Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

Vrouwen aan de macht - opgekomen en weer verdwenen?

Politieke participatie van vrouwen in Latijns Amerika

Datum : 30/07/2018
Auteur : Els Hortensius

Vrouwen aan de macht - opgekomen en weer verdwenen?

Al in de jaren zeventig kende Latijns Amerika een vrouwelijke president: Isabel Perón volgde in 1974 haar overleden echtgenoot op als staatshoofd van Argentinië. En in 1990 won Violeta Chamorro de verkiezingen in Nicaragua; zij was de weduwe van Pedro Chamorro, een belangrijke oppositieleider die tijdens de dictatuur van Somoza werd vermoord. Bij deze en andere vrouwelijke staatshoofden speelde hun relatie met een vooraanstaand manlijk politicus een rol. De laatste jaren kwamen vrouwen op eigen kracht aan de macht. Maar waar zijn ze gebleven? En wat betekende hun regeren voor gender gelijkheid en vrouwenrechten?

Midden jaren negentig van de vorige eeuw schreef ik aan het Londense Institute of Latin America Studies een masterscriptie over feminisme en niet-gouvernementele organisaties in Peru. In de twintig jaar daarvoor begonnen Peruaanse vrouwen zich te organiseren, onafhankelijk van mannen. Actief in linkse bewegingen en partijen merkten de vrouwen, meest hoogopgeleid en afkomstig uit de Limeense middenklasse, dat het vooral over klassenstrijd ging en dat met uitbuiting alleen die van kleine boeren en arbeiders werd bedoeld. Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen kwam in de door mannen gedomineerde linkse partijen niet ter sprake. Sterker nog, wanneer vrouwen begin jaren tachtig reproductieve rechten en veilige abortus aan de orde wilden stellen, werden ze door veel partijgenoten uitgemaakt voor hysterische middenklassenvrouwen. Ze zouden onder invloed van westers feminisme verdeeldheid proberen te zaaien onder het volk.

Twee vrouwen, actief binnen de feministische organisaties Flora Tristan en Manuela Ramos, besloten zich in 1985 kandidaat te stellen voor de parlementsverkiezingen. Ze deden mee als onafhankelijke kandidaten van Izquierda Unida (Verenigd Links), onder de leuze “Vrouw, stem voor jezelf!” Ze wisten dat hun kansen om te winnen minimaal waren. Het ging echter, zoals Victoria Villanueva - een van de kandidaten - vertelde, niet om het winnen, maar om vrouwen zichtbaar te maken. Het werd hen niet in dank afgenomen: links, rechts en ook veel andere feministen waren kritisch. Ruim tien jaar later vertelde Villanueva dat de volksvrouwen hen wel steunden. Die konden zich vinden in de belangrijkste campagnethema’s: onderwijs, werk, gezondheid en organisatie.

Victoria Villannueva en Virginia Vargas werden niet gekozen. Nu is het bijna vijfendertig jaar later. Is er iets veranderd? Worden vrouwen gehoord in de politiek? En staan vrouwen voor thema’s die voor henzelf van belang zijn? Zorgt hun opkomst in de politiek voor meer gelijkheid? Voor minder geweld tegen vrouwen? Maakt het verschil dat nog vrij recent het grootste deel van de bevolking in Latijns-Amerika een vrouw als president had? Of zijn zij in feite inwisselbaar met mannen?

