Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Politiek & Maatschappij

"We moeten wel lachen, want aan huilen heb je niks"

NALACS-scriptieprijswinnaar Sven da Silva over sloppenwijkpolitiek in Brazilië

Datum : 28/06/2016
Auteur : Jan de Kievid
Land : Brazilië

"We moeten wel lachen, want aan huilen heb je niks"

Bij zijn onderzoek over sloppenwijkpolitiek in Brazilië merkte Sven da Silva dat cliëntelisme niet zo’n simpel verschijnsel is als vaak wordt gedacht. En hoewel de leiders allemaal macho-mannen zijn, oefenen arme vrouwen wel degelijk invloed uit.

“In de noordoostelijke Braziliaanse stad Recife wilde ik tijdens het WK voetbal in 2014 protesten van sloppenwijkbewoners daartegen onderzoeken. Via mijn begeleiders van de Wageningse Universiteit en een Mexicaanse professor in Recife was geregeld dat ik bij Aderbal, een leider van de wijk Coque, kon verblijven. Maar tijdens het WK waren er in Coque nauwelijks protesten. Daar waren ook geen huizen tegen de grond gegooid voor het WK. Vooral mensen uit de middenklassen protesteerden, maar in Coque keken ze vooral samen naar de wedstrijden. Ik moest mijn onderzoek helemaal omgooien en besloot me te richten op het functioneren van buurtleiders, speciaal Aderbal. Daarbij merkte ik, veel meer dan ik had verwacht, hoe belangrijk man-vrouwverhoudingen zijn in de sloppenwijkpolitiek.”

De scriptie van Sven da Silva werd bekroond met de jaarlijkse scriptieprijs van NALACS, de Nederlandse studievereniging voor Latijns Amerika. “Ik was nooit eerder in Brazilië geweest, maar ik ben opgegroeid op Aruba, en kon me goed redden met Papiaments en Spaans. Tevoren had ik ook Portugees geoefend, al stond de straattaal van Coque vaak niet in mijn oefenboek.” 

Vechtersbazen

Aderbal twee maanden van dichtbij meemaken was een schokkende ervaring: “De eerste dag dat ik met hem de wijk introk, ging hij letterlijk met iemand op de vuist. De vechtersbazen moesten uit elkaar worden getrokken. Als ik met Aderbal na een tocht door de wijk thuiskwam, was ik soms een beetje in shock, moest ik een plekje zoeken om even alleen te zijn. Vooral door de manier waarop hij zijn vrouw Jucelia behandelde. Dan zag je de seksualisering van de macht. Als gemeenschapsleider had hij toegang tot geld, macht en andere vrouwen, en daar maakte hij stevig gebruik of misbruik van. Ik heb daarover veel met zijn vrouw en zijn dochter gepraat.”

Aderbal is gekozen lid van COMUL, een orgaan op wijkniveau dat besluiten neemt over het gebruik van stukken land, en via COMUL ook van het orgaan dat in Recife over 66 van zulke wijken gaat. Hiervoor ontvangt hij een vergoeding. “Dat is niet veel, maar voor een arme wijk toch aanzienlijk. Aderbal was als toen ‘illegale’ terreinbezetter begonnen in het armste deel van de wijk, maar heeft zich opgewerkt tot leider. In Coque behoort hij inmiddels tot de rijkeren met een stenen huis van drie verdiepingen. Hij ronselt stemmen voor politici van zijn partij (PSB), de Braziliaanse Socialistische Partij, die overigens helemaal niet socialistisch is. Hij regelt dat groente en fruit gratis uitgedeeld worden aan arme vrouwen, een soort voedselbank, die hem steun van die vrouwen oplevert. Aderbal is niet de enige wijkleider, al vindt hij dat zelf wel. Er is nog een groep wijkleiders, die het Ponto de Cultura vormen.” 

