Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

"Wat in het leven is zonder risico?"

Ernesto Kroch van Duitsland naar Uruguay en twee keer terug

Datum : 06/02/2017
Auteur : Jan de Kievid
Land : Uruguay

"Wat in het leven is zonder risico?"

Tweemaal moest Ernst (Ernesto) Kroch vluchten voor een brute dictatuur. Eerst als jong verzetstrijder tegen Hitler. Ruim veertig jaar later voor de dictatuur in zijn nieuwe vaderland Uruguay naar het nu democratische Duitsland. Overal was hij sociaal en politiek actief in de linkse beweging. Ondanks teleurstellingen zag hij steeds nieuwe hoopvolle ontwikkelingen.

Half februari 2017 zijn er in Berlijn en Frankfurt bijeenkomsten voor de honderdste geboortedag van Ernst Kroch (1917-2012). Dat zou je niet verwachten voor een Duitser die bijna tweederde van leven in Uruguay verbleef. Hoe bijzonder dat leven was, blijkt uit de titels van zijn autobiografie: Patria en el exilio. Exilio en la patria (Exil in der Heimat – Heim ins Exil). Na drie nederlagen – de machtsgreep van Hitler, de dictatuur in Uruguay en de mislukking van het socialisme in Oost-Europa – beleefde hij in Uruguay twee democratische overwinningen: een stadsbestuur van het linkse Frente Amplio in de hoofdstad Montevideo in 1990 en een president van hetzelfde Frente Amplio in 2005.

Ernst werd op 11 februari 2017 in Breslau geboren in een joods burgerlijk gezin. Zijn oudere broer kon nog rechten studeren, maar door de economische crisis van 1929 moest Ernst als leerling-metaalarbeider in een fabriek te gaan werken. Daar leerde hij een voor hem onbekend milieu - de arbeidersklasse – kennen en waarderen. Hij werd vakbondslid en kwam via een joodse jeugdorganisatie terecht bij de jongerenbeweging van de KPO, een afsplitsing van de grote Kommunistische Partei Deutschland (KPD). Terwijl de stalinistische KPD sociaaldemocraten verketterde, wilde de KPO samen met hen het nazisme bestrijden.

‘Hoogverraad’

Zo raakte Ernst na Hitlers machtsovername in 1933 betrokken bij het maken en verspreiden van illegale blaadjes en pamfletten. Als 17-jarige werd hij eind 1934 opgepakt, gemarteld en tot anderhalf jaar cel veroordeeld wegens ‘voorbereiding van hoogverraad’. In mei 1936 kwam Ernst vrij, om meteen te worden opgesloten in concentratiekamp Lichtenberg. Terwijl de gevangenis nog een enigszins geordend bestaan met een einddatum kende, heerste hier volstrekte onzekerheid, willekeur en vernedering.

Ernst kon er gelukkig na driekwart jaar weg. Zijn ouders hadden een visum voor Joegoslavië geregeld. Dat lukte alleen op voorwaarde dat Ernst in een agrarisch project - een soort prekibboets – ging werken ter voorbereiding op emigratie naar Palestina. Binnen tien dagen moest hij Duitsland voorgoed verlaten. Ernesto wilde niet naar Palestina, maar dit was de enige mogelijkheid om vrij te komen. Toen Nazi-Duitsland Joegoslavië naderde, kocht hij met een paar kameraden visa bij de Paraguayaanse consul in Zagreb. Eind 1938 begonnen ze in Marseille aan de overtocht. Een joodse hulporganisatie betaalde hun reiskosten.

Bij aankomst in Montevideo bleken de visa voor Paraguay vals; de consul had het geld in eigen zak gestoken. Gelukkig mochten ze in Uruguay blijven. Ernst, spoedig Ernesto geheten, had nog een keer geluk: hij vond al na twee dagen werk. Een Duitser in een café had hem aangeraden te gaan praten met de Engelse directeur van de spoorwegen. Tot Ernesto’s verbazing werd hij meteen tot de grote baas toegelaten en kon hij de volgende dag beginnen. Na vier jaar verruilde hij de spoorwegen voor een klein metaalbedrijf van een van oorsprong Hongaarse anarchist, met wie hij goed kon opschieten. Daar werkte hij meer dan veertig jaar als gespecialiseerd metaalarbeider.

Schuldig

Ernesto wilde zijn ouders naar Uruguay halen, maar met zijn loon kon hij onmogelijk het kolossale bedrag van 2000 US dollars voor visa opbrengen. Hij zocht hulp in de hoogste kringen van de regeringspartij, zonder succes. Beide ouders zijn door de nazi’s vermoord, en zijn hele leven heeft Ernesto zich zware verwijten gemaakt. “Misschien had ik iets meer kunnen doen om mijn ouders te bevrijden”, schreef hij in de meeste dramatische passage in zijn memoires. Nog een halve eeuw later liepen de tranen over zijn gezicht als hij vertelde hoe schuldig hij zich hierover voelde.