40 procent geregeerd door een vrouw

Al was zij lang niet de eerste vrouwelijke president op het continent, de verkiezing van de Chileense Michelle Bachelet luidde in 2006 een verandering in. Een jaar later volgde Cristina Fernández de Kirchner in Argentinië, en met de verkiezing van Dilma Rousseff in Brazilië en van Laura Chinchilla in Costa Rica in 2010 leken vrouwen zich stevig op het politieke toneel gevestigd te hebben. Twee Caribische landen kregen in die periode hun eerste vrouwelijke premier: Portia Simpson Millar werd in 2006 tot eerste minister van Jamaica gekozen; vier jaar later volgde Trinidad en Tobago met Kamla Persad-Bissessar. Plotseling was het machocontinent veranderd in een voorloper op het gebied van gendergelijkheid. In geen enkel continent werd op dat moment een zo groot deel van de bevolking geregeerd door een vrouw, maar liefst 40 procent van alle inwoners van Latijns Amerika en de Cariben. Acht jaar later is het plaatje totaal anders: overal staan opnieuw mannen aan het hoofd.

De vrouwelijke presidenten toonden zich voorvechtsters van vrouwenrechten. Wetgeving om het geweld tegen vrouwen tegen te gaan werd aangenomen en quota’s werden ingevoerd bij verkiezingen om meer vrouwen in parlementen en gemeenteraden te krijgen. Maar nu op het continent de conservatieve krachten weer de overhand krijgen, bestaat er zorg dat de positieve ontwikkelingen een halt zullen worden toegeroepen. Zo zijn vorig jaar In Peru en Colombia de (vrouwelijke) ministers van onderwijs gestruikeld bij hun streven naar meer gendergelijkheid op de scholen. De onderwijshervorming in Peru was gericht op respect en gelijkheid, in een poging meisjes en jongens dezelfde kansen te geven. De vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Peru feliciteerde het ministerie dat het curriculum nu voldeed aan “de internationale normen van mensenrechten”. Bezorgde ouders gingen echter de straat op om te voorkomen dat het ministerie “hun kinderen in homo’s veranderde”. Begin dit jaar gaf het Hooggerechtshof de protesterende ouders gelijk. Het ministerie kreeg de opdracht de gelijkheid bevorderende maatregelen terug te draaien.

De roze vloed

De zogenaamde marea rosa, de roze vloed, bracht ook meer vrouwen aan het hoofd van ministeries. Zo werd onder Fernández de Kirchner een kwart van de ministeries geleid door een vrouw, terwijl dit onder de huidige president is afgenomen tot minder dan 10 procent- het kabinet van Mauricio Macri telt slechts twee vrouwen. En sinds het gedwongen vertrek van Rousseff in 2016 heeft Brazilië een regering die uitsluitend uit mannen bestaat. Betekent dit terug naar af voor vrouwenrechten en gender gelijkheid? In hun recente artikel The impact of Presidentas on political activity constateren Catharine Reyes-Householder en Leslie Schwindt-Bayer dat vrouwelijke presidenten er ook voor gezorgd hebben dat de politieke participatie van vrouwen in het algemeen is toegenomen: meer vrouwen namen deel aan campagnes, hebben gestemd en bezochten politieke bijeenkomsten. En er zijn volgens hen tekenen die erop wijzen dat vrouwelijke presidenten bij vrouwen én mannen tot meer steun voor vrouwelijk politiek leiderschap leiden. Op termijn kan dit betekenen dat meer vrouwen politiek actief worden.

Maar over het geheel is er weinig optimisme in het licht van de huidige ontwikkelingen. Dat bleek afgelopen april tijdens een paneldiscussie bij CEPAL (Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied) in de Chileense hoofdstad Santiago. Pamela Villalobos van CEPAL gaf aan dat, ondanks de significante vooruitgang als gevolg van de invoering van quota en gelijkheidswetgeving, de politieke participatie van vrouwen nergens boven de 30 procent komt, terwijl het streven 50 procent is. Villalobos betrok bij haar berekeningen niet alleen het percentage vrouwelijke ministers en staatssecretarissen maar ook vrouwelijke parlementariërs en rechters, kortom de participatie van vrouwen binnen de uitvoerende, wetgevende en rechtelijke macht. Tegelijkertijd beperken politiek geweld en het gebrek aan toegang tot (financiële) middelen de fysieke en economische autonomie van vrouwen. Dat maakt het weer moeilijker om autonoom beslissingen te nemen. Villalobos riep op tot meer onderzoek naar de belemmeringen voor participatie van vrouwen en tot het bevorderen van maatregelen die de veiligheid van vrouwelijke kandidaten en volksvertegenwoordigers waarborgen.

