Zuid-Amerika Midden-Amerika Cariben

La Chispa is dé website voor liefhebbers van Latijns Amerika. Journalistiek, betrokken, informatief, scherp. Een interactieve community met echte chispa: levendig en met passie.

Concrete jungles. Urban Pollution and the Politics of Difference in the Caribbean

Scherpe analyse van verschillende stedelijke werelden door antropologe Rivke Jaffe

Auteur : Jan de Kievid
Land : Jamaica

Concrete jungles. Urban Pollution and the Politics of Difference in the Caribbean

Begin 2012 vatte de grote vuilnisbelt bij de krottenwijk Riverton in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston vlam. Drie jaar later zorgde een nog grotere brand voor twee weken zware rookoverlast boven de hele stad. Milieuorganisaties hadden nooit veel aandacht voor stedelijke problemen getoond, maar bij die brand schreef een vertegenwoordiger van zo’n organisatie in een krant, dat “er misschien, nu de wind is gedraaid en de rook van de brandende vuilnisbelt in Riverton ook de rijke wijken heeft bereikt, verbetering komt in de manier waarop Jamaica omgaat met afval. Zolang alleen arme, zwarte mensen last hebben van de dodelijke luchtvervuiling, zal er niks veranderen.”

Hiermee geeft Rivke Jaffe (1978) in het slotwoord van Concrete jungles. Urban Pollution and the Politics of Difference in the Caribbean aan dat er misschien iets gaat veranderen in het op ruimtelijke, sociale en etnische ongelijkheid gebaseerde milieubeleid in Jamaica. Antropologe Jaffe is sinds begin 2016 hoogleraar Steden, Politiek en Cultuur bij de afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies van de Universiteit van Amsterdam. In Concrete jungles, waarvan de titel is ontleend aan een lied van Bob Marley, onderzoekt ze hoe de stedelijke ongelijkheden en sociaalruimtelijke fragmentatie verband houden met de manieren van denken over milieuproblematiek.

Tropisch paradijs

Jaffe onderzocht dat in Kingston met 600.000 inwoners en het kleinere Willemstad met 140.000 inwoners op Curaçao. Ze deed veldonderzoek in twee arme buurten per stad en had intensief contact met lokale milieuorganisaties. Voor dit boek gebruikt Jaffe materiaal uit haar nooit als boek gepubliceerde proefschrift uit 2006 en recenter onderzoek. Ze besteedt veel aandacht aan de beeldvorming en denkbeelden over natuur, cultuur en vervuiling op beide eilanden. Niet alleen de steden kennen een opvallende continuïteit met de door slavernij beheerste koloniale periode, met grote sociale en etnisch-raciale ongelijkheid. Dat geldt ook voor het denken over de natuur. Vooral Jamaica werd in de koloniale tijd voorgesteld als een tropisch paradijs met ongerepte natuur. Tot die natuur werden in feite ook de snel uitgestorven inheemse bevolking en daarna de slaven uit Afrika gerekend. Deze mensen moesten door de westerse kolonisatie worden beschaafd en genezen van hun primitieve gewoonten en morele gebreken.

Jaffe beschrijft hoe het koloniale bestuur reageerde op een cholera-epidemie op Jamaica in het midden van de negentiende eeuw en op geslachtsziekten en prostitutie op Curaçao aan het begin van de twintigste. Daarbij overheersten vaak economische zorgen. Doordat buitenlandse zeelieden op Curaçao geslachtziekten opliepen, dreigden de scheepvaartmaatschappijen Willemstad te mijden. Opvallend progressief was dat het Nederlandse koloniale bestuur niet alleen de prostituees de schuld gaf, maar ook de mannen. Maar in grote lijnen kregen op beide eilanden de slachtoffers de schuld door hun luiheid en hun vieze gewoonten, dus door hun ‘morele tekorten’. Reden genoeg om te zorgen dat deze ‘zwarte’ armen zo weinig mogelijk contact zouden hebben met de ‘nette’ mensen met een lichtere huidskleur.

Binnen en buiten

Beide steden, Kingston het meest, zijn ruimtelijk naar klasse en huidskleur sterk gesegregeerd. Jaffe beschrijft levendig hoe verschillend gekleurde en geklede lichamen zich op verschillende manieren door de stad bewegen. Dat zij zelf als onderzoekster met een gewone stadsbus naar de krottenwijken gaat, is voor mensen uit de rijkere wijken onbegrijpelijk en roept angst op. Hun leven speelt zich vooral binnen af: vervoer in dichte auto’s met airco, werken in gesloten kantoren, wonen in gated communities, met kleren die in de hitte buiten deze gekoelde afgeslotenheid snel in het ongerede zouden raken. Dit in tegenstelling tot het leven buiten, op straat en in open contact, van de armere stadsbewoners. Vooral arme bewoners voelen vaak een sterke band met hun buurt en met hun land, maar juist niet met hun stad. Zoals je een trotse Amsterdammer of Rotterdammer kunt zijn, komt in Kingston en Willemstad nauwelijks voor.

