Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Het einde van Monaco

Auteur : Nico Verbeek
Land : Colombia

Het einde van Monaco

Met Nederlandse vrienden maakte ik een toeristisch tochtje door Medellín en daarbij mocht een bezoek aan Monaco niet ontbreken. Monaco is het gebouw waar Escobar en zijn gezin tijdens de hoogtijdagen van zijn maffiose rijk jarenlang woonde. Mijn vrouw vond het maar niks, die vraagt dan altijd waarom ik geen andere ‘mooie’ of positieve dingen van de stad zien.

Ze staat daar niet alleen in. Zo’n ritje langs de landmarks van Escobars erfenis wordt door veel mensen in Medellín niet echt gewaardeerd. In ieder geval niet door de buren van Monaco in de wijk Santa María de los Angeles in El Poblado. En nog minder (indien mogelijk) door de huidige burgemeester van de stad, Federico Gutiérrez, fervent bestrijder van de iconen van de narcocultuur in de stad.

Nu heeft de burgemeester eindelijk zijn zin gekregen. Na jarenlang touwtrekken is hij erin geslaagd om Monaco voor de gemeente in eigendom te krijgen en dus mag hij ermee doen wat hij wil. En dat is uiteraard: afbreken die hap. Daarom stond hij afgelopen week, onder het toeziend oog van de camera’s van de plaatselijke tv-zender, met een grote mokerhamer in z’n hand om eigenhandig de eerste symbolische tikken uit te delen.

De slechte faam van Monaco begon eigenlijk al op 13 januari 1988. Narcobaas Pablo Escobar was op het toppunt van zijn macht en had zijn zinnen gezet op een compleet monopolie in de wereldwijde cocaïnehandel. Cijfers van tachtig procent marktdominantie werden genoemd. Zijn concurrenten van het kartel van Cali wilden hier echter aan niet meewerken. Een van de leiders van dat kartel parkeerde op die datum een autobom bij de deur van Monaco, vlak nadat Escobar zelf was vertrokken. Dat was het begin van een bloedige confrontatie die jarenlang door zou gaan.

Alarmlijn 123

Voor Escobar was het vanaf die dag eigenlijk wel afgelopen met de rust in z’n leven. Hoewel hij door z’n drukke werkzaamheden niet elke dag (en vooral: nacht) thuis kon zijn, was hij toch vaak in Monaco te vinden. Het gebouw telde twaalf appartementen, had 34 parkeerplaatsen, twee zwembaden en een tennisbaan. Precies de luxe die Escobar vond dat zijn vrouw en twee kinderen verdienden.

Na de dood van Escobar werd Monaco door de Colombiaanse regering onteigend, maar het duurde een tijdje voordat er een nieuwe bestemming werd gevonden voor het enorme gebouw. Aanvankelijk nam het Openbaar Ministerie er zijn intrek in, de ‘natuurlijke’ vijand van Escobar. Maar op 19 februari 2000 probeerden criminelen een aanslag te plegen op de functionarissen van het OM en lieten er een bom ontploffen.

Het protest van de buren was uiteraard enorm en het OM zag zich gedwongen te vertrekken. Daarna werd het gebouw nog gehuurd door twee bananenbedrijven, was het de zetel van een EPS (ziektekostenverzekeraar), van een buffet van advocaten en werd het daarna zelfs nog een tijdje gebruikt als centrum voor de rehabilitatie van drugsverslaafden. Het OM, advocaten, junkies, allemaal in de voormalige pronkwoning van Escobar: de uitdrukking ‘ironie van de geschiedenis’ schiet hier tekort…

In 2015 stelde burgemeester Anibal Gaviria, voorganger van Gutiérrez, voor om in Monaco de inlichtingendienst ‘Sipol’ te installeren en er alarmlijn 123 te laten functioneren, maar opnieuw kwam de buurt in verzet door de angst dat de geschiedenis zich zou herhalen. Met andere woorden, die vonden twee bommen wel voldoende geweest.

