Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Vasthouden aan isolement of gedoseerd contact?

Discussie over de toekomst van geïsoleerd levende inheemse volkeren

Datum : 23/07/2015
Auteur : Frank Bron

Vasthouden aan isolement of gedoseerd contact?

Sterven geïsoleerd levende volkeren eerder uit door gebrek aan bescherming van buitenaf of gebeurt dat juist als ze met die buitenwereld in contact komen? Daarover voerden twee antropologen uit de Verenigde Staten en de directeur van Survival International – ook antropoloog- recent een hevige discussie. Opvallend is dat beide partijen geen aandacht besteden aan onderwijs en werk(loosheid). Ze praten ook over indianen, maar niet namens hen. De discussianten vinden elkaar wel in het belang van eigen grond om te kunnen overleven.

In juni 2015 publiceerden twee antropologen uit de Verenigde Staten, Robert S. Walker en Kim R. Hill, het artikel ‘Protecting isolated tribes’ (Beschermen van geïsoleerd levende stammen) in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Daarin stellen ze dat overheden de toekomst van geïsoleerd levende inheemse volkeren in gevaar brengen als ze niet actief contact met hen zoeken. Volgens hen leven er in het Amazonegebied nog zo’n vijftig volkeren in absolute of relatieve afzondering. Al deze volkeren zijn klein en worden van buitenaf ernstig bedreigd.

Door het 'laat ze met rust’-beleid in onder meer Brazilië en Peru worden er geen goede maatregelen genomen tegen buitenstaanders die uit zijn op bodemschatten en andere producten uit de leefomgeving van deze volkeren. Daarom pleiten Walker en Hill niet alleen voor actievere bescherming van deze volkeren tegen mijnbouwers, houthakkers en jagers (en de ziektes die ze meebrengen), maar ook voor verstandig, lange termijn contact, inclusief medische zorg en voedselhulp. Beperkt maar permanent contact, zoals enkele ‘culturele vertalers’ en gezondheidswerkers die lange tijd bij zulke volkeren gaan wonen, is veiliger dan incidentele, ongecontroleerde contacten met willekeurige buitenstaanders.

Grafdelver

Hoewel Walker en Hill willen bijdragen aan een betere toekomst voor deze volkeren, waren de reacties van de lezers van Science nogal negatief. In juli kwam een scherpe reactie van Stephen Corry, directeur van Survival International, een wereldwijde beweging voor de rechten van inheemse volken, op de website van het Amerikaanse Truth-Out. Corry stelt dat deze geïsoleerd levende volkeren de bescherming van buitenlandse antropologen helemaal niet nodig hebben. De analyse en voorstellen van Walker en Hill bedreigen juist de vooruitgang op het gebied van inheemse rechten die de afgelopen generatie met veel moeite geboekt is.

Volgens Corry heeft Brazilië jarenlang een beleid gevoerd zoals Walker en Hill voorstaan. Hij haalt veldwerker Antonio Cotrim aan, die uiteindelijk zijn werk opgaf omdat hij niet langer ‘‘de grafdelver wilde zijn van de indianen met wie hij bevriend was geraakt”. Tegen 1990 veranderde het Braziliaanse agentschap voor inheemse zaken, FUNAI, van beleid: in plaats van het ‘pacificeren’ van inheemse volkeren ging het zich richten op het tegengaan van de invasie van inheemse gebieden door buitenstaanders.

Zelfs met de beste bedoelingen uitgevoerde expedities hadden tot die tijd tot massale sterfte geleid: ze brachten ziektekiemen mee waartegen de indianen geen weerstand hadden. Terwijl Walker en Hill beweren dat veel volkeren zouden uitsterven zonder bescherming van buiten, draait Corry het juist om: volkeren sterven pas uit nadat ze in contact met de buitenwereld gekomen zijn. 

De Tarahumara hebben zich sinds de eerste contacten met Europeanen noodgedwongen teruggetrokken in ruige, afgelegen berggebieden van Noord Mexico. Velen leven in grote armoede en overleven door kleinschalige landbouw en handel met toeristen – die de laatste jaren steeds vaker wegblijven (Foto: Frank Bron)

Levensvatbaar

Walker en Hill stellen dat: “spoedig nadat vredelievend contact gelegd is…, de overlevende inheemse bevolking weer levensvatbaar is nadat hun aantallen in eerste instantie flink terugliepen.” En precies dit is, volgens Stephan Corry, de kern van de zaak: volkeren die na contact met de buitenwereld simpelweg van de aardbodem verdwijnen, raken niet opnieuw ‘levensvatbaar’. Daarnaast geeft hij het voorbeeld van de oorspronkelijke Australische bevolking, de Aboriginals: ondanks de langdurige beschikbaarheid van moderne medicijnen is hun aantal nog steeds maar de helft is van voor de Europese invasie. Zelfs waar de inheemse bevolking daadwerkelijk groeit na de ineenstorting, zoals in Noord- Amerika, zijn de problemen met slechte gezondheid, alcohol- en andere verslavingen dermate groot dat Survival International er in 2007 een rapport aan wijdde met als titel ‘Progress can kill’ (vooruitgang is dodelijk). 

