Lunch
Naast coca kauwen, dansen en grappen maken houden de Bolivianen als geen ander van eten. De lunch, als hoofdmaaltijd van de dag, is dan ook een belangrijk moment. Ruim zestig procent van de Bolivianen werkt in de informele sector, voornamelijk in het verkopen van eten.
De bedrijvigheid van de straatverkopers begint vroeg in de ochtend, als de zon opkomt en de stad langzaam ontwaakt. Cholitas hijsen de kleurrijke doeken met koopwaar op hun rug en vertrekken richting het centrum. Wagens, barbecues en karren vol bananen, papayas, nootjes en empanadas worden vanuit binnenplaatsen naar de hoek van de straat gereden. Op de overdekte markten worden de lappen vlees aan haken gehangen, fruit uitgestald en zetten vrouwen hun potten op het vuur om de lunch voor de middag te bereiden.
Ik ben dol op koken en ik schaam me dan ook dat ik in Bolivia nog maar één keer gekookt heb. Maar als ik denk aan mijn enkele kleine gaspitje, dat soms uitwaait door de spleet in de muur van mijn half afgebouwde huis, is het toch wel heel verleidelijk om te gaan lunchen op de markt. Een nog belangrijker reden waarom ik het koken hier heb afgezworen, is dat het simpelweg veel te leuk is om op straat of op Mercado Central te eten. Na het zien van de straatverkopers en het opsnuiven van alle heerlijke dampen die opstijgen uit de kraampjes is alle zin om te koken opeens verdwenen. Bovendien is het eten op straat en op de markt een sociale activiteit. Na het verorberen van het eten moet je minstens nog een kwartier een praatje maken met de verkoper.
Rond de klok van 12 uur is het lunchtijd: hora de almuerzo. De vrouwen op de markt staan vol enthousiasme klaar achter hun pannen vol soep, aardappels, rijst, yuca en vlees om je een bord eten te verkopen. Rondom de kraampjes staan bankjes uitgestald waar je aan kunt schuiven. Ik wurm me met mijn Hollandse lengte tussen de kleine Bolivianen in. Nog voordat ik zit wordt me een groot bord sopa de quinoa voorgeschoteld. Quinoa is een graansoort die op hoogte wordt verbouwd. In de soep komt een klauw bovendrijven die zijn nagels vastklampt aan de rand van mijn bord, een kippenpoot. De loopjongen komt snel bestek en servetjes brengen en een oude dame komt drinken verkopen. In een land waar alles op zijn mañana mañana gaat lijkt men de lunch perfect georganiseerd te hebben. Na de soep volgt een segundo die elke dag varieert. Vandaag heb ik de keuze uit picante de pollo (kip in pikante saus), pique a lo macho (een typisch gerecht van vlees met aardappels, net stamppot) en charque (gedroogd vlees met ei en yuca). Van een halve vegetariër in Nederland ben ik in Bolivia veranderd in een ware vleeseter. Met een volle maag keer ik tevreden terug naar huis, waar ik tegen mijn keuken zeg: ´Al zal ik hier de allerlekkerste maaltijd klaarmaken, het zal nooit dezelfde beleving zijn als op de Mercado Central.´