Valse legendes

En nu heeft burgemeester Federico Gutiérrez zijn zin gekregen en mag hij Monaco gaan afbreken. Hij zegt: “We hebben bezitgenomen van Monaco om het af te kunnen breken, juist als eerbetoon aan de slachtoffers, want het is een symbool van het kwaad, van de illegaliteit, van de wereld waarvoor het stond. Het moet afgebroken worden om er een park ter ere van de slachtoffers aan te leggen. We willen het verleden van geweld achter ons laten en het nieuwe Medellín laten zien.”

De minister van Defensie, Luis Carlos Villegas, die ook bij de ceremoniële verwoesting van het gebouw aanwezig was, deed er nog een schepje bovenop: “De nationale regering steunt het streven van de gemeente Medellín om deze pagina van het geweld om te slaan, opdat deze plek niet meer bezocht zal worden door toeristen, met een ziekelijk doel, dat niks goeds voor de stad brengt.”

Ook de buren van Monaco zijn verheugd. Zij hadden al tijdenlang van de daken geschreeuwd dat ze problemen hadden met het gebouw, met de toeristen die het dagelijks bezochten, omdat het volgens hen een apologie van het kwaad vertegenwoordigde en ook (geen onbelangrijk punt) vanwege de verwaarlozing waar het gebouw onder te lijden had.

Opnieuw burgemeester Gutiérrez: “Er komt een dag dat de georganiseerde misdaad ten onder zal gaan, net zoals dit gebouw. Wij hadden een historische schuld bij de slachtoffers en de buren, die jarenlang de komst van de toeristen hebben moeten verdragen die op zoek waren naar valse legendes.”

Protagonisten op de eerste rang

Ik ken de kruistocht van Federico Gutiérrez ondertussen en kan tot op zekere hoogte wel begrip opbrengen voor mensen die aanstoot nemen aan de veronderstelde ‘verheerlijking’ van de symbolen van het geweld en de ellende van de stad. Maar ik vind wel dat hij en zijn medestanders volkomen ongelijk hebben.

De burgemeester heeft niet in de gaten dat je ook op een andere manier met de geschiedenis kunt omgaan. En in ieder geval is ontkenning en je kop in het zand steken voor wat er is gebeurd nooit een goed uitgangspunt.

Het is misschien begrijpelijk dat de burgemeester er problemen mee heeft dat het gewelddadige verleden van een narcobaas wordt bewierookt of bewonderd, maar aandacht van buitenaf voor een legende uit het verleden is niet meer dan normaal.

En bovendien, het is verleidelijk om al het kwaad van het verleden terug te brengen tot de daden van een persoon, iemand als Pablo Escobar. Maar, de mythe van het kwaad gepersonifieerd in een persoon, het idee dat er een klein groepje van slechteriken was, en dat er verder niks is gebeurd is, dat is een belachelijke manier van geschied-interpretatie…

Het is juist aan een lokale overheid als de gemeente Medellín om ervoor te zorgen, of ertoe bij te dragen, dat haar eigen verleden in het juiste perspectief wordt gezet. Om te beginnen met duidelijk te maken dat de geschiedenis niet ophoudt bij de narcobazen en de sicario's (huurmoordenaars), de protagonisten die altijd op de eerste rang zitten als de rollen worden verdeeld in het drama van het drugsverleden.

Wat te zeggen van de overheden die drugshandel oogluikend toestonden, de politici die het op een akkoordje gooiden met de narco’s, de banken en bedrijven die hielpen met witwassen van narcodollars… Allemaal droegen ze hun steentje bij, net als de talloze ‘gewone’ burgers die ook meeprofiteerden van de plotselinge weelde van het snelle geld. En daar hoor je bijna niemand over. In ieder geval burgemeester Federico niet…

Ik ben in ieder geval benieuwd hoe hij zijn ‘park voor de slachtoffers’ gaat inrichten en hoop van harte dat hij daarmee iets interessants weet bij te dragen aan een nieuwe kijk op de narcogeschiedenis.


Terug