Broekzakken legen

Was het contact met die andere leiders niet moeilijk omdat je bij Aderbal in huis woonde en met hem optrok? “Eerst wilden ze helemaal niet met mij praten, ze zagen mij als een spion van Aderbal. Het kostte moeite hen te overtuigen dat ik niks doorgaf of opnam. Ik moest zelfs m’n broekzakken legen om te laten zien dat er geen opnameapparatuur in zat. Als ik met hen ging praten, vertelde ik dat altijd pas achteraf aan Aderbal. Die zei dan alleen: ‘Dat zijn domme, partijdige mensen die niet de wijk vertegenwoordigen, maar alleen aan zichzelf denken.’ Datzelfde zeiden de mensen van Ponto de Cultura over Aderbal. Ik ben nog vrij veel te weten gekomen over Ponto de Cultura door met andere studenten – die hier ook onderzoek deden, maar niet in de wijk woonden – samen een afspraak te maken, als mensen van de universiteit. Ik hield me in dat gesprek op de achtergrond, de andere studenten stelden vragen die ik met hen tevoren had besproken. De toegang tot deze groep leiders was lastig, maar ik ben er toch redelijk in geslaagd een beeld te krijgen van verschillende soorten sloppenwijkpolitiek en soorten leiderschap. Sloppenwijken zijn niet homogeen. Coque bestaat uit een deel met gevestigde bewoners, van wie sommige met grote huizen, en een straatarm deel van ‘illegale’ nieuwkomers, die vaak in paalwoningen wonen.”

Wijken als Coque hebben te maken met drie soorten politiek: regerings- of bestuurspolitiek, electorale politiek en sloppenwijkpolitiek. “Het eerste gaat over overheidsprojecten en speelt zich af in het stadhuis en kantoren. Een opgeleide elite praat hier in termen van ‘burgers’. Het tweede gebeurt vooral op straat, waar kandidaten van politieke partijen met hulp van wijkleiders en hun medewerkers kiezers proberen te werven. Hierbij worden geld, banen en sociale voorzieningen beloofd, het gaat hier om patroon-cliënt relaties. Sloppenwijkpolitiek vindt plaats in de wijk, en gaat over het recht om erkend te worden en het niet accepteren om in armoede te leven. Niet partijen, maar wijkvertegenwoordigers, buurtorganisaties, kerken en onderlinge solidariteit zijn hierbij belangrijk. Ook verschillen de man-vrouwverhoudingen bij deze drie soorten politiek. Overal hebben mannen de leiding, maar bij sloppenwijkpolitiek zijn arme vrouwen informeel het meest betrokken. Juist omdat vooral vrouwen in extreme armoede leven, moeten zij het zien te redden met hun gezinnen. En daarom gaat sloppenwijkpolitiek vooral over zorgen voor elkaar.”

Voedsel uitdelen

Aderbal en de leiders van Ponto de Cultura zijn bij alle drie de soorten politiek betrokken, maar ze werken heel verschillend. “Die van Ponto de Cultura doen aan educatie voor jongeren, proberen de wijk samen te brengen en te verbinden, terwijl Aderbal vooral steun verwerft door zijn voedseldistributie voor andere, armere bewoners. Aderbal heeft een groep helpers om zich heen, maar hij is duidelijk de baas, Ponto de Cultura heeft wat collectiever leiderschap. Omdat Aderbal lid is van de PSB, die in het stadsbestuur van Recife zit, steunt hij ‘Nieuw Recife’, een groot gemeentelijk moderniseringsproject. Dat zal volgens hem voor Coque werk en sociale ontwikkeling brengen. Dat het ook slecht kan uitpakken voor Coque en andere sloppenwijken wil hij niet zien. De leiders van Ponto de Cultura, allemaal lid van de PT (Arbeiderspartij) van Lula en Dilma Rousseff, verzetten zich juist tegen deze plannen. Bij Aderbal moet je zijn voor eten, maar voor onderwijs of medische hulp gaan mensen eerder naar Ponto de Cultura. Deze leiders doen niet aan voedsel uitdelen. Ze vinden dat Aderbal dat vooral doet om zijn macht te vergroten.”