Walker en Hill veronderstellen dat inheemse volkeren zelf zouden kiezen voor contact als zij er van overtuigd zouden zijn dat zulk contact niet zou leiden tot massamoord of slavernij. Volgens Corry zijn dat helemaal niet de belangrijkste doodsoorzaken onder recent ‘bereikte’ volkeren: dat zijn naast ziekte vooral geweld, landroof en sociale desintegratie met onder meer hoge zelfmoordcijfers als gevolg. Opvallend is dat in beide artikelen honger, onderwijs, werkloosheid en geldgebrek niet genoemd worden. In Noord-Amerika hebben verschillende volkeren zich aan de armoede en uitzichtloosheid ontworsteld door casino’s op hun grondgebied te bouwen, terwijl de Ecuadoraanse Otavaleños een begrip zijn geworden doordat ze de wereldmarkt opgezocht hebben. Toegegeven, het betreft hier geen geïsoleerd in een oerwoud levende volken maar zowel Walker en Hill als Corry lijken dit soort opties voor de nu nog geïsoleerd levende inheemse volkeren niet te (willen) zien.

‘Er is hier niets voor hem’

Sterker nog, volgens Corry proberen steeds meer indianen hun niet-bereikte familieleden geïsoleerd te houden. Hij citeert instemmend een Kaxinawá uit het grensgebied van Brazilië en Peru, Valmir: “We beschermen hun land en blijven weg (…), zodat zij in vrede kunnen leven.” Ook Wamaxua, een Awá, heeft spijt van zijn contacten met de buitenwereld: “Toen ik in het oerwoud leefde, had ik het goed. Maar als ik nu een niet-gecontacteerde tegenkom, zeg ik hem dat hij niet weg moet gaan. Er is hier buiten niets voor hem.”

Corry vraagt aan Walker en Hill wie er namens de overheden voor dat ‘verstandige contact’ moet zorgen en illustreert zijn zorgen daarover aan de hand van Brazilië. Elk jaar worden er daar volgens hem tientallen miljoenen dollars uit inheems gebied gezogen terwijl de begroting van FUNAI minuscuul is en grotendeels opgaat aan bureaucratie. FUNAI’s veldwerkers krijgen, net als inheemse organisaties, de beschikbare middelen vaak niet, simpelweg omdat veel mensen op belangrijke posities geld achterhouden. Die worden bovendien gesteund door andere machtige personen uit het nationale en internationale bedrijfsleven, de bankensector en zelfs milieuorganisaties.

Het pleidooi van Walker en Hill speelt daarom volgens de directeur van Survival International juist de degenen in de kaart die inheems land willen stelen. Corry pleit er dan ook voor het initiatief veel meer van de geïsoleerd levende volkeren zelf uit te laten gaan – hoewel hij impliciet toegeeft dat ze erg weinig vertrouwen in buitenstaanders hebben, waardoor ze zo lang mogelijk afgezonderd zullen willen blijven. Daarbij praat Corry - ook antropoloog maar Brits - net als zijn Amerikaanse collega’s óver bepaalde indianen maar niet námens hen. Ook hij verwijst nergens naar wel degelijk bestaande inheemse organisaties die goed in staat zijn voor hun belangen op te komen.

Recht op land

Zeker zo opvallend is dat in geen van beide artikelen wordt verwezen wordt naar de VN Verklaring Inzake de Rechten van Inheemse Volkeren van de Verenigde Naties (UNDRIP, 2007). Dat is weliswaar geen bindend verdrag, maar wel een verklaring die door de meeste overheden onderschreven wordt. De relatie tussen inheemse volkeren en het land waarop zij wonen, staat daarin centraal. Het belangrijkste juridische principe aangaande inheems land is dat er niets hoort te gebeuren zonder voorafgaande, op basis van goede informatie in vrijheid gegeven toestemming van de betreffende bevolking (Free, Prior and Informed Consent – FPIC. Verwarrend genoeg wordt deze afkorting soms ook uitgelegd als Free, Prior and Informed Consultation wat natuurlijk iets anders is. In het Spaans spreekt men meestal van Consulta Previa oftewel afstemming vooraf). Ook het bezoeken van het leefgebied van volkeren die zelf voor het isolement gekozen hebben, schendt dat recht, zelfs als het bezoek bedoeld is om hen te helpen.

Toch zijn Corry, Hill en Walker het eens over de beste oplossing van het probleem van de ‘onontdekte’ volkeren: er dient een einde te komen aan de nog altijd voortgaande roof van inheemse grond. Dat is de beste garantie dat zij, al dan niet in isolement, ook in de toekomst zullen overleven. Corry voegt toe dat het beschermen van het land van Amazone-indianen ook verreweg de beste en goedkoopste manier om het Amazone regenwoud te beschermen. Vooral het voortbestaan van volkeren die er voor kiezen om geen contact met de buitenwereld te hebben, hangt af van het oerwoud. Maar ook zij die wèl kiezen voor contact met de moderne, commerciële wereld, blijven voor hun overleven voorlopig afhankelijk van het woud.

Het wordt hoog tijd dat ook de buitenwereld zich dat realiseert en dat grote bedrijven hun investeringen staken op het land van deze uiterst kwetsbare groepen, met of zonder hulp van overheden. Datzelfde geldt voor milieubeschermers, antropologen, biologen en anderen die van buitenaf willen proberen hun ideeën aan de nazaten van de oorspronkelijke bewoners van de Amerika’s en elders op te leggen. Aan hèn en aan niemand anders is namelijk de keus om hun land, hun cultuur en hun levens bloot te stellen aan andere culturen. Of ze daarmee als volk en als individuen zullen overleven of juist verdwijnen, zal de toekomst uitwijzen. 

Jakarewyj Awá (links), in December 2014 in contact gekomen met de buitenwereld, is nu ernstig ziek ondanks de nabijheid van een bemande medische post (foto: © Survival International, 2015)

Bookmark and Share


Terug