Co-optatie door rechts?

Lara Blanco, werkzaam bij de Verenigde Naties, belichtte in hetzelfde panel de veranderende context in diverse landen als gevolg van de verkiezingen dit jaar: de opkomst van conservatieve groepen die de geboekte vooruitgang op het gebied van gender gelijkheid weer te niet kunnen doen. Onderzoekster Niki Johnson uit Uruguay benadrukte het belang van gelijkheid als leidend principe binnen politieke systemen, en van quota om dit te bereiken. Volgens Johnson bepalen in politieke partijen vooral mannen op deels onzichtbare en informele wijze wie er op de kandidatenlijsten komen, en dat zijn weinig vrouwen. Dat moet worden doorbroken. Dat politieke partijen zich niet publiekelijk uitspreken tegen intimidatie en politiek geweld tegen vrouwen werkt ook niet mee om dit klimaat in gunstige zin te veranderen.

Soms eigenen conservatieve overheden zich de verworvenheden van links toe. In haar artikel over Latijns-Amerikaanse vrouwen in de politiek schrijft Verónica Engler over de co-optatie van historische strijdpunten van de vrouwenbeweging, zoals de legalisatie van abortus, door de huidige Argentijnse regering in een verder rechtse politieke agenda. Zij citeert de Argentijnse sociologe María Alicia Gutiérrez, lid van de Nationale Campagne voor het Recht op een Vrije en Veilige Abortus, die zegt dat dit in feite niets nieuws is. “Tijdens de Peronistische regering van Carlos Menem, werd te midden van de wrede realisatie van de neoliberale bezuinigingsmaatregelen, de privatisering en de rechtshervorming ook een quota verkiezingswet goedgekeurd. Hetzelfde gold voor een wet rond gedeelde ouderschapsverantwoordelijkheid."

Gendergelijkheid kweekt geen homo’s

Sinds eind jaren zeventig strijden in veel Latijns-Amerikaanse landen vrouwenorganisaties voor gelijke rechten. Ik begon dit artikel met het voorbeeld van Peru, waar sinds 1956 vrouwen lid zijn van het parlement, echter zonder dat dit voor het bevorderen van gendergelijkheid iets uitmaakte. De deelname van twee feministen aan de verkiezingen in 1985 was vooral een roep om aandacht voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Nog altijd blijft gendergelijkheid een heikel punt, gezien het genoemde ontslag van de minister van onderwijs. Voor Victoria Villanueva, een van de kandidaten in 1985, reden om opnieuw stelling te nemen. Eind mei benadrukte ze als directeur van de organisatie Manuela Ramos in een brief aan het ministerie van Onderwijs dat het niet alleen onjuist is om gendergelijkheid gelijk te stellen aan het “homoseksueel maken van mensen”, maar dat het ook gevaarlijk is wanneer dergelijke ideeën niet met kracht worden bestreden. Dit soort ideeën ontkent namelijk de pijnlijke gevolgen van genderongelijkheid: het geweld tegen vrouwen en hun systematische achterstelling bij mannen. In het Peruaanse parlement stijgt het aantal vrouwen gestaag maar langzaam: op dit moment is iets meer dan een kwart van de parlementsleden vrouw. Hiermee zit Peru op het gemiddelde van Latijns-Amerika (26 procent in 2015). In de periode tussen 1995 en 2015 is het percentage vrouwelijke parlementariërs in Latijns-Amerika verdubbeld. Maar om vrouwenrechten echt op de politieke agenda’s te krijgen is meer nodig.

Dit artikel maakt deel uit van de special “Trends en Verschuivingen in Latijns Amerika

Bookmark and Share


Terug