Hij werd actief in de metaalvakbond en in het uit gevluchte Duitsers bestaande ‘Duits Antifascistisch Comité’. Ook discussieerde hij met linkse vrienden en gaf met hen enige tijd een blaadje uit, La Chispa genaamd. In 1944 trouwde Ernesto met een Uruguayaanse vrouw, Coca. Ze kregen twee kinderen: Elly en Peter. Maar Duitsland bleef trekken. Toen Hitler was verslagen, wilde Ernesto met zijn gezin in de Sovjetbezettingszone (de latere DDR) gaan helpen een socialistisch land op te bouwen. Maar op zijn visumverzoek bij het Sovjetconsulaat kwam nooit antwoord. Mogelijk was een voormalig lid van een antistalinistische jeugdorganisatie niet welkom. “Uruguay werd mijn definitieve vaderland”, schreef Ernesto later.

Warmbloedig mens

Hij sloot zich – met twijfels – in 1946 aan bij de communistische partij. Maar hij was vooral actief in de vakbeweging en buurtwerk. Midden jaren vijftig was Ernesto betrokken bij het volkscomité van de Barrio Sur, een arme volkswijk in het oude centrum van Montevideo. Daar zouden huizen worden afgebroken en de bewoners op straat gezet. Dankzij goede organisatie en acties kon dat deels worden voorkomen. Ook kwamen er betere en betaalbare woningen, al waren het er minder dan gehoopt. Hierover schreef Ernesto dertig jaar later zijn eerste boek Crónicas del Barrio Sur.

In zijn memoires noemde hij dit “de sociaal en politiek meest vruchtbare fase van mijn leven”. Volgens Tania, dochter van Ernesto’s tweede vrouw Eva (foto), had hij toen “voor de eerste keer het arme Montevideo gezien, met zwarte bewoners. Hij werd opgenomen, geaccepteerd in die andere cultuur”. Een meewerkende architectuurstudent schreef dat achter Ernesto’s “barse façade een zeer warmbloedig mens schuilging”. De buurtbewoners kregen steeds meer sympathie voor hem en hij kreeg steeds meer invloed. “Niet dat hij een hartstochtelijk redenaar was of een ‘leider’ van de massa’s – integendeel, hij hield zich eerder bescheiden op de achtergrond. Maar hij werkte onvermoeibaar en zijn argumenten sneden hout.” De zaak moest worden vastgelegd in een wet, en daarvoor had deze student een ervaren advocaat uitgenodigd. Na een paar besprekingen stelde Ernesto voor dat hijzelf het wetsontwerp zou schrijven. Toen de advocaat die tekst van Ernesto las, stelde hij verrast vast dat die al helemaal perfect was. Het parlement nam in 1958 de wet aan.

Glas en microfoon

Met de staatsgreep van 1973 leken voor Ernesto oude tijden uit Duitsland te herleven. Opnieuw raakte hij betrokken bij ‘illegale’ verzetsactiviteiten. Meteen na de coup zat Ernesto een paar dagen gevangen. Het werd ernstiger toen in 1975 zijn zoon Peter werd opgepakt, gemarteld en tot zeven jaar cel veroordeeld. In dezelfde periode werd bij zijn vrouw Coca kanker ontdekt. Ernesto durfde Peter, met wie hij alleen achter glas en via een microfoon mocht communiceren, niet te vertellen hoe ernstig ziek zijn moeder was. Toen Coca was overleden, weigerde de gevangenisdirectie Ernesto’s verzoek om voor één keer ongehinderd met zijn zoon te praten. Met de barrières tussen hen beiden kon Ernesto alleen maar uitbrengen: “We hebben tegen je gelogen.” Peter begreep het: “Mama is gestorven.”

Peter’s gevangenschap had grote persoonlijke gevolgen voor Ernesto. In 1980 kreeg hij bezoek uit Duitsland van Eva Weil, die namens Amnesty International politieke gevangen en hun familieleden kwam ondersteunen, onder andere met geld. Ze was eind 1938 – vlak voor Ernesto – als negenjarige met haar joodse ouders uit Duitsland in Uruguay gearriveerd. In de veertig jaar daarna hadden Eva en Ernesto elkaar wel eens vluchtig ontmoet. Eva zat bij de jongerengroep van het Duits Antifascistisch Comité en had een marxismescholing van de twaalf jaar oudere Ernesto gevolgd. Ernesto en Eva gingen samen naar de Duitse ambassadeur, die beloofde zich in te zetten voor Peter. Uiteindelijk werd zijn straf met een jaar verminderd.

Muurkrant

Eva was een gescheiden vrouw met twee dochters. Ze was in Uruguay al actief voor Amnesty en keerde in het dictatoriale klimaat in 1977 naar Duitsland terug. Eva en Ernesto konden het goed met elkaar vinden en werden verliefd. Daarom keerde Eva in 1981 naar Uruguay terug, maar een jaar later liep Ernesto zoveel gevaar dat ze besloten te vertrekken. Naar Duitsland, het land dat Ernesto bijna een halve eeuw eerder had moeten ontvluchten. Als technicus kon hij daar geen werk vinden, maar hij werd actief als schrijver en vertaler en organiseerde met Eva solidariteitsactiviteiten voor Uruguay.

