelo Leiras en Scott Mainwaring (red.), Reflections on Uneven Democracies. The Legacy of Guillermo O’Donnell. Baltimore; John Hopkins University Press, 2014, pp. 44-70. 

 

Bookmark and Share

Bekijk ook


Terug