Dus Aderbal werkt meer cliëntelistisch? “Ja, dat is zo, maar door mijn eigen onderzoek en literatuur hierover ben ik genuanceerder naar cliëntelisme gaan kijken. Het is vaak niet zo simpel met een baas die aan de touwtjes trekt en die door mensen wat te geven hun gedrag kan bepalen. Je kunt moeilijk controleren of iemand ook echt heeft gestemd op een partij of kandidaat, van wie hij iets heeft gekregen. Daarnaast gaat cliëntelisme ook sterk over performance, hoe je andere mensen probeert over te halen, hoe je presteert als leider als onderdeel van een gemeenschap, je eigen geschiedenis, de humor en gedeelde ervaringen. Dat mis je als je alleen maar ziet dat Aderbal voedsel uitdeelt om stemmen te winnen. Aderbal regelt vrouwen om te demonstreren voor het ‘Nieuw Recife’ project. Daarvoor krijgen ze betaald. Aderbal zei tegen mij: ‘Mensen weten helemaal niet waar het over gaat.’ Daar had hij gelijk in. Maar toen die vrouwen gingen demonstreren, kregen ze ter plekke ook informatie over het project. Sommige vrouwen gingen in discussie of veranderden van mening: ‘Dit is toch niet wat we willen.’ Ze streken wel hun geld op, maar dat hoeft niet te betekenen dat ze er echt voor zijn.” 

Roddels

Door de manier waarop Aderbal met vrouwen - zijn eigen vrouw, andere vrouwen met wie hij uitging, de arme vrouwen van het voedsel uitdelen - omging, werd steeds duidelijker dat verhoudingen en sloppenwijkpolitiek sterk ‘gendered’ zijn. “Sloppenwijk is vooral machopolitiek, er zijn in Coque geen vrouwelijke wijkleiders. Ook die van Ponto de Cultura en de assistenten van Aderbal zijn allemaal mannen. Vrouwen zijn wel actief in de kerk, en bij hier sterk aanwezige Evangelische kerken ook in leidinggevende posities. Maar je ziet iets niet als je alleen kijkt naar de mannelijke wijkleiders. Dan mis je de roddels en gesprekken van vrouwen onderling, in groepjes en zonder mannelijke leider, gesprekken op straat of in de kerk. Ook de vrouwen uit het armste deel van Coque proberen iets te bereiken. Sommige vrouwen maken bij het voedsel uitdelen heel duidelijk wat ze willen, ze zijn behoorlijk assertief. Zo oefenen ze op meer informele manier invloed uit.”

Da Silva vroeg zich af of er in Coque, naast ellende en wanhoop, ook sprake was van een ‘Politics of Hope’. “Ik zie dat, in navolging van de Canadese sociaalfilosoof Brian Massumi, vooral als een attitude, los van pessimistische of optimistische verwachtingen. Dat zag ik juist iets minder bij de sloppenwijkpolitiek van Aderbal, maar wat meer bij Ponto de Cultura, en vooral bij Aderbals vrouw Jucelia en dochter Jessica die ondanks tegenslagen positief blijven en voor elkaar zorgen. Jessica zei: ‘We moeten wel lachen, want aan huilen heb je niks.’ In zo’n uitspraak zit hoop als een hulpbron. Het gaat hierbij om meer dan fysiek overleven, maar met bijvoorbeeld humor je leven een beetje richting geven. Voor Jucelia en Jessica en andere vrouwen is de (Evangelische) kerk daarbij belangrijk. Ze krijgen daar nieuwe energie en veerkracht. Daarmee beïnvloeden ze ook de sloppenwijkpolitiek.”

Er bestaan twee tegengestelde beelden over zulke sloppenwijken: een romantisch beeld van solidariteit en mensen die elkaar helpen én een defaitistisch beeld van wijken als een poel van ellende met uitzichtloze armoede, criminaliteit en geweld. “Vóór mijn onderzoek zat ik meer aan de romantische kant, van gezamenlijk voor het belang van de gemeenschap strijden. Na mijn onderzoek ben ik enerzijds wat teleurgesteld dat er leiders zijn die profiteren van verdeeldheid. Anderzijds heb ik gezien wat Ponto de Cultura doet, maar ook dat het wel degelijk uitmaakt als vrouwen duidelijk zeggen wat ze willen. Mijn beeld is bijgesteld, maar zonder in defaitisme te vervallen.”

Sven da Silva, The Politics of the Nobodies. Theorizing Slum Politics through a Political Ethnography of a community leader in Coque, Recife, Wageningen University, augustus 2015, 100 pag. (volledige tekst: http://library.wur.nl/WebQuery/clc/2099327)

Deze bijdrage is onderdeel van de ‘Brazilië-special’ zomer 2016

Bookmark and Share


Terug