Toen de dictatuur voorbij was, keerden ze in 1985 naar Montevideo terug, waar Ernesto – inmiddels 68 jaar – nog twee jaar in zijn ‘oude’ metaalbedrijf werkte. Opnieuw was hij actief in de vakbeweging en in het linkse samenwerkingsverband Frente Amplio, dat vanaf 1990 het stadsbestuur van Montevideo en in 2005, 2010 en 2015 het landsbestuur vormde. Voor het buurtcomité van het Frente Amplio maakte Ernesto muurkranten, pamfletten en artikelen. Samen met Eva verzamelde hij handtekeningen voor referenda over de amnestiewet voor de militairen en privatisering van water.

Klassieke literatuur

Ze kochten een huis in Montevideo, waar ook andere mensen konden verblijven als Ernesto en Eva jaarlijks een tijd naar Duitsland waren. Via Tania, de jongste dochter van Eva, die sinds een kwart eeuw in Nederland woont en in Utrecht docente Spaans is, hebben mijn vriendin Ina en ik daar eind 2015 een week gelogeerd, tussen de Duitse meubels die de ouders van Eva in 1938 hadden meegenomen en de Duitse klassieke literatuur.

Op Tania maakte de nieuwe man van haar moeder meteen een positieve indruk: “Een prima persoon. Hij paste goed bij Eva. Ze waren geestverwanten uit een zelfde milieu en achtergrond, dat was belangrijk. Ze hadden een prima huwelijk. Voor mij is hij veel meer een tweede vader dan alleen de man van mijn moeder. Ik denk vaak: wat zou Ernst hier gedaan hebben of hierover gezegd hebben? Ik heb hem vaak dingen gevraagd, en dan zei hij niet wat ik moest doen, maar: ‘Dit heeft deze voor- en nadelen, en dat heeft andere voor- en nadelen.’ En dan moest ik zelf beslissen. Hij heeft me altijd geaccepteerd, gerespecteerd en ondersteund bij alles wat ik gedaan heb. Ik denk dat hij dat bij vrijwel iedereen deed. Ik vond Ernst voor iemand van zijn generatie ontzettend open en nieuwsgierig, maar persoonlijk waren er maar weinig momenten dat hij zich opende. Ik denk dat hij zich vaak afschermde omdat het anders te veel, te zwaar was, te veel pijn deed.”

Vergist

Ernesto ging naast artikelen ook boeken schrijven, een tiental in totaal. Eerst vooral van politiek-maatschappelijke aard, daarna ook fictie over maatschappelijke thema’s. Vanaf 1985 was hij de Uruguay-medewerker van het tijdschrift ILA, een van de twee Duitse zusterbladen van Alerta/La Chispa. Voor mijn eigen stukken over Uruguay heb ik de artikelen van Ernesto vaak dankbaar als informatiebron gebruikt. Hij schreef helder en legde rustig uit wat het Frente Amplio in de regering had bereikt, en op welke punten de linkse regering had teleurgesteld. Als 92-jarige schreef hij in 2009: “Onafhankelijk van het resultaat staat vast: Dit grote project van het Frente Amplio is na de catastrofe van de dictatuur en vier neoliberale regeringen een overlevingsmogelijkheid voor de meerderheid van de Uruguayanen. En wat het risico op mislukken betreft - wat in het leven is zonder risico?”

Ernesto trad zelden op de voorgrond, hij bekleedde nooit een topfunctie in een partij of vakbeweging, was nooit in dienst van zo’n organisatie maar bleef zijn hele leven werken als – zeer geschoold – arbeider. Maar zijn verdiensten werden wel opgemerkt. Bij zijn negentigste verjaardag in 2007 benoemde het stadsbestuur van Montevideo hem tot ereburger wegens zijn inzet voor de stad. Ook in Duitsland gaf hij tot op zeer hoge leeftijd cursussen en lezingen en vertelde hij scholieren uit eigen ervaring over nazisme en concentratiekampen.

Na de val van de Berlijnse muur in 1989 verliet Ernesto de Uruguyaanse communistische partij omdat die de nieuwe realiteiten niet onder ogen zag. Voor hem persoonlijke was het instorten van het communisme Oost-Europa, en speciaal de DDR, een “nederlaag”. Lange tijd hoopte Ernesto dat het socialisme daar een “menselijk gezicht” zou krijgen, maar dat gebeurde niet. Nog kort voor zijn dood schreef hij in een nieuw epiloog bij zijn autobiografie: “Ik had me vergist. De versteende machtsrelaties hadden al sinds lange tijd een socialistisch alternatief in de kiem gesmoord… Pas kort geleden hebben de loden jaren van de Uruguayaanse dictatuur en de mislukking van het ‘reëel bestaande’ socialisme me laten begrijpen dat zonder de zuurstof van de vrijheid de lucht verstikkend wordt en het initiatief en de creativiteit wegkwijnen.” Maar hij eindigde hoopvol over de progressieve regeringen in Uruguay en andere Latijns-Amerikaanse landen.

Meer informatie: www.ernesto-kroch.com. Daar is onder andere de Duitse uitgave van zijn autobiografie als PDF te downloaden.

 
Bookmark and Share


Terug