Lokale milieuorganisaties houden zich vooral bezig met het behoud van de mooie natuur en biodiversiteit, gesteund door geld uit rijke westerse landen. Medewerkers van die organisaties komen vaak uit die landen of hebben daar gewerkt of gestudeerd. Hun idee over de natuur lijkt sterk op dat van het ‘tropische paradijs’ uit de koloniale tijd. Deze vorm van milieubeheer heeft ook economische wortels. Als het paradijselijke milieu wordt aangetast of vernietigd, zullen er minder toeristen komen, en die inkomsten hebben beide eilanden hard nodig. Wat scherp geformuleerd, lijkt het alsof deze milieuorganisaties zich een wereld zonder steden voorstellen. Jaffe noemt dat disurbia.

Blaming the victim

Deze middenklassenorganisaties hebben geen aandacht voor de enorme stedelijke milieuproblematiek van afval, open riolen en verontreinigende bedrijven en zien dat niet als onderdeel van ruimer opgevatte milieuproblemen of maatschappelijke problemen. Ze zijn geneigd de mensen in de arme wijken niet te zien als slachtoffers van ongezonde leefomstandigheden, maar eerder als veroorzakers daarvan: vuile mensen met morele tekorten die zelf de schuld zijn van hun situatie, kortom blaming the victim. De arme wijkbewoners zouden te weinig milieu- en natuurbewust zijn; daarom hebben ze voorlichting en onderwijs over deze problematiek nodig om hun slechte gewoonten te veranderen. De ‘natuur’ wordt immers bedreigd door de ‘onwetende’ armen. Daarbij wordt voorbij gegaan aan politiek-economische oorzaken zoals onvoldoende infrastructuur (geen goede riolering) en overheidsdiensten (geen afvalophaaldienst), ontduiken van wetten, discriminatie en gebrek aan politieke invloed. En breder: een niet-duurzaam ontwikkelingsmodel dat buitenlandse en lokale bedrijven stimuleert om te investeren, zonder daarbij milieuvoorwaarden te stellen.

De mensen in de arme wijken zien milieuproblemen niet geïsoleerd, maar juist als onlosmakelijk verbonden met gezondheid, armoede, sociale desintegratie, geweld en misdaad. Terwijl milieuorganisaties een technisch-wetenschappelijk jargon hanteren, zijn voor stedelijke armen mens-natuurrelaties verbonden met geloof. Ze geven wel degelijk om het milieu, niet als apart gebied maar als onderdeel van hun totale leefmilieu. Vaak zijn ze in hun eigen huizen en kleding erg schoon en netjes, juist om waardig te kunnen leven tussen afval en open riolen. Ze geven de schuld van de problemen aan de discriminatie en hun gebrek aan maatschappelijke kansen. Maar solidariteit onder de armen is vaak beperkt. Soms leggen ze de schuld bij armen in aangrenzende wijken of bij recente immigranten, bijvoorbeeld uit de Dominicaanse Republiek.

Trots

Bewoners van arme wijken van Willemstad hebben vaak een ambivalente houding. Ze zijn opgegroeid met de boodschap dat moderne fabrieken banen en welvaart zouden brengen, met Shell als grote weldoener. Maar veel mensen hebben altijd te maken met de stank van Shell, en dat geldt niet toevallig voor de arme wijken. “Het geld is goed, de stank is slecht”, merkte een bewoner op. Tegen de overlast van Shell zijn in 1988, 1989 en 1990 demonstraties gehouden, maar daarna was de fut eruit. De bewoners vonden werkloosheid, misdaad en Dominicaanse migranten grotere problemen.

Mensen in de arme wijken zetten zich niet in georganiseerd verband in om vervuiling aan te pakken. Maar, benadrukt Jaffe, dat wil niet zeggen dat ze passief zijn en volgens de theorie van de ‘cultuur van de armoede’ alles maar apathisch over zich heen laten komen. Ze zetten zich wel degelijk in om de eenheid van de bewoners te bevorderen en concrete wijkproblemen aan te pakken. Vaak zijn ze ook trots op hun wijk.

Jaffe heeft een boeiend boek geschreven met een levendige beschrijving en een scherpe analyse van hoe twee vrijwel gescheiden stedelijke werelden vanuit heel andere perspectieven tegen milieuproblematiek aankijken. En dat goed in de context van de erfenis van het kolonialisme geplaatst. Jaffe snijdt punten aan die grote delen van de milieubeweging wereldwijd zich kunnen aantrekken. Ze heeft zich inmiddels – samen met anderen - met het boek Green Consumption: The Global Rise of Eco-Chic ook in de westerse discussie over milieu en consumentengedrag gestort.

Rivke Jaffe, Concrete jungles. Urban Pollution and the Politics of Difference in the Caribbean. Oxford University Press, 2016. 189 pag. ISBN 978-0-19-027359-0, € 24,45.

Geplaatst op 24-11-2016


Terug